Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2022-11-11
ECLI:NL:RBNHO:2022:12608
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
857 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./repnr.: 10122671 / EJ VERZ 22-12
Uitspraakdatum: 11 november 2022
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats 1]
verzoekende partij
verder te noemen: [verzoeker]
procederende in persoon
tegen
[verweerster]
,
wonende te [woonplaats 2]
verwerende partij
verder te noemen: [verweerster]
procederende in persoon.
1Het procesverloop
1.1.
[verzoeker] heeft op 10 augustus 2022 ter griffie van de rechtbank Rotterdam, kamer voor kantonzaken, een verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor ingediend.
1.2.
Bij beschikking van 18 augustus 2022 heeft de kantonrechter te Rotterdam zich relatief onbevoegd verklaard om van het verzoek kennis te nemen en de zaak, in de stand waarin deze zich bevond, verwezen naar de kantonrechter te Zaanstad.
1.3.
Bij brief van 3 oktober 2022 heeft de griffier een kopie van het verzoek en van de beschikking van de kantonrechter te Rotterdam aan [verweerster] toegezonden en is [verweerster] in de gelegenheid gesteld haar eventuele bezwaren tegen het verzoek vóór 18 oktober 2022 kenbaar te maken.
1.4.
Op 17 oktober 2022 heeft [verweerster] per e-mail laten weten geen bezwaar te hebben tegen het verzoek van [verzoeker] om haar te horen in het kader van een voorlopig getuigenverhoor.
1.5.
[verzoeker] en [verweerster] hebben (op 19 oktober 2022 respectievelijk op 7 november 2022) opgave gedaan van hun verhinderdata in de maanden november en december 2022 en verzocht daarmee rekening te houden bij de vaststelling van een datum voor het getuigenverhoor.
Beoordeling
2.1.
Voor een omschrijving (van de grondslag) van het verzoek van [verzoeker] verwijst de kantonrechter naar de beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 18 augustus 2022, rechtsoverweging 2.1.
2.2.
Ingevolge artikel 187 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt op een verzoek als het onderhavige niet eerder beschikt dan nadat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden. Omdat [verweerster] heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen een voorlopig getuigenverhoor, kan in dit geval een mondelinge behandeling achterwege blijven.
2.3.
Het verzoek is op de wet gegrond en zal worden toegewezen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst het verzoek toe;
3.2.
bepaalt dat [verweerster] als getuige door de kantonrechter zal worden gehoord over de feiten als in het verzoekschrift omschreven op donderdag 22 december 2022 te 13.30 uur in het gerechtsgebouw aan de Rembrandtstraat 23 te Zaandam, gemeente Zaanstad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter