Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-08-09
ECLI:NL:RBNHO:2023:10550
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,091 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10567911 \ WM VERZ 23-437
CJIB-nummer : 253896076
Uitspraakdatum : 9 augustus 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 juli 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij zijn dochter aan het verhuizen was, spullen moest laden en lossen en daarbij uit is gegaan de informatie op de website van de gemeente Alkmaar met betrekking tot de nieuwe laad-en lostijden voor de binnenstad. Betrokkene heeft te goeder trouw gehandeld en is om 20:23 uur de geslotenverklaring ingereden in de veronderstelling dat dit was toegestaan.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Uit de toelichting van de verbalisant in het zaakoverzicht blijkt dat er een laad- en lostijd op de donderdagavond geldt van 17:00 tot 19:30 uur. Betrokkene had de binnenstad op donderdagavond 3 november 2022 om 20:23 uur dus niet mogen betreden met zijn voertuig.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd echter wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat uit de stukken in het dossier en uit de verklaring van de verbalisant niet blijkt per wanneer de informatie op de website van de gemeente Alkmaar is teruggezet naar de reguliere laad-en lostijden. Het is dus niet duidelijk geworden wat hierover ten tijde van de gedraging op de website stond vermeld. Er kan daarom sprake zijn geweest van tegenstrijdige informatie. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel, zodat de boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: