Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-10-06
ECLI:NL:RBNHO:2023:10306
Civiel recht
Kort geding
2,796 tokens
Inleiding
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/344417 / KG ZA 23-521
Vonnis in kort geding van 6 oktober 2023 (aanvulling kop-staart vonnis)
in de zaak van
[eiseres]
,
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. G.J.I.M. Seelen te Voorhout,
tegen
PROVINCIE NOORD-HOLLAND,
gevestigd te Haarlem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Provincie,
advocaat: mr. J.S. Procee te Den Haag.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 oktober 2023 met 5 producties,
- de aanvullende producties 6 t/m 12,
- de producties 1 t/m 11 van de zijde van de Provincie,
- de mondelinge behandeling van 4 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - de pleitnota van [eiseres], - de pleitnota van de Provincie.
2De uitgangspunten
2.1.
[eiseres] is eigenaar van een woning met erf en bedrijfsopstallen aan de [adres] (hierna: het perceel).
[eiseres] exploiteert ter plaatse een zorgboerderij (dagbesteding en woonlocatie voor mensen met een verstandelijke beperking) en manege/stoeterij (lease van paarden en pony’s, lesgeven en (op)fokken van sportpaarden).
2.2.
De Provincie is belast met de herinrichting en gedeeltelijke verlegging van de N241. Het project ziet onder andere op het wegvak tussen [straatnaam 1] en [straatnaam 2].
Ter hoogte van de huidige aansluiting van [straatnaam 1] op de N241 komt een nieuwe rotonde en vanaf daar komt er een nieuwe parallelweg langs de N241. Het perceel van [eiseres] ligt aan deze parallelweg.
2.3.
Partijen hebben onderhandeld over de bereikbaarheid van het pand tijdens de werkzaamheden en over de voor de Provincie benodigde grond, die zij van plan was om als werkstrook te gebruiken. [eiseres] als verkoper en de Provincie als koper hebben in november 2021 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een perceel grond van [eiseres] dat voor de Provincie nodig was voor de uitvoering van de herinrichting van de N241.
2.4.
In het hoofdstuk “Bijzondere voorwaarden” van de koopovereenkomst is in artikel 25.2 het volgende vermeld:
“2a. Ontsluiting: extra tijdelijke ontsluiting, verleggen van bestaande dam, met uiteindelijk 1 nieuwe ontsluiting op de erftoegangsweg
: koper legt voor zijn kosten aan, een tijdelijk dam in de vorm van grond en rijplaten/stelconplaten aansluitend op de tijdelijke werkweg, ergens tegenover de 2 stallen. De bestaande ontsluiting op de A.C. de Graafweg komt na de herinrichting te vervallen. Er wordt 1 nieuwe ontsluiting op de nieuwe erftoegangsweg (zie de uitvoeringstekening in de bijlage) aangebracht door Koper op een door verkoper aan te wijzen plek, tegenover de 2 paardenstallen.
De uitvoering van deze ontsluiting is op grond van het modeluitrit van Provincie Noord-Holland, op basis van een breedte van minimaal 5m met oren van elk 5m aan weerszijden. De verharding van de nieuwe dam wordt uitgevoerd in de vorm van asfalt. Echter ter plaatse van de leidingenstrook van de nutsvoorzieningen is klinkerverharding mogelijk.
De Koopsom is inclusief een vergoeding voor het zelf (her)plaatsen van het bestaande danwel nieuw damhek. Verkoper is zelf verantwoordelijk voor het eventueel behouden en herplaatsen van het bestaande hekwerk.
2b. bereikbaarheid
: koper garandeert dat het bedrijfserf met de weilanden te allen tijde bereikbaar blijven voor verkoper of diens leveranciers en/of cliënten.”
2.5.
Naast de bestaande dam is inmiddels in september 2023 een tweede dam/ontsluiting aangelegd, op een door [eiseres] gekozen locatie. Dit is de definitieve erftoegangsweg: 5 meter breed, met aan beide zijden 2 ‘oren’ van 5 meter. De toplaag bestaat uit een klinkerverharding, zoals weergegeven op deze foto:
Geschil
3.1.
[eiseres] vordert - samengevat -
I) de Provincie, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te verbieden de (door haar aannemer) voorgenomen werkzaamheden tot verwijdering van de bestaande dam/ontsluiting naar het erf en de woning, alsmede de bedrijfsopstallen van [eiseres] aan de [adres] uit te (laten) voeren zolang de herinrichting van de N241 niet gereed is en
II) de Provincie te veroordelen om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis aan [eiseres] bij wijze van voorschot een bedrag van € 45.000,- te betalen,
III) een en ander onder veroordeling van de Provincie in de kosten van dit geding.
Slechts het onder (I) gevorderde ter beoordeling in dit vonnis
3.2.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft mr. Procee bezwaar gemaakt tegen de verkorte termijn waarop de behandeling van deze zaak is ingepland.
Op verzoek van de voorzieningenrechter heeft mr. Seelen daarop laten weten dat hij zijn vordering voor de inhoudelijke behandeling op 4 oktober 2023 beperkt tot het in de dagvaarding onder (I) gevorderde, zoals hiervoor onder 3.1. is omschreven.
