Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2018-11-20
ECLI:NL:RBNHO:2018:10111
Strafrecht; Strafprocesrecht
Rekestprocedure
1,746 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie Alkmaar
Enkelvoudige raadkamer
Registratienummer: 18.005518
Parketnummer: 15.206539.17
Uitspraakdatum: 23 november 2018
Beschikking (art. 591a Sv.)
1Ontstaan en loop van de procedure
Op 4 juli 2018 is ter griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een
door mr. M-J. Bouwman, advocaat, ingediend verzoekschrift van
[verzoeker] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
domicilie kiezende te (1506 EK), Zaandam, Westzijde 154, ten kantore van
mr. M-J. Bouwman, voornoemd.
Het verzoekschrift strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van
€ 2.760,31, wegens de kosten van een raadsman voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de strafzaak;
€ 280,-, wegens de kosten van bijstand met betrekking tot het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot inwilliging van het verzoek, mits rekening wordt gehouden met een matiging van het uurtarief naar € 200,-.
Beoordeling
De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door het onherroepelijk worden van het vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 13 juni 2018, waarbij verzoeker van het hem tenlastegelegde is vrijgesproken.
Het door verzoeker ingediende verzoekschrift is tijdig ingediend.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoekschrift kan worden toegewezen met matiging van het uurtarief van de raadsman.
De rechtbank overweegt als volgt.
Verzoeker is vervolgd ter zake – kort gezegd – het exploiteren van een hennepplantage. De zaak is in eerste aanleg behandeld door de politierechter. Op 13 juni 2018 heeft de politierechter verzoeker vrijgesproken in de strafzaak en de ontnemingsvordering is afgewezen. Deze uitspraak is inmiddels onherroepelijk geworden. De declaratie ten behoeve van rechtsbijstand in de onderhavige zaak bedraagt € 2.760,31.
Op de voet van het bepaalde in artikel 591a jo artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – in beginsel aanspraak maken op vergoeding van de te zijnen laste gekomen kosten van een raadsman.
De rechtbank is bij het beoordelen van een verzoek tot het toekennen van een vergoeding uit 's Rijks kas op de voet van artikel 591a Sv ter zake van de kosten van rechtsbijstand niet gebonden aan de door de advocaat opgestelde declaratie, ook niet indien deze is voorzien van een gedetailleerde urenspecificatie. Een dergelijke declaratie is niet meer dan een uitgangspunt en de rechter heeft de ruimte daarvan af te wijken indien en voor zover daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn (vgl. Gerechtshof Arnhem 8 oktober 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BY0240). Die gronden van billijkheid kunnen bijvoorbeeld zijn gelegen in de mate waarin de verzoeker aan zichzelf te wijten heeft dat hij de desbetreffende kosten heeft gemaakt, maar ook kunnen zij zijn gelegen in de bovenmatigheid van de declaratie. Het moet in dat laatste geval wel gaan om bovenmatigheid die in meer of mindere mate in het oog springt. Is daarvan geen sprake, dan dient de rechter de omvang van de in rekening gebrachte kosten marginaal te toetsen (vgl. Gerechtshof Leeuwarden 3 februari 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BL8539).
De rechtbank overweegt daarbij dat in het kader van een marginale toetsing van de omvang van de in rekening gebrachte kosten geen plaats is voor toepassing van een standaard uurtarief, ook niet van € 200,-. Slechts wanneer door een raadsman of raadsvrouw een uurtarief wordt toegepast dat qua hoogte zodanig afwijkt van wat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is, kan dit leiden tot een correctie van dat uurtarief (vgl. ECLI:NL:GHLEE:2010:BN0357, NJFS 2010, 197).
Nu de met een gespecificeerde declaratie onderbouwde verzochte kosten niet als bovenmatig zijn aan te merken, is de rechtbank – anders dan de officier van justitie – van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen.
Dictum
De rechtbank:
Kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 3.040,31 (zegge: drieduizendveertig euro en éénendertig cent), welk bedrag als volgt is samengesteld:
€ 2.760,31 wegens de kosten van een raadsman voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de strafzaak;
€ 280,- wegens de kosten van een raadsman voor de opstelling en indiening van het verzoekschrift.
Beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoeker toegekende vergoeding op de derdengeldrekening van verzoekers advocaat, bankrekeningnummer [rekeningnummer] , onder vermelding van “schadevergoeding [verzoeker] – parketnummer 15.206539.17.”
4Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum
Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,
in tegenwoordigheid van M. Dambrink, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2018
Informatie bij deze beschikking
Voor zover er in deze uitspraak een bedrag is toegewezen kan de opdracht tot uitbetaling van dit bedrag pas worden gegeven nadat de beslissing onherroepelijk is geworden. Bijgaande beschikking is op dit moment nog niet onherroepelijk; de officier van justitie heeft 14 dagen de tijd om hoger beroep in te stellen en voor de verzoekende partij is binnen een maand (30 dagen) na betekening van deze uitspraak hoger beroep mogelijk. Genoemde termijnen kunnen worden bekort wanneer ter griffie afstand wordt gedaan van het recht op het instellen van hoger beroep.
U kunt op de volgende wijze ter griffie afstand doen van het recht op het instellen van hoger beroep:
(als verzoeker) in persoon bij de informatiebalie van onze rechtbank;
(als advocaat) in persoon bij de informatiebalie van onze rechtbank, indien u verklaart daartoe door verzoeker te zijn gevolmachtigd;
(in het geval dat noch verzoeker noch de advocaat in de gelegenheid is om in persoon bij de informatiebalie afstand te doen) door aan een medewerker van de strafgriffie daartoe een schriftelijke bijzondere volmacht te verlenen.