Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-06
ECLI:NL:RBMNE:2026:314
aacaRECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/2834 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de korpschef van politie (gemachtigden: mr. S.S. Madarie en M.J. Telderman-Veltman). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiser bij de korpschef om vernietiging en rectificatie van een aantal van zijn door de politie verwerkte politiegegevens. De korpschef heeft dit verzoek afgewezen. Eiser is het niet eens met die afwijzing en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of de korpschef terecht het verzoek om vernietiging en rectificatie van de politiegegevens van eiser heeft afgewezen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de korpschef zowel het verzoek om vernietiging als het verzoek om rectificatie terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft de korpschef verzocht om zijn politiegegevens uit een drietal mutaties te vernietigen en uit een mutatie te rectificeren. 2.1. De korpschef heeft dit verzoek afgewezen (het bestreden besluit). 2.2. Eiser heeft rechtstreeks beroep aangetekend tegen het bestreden besluit. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van de korpschef. Beoordeling door de rechtbank Is het verzoek om vernietiging terecht afgewezen? 3. Eiser heeft verzocht om vernietiging van zijn politiegegevens uit een drietal mutaties. Tijdens de zitting is vastgesteld dat het eiser enkel nog te doen is om de vernietiging van zijn politiegegevens uit de mutatie van 10 september 2024. Eiser vindt – kort samengevat – dat zijn politiegegevens in die mutatie zijn verwerkt op grond van artikel 8 van de Wet politiegegevens (Wpg). Volgens eiser kunnen de gegevens die zijn verwerkt in de zin van dat artikel alleen worden gebruikt voor het oplossen van ‘cold cases’ en niet voor andere doelen. Eiser geeft aan dat de informatie uit deze mutatie regelmatig wordt gebruikt als hij staande wordt gehouden door de politie. Daaruit concludeert eiser dat zijn gegevens dus niet zijn verwerkt en worden gebruikt conform de wettelijke doeleinden, namelijk het gebruik voor het oplossen van cold cases. Daarom moeten deze gegevens worden vernietigd. Omdat zijn gegevens niet worden verwerkt conform de wettelijke doeleinden, vindt eiser ook dat er sprake is van een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer en dat er in strijd wordt gehandeld met de waarborgen met betrekking tot noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit. 3.1. De korpschef stelt dat eisers politiegegevens zijn verwerkt ten behoeve van de uitvoering van de dagelijkse politietaak. Deze gegevens zijn noodzakelijk voor de uitvoering van die dagelijkse politietaak en daarom zijn deze ook niet verwerkt in strijd met de grondrechten die eiser aanhaalt. 3.2. De rechtbank benadrukt allereerst dat iemand het recht heeft op vernietiging van de hem betreffende politiegegevens indien de gegevens in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt of als dat nodig is om te voldoen aan een wettelijke verplichting. De rechtbank oordeelt dat de politiegegevens van eiser niet zijn verwerkt in strijd met een wettelijk voorschrift of dat het nodig is om deze te vernietigen om aan een wettelijke verplichting te voldoen. Eisers politiegegevens zijn namelijk verwerkt met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak. In de wet staat dat eisers politiegegevens in dat verband mogen worden verwerkt. Het is dus niet zo dat eisers gegevens alleen mogen worden verwerkt en gebruikt voor het oplossen van cold cases. Dat volgt niet uit de wet. Tijdens de zitting hebben de gemachtigden van de korpschef bovendien ook uitgelegd dat de verwerking van de politiegegevens