Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-16
ECLI:NL:RBMNE:2026:2428
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,087 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2428 text/xml public 2026-05-19T14:16:30 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-16 C/16/609673 / JL RK 26-237 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Almere Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2428 text/html public 2026-05-19T14:16:06 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2428 Rechtbank Midden-Nederland , 16-04-2026 / C/16/609673 / JL RK 26-237 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Almere Zaaknummer: C/16/609673 / JL RK 26-237 Datum uitspraak: 16 april 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, locatie Utrecht, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. K. Benchaïb, [vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. A.J. de Boer, SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND , gevestigd te Almere, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI). 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026; het briefrapport van de Raad van 7 april 2026; - het briefrapport van de GI van 10 april 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 april 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - de vader met zijn advocaat; - [A] namens de Raad; - [B] van de GI. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij haar moeder. 2.3. De kinderrechter heeft bij beschikking van 17 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 17 april 2026. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlenen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten De Raad 4.1. De Raad heeft negatief getoetst op het voornemen van de GI om de ondertoezichtstelling te beëindigen. Op grond van artikel 1:260 lid 2 BW kan de Raad om een verlenging van de ondertoezichtstelling verzoeken als de GI niet overgaat tot het indienen van een verlengingsverzoek. De Raad heeft zijn verzoek tijdens zitting gehandhaafd, omdat hij zich zorgen maakt om de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] . Volgens de Raad is er sprake van onveiligheid voor [minderjarige] , die met name ligt in de houding van de vader ten opzichte van haar, de moeder en de hulpverlening. Momenteel hebben de vader en [minderjarige] wekelijks één uur begeleide omgang. De [instelling] geeft aan dat de omgang niet altijd goed verloopt. De vader past de gegeven adviezen niet toe, reflecteert niet op zijn eigen gedrag en wenst niet gecorrigeerd te worden. De [instelling] heeft aangegeven bezorgd te zijn over mogelijkheden van hulpverlening binnen een vrijwillig kader. Ook de Raad twijfelt of dit haalbaar is. De moeder staat open voor ondersteuning en begeleiding, maar is daarnaast ook afhankelijk van het functioneren en de houding van de vader. Bovendien lukt het de ouders niet om samen te werken en op een constructieve wijze met elkaar te kunnen communiceren. Daarnaast maakt de Raad zich zorgen om de ontwikkeling van [minderjarige] . Het gaat niet goed op school en zij lijkt veel spanning te ervaren. [minderjarige] is snel overprikkeld, wat zich uit in onrustig gedrag, slaapproblemen en broekplassen. Om de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] te waarborgen, is het noodzakelijk dat iemand de regie voert. De gezinsvoogd moet de benodigde hulpverlenging kunnen inzetten, inzicht krijgen in de opvoedsituaties bij beide ouders en hen zo nodig kunnen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. De GI 4.2. De GI is van mening dat een ondertoezichtstelling de situatie tussen de ouders niet zal verbeteren en ziet geen mogelijkheden voor gezamenlijk ouderschap. In de afgelopen periode heeft de GI opgemerkt dat een ondertoezichtstelling meer onrust binnen het gezin veroorzaakt. De GI ziet geen mogelijkheden om verdere stappen te zetten of positieve resultaten te behalen, gezien wat er in de afgelopen periode is geprobeerd. De houding van de vader biedt onvoldoende ruimte voor verandering. Daarnaast heeft de GI de verwachting dat de pedagogische onmacht van de moeder, veroorzaakt door de driftbuien en woedeaanvallen van [minderjarige] , met hulpverlening in een vrijwillig kader weggenomen kan worden. De vader 4.3. De vader staat achter het verzoek van de Raad, mits er een andere GI wordt benoemd. Omdat de huidige GI geen noodzaak ziet om de ondertoezichtstelling te verlengen, heeft de vader geen vertrouwen in een verlenging van de ondertoezichtstelling die wordt uitgevoerd door dezelfde GI. De vader is bang dat er in de komende periode niets zal veranderen en er geen stappen gezet zullen worden met betrekking tot uitbreiding van de omgang. Hij wil in de komende periode toewerken naar onbegeleide omgang met [minderjarige] en zou graag zien dat de ondertoezichtstelling voortaan wordt uitgevoerd door een GI die landelijk werkt, zoals Leger des Heils. Op deze manier is er een GI betrokken die dichter bij zijn woonomgeving is gevestigd en met een frisse blik naar de situatie kan kijken. De moeder 4.4. De moeder staat achter de verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij ervaart een goede samenwerking met de GI en ziet het niet zitten dat er een andere GI wordt benoemd. Volgens de moeder is continuïteit belangrijk en schieten de ouders er niets mee op als zij weer bij het begin beginnen. Het advies van de [instelling] is dat onbegeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] op dit moment niet verantwoord is. Tijdens de begeleide omgang kunnen overgangsmomenten worden gestructureerd, kan de vader worden ondersteund bij het reguleren van spanning en kunnen de signalen van [minderjarige] tijdig worden opgemerkt. De ondertoezichtstelling biedt de kaders die nodig zijn om de omgang zorgvuldig te blijven volgen en ondersteunen, vooral nu er geen communicatie tussen de ouders mogelijk is. Volgens de moeder kan er niet voorbij worden gegaan aan het advies van de [instelling] en moet dit door de GI verder worden opgepakt. Daarnaast is het volgens de moeder belangrijk dat er meer duidelijkheid komt over welke hulp [minderjarige] nodig heeft, eventueel door de inzet van psychodiagnostisch onderzoek. 5 De beoordeling 5.1. Aangezien de ondertoezichtstelling op het moment van de mondelinge behandeling nog van kracht was, behandelt de kinderrechter het verzoek van de Raad ambtshalve als een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan en verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Ondanks dat er geen zorgen zijn over de opvoedvaardigheden van de moeder, is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige] in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De ouders zijn verwikkeld in een onderlinge strijd en zijn niet bereid om samen te werken. De communicatie tussen de ouders is erg slecht en er is veel wederzijds wantrouwen. De kinderrechter vindt het zorgelijk dat de ouders zodanig van elkaar verwijderd zijn dat zij niet meer in staat zijn om op normale wijze met elkaar te communiceren over [minderjarige] . In de afgelopen periode heeft de GI zonder succes geprobeerd de ouders te bewegen richting Parallel Solo Ouderschap. De kinderrechter acht het van groot belang dat de ouders hun best doen om, met behulp van dit traject, de onderlinge communicatie en het vertrouwen in elkaar te verbeteren. Het is namelijk schadelijk voor de ontwikkeling van [minderjarige] dat zij niet zonder spanningen kan opgroeien.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2428 text/xml public 2026-05-19T14:16:30 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-16 C/16/609673 / JL RK 26-237 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Almere Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2428 text/html public 2026-05-19T14:16:06 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2428 Rechtbank Midden-Nederland , 16-04-2026 / C/16/609673 / JL RK 26-237 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Almere Zaaknummer: C/16/609673 / JL RK 26-237 Datum uitspraak: 16 april 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, locatie Utrecht, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. K. Benchaïb, [vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. A.J. de Boer, SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND , gevestigd te Almere, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI). 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026; het briefrapport van de Raad van 7 april 2026; - het briefrapport van de GI van 10 april 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 april 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - de vader met zijn advocaat; - [A] namens de Raad; - [B] van de GI. 2 De feiten 2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij haar moeder. 2.3. De kinderrechter heeft bij beschikking van 17 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 17 april 2026. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlenen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten De Raad 4.1. De Raad heeft negatief getoetst op het voornemen van de GI om de ondertoezichtstelling te beëindigen. Op grond van artikel 1:260 lid 2 BW kan de Raad om een verlenging van de ondertoezichtstelling verzoeken als de GI niet overgaat tot het indienen van een verlengingsverzoek. De Raad heeft zijn verzoek tijdens zitting gehandhaafd, omdat hij zich zorgen maakt om de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] . Volgens de Raad is er sprake van onveiligheid voor [minderjarige] , die met name ligt in de houding van de vader ten opzichte van haar, de moeder en de hulpverlening. Momenteel hebben de vader en [minderjarige] wekelijks één uur begeleide omgang. De [instelling] geeft aan dat de omgang niet altijd goed verloopt. De vader past de gegeven adviezen niet toe, reflecteert niet op zijn eigen gedrag en wenst niet gecorrigeerd te worden. De [instelling] heeft aangegeven bezorgd te zijn over mogelijkheden van hulpverlening binnen een vrijwillig kader. Ook de Raad twijfelt of dit haalbaar is. De moeder staat open voor ondersteuning en begeleiding, maar is daarnaast ook afhankelijk van het functioneren en de houding van de vader. Bovendien lukt het de ouders niet om samen te werken en op een constructieve wijze met elkaar te kunnen communiceren. Daarnaast maakt de Raad zich zorgen om de ontwikkeling van [minderjarige] . Het gaat niet goed op school en zij lijkt veel spanning te ervaren. [minderjarige] is snel overprikkeld, wat zich uit in onrustig gedrag, slaapproblemen en broekplassen. Om de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] te waarborgen, is het noodzakelijk dat iemand de regie voert. De gezinsvoogd moet de benodigde hulpverlenging kunnen inzetten, inzicht krijgen in de opvoedsituaties bij beide ouders en hen zo nodig kunnen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. De GI 4.2. De GI is van mening dat een ondertoezichtstelling de situatie tussen de ouders niet zal verbeteren en ziet geen mogelijkheden voor gezamenlijk ouderschap. In de afgelopen periode heeft de GI opgemerkt dat een ondertoezichtstelling meer onrust binnen het gezin veroorzaakt. De GI ziet geen mogelijkheden om verdere stappen te zetten of positieve resultaten te behalen, gezien wat er in de afgelopen periode is geprobeerd. De houding van de vader biedt onvoldoende ruimte voor verandering. Daarnaast heeft de GI de verwachting dat de pedagogische onmacht van de moeder, veroorzaakt door de driftbuien en woedeaanvallen van [minderjarige] , met hulpverlening in een vrijwillig kader weggenomen kan worden. De vader 4.3. De vader staat achter het verzoek van de Raad, mits er een andere GI wordt benoemd. Omdat de huidige GI geen noodzaak ziet om de ondertoezichtstelling te verlengen, heeft de vader geen vertrouwen in een verlenging van de ondertoezichtstelling die wordt uitgevoerd door dezelfde GI. De vader is bang dat er in de komende periode niets zal veranderen en er geen stappen gezet zullen worden met betrekking tot uitbreiding van de omgang. Hij wil in de komende periode toewerken naar onbegeleide omgang met [minderjarige] en zou graag zien dat de ondertoezichtstelling voortaan wordt uitgevoerd door een GI die landelijk werkt, zoals Leger des Heils. Op deze manier is er een GI betrokken die dichter bij zijn woonomgeving is gevestigd en met een frisse blik naar de situatie kan kijken. De moeder 4.4. De moeder staat achter de verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij ervaart een goede samenwerking met de GI en ziet het niet zitten dat er een andere GI wordt benoemd. Volgens de moeder is continuïteit belangrijk en schieten de ouders er niets mee op als zij weer bij het begin beginnen. Het advies van de [instelling] is dat onbegeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] op dit moment niet verantwoord is. Tijdens de begeleide omgang kunnen overgangsmomenten worden gestructureerd, kan de vader worden ondersteund bij het reguleren van spanning en kunnen de signalen van [minderjarige] tijdig worden opgemerkt. De ondertoezichtstelling biedt de kaders die nodig zijn om de omgang zorgvuldig te blijven volgen en ondersteunen, vooral nu er geen communicatie tussen de ouders mogelijk is. Volgens de moeder kan er niet voorbij worden gegaan aan het advies van de [instelling] en moet dit door de GI verder worden opgepakt. Daarnaast is het volgens de moeder belangrijk dat er meer duidelijkheid komt over welke hulp [minderjarige] nodig heeft, eventueel door de inzet van psychodiagnostisch onderzoek. 5 De beoordeling 5.1. Aangezien de ondertoezichtstelling op het moment van de mondelinge behandeling nog van kracht was, behandelt de kinderrechter het verzoek van de Raad ambtshalve als een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan en verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Ondanks dat er geen zorgen zijn over de opvoedvaardigheden van de moeder, is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige] in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De ouders zijn verwikkeld in een onderlinge strijd en zijn niet bereid om samen te werken. De communicatie tussen de ouders is erg slecht en er is veel wederzijds wantrouwen. De kinderrechter vindt het zorgelijk dat de ouders zodanig van elkaar verwijderd zijn dat zij niet meer in staat zijn om op normale wijze met elkaar te communiceren over [minderjarige] . In de afgelopen periode heeft de GI zonder succes geprobeerd de ouders te bewegen richting Parallel Solo Ouderschap. De kinderrechter acht het van groot belang dat de ouders hun best doen om, met behulp van dit traject, de onderlinge communicatie en het vertrouwen in elkaar te verbeteren. Het is namelijk schadelijk voor de ontwikkeling van [minderjarige] dat zij niet zonder spanningen kan opgroeien.