De voorzieningenrechter zal daarom uitsluitend beslissen over het gevorderde verbod om de dam te verwijderen.
3.3.
De Provincie voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.
Beoordeling
Spoedeisend belang
4.1.
Gelet op de door de Provincie aangekondigde werkzaamheden en de vordering van [eiseres] is het spoedeisend belang evident.
Ontwikkelingen na koopcontract
4.2.
Na het sluiten van de koopovereenkomst in november 2021 zijn de uit te voeren werkzaamheden door de Provincie gewijzigd. Uit de stukken en de verklaringen ter zitting is gebleken dat de oorspronkelijk bedoelde tweede “tijdelijke” dam er nooit is gekomen.
Wel is er na overleg met [eiseres] op haar eigen terrein een tijdelijke parkeerplaats gerealiseerd, tot juli 2023. Deze is er nu niet meer.
[eiseres] heeft betoogd dat haar leveranciers met grote vrachtwagens op dit moment niet of nauwelijks kunnen lossen, omdat de parallelweg niet ver genoeg doorloopt om de draai terug naar [straatnaam 1] te kunnen maken.
Inhoud koopcontract
4.3.
[eiseres] beroept zich op artikel 25 onder 2a. van het koopcontract. Zij vordert uitstel van de werkzaamheden aan de oude dam, totdat het hele project A.C. de Graafweg klaar is. Zij verwijst daarvoor naar de zin: De bestaande ontsluiting op de A.C. de Graafweg komt na de herinrichting te vervallen.
Die uitleg verwerpt de voorzieningenrechter.
4.3.1.
De voorzieningenrechter is met de Provincie van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat met de woorden “na de herinrichting” wordt bedoeld de herinrichting van het terrein van [eiseres]. Allereerst omdat niet valt in te zien waarom werkzaamheden elders aan dit project moeten zijn afgerond, voordat de oude dam zou mogen worden weggehaald. Die andere werkzaamheden kunnen – zo verklaarden beide partijen – nog wel jaren duren en wat het verband met het terrein van [eiseres] is, heeft zij niet uitgelegd.
4.3.2.
Daarnaast omdat uit de tekst kan worden afgeleid dat het de bedoeling was om de oude dam te verwijderen, nadat de definitieve ontsluiting zou zijn gerealiseerd. Er is in werkelijkheid nooit een tijdelijke dam uitgelegd, waarvan deze bepaling uitgaat. Wel is inmiddels de definitieve ontsluiting gerealiseerd.
Afspraken Provincie
4.4.
De aannemer van de Provincie deelde in een bericht van 7 september 2023 aan de Provincie het volgende mee:
“Ik heb contact met [eiseres] gehad over de werkzaamheden die wij de komende week gaan uitvoeren. Het gaat over de ETW en het maken van de nieuwe dam.
Wij gaan het asfalt tot haar oude dam brengen en zoveel mogelijk met puin.
Haar leverancier kan via de ETW [straatnaam 1] en achteruit via de nieuwe dam op haar terrein komen.
De oude dam wordt pas weg gehaald als de nieuwe dam operationeel is.”
De voorzieningenrechter kan hieruit slechts de conclusie trekken dat de Provincie heeft toegezegd de asfaltering van de parallelweg door te trekken tot de oude dam, opdat leveranciers via de nieuw dam de draai kunnen maken.
4.5.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Provincie haar toezegging moet nakomen. Met inachtneming van wat hiervoor onder 4.3 is overwogen, zal de vordering onder I daarom beperkt worden toegewezen.
Dwangsom
4.6.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding tot het opleggen van een dwangsom. Hij gaat ervan uit dat de Provincie een beslissing in een rechterlijk vonnis zal uitvoeren.
Belangenafweging
4.7.
Beide partijen hebben hun belangen voldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat met de hierna te nemen beslissing in voldoende mate met beide belangen rekening is gehouden. Met de asfaltering van de parallelweg tot aan de bestaande ‘oude’ dam, ontstaat er voor de leveranciers van [eiseres] voldoende ruimte om vrachtwagens via de nieuwe dam te keren voor- of nadat zij hun goederen gelost hebben. Anderzijds verhindert het de Provincie niet om de voorgenomen werkzaamheden aan de oude dam (verleggen kabels en leidingen) uit te voeren.
Dictum
De voorzieningenrechter:
5.1.
verbiedt de Provincie de (door haar aannemer) voorgenomen werkzaamheden tot verwijdering van de bestaande dam/ontsluiting naar het erf en de woning en de bedrijfsopstallen van [eiseres] aan [adres] uit te (laten) voeren, zolang de parallelweg vanaf de richting van [straatnaam 1] tot aan de bestaande dam/ontsluiting niet is geasfalteerd,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan,
5.3.
bepaalt dat de mondelinge behandeling van de vorderingen onder II. en III. wordt voortgezet op 17 oktober 2023 te 10.00 uur.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2023.