Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-06-28
ECLI:NL:RBNHO:2023:10891
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,067 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10293757 \ CV EXPL 23-526
Uitspraakdatum: 28 juni 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichtingStichting Woningbedrijf Velsen
gevestigd te IJmuiden
eiseres
hierna te noemen: Woningbedrijf Velsen
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
gedaagde
hierna te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
1Het procesverloop
1.1.
Woningbedrijf Velsen heeft bij dagvaarding van 12 januari 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord en daarbij een tegenvordering ingesteld. Woningbedrijf Velsen heeft op de tegenvordering schriftelijk gereageerd.
1.2.
Op 2 juni 2023 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.
Feiten
2.1.
[gedaagde] huurt van Woningbedrijf Velsen een woonruimte aan het [adres] te [plaats] . De laatstelijk overeengekomen huurprijs bedraagt € 645,68 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2.
[gedaagde] heeft ondanks aanmaning niet alle huurtermijnen voldaan. Per 2 juni 2023 had [gedaagde] een huurachterstand van € 3.869,24.
3De vordering, het verweer en de tegenvordering
3.1.
Woningbedrijf Velsen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woonruimte, met machtiging aan Woningbedrijf Velsen om bij gebreke daarvan de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen, al dan niet met behulp van de sterke arm, en tot betaling van een bedrag van € 3.579,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening. Daarnaast vordert Woningbedrijf Velsen dat [gedaagde] veroordeeld zal worden tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 645,68 per maand totdat de woonruimte is ontruimd, ingaande per 31 januari 2023 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] heeft de huurachterstand erkend. Zij voert verweer tegen de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte. Daarnaast vordert zij bij wijze van tegenvordering huurprijsvermindering.
Beoordeling
4.1.
De vordering en de tegenvordering hangen nauw met elkaar samen en zullen daarom gezamenlijk worden behandeld.
4.2.
[gedaagde] heeft het bestaan en de hoogte van de huurachterstand niet betwist, zodat vast staat dat [gedaagde] een huurachterstand heeft van meer dan drie maanden huur. Deze achterstand is zo groot dat van Woningbedrijf Velsen in beginsel niet kan worden verlangd dat zij de huurovereenkomst met [gedaagde] nog langer voortzet.
4.3.
[gedaagde] heeft echter aangevoerd dat zij de huur niet heeft betaald omdat sprake is van gebreken in en aan de woonruimte. De woning is volgens haar tochtig en slecht geïsoleerd.
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. In de eerste plaats heeft [gedaagde] het bestaan van de gebreken onvoldoende onderbouwd. Woningbedrijf Velsen heeft onder verwijzing naar een klachtmeldingstaat aangetoond dat zij op iedere klacht reageert en zo nodig herstelwerkzaamheden laat uitvoeren. In verband met tocht zijn in 2021 en 2022 werkzaamheden verricht en daarna heeft [gedaagde] niet meer geklaagd zodat Woningbedrijf Velsen ervan uit mocht gaan dat afdoende herstel had plaatsgevonden. Gelet daarop bestaat al geen recht op huurvermindering nog daargelaten dat de klachten er niet toe leiden dat [gedaagde] helemaal geen huurgenot heeft en zij daarom recht zou hebben op een huurvermindering van 100%. De tegenvordering wordt daarom afgewezen en voor zover [gedaagde] zich beroept op opschorting of verrekening, faalt dat beroep.
4.5.
Het gevorderde bedrag aan onbetaalde huurtermijnen en de daarover gevorderde wettelijke rente zijn dan ook toewijsbaar.
4.6.
De omvang van de huurachterstand levert een zodanige tekortkoming op dat deze naar het oordeel van de kantonrechter de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte rechtvaardigt, zodat ook dit deel van de vordering wordt toegewezen. De ontruimingstermijn zal daarbij worden bepaald op 14 dagen.
4.7.
De gevorderde huur respectievelijk gebruiksvergoeding van € 645,68 per maand zal worden toegewezen vanaf 1 juni 2023 tot aan de datum van ontbinding respectievelijk ontruiming. Daarbij is de grondslag voor toewijzing van de gebruiksvergoeding het bepaalde in artikel 7:225 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
4.8.
De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal eveneens worden toegewezen nu gebleken is dat Woningbedrijf Velsen genoodzaakt was om buiten rechte kosten te maken ter verkrijging van voldoening van haar vordering. De brief van 13 december 2022 waarnaar Woningbedrijf Velsen in dit kader verwijst voldoet aan de daaraan in art. 6:96 lid 6 BW gestelde eisen (zie ook HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704).
4.9.
De gemachtigde van Woningbedrijf Velsen heeft zich ter zitting bereid verklaard na vonniswijzing een betalingsregeling te treffen. [gedaagde] dient daartoe zo snel mogelijk zelf contact op te nemen met de gemachtigde van Woningbedrijf Velsen. Daarbij is toegezegd dat als er een regeling tussen partijen tot stand komt, [gedaagde] deze regeling nakomt en de lopende huur tijdig wordt betaald, Woningbedrijf Velsen geen gebruik zal maken van de ontruimingsmogelijkheid uit dit vonnis.
4.10.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm zal worden afgewezen. Immers op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de deurwaarder, zonder rechterlijke tussenkomst, bevoegd de hulp van de sterke arm van politie in te roepen, waarbij de kosten van de ontruiming ingevolge het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van gedaagde komen.
4.11.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om de woonruimte aan het adres [adres] te [plaats] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, leeg op te leveren en de sleutels over te dragen aan Woningbedrijf Velsen;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woningbedrijf Velsen te betalen € 4.221,22, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.869,24 vanaf 12 januari 2023 tot de dag van de volledige betaling;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] daarnaast om aan Woningbedrijf Velsen te betalen € 645,68 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] de woonruimte na 1 juni 2023 in gebruik houdt
tot aan de datum van ontbinding respectievelijk ontruiming;
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Woningbedrijf Velsen tot en met vandaag vaststelt op:
€ 128,30 wegens dagvaardingskosten,
€ 487,00 wegens griffierecht en
€ 792,00 (€ 264,00 x 3) wegens salaris gemachtigde;
5.6.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter