Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-13
ECLI:NL:RBMNE:2026:2339
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,071 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2339 text/xml public 2026-05-12T11:05:09 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-13 C/16/596714 / FO RK 25-874 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2339 text/html public 2026-05-12T11:04:28 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2339 Rechtbank Midden-Nederland , 13-04-2026 / C/16/596714 / FO RK 25-874 Geen wijziging hoogdverblijfplaats. Kinderen zitten compleet klem tussen hun ouders door jarenlange procedures. Rust en acceptatie van de verdeling van zorg door de ouders nu in hun belang. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Utrecht zaaknummer: C/16/596714 / FO RK 25-874 Zorgregeling en kinderalimentatie Beschikking van 13 april 2026 in de zaak van: [de vader] , wonende in [woonplaats 1] , hierna te noemen: de vader, advocaat mr. R.F. Vonk, tegen [de moeder] , wonende in [woonplaats 2] , hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. S. Köller. 1 De procedure 1.1 De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen: het verzoekschrift (met bijlagen) van de vader, binnengekomen op 15 juli 2025; het verweerschrift (met bijlagen) van de moeder van 10 september 2025; het bericht (met bijlage) van de moeder van 16 oktober 2025 (via F9-formulier); het verweerschrift (met bijlage) van de moeder van 22 oktober 2025. 1.2 De eerste mondelinge behandeling (zitting) heeft op 28 oktober 2025 plaatsgevonden. Van die zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen: het bericht (met bijlage) van de moeder van 6 februari 2026 (via F9-formulier); de brief (met bijlagen) van de vader van 24 februari 2026; het (aanvullende) verweerschrift van de moeder van 4 maart 2026. 1.3 De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 9 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: de ouders met hun advocaten. De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft wel een uitnodiging van de rechtbank gekregen maar is niet gekomen vanwege een personeelstekort. 1.4 Op de zitting heeft de advocaat van de vader een pleitnotitie overgelegd en voorgedragen. 1.5 De rechtbank heeft aan de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , de zoon en dochter van de ouders, gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. [minderjarige 1] heeft dat per brief laten weten. [minderjarige 2] heeft op 6 maart 2026 met de rechter gesproken. 2 Waar de procedure over gaat De feiten 2.1 De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest. 2.2 Zij hebben samen twee kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] . [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder. 2.3 De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over hen nemen. 2.4 De rechtbank heeft bij (herstel)beschikkingen van 16 maart 2023 en 26 mei 2023, voor zover relevant: beslist dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de BRP staan ingeschreven op het adres van de moeder; een zorgregeling en verdeling van de vakanties en feestdagen vastgesteld; bepaald dat de vader met ingang van de datum van de beschikking, bij vooruitbetaling, een bedrag van € 177,- per kind per maand moet betalen aan de moeder, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.5 Bij (herstel)beschikkingen van 10 april 2025 en 25 juni 2025 heeft de rechtbank, voor zover relevant: de moeder geen vervangende toestemming verleend om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen; de beschikking van het gerechtshof van 18 januari 2024 gewijzigd, in die zin dat de vader vanaf 16 maart 2023 € 150,- per kind per maand, vanaf 1 januari 2025 € 159,- per kind per maand, vanaf 27 november 2024 € 110,- per kind per maand en vanaf 1 januari 2025 € 117,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de moeder moet betalen; bepaald dat de volledige kinderbijslag vanaf 16 maart 2023 aan de moeder toekomt. 2.6 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, heeft op 27 januari 2026 de (herstel)beschikkingen van 10 april 2025 en 25 juni 2025 vernietigd ten aanzien van de beslissing over de vervangende toestemming voor de verhuizing van de moeder naar [plaats] . Het gerechtshof heeft de moeder vervangende toestemming verleend voor de verhuizing met de kinderen naar [plaats] . Het geschil 2.7 De vader verzoekt de rechtbank na wijziging, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. te bepalen dat [minderjarige 1] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft; II. te bepalen dat [minderjarige 1] op het adres van de vader ingeschreven staat; III. te bepalen dat vader gerechtigd is tot het aanvragen van kindgebonden budget en 100% ontvangst van kinderbijslag; IV. te bepalen dat als reguliere zorgregeling zal gelden dat [minderjarige 1] conform onderstaand schema bij de moeder verblijft: week 1: o dinsdag uit school tot woensdagochtend; o zaterdagochtend, een uur nadat [minderjarige 1] thuis is van zijn hockeywedstrijd tot aan zondagavond 19.00 uur, waarbij de moeder [minderjarige 1] ophaalt en bij de vader terugbrengt, althans de vader [minderjarige 1] op zaterdag bij de moeder brengt, en de moeder [minderjarige 1] zondag bij de vader brengt; week 2: dinsdag uit school tot woensdagochtend uit school, alsmede in het geval de door de vader verzochte reguliere zorgregeling door uw rechtbank wordt vastgesteld: - iedere Paasmaandag en iedere Pinkstermaandag; - iedere studiedag van de kinderen als deze valt op een maandag; - iedere Hemelvaartsdag; - waarbij voor ieder van de bovenstaande dagen geldt dat deze ingaat de avond ervoor om 19.00 uur, en op de dag zelf eindigt om 19.00 uur, waarbij de vader [minderjarige 1] naar de moeder brengt, en de moeder [minderjarige 1] de volgende dag weer bij de vader brengt. V. te bepalen dat de vader geen kinderalimentatie aan de moeder verschuldigd is, maar de moeder aan de vader een bedrag verschuldigd is van € 134,00 per maand voor [minderjarige 1] , bij vooruitbetaling te voldoen. 2.8 De moeder heeft verweer gevoerd. Zij vraagt de rechtbank de vader niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de verzoeken van de vader af te wijzen. 3 De beoordeling De beslissing 3.1 De rechtbank zal de verzoeken van de vader afwijzen. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot deze beslissing is gekomen. Toelichting 3.2 De rechtbank stelt voorop dat zij ziet dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] volledig klem zitten in de totaal verstoorde verhouding van de ouders. De procedures van de afgelopen jaren en wat er allemaal speelt hebben enorme impact op [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank vindt het belangrijk dat daar hulpverlening voor wordt ingezet. Een wijziging aanbrengen in de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling van [minderjarige 1] is volgens de rechtbank in ieder geval niet de oplossing. De vader heeft niet onderbouwd wat er bij de moeder thuis niet goed gaat en dat [minderjarige 1] daarover allerlei uitlatingen doet. De rechtbank heeft juist de indruk dat [minderjarige 1] het zowel bij de moeder als bij de vader thuis goed heeft, goed genoeg in ieder geval, maar dat hij zich nauwelijks staande kan houden in de situatie tussen zijn ouders. [minderjarige 2] heeft de spagaat waarin zowel zij als [minderjarige 1] zich bevinden tijdens het gesprek met de rechter helder verwoord. Dat is tekenend voor de situatie. Ze wil de verdeling van de zorg precies gelijk houden, omdat het dan eerlijk is en ze niet bang hoeft te zijn dan één van haar ouders denkt dat ze meer van de ander houdt. [minderjarige 2] maakt zich ook druk over wie ze op het hockeyveld een knuffel mag geven, en let goed op dat ze niet de één dan meer knuffelt dan de ander. Zij voelt daarmee haarfijn aan dat zij daarin niet de ruimte heeft om vrij te zijn en te doen waar zij behoefte aan heeft. 3.3 De rechtbank zal niet, zoals de vader graag wil, een Raadsonderzoek gelasten. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2339 text/xml public 2026-05-12T11:05:09 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-13 C/16/596714 / FO RK 25-874 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2339 text/html public 2026-05-12T11:04:28 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2339 Rechtbank Midden-Nederland , 13-04-2026 / C/16/596714 / FO RK 25-874 Geen wijziging hoogdverblijfplaats. Kinderen zitten compleet klem tussen hun ouders door jarenlange procedures. Rust en acceptatie van de verdeling van zorg door de ouders nu in hun belang. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Utrecht zaaknummer: C/16/596714 / FO RK 25-874 Zorgregeling en kinderalimentatie Beschikking van 13 april 2026 in de zaak van: [de vader] , wonende in [woonplaats 1] , hierna te noemen: de vader, advocaat mr. R.F. Vonk, tegen [de moeder] , wonende in [woonplaats 2] , hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. S. Köller. 1 De procedure 1.1 De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen: het verzoekschrift (met bijlagen) van de vader, binnengekomen op 15 juli 2025; het verweerschrift (met bijlagen) van de moeder van 10 september 2025; het bericht (met bijlage) van de moeder van 16 oktober 2025 (via F9-formulier); het verweerschrift (met bijlage) van de moeder van 22 oktober 2025. 1.2 De eerste mondelinge behandeling (zitting) heeft op 28 oktober 2025 plaatsgevonden. Van die zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen: het bericht (met bijlage) van de moeder van 6 februari 2026 (via F9-formulier); de brief (met bijlagen) van de vader van 24 februari 2026; het (aanvullende) verweerschrift van de moeder van 4 maart 2026. 1.3 De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 9 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: de ouders met hun advocaten. De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft wel een uitnodiging van de rechtbank gekregen maar is niet gekomen vanwege een personeelstekort. 1.4 Op de zitting heeft de advocaat van de vader een pleitnotitie overgelegd en voorgedragen. 1.5 De rechtbank heeft aan de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , de zoon en dochter van de ouders, gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. [minderjarige 1] heeft dat per brief laten weten. [minderjarige 2] heeft op 6 maart 2026 met de rechter gesproken. 2 Waar de procedure over gaat De feiten 2.1 De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest. 2.2 Zij hebben samen twee kinderen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] . [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder. 2.3 De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over hen nemen. 2.4 De rechtbank heeft bij (herstel)beschikkingen van 16 maart 2023 en 26 mei 2023, voor zover relevant: beslist dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de BRP staan ingeschreven op het adres van de moeder; een zorgregeling en verdeling van de vakanties en feestdagen vastgesteld; bepaald dat de vader met ingang van de datum van de beschikking, bij vooruitbetaling, een bedrag van € 177,- per kind per maand moet betalen aan de moeder, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.5 Bij (herstel)beschikkingen van 10 april 2025 en 25 juni 2025 heeft de rechtbank, voor zover relevant: de moeder geen vervangende toestemming verleend om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen; de beschikking van het gerechtshof van 18 januari 2024 gewijzigd, in die zin dat de vader vanaf 16 maart 2023 € 150,- per kind per maand, vanaf 1 januari 2025 € 159,- per kind per maand, vanaf 27 november 2024 € 110,- per kind per maand en vanaf 1 januari 2025 € 117,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de moeder moet betalen; bepaald dat de volledige kinderbijslag vanaf 16 maart 2023 aan de moeder toekomt. 2.6 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, heeft op 27 januari 2026 de (herstel)beschikkingen van 10 april 2025 en 25 juni 2025 vernietigd ten aanzien van de beslissing over de vervangende toestemming voor de verhuizing van de moeder naar [plaats] . Het gerechtshof heeft de moeder vervangende toestemming verleend voor de verhuizing met de kinderen naar [plaats] . Het geschil 2.7 De vader verzoekt de rechtbank na wijziging, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. te bepalen dat [minderjarige 1] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft; II. te bepalen dat [minderjarige 1] op het adres van de vader ingeschreven staat; III. te bepalen dat vader gerechtigd is tot het aanvragen van kindgebonden budget en 100% ontvangst van kinderbijslag; IV. te bepalen dat als reguliere zorgregeling zal gelden dat [minderjarige 1] conform onderstaand schema bij de moeder verblijft: week 1: o dinsdag uit school tot woensdagochtend; o zaterdagochtend, een uur nadat [minderjarige 1] thuis is van zijn hockeywedstrijd tot aan zondagavond 19.00 uur, waarbij de moeder [minderjarige 1] ophaalt en bij de vader terugbrengt, althans de vader [minderjarige 1] op zaterdag bij de moeder brengt, en de moeder [minderjarige 1] zondag bij de vader brengt; week 2: dinsdag uit school tot woensdagochtend uit school, alsmede in het geval de door de vader verzochte reguliere zorgregeling door uw rechtbank wordt vastgesteld: - iedere Paasmaandag en iedere Pinkstermaandag; - iedere studiedag van de kinderen als deze valt op een maandag; - iedere Hemelvaartsdag; - waarbij voor ieder van de bovenstaande dagen geldt dat deze ingaat de avond ervoor om 19.00 uur, en op de dag zelf eindigt om 19.00 uur, waarbij de vader [minderjarige 1] naar de moeder brengt, en de moeder [minderjarige 1] de volgende dag weer bij de vader brengt. V. te bepalen dat de vader geen kinderalimentatie aan de moeder verschuldigd is, maar de moeder aan de vader een bedrag verschuldigd is van € 134,00 per maand voor [minderjarige 1] , bij vooruitbetaling te voldoen. 2.8 De moeder heeft verweer gevoerd. Zij vraagt de rechtbank de vader niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de verzoeken van de vader af te wijzen. 3 De beoordeling De beslissing 3.1 De rechtbank zal de verzoeken van de vader afwijzen. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot deze beslissing is gekomen. Toelichting 3.2 De rechtbank stelt voorop dat zij ziet dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] volledig klem zitten in de totaal verstoorde verhouding van de ouders. De procedures van de afgelopen jaren en wat er allemaal speelt hebben enorme impact op [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank vindt het belangrijk dat daar hulpverlening voor wordt ingezet. Een wijziging aanbrengen in de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling van [minderjarige 1] is volgens de rechtbank in ieder geval niet de oplossing. De vader heeft niet onderbouwd wat er bij de moeder thuis niet goed gaat en dat [minderjarige 1] daarover allerlei uitlatingen doet. De rechtbank heeft juist de indruk dat [minderjarige 1] het zowel bij de moeder als bij de vader thuis goed heeft, goed genoeg in ieder geval, maar dat hij zich nauwelijks staande kan houden in de situatie tussen zijn ouders. [minderjarige 2] heeft de spagaat waarin zowel zij als [minderjarige 1] zich bevinden tijdens het gesprek met de rechter helder verwoord. Dat is tekenend voor de situatie. Ze wil de verdeling van de zorg precies gelijk houden, omdat het dan eerlijk is en ze niet bang hoeft te zijn dan één van haar ouders denkt dat ze meer van de ander houdt. [minderjarige 2] maakt zich ook druk over wie ze op het hockeyveld een knuffel mag geven, en let goed op dat ze niet de één dan meer knuffelt dan de ander. Zij voelt daarmee haarfijn aan dat zij daarin niet de ruimte heeft om vrij te zijn en te doen waar zij behoefte aan heeft. 3.3 De rechtbank zal niet, zoals de vader graag wil, een Raadsonderzoek gelasten. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen.