Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-05-06
ECLI:NL:RBMNE:2026:2453
Civiel recht
Beschikking
7,979 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2453 text/xml public 2026-05-19T13:10:17 2026-05-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-06 12090283 \ UE VERZ 26-52 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2453 text/html public 2026-05-19T13:09:20 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2453 Rechtbank Midden-Nederland , 06-05-2026 / 12090283 \ UE VERZ 26-52 Verzoekster terecht ontslagen op staande voet vanwege het niet melden van schuldenproblematiek en chronisch hartfalen bij het sollicitatiegsprek, terwijl daar door werkgever uitdrukkelijk naar is gevraagd. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer / rekestnummer: 12090283 \ UE VERZ 26-52 Beschikking van 6 mei 2026 in de zaak van [verzoeker] , wonende in [woonplaats] , verzoekende partij, verwerende partij in het voorwaardelijke tegenverzoek, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: mr. G. Konus, tegen [verweerder] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , verwerende partij, verzoekende partij in het voorwaardelijke tegenverzoek, hierna te noemen: [verweerder] , gemachtigde: mr. M. Boks. 1 De procedure 1.1 De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen: - het verzoekschrift van 6 februari 2026, - het verweerschrift, met een voorwaardelijk tegenverzoek, van 27 maart 2026. 1.2 Op 8 april 2026 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij was [verzoeker] niet aanwezig, maar zijn gemachtigde mr. G. Konus wel. Namens [verweerder] was haar directeur de heer [A] aanwezig met de gemachtigde mr. M. Boks. Partijen hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord en hebben op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. 1.3 De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De kern van de zaak 2.1 [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1980, is sinds 1 september 2025 in dienst bij [verweerder] als inspecteur/FCM analist. De arbeidsovereenkomst van [verzoeker] is gesloten voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden met een proeftijd van één maand. [verweerder] heeft [verzoeker] naar zowel zijn gezondheidssituatie als zijn financiële situatie gevraagd tijdens het sollicitatiegesprek. [verzoeker] heeft toen aangegeven gezond te zijn en geen schulden te hebben. Twee weken na de proeftijd meldt [verzoeker] zich ziek vanwege chronisch hartfalen en komt [verweerder] er een maand later achter dat [verzoeker] tijdens het sollicitatiegesprek wist dat hij deze aandoening heeft. Daarnaast blijkt [verzoeker] ook schulden te hebben. Omdat [verweerder] vindt dat [verzoeker] haar verkeerd heeft ingelicht, heeft [verweerder] [verzoeker] op 8 december 2025 op staande voet ontslagen. [verzoeker] verzoekt vernietiging van dit ontslag, omdat het volgens hem niet onverwijld is gegeven en er geen dringende reden is. Volgens [verweerder] is het ontslag wel rechtsgeldig. Voor het geval dit niet zo zou zijn, vraagt zij in een voorwaardelijk tegenverzoek vernietiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. 3 De beoordeling 3.1 Gelet op de samenhang van het verzoek van [verzoeker] en het (voorwaardelijke) zelfstandig tegenverzoek van [verweerder] worden deze gezamenlijk behandeld. Juridisch kader 3.2 [verzoeker] vraagt vernietiging van het ontslag op staande voet dat [verweerder] aan haar heeft gegeven. Alleen als er een dringende reden bestaat voor ontslag, mag een werkgever een werknemer ontslaan zonder schriftelijke instemming van die werknemer. Zo’n dringende reden kan bestaan als de werknemer zich zó gedraagt, dat het niet redelijk is om van de werkgever te verlangen dat hij hem nog in dienst houdt. Wanneer de rechter dit beoordeelt, moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden die in het specifieke geval spelen (zoals de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, hoe lang hij al voor de werkgever werkte, hoe hij heeft gefunctioneerd en wat het ontslag op staande voet voor gevolgen voor hem heeft). Ook als het ontslag voor de werknemer grote gevolgen heeft, kan de dringende reden toch maken dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. Bij zo’n ontslag om een dringende reden moet die reden dan wel ‘onverwijld’ (wat hier zoiets wil zeggen als ‘zo snel mogelijk’) aan de werknemer worden gemeld. De werkgever is de partij die moet onderbouwen en zo nodig bewijzen dat er een dringende reden bestond voor het ontslag op staande voet. Het ontslag op staande voet is meteen (onverwijld) gegeven 3.3 [verweerder] heeft het ontslag op staande voet onverwijld aan [verzoeker] gegeven. [verzoeker] heeft zich op 16 oktober 2025 ziekgemeld. In eerste instantie verklaart [verweerder] vooral met [verzoeker] te hebben meegeleefd. Maar, eind november 2025 werd zij door één van haar medewerkers er op geattendeerd dat [verzoeker] in een facebookbericht van 2023 en in een artikel in een lokaal dagblad in 2019 heeft aangegeven al enige tijd last te hebben van chronisch hartfalen. In dezelfde periode heeft [verweerder] ook een brief ontvangen van een deurwaarder met het verzoek om de gegevens van [verzoeker] door te geven zodat er loonbeslag op zijn loon gelegd kan worden. [verweerder] heeft [verzoeker] op 28 november 2025 geconfronteerd met deze feiten en een afspraak gemaakt voor [verzoeker] bij de bedrijfsarts voor 3 december 2025. [verweerder] heeft het verslag van de bedrijfsarts op 4 december 2025 ontvangen. [verweerder] heeft [verzoeker] op 8 december 2025 ontslagen. 3.4 De kantonrechter is van oordeel dat [verweerder] in dit geval voldoende voortvarend heeft gehandeld, in tegenstelling tot wat [verzoeker] beweert. Tussen het moment waarop zij met zekerheid de gezondheidssituatie van [verzoeker] kon vaststellen en wist dat [verzoeker] hierover onjuiste informatie heeft gegeven (4 december 2025) en het ontslag op staande voet (8 december 2025) zitten vier dagen (twee werkdagen). Dat is niet onredelijk lang. [verweerder] heeft die tijd gebruikt om onderzoek te verrichten, overleg te voeren en juridisch advies in te winnen. [verweerder] had een dringende reden om [verzoeker] te ontslaan 3.5 De dringende reden om [verzoeker] onmiddellijk te ontslaan ziet [verweerder] in het feit dat [verzoeker] [verweerder] bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst onjuist heeft ingelicht over zijn gezondheid en schulden. De kantonrechter oordeelt dat dit inderdaad een dringende reden voor ontslag op staande voet van [verweerder] . 3.6 Eén van de voorbeelden van een dringende reden uit de wet is het onjuist inlichten of misleiden van de werkgever bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] heeft [verweerder] in het sollicitatiegesprek op meerdere manieren onjuist ingelicht. Zo heeft hij zijn chronische hartfalen niet gemeld tijdens het sollicitatiegesprek en heeft hij op een expliciete vraag van [verweerder] over zijn fysieke toestand geantwoord gezond genoeg te zijn om de werkzaamheden uit de arbeidsovereenkomst uit te voeren. Het staat echter vast dat [verzoeker] al ruim voor het sollicitatiegesprek en de arbeidsovereenkomst last had van chronisch hartfalen. Symptomen van chronisch hartfalen kunnen onder andere kortademigheid (bij inspanning), duizeligheid en vermoeidheid zijn. Deze symptomen maken iemand met hartfalen (waarschijnlijk) niet geschikt voor de werkzaamheden als FCM analist. [verweerder] heeft namelijk uitgelegd dat FCM analisten in veiligheidspakken en maskers kleine ruimtes moeten onderzoeken op de aanwezigheid van asbest en daarbij ook vaak in een benauwd veiligheidspak trappen en ladders moeten beklimmen. Dit is ook de reden waarom [verweerder] tijdens sollicitatiegesprekken informeert naar de fitheid van kandidaten. Het is onbegrijpelijk dat [verzoeker] op dit punt niet aan [verweerder] heeft aangegeven dat hij last heeft van chronisch hartfalen en bovendien ook een hartimplantaat heeft, maar dat hij alleen heeft gezegd dat hij gezond genoeg is. Dat [verzoeker] , zoals hij zelf beweert, al enige tijd geen last gehad van het hartfalen en zijn implantaat niet heeft hoeven te gebruiken, maakt het voorgaande niet anders.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2453 text/xml public 2026-05-19T13:10:17 2026-05-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-06 12090283 \ UE VERZ 26-52 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2453 text/html public 2026-05-19T13:09:20 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2453 Rechtbank Midden-Nederland , 06-05-2026 / 12090283 \ UE VERZ 26-52 Verzoekster terecht ontslagen op staande voet vanwege het niet melden van schuldenproblematiek en chronisch hartfalen bij het sollicitatiegsprek, terwijl daar door werkgever uitdrukkelijk naar is gevraagd. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer / rekestnummer: 12090283 \ UE VERZ 26-52 Beschikking van 6 mei 2026 in de zaak van [verzoeker] , wonende in [woonplaats] , verzoekende partij, verwerende partij in het voorwaardelijke tegenverzoek, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: mr. G. Konus, tegen [verweerder] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , verwerende partij, verzoekende partij in het voorwaardelijke tegenverzoek, hierna te noemen: [verweerder] , gemachtigde: mr. M. Boks. 1 De procedure 1.1 De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen: - het verzoekschrift van 6 februari 2026, - het verweerschrift, met een voorwaardelijk tegenverzoek, van 27 maart 2026. 1.2 Op 8 april 2026 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij was [verzoeker] niet aanwezig, maar zijn gemachtigde mr. G. Konus wel. Namens [verweerder] was haar directeur de heer [A] aanwezig met de gemachtigde mr. M. Boks. Partijen hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord en hebben op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. 1.3 De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De kern van de zaak 2.1 [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1980, is sinds 1 september 2025 in dienst bij [verweerder] als inspecteur/FCM analist. De arbeidsovereenkomst van [verzoeker] is gesloten voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden met een proeftijd van één maand. [verweerder] heeft [verzoeker] naar zowel zijn gezondheidssituatie als zijn financiële situatie gevraagd tijdens het sollicitatiegesprek. [verzoeker] heeft toen aangegeven gezond te zijn en geen schulden te hebben. Twee weken na de proeftijd meldt [verzoeker] zich ziek vanwege chronisch hartfalen en komt [verweerder] er een maand later achter dat [verzoeker] tijdens het sollicitatiegesprek wist dat hij deze aandoening heeft. Daarnaast blijkt [verzoeker] ook schulden te hebben. Omdat [verweerder] vindt dat [verzoeker] haar verkeerd heeft ingelicht, heeft [verweerder] [verzoeker] op 8 december 2025 op staande voet ontslagen. [verzoeker] verzoekt vernietiging van dit ontslag, omdat het volgens hem niet onverwijld is gegeven en er geen dringende reden is. Volgens [verweerder] is het ontslag wel rechtsgeldig. Voor het geval dit niet zo zou zijn, vraagt zij in een voorwaardelijk tegenverzoek vernietiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. 3 De beoordeling 3.1 Gelet op de samenhang van het verzoek van [verzoeker] en het (voorwaardelijke) zelfstandig tegenverzoek van [verweerder] worden deze gezamenlijk behandeld. Juridisch kader 3.2 [verzoeker] vraagt vernietiging van het ontslag op staande voet dat [verweerder] aan haar heeft gegeven. Alleen als er een dringende reden bestaat voor ontslag, mag een werkgever een werknemer ontslaan zonder schriftelijke instemming van die werknemer. Zo’n dringende reden kan bestaan als de werknemer zich zó gedraagt, dat het niet redelijk is om van de werkgever te verlangen dat hij hem nog in dienst houdt. Wanneer de rechter dit beoordeelt, moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden die in het specifieke geval spelen (zoals de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, hoe lang hij al voor de werkgever werkte, hoe hij heeft gefunctioneerd en wat het ontslag op staande voet voor gevolgen voor hem heeft). Ook als het ontslag voor de werknemer grote gevolgen heeft, kan de dringende reden toch maken dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. Bij zo’n ontslag om een dringende reden moet die reden dan wel ‘onverwijld’ (wat hier zoiets wil zeggen als ‘zo snel mogelijk’) aan de werknemer worden gemeld. De werkgever is de partij die moet onderbouwen en zo nodig bewijzen dat er een dringende reden bestond voor het ontslag op staande voet. Het ontslag op staande voet is meteen (onverwijld) gegeven 3.3 [verweerder] heeft het ontslag op staande voet onverwijld aan [verzoeker] gegeven. [verzoeker] heeft zich op 16 oktober 2025 ziekgemeld. In eerste instantie verklaart [verweerder] vooral met [verzoeker] te hebben meegeleefd. Maar, eind november 2025 werd zij door één van haar medewerkers er op geattendeerd dat [verzoeker] in een facebookbericht van 2023 en in een artikel in een lokaal dagblad in 2019 heeft aangegeven al enige tijd last te hebben van chronisch hartfalen. In dezelfde periode heeft [verweerder] ook een brief ontvangen van een deurwaarder met het verzoek om de gegevens van [verzoeker] door te geven zodat er loonbeslag op zijn loon gelegd kan worden. [verweerder] heeft [verzoeker] op 28 november 2025 geconfronteerd met deze feiten en een afspraak gemaakt voor [verzoeker] bij de bedrijfsarts voor 3 december 2025. [verweerder] heeft het verslag van de bedrijfsarts op 4 december 2025 ontvangen. [verweerder] heeft [verzoeker] op 8 december 2025 ontslagen. 3.4 De kantonrechter is van oordeel dat [verweerder] in dit geval voldoende voortvarend heeft gehandeld, in tegenstelling tot wat [verzoeker] beweert. Tussen het moment waarop zij met zekerheid de gezondheidssituatie van [verzoeker] kon vaststellen en wist dat [verzoeker] hierover onjuiste informatie heeft gegeven (4 december 2025) en het ontslag op staande voet (8 december 2025) zitten vier dagen (twee werkdagen). Dat is niet onredelijk lang. [verweerder] heeft die tijd gebruikt om onderzoek te verrichten, overleg te voeren en juridisch advies in te winnen. [verweerder] had een dringende reden om [verzoeker] te ontslaan 3.5 De dringende reden om [verzoeker] onmiddellijk te ontslaan ziet [verweerder] in het feit dat [verzoeker] [verweerder] bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst onjuist heeft ingelicht over zijn gezondheid en schulden. De kantonrechter oordeelt dat dit inderdaad een dringende reden voor ontslag op staande voet van [verweerder] . 3.6 Eén van de voorbeelden van een dringende reden uit de wet is het onjuist inlichten of misleiden van de werkgever bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] heeft [verweerder] in het sollicitatiegesprek op meerdere manieren onjuist ingelicht. Zo heeft hij zijn chronische hartfalen niet gemeld tijdens het sollicitatiegesprek en heeft hij op een expliciete vraag van [verweerder] over zijn fysieke toestand geantwoord gezond genoeg te zijn om de werkzaamheden uit de arbeidsovereenkomst uit te voeren. Het staat echter vast dat [verzoeker] al ruim voor het sollicitatiegesprek en de arbeidsovereenkomst last had van chronisch hartfalen. Symptomen van chronisch hartfalen kunnen onder andere kortademigheid (bij inspanning), duizeligheid en vermoeidheid zijn. Deze symptomen maken iemand met hartfalen (waarschijnlijk) niet geschikt voor de werkzaamheden als FCM analist. [verweerder] heeft namelijk uitgelegd dat FCM analisten in veiligheidspakken en maskers kleine ruimtes moeten onderzoeken op de aanwezigheid van asbest en daarbij ook vaak in een benauwd veiligheidspak trappen en ladders moeten beklimmen. Dit is ook de reden waarom [verweerder] tijdens sollicitatiegesprekken informeert naar de fitheid van kandidaten. Het is onbegrijpelijk dat [verzoeker] op dit punt niet aan [verweerder] heeft aangegeven dat hij last heeft van chronisch hartfalen en bovendien ook een hartimplantaat heeft, maar dat hij alleen heeft gezegd dat hij gezond genoeg is. Dat [verzoeker] , zoals hij zelf beweert, al enige tijd geen last gehad van het hartfalen en zijn implantaat niet heeft hoeven te gebruiken, maakt het voorgaande niet anders.
Volledig
Hij had het in ieder geval aan [verweerder] moeten melden. Het door [verzoeker] niet melden van zijn hartfalen na een expliciete vraag van [verweerder] over zijn gezondheid, is daarom een dringende reden om hem op staande voet te ontslaan, zeker omdat [verzoeker] ook daadwerkelijk ziek is uitgevallen. Dat zijn aandoening tot het moment van uitvallen geen invloed heeft gehad op de werkzaamheden die [verzoeker] voor [verweerder] verrichtte en dat het werk volgens [verzoeker] ook niet de oorzaak is van zijn uitval, maakt dit niet anders. Het gaat er om dat [verzoeker] zijn gezondheidssituatie had moeten melden. 3.7 Tussen partijen bestaat nog een discussie over het wel of niet weigeren van het doen van een gezondheidstest, maar dit leidt niet tot de conclusie dat er geen dringende reden is. [verzoeker] heeft namelijk erkend dat hij tijdens het sollicitatiegesprek aan [verweerder] heeft aangegeven ‘gezond’ te zijn. Dit had hij vanwege zijn chronische aandoening niet moeten doen, los van de vraag of hij een gezondheidstest wilde laten doen of niet. [verzoeker] heeft [verweerder] onjuist ingelicht over zijn schulden 3.8 Ook heeft [verzoeker] [verweerder] verkeerd ingelicht over zijn schulden. [verweerder] heeft tijdens het sollicitatiegesprek gevraagd aan [verzoeker] of hij schulden heeft. Zij heeft uitgelegd dat er veel geld omgaat in de branche waarin de FCM analisten werkzaam zijn en dat omkoping een reëel gevaar is. Schulden vormen daarom een integriteitsrisico. Door (mogelijke) medewerkers te vragen naar hun financiële situatie wil [verweerder] haar onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen. [verzoeker] heeft niet betwist dat er een omkopingsgevaar bestaat in de asbest branche, maar zegt dat hij niet wist dat hij schulden heeft. Hij beheerde niet de financiën van zijn gezin en kon daarom [verweerder] ook niet juist inlichten. 3.9 [verzoeker] had [verweerder] , gezien haar belangen om dit te weten en haar expliciete vraag naar de schulden, wel moeten inlichten. Dat hij niet wist schulden te hebben is een omstandigheid die voor rekening en risico van [verzoeker] moet komen: hij had het namelijk wel moeten weten. Dat [verzoeker] aangeeft niet voor omkoping vatbaar te zijn, maakt dit niet anders. Ook dit is daarom een dringende reden voor [verweerder] om [verzoeker] op staande voet te ontslaan. Conclusie 3.10 [verweerder] had een dringende reden om [verzoeker] te ontslaan en heeft hem ook onverwijld ontslagen, onder vermelding van de dringende reden. Dit betekent dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Geen vernietiging van het ontslag op staande voet, betaling achterstallig loon, wedertewerkstelling en loondoorbetaling 3.11 Omdat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [verzoeker] om voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet onterecht is en het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet worden afgewezen. De verzoeken tot betaling van achterstallig loon vanaf het moment van het ontslag op staande voet, om opnieuw bij [verweerder] te mogen werken (wedertewerkstelling) en tot loondoorbetaling worden ook afgewezen. [verweerder] hoeft geen vergoedingen aan [verzoeker] te betalen 3.12 Ook alle door [verzoeker] subsidiair verzochte vergoedingen worden afgewezen. Voor de verzochte billijke vergoeding geldt dat de kantonrechter deze kan toekennen, wanneer de werkgever de werknemer ten onrechte op staande voet heeft ontslagen. [verweerder] zou in dat geval ook een vergoeding verschuldigd kunnen zijn vanwege onregelmatige opzegging. Het ontslag op staande voet is echter rechtsgeldig, dus daarom worden beide verzoeken voor vergoedingen afgewezen. 3.13 Het ontslag is daarnaast het gevolg van het handelen van [verzoeker] dat als ernstig verwijtbaar kan worden aangemerkt. [verweerder] had een dringende reden om [verzoeker] te ontslaan. Daarom hoeft [verweerder] ook geen transitievergoeding te betalen. Ten overvloede: anders had [verweerder] de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig vernietigd 3.14 In haar voorwaardelijke, zelfstandige tegenverzoek verzoekt [verweerder] om een verklaring voor recht dat zij de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] rechtsgeldig heeft vernietigd. Aan dit verzoek komt de kantonrechter niet toe, omdat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Maar, ten overvloede wil de kantonrechter nog wel opmerken dat de buitengerechtelijke vernietiging van de arbeidsovereenkomst door [verweerder] rechtsgeldig zou zijn. Op 27 maart 2026 heeft [verweerder] namelijk een brief gestuurd aan [verzoeker] waarin zij de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] buitengerechtelijk vernietigt op grond van bedrog of dwaling . Dwaling en bedrog betekenen dat een overeenkomst tot stand is gekomen doordat de ene partij (opzettelijk) informatie achterwege heeft gelaten of de andere partij verkeerd heeft ingelicht. Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder dwaling of bedrog, is vernietigbaar. Ook een arbeidsovereenkomst. Het is in dat geval wel aan de werkgever om aan te tonen dat de werknemer verkeerde informatie heeft gegeven of informatie heeft achtergehouden én dat de werkgever daardoor een andere beslissing heeft genomen over het aangaan van de arbeidsovereenkomst, dan hij zou hebben genomen wanneer hij alle informatie zou hebben. 3.15 Het staat vast dat [verzoeker] [verweerder] voorafgaand aan het aangaan van de arbeidsovereenkomst onjuist heeft geïnformeerd. Hij heeft [verweerder] namelijk niet ingelicht over zijn lichamelijke en financiële toestand. [verweerder] stelt dat zij de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] niet zou zijn aangegaan wanneer zij wist van deze problemen bij [verzoeker] . [verzoeker] zou dan in haar ogen namelijk niet geschikt zijn voor de functie. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen vanwege het bedrog dan wel de dwaling. De arbeidsovereenkomst is daarom vernietigbaar en de buitengerechtelijke vernietiging van [verweerder] op 27 maart 2026 is rechtsgeldig. [verzoeker] moet de proceskosten betalen 3.16 De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat [verzoeker] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten). Deze beschikking is deels uitvoerbaar bij voorraad 3.17 De kantonrechter zal de beslissing wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door [verweerder] . Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 wijst de verzoeken af, 4.2 veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 4.3 verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026. 62938 Artikel 7:677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en artikel 7:678 BW. Artikel 7:678 lid 2 onder a BW. Artikel 7:681 lid 1 onder a BW. Artikel 7:673 lid 7, onder c, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Artikel 3:44 lid 1 en 3 BW. Artikel 6:228 lid 1 onder a en b BW. Zie Hoge Raad 7 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:213. Bij een buitengerechtelijke vernietiging van een arbeidsovereenkomst moet wel rekening worden gehouden met de beschermingsfunctie van het arbeidsrecht. Deze beschermingsfunctie kan echter niet tot gevolg hebben dat een werknemer die bedrog of dwaling pleegt bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst tegen vernietiging van de arbeidsovereenkomst beschermd wordt.
Volledig
Hij had het in ieder geval aan [verweerder] moeten melden. Het door [verzoeker] niet melden van zijn hartfalen na een expliciete vraag van [verweerder] over zijn gezondheid, is daarom een dringende reden om hem op staande voet te ontslaan, zeker omdat [verzoeker] ook daadwerkelijk ziek is uitgevallen. Dat zijn aandoening tot het moment van uitvallen geen invloed heeft gehad op de werkzaamheden die [verzoeker] voor [verweerder] verrichtte en dat het werk volgens [verzoeker] ook niet de oorzaak is van zijn uitval, maakt dit niet anders. Het gaat er om dat [verzoeker] zijn gezondheidssituatie had moeten melden. 3.7 Tussen partijen bestaat nog een discussie over het wel of niet weigeren van het doen van een gezondheidstest, maar dit leidt niet tot de conclusie dat er geen dringende reden is. [verzoeker] heeft namelijk erkend dat hij tijdens het sollicitatiegesprek aan [verweerder] heeft aangegeven ‘gezond’ te zijn. Dit had hij vanwege zijn chronische aandoening niet moeten doen, los van de vraag of hij een gezondheidstest wilde laten doen of niet. [verzoeker] heeft [verweerder] onjuist ingelicht over zijn schulden 3.8 Ook heeft [verzoeker] [verweerder] verkeerd ingelicht over zijn schulden. [verweerder] heeft tijdens het sollicitatiegesprek gevraagd aan [verzoeker] of hij schulden heeft. Zij heeft uitgelegd dat er veel geld omgaat in de branche waarin de FCM analisten werkzaam zijn en dat omkoping een reëel gevaar is. Schulden vormen daarom een integriteitsrisico. Door (mogelijke) medewerkers te vragen naar hun financiële situatie wil [verweerder] haar onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen. [verzoeker] heeft niet betwist dat er een omkopingsgevaar bestaat in de asbest branche, maar zegt dat hij niet wist dat hij schulden heeft. Hij beheerde niet de financiën van zijn gezin en kon daarom [verweerder] ook niet juist inlichten. 3.9 [verzoeker] had [verweerder] , gezien haar belangen om dit te weten en haar expliciete vraag naar de schulden, wel moeten inlichten. Dat hij niet wist schulden te hebben is een omstandigheid die voor rekening en risico van [verzoeker] moet komen: hij had het namelijk wel moeten weten. Dat [verzoeker] aangeeft niet voor omkoping vatbaar te zijn, maakt dit niet anders. Ook dit is daarom een dringende reden voor [verweerder] om [verzoeker] op staande voet te ontslaan. Conclusie 3.10 [verweerder] had een dringende reden om [verzoeker] te ontslaan en heeft hem ook onverwijld ontslagen, onder vermelding van de dringende reden. Dit betekent dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Geen vernietiging van het ontslag op staande voet, betaling achterstallig loon, wedertewerkstelling en loondoorbetaling 3.11 Omdat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [verzoeker] om voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet onterecht is en het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet worden afgewezen. De verzoeken tot betaling van achterstallig loon vanaf het moment van het ontslag op staande voet, om opnieuw bij [verweerder] te mogen werken (wedertewerkstelling) en tot loondoorbetaling worden ook afgewezen. [verweerder] hoeft geen vergoedingen aan [verzoeker] te betalen 3.12 Ook alle door [verzoeker] subsidiair verzochte vergoedingen worden afgewezen. Voor de verzochte billijke vergoeding geldt dat de kantonrechter deze kan toekennen, wanneer de werkgever de werknemer ten onrechte op staande voet heeft ontslagen. [verweerder] zou in dat geval ook een vergoeding verschuldigd kunnen zijn vanwege onregelmatige opzegging. Het ontslag op staande voet is echter rechtsgeldig, dus daarom worden beide verzoeken voor vergoedingen afgewezen. 3.13 Het ontslag is daarnaast het gevolg van het handelen van [verzoeker] dat als ernstig verwijtbaar kan worden aangemerkt. [verweerder] had een dringende reden om [verzoeker] te ontslaan. Daarom hoeft [verweerder] ook geen transitievergoeding te betalen. Ten overvloede: anders had [verweerder] de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig vernietigd 3.14 In haar voorwaardelijke, zelfstandige tegenverzoek verzoekt [verweerder] om een verklaring voor recht dat zij de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] rechtsgeldig heeft vernietigd. Aan dit verzoek komt de kantonrechter niet toe, omdat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Maar, ten overvloede wil de kantonrechter nog wel opmerken dat de buitengerechtelijke vernietiging van de arbeidsovereenkomst door [verweerder] rechtsgeldig zou zijn. Op 27 maart 2026 heeft [verweerder] namelijk een brief gestuurd aan [verzoeker] waarin zij de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] buitengerechtelijk vernietigt op grond van bedrog of dwaling . Dwaling en bedrog betekenen dat een overeenkomst tot stand is gekomen doordat de ene partij (opzettelijk) informatie achterwege heeft gelaten of de andere partij verkeerd heeft ingelicht. Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder dwaling of bedrog, is vernietigbaar. Ook een arbeidsovereenkomst. Het is in dat geval wel aan de werkgever om aan te tonen dat de werknemer verkeerde informatie heeft gegeven of informatie heeft achtergehouden én dat de werkgever daardoor een andere beslissing heeft genomen over het aangaan van de arbeidsovereenkomst, dan hij zou hebben genomen wanneer hij alle informatie zou hebben. 3.15 Het staat vast dat [verzoeker] [verweerder] voorafgaand aan het aangaan van de arbeidsovereenkomst onjuist heeft geïnformeerd. Hij heeft [verweerder] namelijk niet ingelicht over zijn lichamelijke en financiële toestand. [verweerder] stelt dat zij de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] niet zou zijn aangegaan wanneer zij wist van deze problemen bij [verzoeker] . [verzoeker] zou dan in haar ogen namelijk niet geschikt zijn voor de functie. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen vanwege het bedrog dan wel de dwaling. De arbeidsovereenkomst is daarom vernietigbaar en de buitengerechtelijke vernietiging van [verweerder] op 27 maart 2026 is rechtsgeldig. [verzoeker] moet de proceskosten betalen 3.16 De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat [verzoeker] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten). Deze beschikking is deels uitvoerbaar bij voorraad 3.17 De kantonrechter zal de beslissing wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door [verweerder] . Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 wijst de verzoeken af, 4.2 veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 4.3 verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026. 62938 Artikel 7:677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en artikel 7:678 BW. Artikel 7:678 lid 2 onder a BW. Artikel 7:681 lid 1 onder a BW. Artikel 7:673 lid 7, onder c, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Artikel 3:44 lid 1 en 3 BW. Artikel 6:228 lid 1 onder a en b BW. Zie Hoge Raad 7 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:213. Bij een buitengerechtelijke vernietiging van een arbeidsovereenkomst moet wel rekening worden gehouden met de beschermingsfunctie van het arbeidsrecht. Deze beschermingsfunctie kan echter niet tot gevolg hebben dat een werknemer die bedrog of dwaling pleegt bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst tegen vernietiging van de arbeidsovereenkomst beschermd wordt.