Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-11-20
ECLI:NL:RBNHO:2023:11914
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
873 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 23/6847
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 november 2023 in de zaak tussen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Overdedracht B.V., uit Wieringerwerf, verzoekster
gemachtigde: mr. G.R.A.G. Goorts, advocaat te Helmond,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen.
Inleiding
1. Verzoekster heeft bij het college een verzoek, gedateerd 8 augustus 2023, ingediend op grond van de Wet open overheid. Op 16 november 2023 heeft verzoekster beroep ingesteld met de stelling dat het college niet op tijd op dat verzoek zou hebben beslist. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Zij verzoekt het college te gelasten om uiterlijk 1 december 2023 de (ongeveer 250) documenten aan haar toe te zenden. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op dat verzoek. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en oordelen in deze uitspraak binden de rechtbank in het bodemgeding niet.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Verzoekster stelt dat zij de stukken nodig heeft, in verband met een (mogelijke comparitie in een) civiele procedure. Het beroep dat verzoekster heeft ingesteld omdat er volgens haar niet op tijd op het verzoek is beslist, wordt door de rechtbank, zo heeft de rechtbank reeds beslist, versneld behandeld. In de regel, als de zaak voldoende duidelijk is, doet de rechtbank een beroep over niet tijdig beslissen zonder zitting af. Verzoekster heeft weliswaar gesteld dat de wederpartij in de civiele procedure voor conclusie van antwoord staat op 22 november 2023, maar zij heeft niet gesteld dat op heel korte termijn enige comparitie zal plaatsvinden. Gelet op de gebruikelijke termijnen en de planning daarvoor bij het team Handel en Kanton is het ook niet waarschijnlijk dat de comparitie plaats zal vinden vóórdat op het beroep zal kunnen zijn beslist. De conclusie is daarom dat er in dit geval geen spoedeisend belang is dat het treffen van de door verzoekster verzochte voorziening rechtvaardigt.
Conclusie
3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Vermeij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
20 november 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.