ECLI:NL:RBNHO:2023:10393
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10461555 \ WM VERZ 23-289
CJIB-nummer : 243527222
Uitspraakdatum : 30 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
1 Het verloop van de procedure
1.1. Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2. De zaak is behandeld op de zitting van 20 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
2 Overwegingen
2.1. De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor het motorvoertuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder is geen keuringsbewijs afgegeven.
2.2. Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3. Betrokkene stelt dat de vervaldatum voor de eerste APK 26 augustus 2022 was. Op 28 juli 2021 is het kenteken omgezet naar een blauwe taxikentekenplaat. Betrokkene stelt dat dat betekent dat de taxi op 28 juli 2022 gekeurd moet worden. Betrokkene stelt tevens dat hem inmiddels is gebleken dat het voertuig bij de RDW reeds per 2019 als taxi geregistreerd staat, maar dat dat dus niet juist is.
2.4. De kantonrechter overweegt dat de boete is opgelegd wegens het handelen in strijd met artikel 72 van de Wegenverkeerswet 1994. De verplichting een voertuig periodiek te laten keuren is gekoppeld aan de registratie van het voertuig. De kentekenhouder of de eventuele bestuurder is hiervoor verantwoordelijk. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden blijkt dat het voertuig van betrokkene al bij de aankoop stond geregistreerd als taxi, zodat de jaarlijkse keuringsplicht al van toepassing was. Dat betrokkene niet wist dat het voertuig al als taxi stond geregistreerd, dient voor rekening en risico van betrokkene te blijven. De boete is dus terecht opgelegd.
2.5. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
2.6. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: