Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-08-17
ECLI:NL:RBMNE:2026:5600
Vrijspraak voor wederrechtelijke vrijheidsberoving. Op basis van de verklaringen van aangeefster, de (inmiddels ex) vriendin van de verdachte, die tegenstrijdig zijn met wat zij eerder in haar aangifte had verklaard, is de rechtbank er niet van overtuigd dat zij tegen haar wil in de woning van de verdachte werd vastgehouden en dat dus sprake was van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Veroordeling voor mishandeling en bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht van ditzelfde slachtoffer. Oplegging van een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 78 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met algemene en bijzondere voorwaarden. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/115177-25; 16/200929-26 (t.t.z. gevoegd) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 17 augustus 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [1995] in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres, [adres] in [woonplaats] gedetineerd in de [verblijfplaats] (hierna: de verdachte). 1 Zitting De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 augustus 2026. Op de zitting waren aanwezig: de verdachte; de officier van justitie: mr. A. Drogt; de advocaat van de verdachte: mr. J. Sietsma; reclasseringswerker, [A] . 2 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat: Parketnummer 16/115177-25 feit 1 in de periode van 27 maart 2025 tot en met 31 maart 2025 in Utrecht [slachtoffer] wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd door haar in zijn woning vast te houden, de deur op slot te doen, en haar te slaan en te bedreigen, waardoor zij de politie niet durfde te bellen; feit 2 in de periode van 27 maart 2025 tot en met 31 maart 2025 in Utrecht [slachtoffer] heeft mishandeld door haar klappen en vuistslagen te geven tegen haar hoofd, nek en lichaam; Parketnummer 16/200929-26 feit 1 op 7 juli 2026 in Vianen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling door op TikTok te zeggen: - " [slachtoffer] , deze keer wordt je invalide", - "wollah ik blijf op jou inslaan tot je je laatste adem uitblaast", en - "Ja maat ik ga die kankerhoer, ik ga haar helemaal doodmaken, ik zweer ik ga haar invalide maken, invalide", en door een schroevendraaier te tonen en in zijn jaszak te stoppen; feit 2 op 13 april 2026 in Woerden [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling door op TikTok te zeggen: - "Ik maak haar af meen ik en iedereen die daar is gaat mee", - "Ik maak haar dood ik ga tbs pakken vandaag", en - "Ik ben onder weg naar ex ik ga die deur er uit halen vandaag". De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis. 3 Bewijs 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vindt dat kan worden bewezen dat de verdachte alle feiten waarvan hij beschuldigd wordt, heeft gepleegd. Wel vindt zij dat de pleegperiode van feit 1 onder parketnummer 16/115177-25 enkel kan worden bewezen voor de periode van 30 tot en met 31 maart 2025. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.1. 3.2. Standpunt van de verdediging De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van feit 1 onder parketnummer 16/115177-25. De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs die niet nader hoeven te worden besproken, nu de rechtbank de verdachte van deze verdenking zal vrijspreken. 3.3. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Vrijspraak wederrechtelijke vrijheidsberoving De rechtbank oordeelt, net als de raadsman, dat feit 1 van parketnummer 16/115177-25 (de wederrechtelijke vrijheidsberoving) niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dat oordeel is gekomen. De rechtbank stelt vast dat aangeefster (pas) op 15 april 2025 aangifte heeft gedaan van wederrechtelijke vrijheidsberoving door de verdachte, maar hier in haar verklaring bij de rechter-commissaris op 17 juli 2025 weer op terug komt. In deze verklaring zegt zij desgevraagd door de rechter-commissaris dat zij denkt dat zij in haar aangifte niet de waarheid heeft gesproken. Zij verklaart verder dat er wel ergens een sleutel lag en zij de verdachte ook niet om een sleutel heeft gevraagd. Op de vraag of zij weg wilde antwoordt zij: ‘geen idee, misschien niet, misschien wel’ en op de vraag of zij tegen haar wil in de woning zat antwoordt zij: ‘nee hoor’. Op basis van deze verklaringen van aangeefster, die tegenstrijdig zijn met wat zij eerder in haar aangifte had verklaard, is de rechtbank er niet van overtuigd dat zij tegen haar wil in de woning van de verdachte werd vastgehouden en dat dus sprake was van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Dit betekent dat de rechtbank de verdachte vrijspreekt van dit feit. 3.3.2. Bewijsmiddelen Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 16/115177-25 De verdachte bekent dat hij de mishandeling heeft gepleegd zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: De bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 3 augustus 2026; De aangifte van [slachtoffer] op 15 april 2025. Ten aanzien van de feiten 1 en 2 van parketnummer 16/200929-26 De verdachte bekent dat hij de bedreigingen heeft gepleegd zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: De bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 3 augustus 2026; De aangifte van [slachtoffer] op 21 april 2026; - De aangifte van [slachtoffer] op 7 juli 2026. 3.4. Bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: Parketnummer 16/115177-25 feit 2 in de periode van 27 maart 2025 tot en met 31 maart 2025 te Utrecht, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meerdere klappen tegen haar hoofd en lichaam te geven; Parketnummer 16/200929-26 feit 1 op 7 juli 2026 in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door op TikTok te zeggen: - " [slachtoffer] , deze keer wordt je invalide", - " wollah ik blijf op jou inslaan tot je je laatste adem uitblaast", en - " Ja maat ik ga die kankerhoer, ik ga haar helemaal doodmaken, ik zweer ik ga haar invalide maken, invalide", en door een schroevendraaier te tonen en/of in zijn jaszak te stoppen; feit 2 op 13 april 2026 in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door op TikTok te plaatsen: - " Ik maak haar af meen ik en iedereen die daar is gaat mee", - " Ik maak haar dood ik ga tbs pakken vandaag", en - " Ik ben onder weg naar ex ik ga die deur er uit hallen vandaag". De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. 4 Kwalificatie en strafbaarheid 4.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: Parketnummer 16/115177-25 feit 2 mishandeling Parketnummer 16/200929-26 feit 1 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht feit 2 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht 4.2. Strafbaarheid feiten en verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Er is namelijk niets gebleken dat de strafbaarheid van de feiten of de verdachte wegneemt. 5 Straf 5.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarbij vindt de officier van justitie dat ook de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname in de bijzondere voorwaarden moet worden opgenomen, zoals op de zitting door de reclasseringswerker ook is aangevoerd. De officier van justitie eist dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn). 5.2. Standpunt van de verdediging De advocaat vindt dat bij een strafoplegging een straf gelijk aan het voorarrest moet worden opgelegd. Daarbij verzoekt hij om een voorwaardelijke straf op te leggen, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De advocaat verzet zich niet tegen het opnemen van een kortdurende klinische opname in de bijzondere voorwaarden. 5.3. Oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Dit licht de rechtbank hieronder toe. De ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft zijn (inmiddels ex-) vriendin bij hem thuis mishandeld door haar meerdere klappen te geven. Daarnaast heeft hij haar – meer dan een jaar later – twee keer bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling door bedreigende woorden uit te spreken richting haar in een livestream op TikTok, terwijl hij bovendien een contactverbod met haar had. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij, in plaats van een zogezegd meningsverschil in een normaal gesprek te bespreken, het slachtoffer slaat en haar daarmee respectloos behandelt en pijn toebrengt. Uit de aangifte van het slachtoffer volgt dat zij zich zeer angstig voelde toen de verdachte haar bedreigde. De rechtbank rekent dit de verdachte aan. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie (het strafblad) van 20 juli 2026. Hieruit volgt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het mishandelen van zijn (ex-)partner. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met een reclasseringsadvies van 30 juli 2026. Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als hoog. De reclassering adviseert om bij een veroordeling de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: meldplicht, ambulante behandeling, dagbesteding en beheersing middelengebruik. Op de zitting heeft de reclasseringswerker aangevoerd dat de mogelijkheid tot een kortdurende klinische behandeling passend is als de ambulante behandeling niet voldoende lijkt. Het strafkader Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten (hierna: LOVS). Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. In de LOVS worden voor mishandeling en belediging geldboetes genoemd. De rechtbank vindt het strafverzwarend dat de verdachte eerder is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor mishandeling van hetzelfde slachtoffer. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden dit wederom te doen. Ook merkt de rechtbank op dat de voorlopige hechtenis onder parketnummer 16/115177-25 was geschorst onder de algemene voorwaarde dat hij geen strafbare feiten zou plegen, en onder bijzondere voorwaarden, waaronder een contactverbod met de aangeefster. Tijdens die schorsing is op verzoek van de verdachte het contactverbod opgeheven, waarna de verdachte toch weer in de fout is gegaan door aangeefster twee keer te bedreigen. De rechtbank vindt het zorgelijk dat de verdachte zich kennelijk weinig lijkt aan te trekken van rechterlijke beslissingen. De rechtbank vindt het daarom niet passend om een geldboete of taakstraf op te leggen. De rechtbank merkt op dat eerder, op 15 juni 2026, een reclasseringsadvies is uitgebracht over de verdachte. In dat advies werden juist geen bijzondere voorwaarden geadviseerd. Op de zitting heeft de reclasseringswerker uitgelegd waarom nu, in het advies van 20 juli 2026, juist wél bijzondere voorwaarden worden geadviseerd. Voor het opstellen van het advies van 20 juli is de verdachte – in tegenstelling tot het eerdere advies – wel gesproken. Dat de verdachte nu aangaf bereid te zijn om mee te weken aan de bijzondere voorwaarden, gaf voor de reclassering de doorslag om deze bijzondere voorwaarden te adviseren. Op de zitting heeft de verdachte ook aangegeven bereid te zijn mee te willen werken aan de bijzondere voorwaarden, ook als dit inhoudt dat hij kortdurend klinisch moet worden opgenomen. Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 102 dagen op. Dat is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet langer in de gevangenis hoeft te blijven. De rechtbank vindt wel dat de verdachte er (wederom) van moet worden weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen en legt daarom ook een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 78 dagen op, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, inclusief de mogelijkheid tot kortdurende klinische opname. Op de zitting heeft de verdachte aangegeven bereid te zijn om mee te werken aan deze voorwaarden en de reclasseringswerker heeft duidelijk toegelicht waarom zij nu de bijzondere voorwaarden adviseren, zoals hiervoor is toegelicht. De rechtbank wijkt met deze straf af van de eis van de officier van justitie, omdat zij de verdachte vrijspreekt voor feit 1 onder parketnummer 16/115177-25. Het opleggen van een lagere straf is daarom passend. Dadelijk uitvoerbaar De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, namelijk mishandeling. Gelet op het advies van de reclassering is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de bijzondere voorwaarden die verdachte zal worden opgelegd en het toezicht door de reclassering, dadelijk uitvoerbaar zijn. De voorlopige hechtenis De rechtbank zal het bevel tot voorlopige hechtenis opheffen. 6 In beslag genomen voorwerpen 6.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie ziet niet dat deze telefoon in beslag is genomen, maar mocht dit wel het geval zijn, vindt zij dat de telefoon kan worden teruggegeven aan de verdachte. 6.2. Standpunt van de verdediging De advocaat verzoekt de rechtbank om de telefoon terug te geven aan de eigenaar, te weten de verdachte. 6.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten een telefoon (G 3739217). 7 Toegepaste wetsartikelen De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen: artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht. 8 De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart feit 1 van parketnummer 16/115177-25 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij; bewezenverklaring verklaart bewezen dat de verdachte feit 2 onder parketnummer 16/115177-25 en de feiten 1 en 2 onder parketnummer 16/200929-26 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven; verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld; strafbaarheid verdachte - verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 2 onder parketnummer 16/115177-25 en de feiten 1 en 2 onder parketnummer 16/200929-26 bewezenverklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen ; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 78 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd , tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaar vast; - als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte; o zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; o ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; o medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - als bijzondere voorwaarden gelden dat de verdachte: o dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2 in Utrecht; o dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start wanneer dit mogelijk is bij de betreffende zorgverlener. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op emotie- en agressieregulatie en trauma gerelateerde klachten. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van betrokkene dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/ observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat betrokkene zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing . ; o verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald of onbetaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag; o dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van cannabis. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd; - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; beslag (16/200929-26 feit 1 en feit 2) - gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp: een telefoon (G 3739217); voorlopige hechtenis - heft op het bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.M. Druijf, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. M. Rasterhoff, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Caruso als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2026. De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. Bijlage: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: in de zaak met parketnummer 16/115177-25 feit 1 hij in of omstreeks de periode van 27 maart 2025 tot en met 31 maart 2025 te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer] tegen haar wil in in zijn woning vast te houden en/of de deur op slot te draaien zonder dat die [slachtoffer] de sleutel van de woning had en/of haar meermaals te slaan en/of (met de dood) te bedreigen, waardoor die [slachtoffer] de politie niet durfde te bellen; feit 2 hij in of omstreeks de periode van 27 maart 2025 tot en met 31 maart 2025 te Utrecht, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] een of meerdere klappen en/of vuistslagen tegen haar hoofd en/of nek en/of lichaam te geven; in de zaak met parketnummer 16/200929-26 feit 1 hij op of omstreeks 7 juli 2026 te Vianen, gemeente Vijfheerenlanden, althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op TikTok te zeggen: - " [slachtoffer] , deze keer wordt je invalide", - " wollah ik blijf op jou inslaan tot je je laatste adem uitblaast", en/of - " Ja maat ik ga die kankerhoer, ik ga haar helemaal doodmaken, ik zweer ik ga haar invalide maken, invalide", en/of door een schroevendraaier te tonen en/of in zijn jaszak te stoppen; feit 2 hij op of omstreeks 13 april 2026 te Woerden, althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op TikTok te plaatsen: - " Ik maak haar af meen ik en iedereen die daar is gaat mee", - " Ik maak haar dood ik ga tbs pakken vandaag", en/of - " Ik ben onder weg naar ex ik ga die deur er uit hallen vandaag". Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025120629, doorgenummerde pagina 1 tot en met 502. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. pagina 78 – pagina 81. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2026173793, doorgenummerde pagina 1 tot en met 138. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. pagina 24 tot en met pagina 26. pagina 59 tot en met pagina 61.