Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-29
ECLI:NL:RBMNE:2026:2303
Civiel recht
Kort geding
3,253 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2303 text/xml public 2026-05-13T11:14:23 2026-05-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-29 C/16/609908 / KG ZA 26-200 Uitspraak Kort geding NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2303 text/html public 2026-05-13T11:13:32 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2303 Rechtbank Midden-Nederland , 29-04-2026 / C/16/609908 / KG ZA 26-200 kort geding. krakers. bedrijfspand gebruikt voor opslag. ontruiming toegewezen. termijn 4 weken. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/609908 / KG ZA 26-200 Vonnis in kort geding van 29 april 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. W. Vos, tegen 1 [gedaagde sub 1] te [plaats] , gedaagde partij, 2. ZIJ DIE VEBLIJVEN IN [adres] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna samen te noemen: de krakers, advocaat: mr. M.F. van Hulst. 1 De procedure 1.1 De voorzieningenrechter beschikt over de volgende stukken: - de dagvaarding en 20 producties, - de 8 producties van de krakers, - de pleitnota van [eiser] - de pleitnota van de krakers. 1.2 De mondelinge behandeling heeft op 22 april 2026 plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en op vragen van de voorzieningenrechter en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. De voorzieningenrechter heeft meegedeeld dat uiterlijk op 6 mei 2026 uitspraak wordt gedaan. 2 De kern van de zaak 2.1 Het pand van [eiser] aan het [adres] in [plaats] is ergens tussen 23 en 25 maart 2026 gekraakt. De krakers hebben ervoor gezorgd dat [eiser] niet meer in het pand kan en dus ook niet bij de spullen die hij daar voor zichzelf en voor anderen heeft opgeslagen. 3 De beoordeling Toetsingskader 3.1 Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat een (rechts)persoon op een zaak kan hebben. Ingevolge artikel 5:1 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek staat het de eigenaar met uitsluiting van ieder ander vrij om van zijn eigendom gebruik te maken zoals hij dat wenst. De exclusiviteit van het eigendomsrecht is ook vastgelegd in internationale verdragen, zoals in artikel 1 lid 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens). 3.2 Vast staat dat de krakers zonder recht of titel in het bedrijfspand van [eiser] verblijven. Dat is een evidente inbreuk op zijn eigendomsrecht, zodat de vordering tot ontruiming in beginsel toegewezen moet worden. In kort gedingen waar de eigenaar van een onroerende zaak een ontruimingsvordering instelt tegen krakers, moet evenwel altijd een belangenafweging plaatsvinden tussen de belangen van de eigenaar en de belangen van de krakers, en die moet in het voordeel van de eigenaar uitvallen. En zoals bij iedere vordering in kort geding, moet de eigenaar een spoedeisend belang hebben bij de vordering tot ontruiming. De ontruimingsvordering wordt toegewezen 3.3 De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat het gekraakte pand niet leeg stond en door [eiser] voor meerdere doeleinden wordt gebruikt. Zo bewaart hij daar de administratie van zijn voormalige orthodontiepraktijk en persoonlijke eigendommen. Daarnaast worden er ook eigendommen van anderen opgeslagen. [eiser] heeft er belang bij dat de in het pand opgeslagen administratie en eigendommen in het pand kunnen blijven en dat die daar beschermd zijn tegen onder andere onrechtmatig gebruik daarvan door anderen. Omdat het pand actief door [eiser] en anderen wordt gebruikt, weegt het belang van [eiser] om een einde te maken op de inbreuk op zijn eigendomsrecht zwaarder dan het woonbelang van de krakers. Daarnaast heeft [eiser] een spoedeisend belang omdat hij en degenen die met zijn toestemming eigendommen in het pand hebben opgeslagen, toegang moeten kunnen hebben tot hun eigendommen. De vordering tot ontruiming wordt dan ook toegewezen. Ontruimingstermijn 3.4 Tijdens de schorsing van de mondelinge behandeling hebben partijen met elkaar afgesproken dat de krakers uiterlijk over 4 weken, dat wil zeggen op 20 mei 2026, het pand zullen verlaten. Met die afspraak zal bij de ontruimingstermijn rekening worden gehouden Geen dwangsom 3.5 De gevorderde dwangsom wordt afgewezen, omdat die overbodig is. Nu de ontruiming is toegewezen heeft [eiser] met dit vonnis een effectief middel in handen om te zorgen dat de krakers de onroerende zaak verlaten. Als de krakers niet vrijwillig tot ontruiming overgaan, kan [eiser] immers met hulp van een deurwaarder overgaan tot een gedwongen ontruiming. Een prikkel om tot ontruiming over te gaan heeft dan geen toegevoegde waarde. Machtiging om de ontruiming zelf uit te voeren wordt afgewezen 3.6 De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is. De vordering op grond van artikel 557a lid 3 Rv wordt toegewezen 3.7 [eiser] heeft er belang bij dat het vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen personen die zich wellicht op dit moment niet, maar op het moment van de ontruiming of nadien wel zonder recht of titel in het pand bevinden. De vordering op grond van artikel 557a lid 3 Rv wordt daarom toegewezen. Dat betekent dat de veroordeling tot ontruiming een jaar lang ten uitvoer kan worden gelegd. De proceskosten 3.8 Partijen hebben tijdens de zitting afgesproken dat zij ieder hun eigen proceskosten zullen betalen. De voorzieningenrechter zal daarom de proceskosten compenseren. 4 De beslissing De voorzieningenrechter 4.1 veroordeelt de krakers om uiterlijk op 20 mei 2026 het pand aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser] , 4.2 bepaalt dat de veroordeling onder 4.1 binnen de termijn van één jaar als bedoeld in artikel 557 lid 3 Rv ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in of op de onroerende zaak bevindt, telkens wanneer dat zich voordoet, 4.3 compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt, 4.4 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.5 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman als voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G. Delissen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2303 text/xml public 2026-05-13T11:14:23 2026-05-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-29 C/16/609908 / KG ZA 26-200 Uitspraak Kort geding NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2303 text/html public 2026-05-13T11:13:32 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2303 Rechtbank Midden-Nederland , 29-04-2026 / C/16/609908 / KG ZA 26-200 kort geding. krakers. bedrijfspand gebruikt voor opslag. ontruiming toegewezen. termijn 4 weken. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/609908 / KG ZA 26-200 Vonnis in kort geding van 29 april 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. W. Vos, tegen 1 [gedaagde sub 1] te [plaats] , gedaagde partij, 2. ZIJ DIE VEBLIJVEN IN [adres] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna samen te noemen: de krakers, advocaat: mr. M.F. van Hulst. 1 De procedure 1.1 De voorzieningenrechter beschikt over de volgende stukken: - de dagvaarding en 20 producties, - de 8 producties van de krakers, - de pleitnota van [eiser] - de pleitnota van de krakers. 1.2 De mondelinge behandeling heeft op 22 april 2026 plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en op vragen van de voorzieningenrechter en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. De voorzieningenrechter heeft meegedeeld dat uiterlijk op 6 mei 2026 uitspraak wordt gedaan. 2 De kern van de zaak 2.1 Het pand van [eiser] aan het [adres] in [plaats] is ergens tussen 23 en 25 maart 2026 gekraakt. De krakers hebben ervoor gezorgd dat [eiser] niet meer in het pand kan en dus ook niet bij de spullen die hij daar voor zichzelf en voor anderen heeft opgeslagen. 3 De beoordeling Toetsingskader 3.1 Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht dat een (rechts)persoon op een zaak kan hebben. Ingevolge artikel 5:1 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek staat het de eigenaar met uitsluiting van ieder ander vrij om van zijn eigendom gebruik te maken zoals hij dat wenst. De exclusiviteit van het eigendomsrecht is ook vastgelegd in internationale verdragen, zoals in artikel 1 lid 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens). 3.2 Vast staat dat de krakers zonder recht of titel in het bedrijfspand van [eiser] verblijven. Dat is een evidente inbreuk op zijn eigendomsrecht, zodat de vordering tot ontruiming in beginsel toegewezen moet worden. In kort gedingen waar de eigenaar van een onroerende zaak een ontruimingsvordering instelt tegen krakers, moet evenwel altijd een belangenafweging plaatsvinden tussen de belangen van de eigenaar en de belangen van de krakers, en die moet in het voordeel van de eigenaar uitvallen. En zoals bij iedere vordering in kort geding, moet de eigenaar een spoedeisend belang hebben bij de vordering tot ontruiming. De ontruimingsvordering wordt toegewezen 3.3 De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat het gekraakte pand niet leeg stond en door [eiser] voor meerdere doeleinden wordt gebruikt. Zo bewaart hij daar de administratie van zijn voormalige orthodontiepraktijk en persoonlijke eigendommen. Daarnaast worden er ook eigendommen van anderen opgeslagen. [eiser] heeft er belang bij dat de in het pand opgeslagen administratie en eigendommen in het pand kunnen blijven en dat die daar beschermd zijn tegen onder andere onrechtmatig gebruik daarvan door anderen. Omdat het pand actief door [eiser] en anderen wordt gebruikt, weegt het belang van [eiser] om een einde te maken op de inbreuk op zijn eigendomsrecht zwaarder dan het woonbelang van de krakers. Daarnaast heeft [eiser] een spoedeisend belang omdat hij en degenen die met zijn toestemming eigendommen in het pand hebben opgeslagen, toegang moeten kunnen hebben tot hun eigendommen. De vordering tot ontruiming wordt dan ook toegewezen. Ontruimingstermijn 3.4 Tijdens de schorsing van de mondelinge behandeling hebben partijen met elkaar afgesproken dat de krakers uiterlijk over 4 weken, dat wil zeggen op 20 mei 2026, het pand zullen verlaten. Met die afspraak zal bij de ontruimingstermijn rekening worden gehouden Geen dwangsom 3.5 De gevorderde dwangsom wordt afgewezen, omdat die overbodig is. Nu de ontruiming is toegewezen heeft [eiser] met dit vonnis een effectief middel in handen om te zorgen dat de krakers de onroerende zaak verlaten. Als de krakers niet vrijwillig tot ontruiming overgaan, kan [eiser] immers met hulp van een deurwaarder overgaan tot een gedwongen ontruiming. Een prikkel om tot ontruiming over te gaan heeft dan geen toegevoegde waarde. Machtiging om de ontruiming zelf uit te voeren wordt afgewezen 3.6 De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is. De vordering op grond van artikel 557a lid 3 Rv wordt toegewezen 3.7 [eiser] heeft er belang bij dat het vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen personen die zich wellicht op dit moment niet, maar op het moment van de ontruiming of nadien wel zonder recht of titel in het pand bevinden. De vordering op grond van artikel 557a lid 3 Rv wordt daarom toegewezen. Dat betekent dat de veroordeling tot ontruiming een jaar lang ten uitvoer kan worden gelegd. De proceskosten 3.8 Partijen hebben tijdens de zitting afgesproken dat zij ieder hun eigen proceskosten zullen betalen. De voorzieningenrechter zal daarom de proceskosten compenseren. 4 De beslissing De voorzieningenrechter 4.1 veroordeelt de krakers om uiterlijk op 20 mei 2026 het pand aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser] , 4.2 bepaalt dat de veroordeling onder 4.1 binnen de termijn van één jaar als bedoeld in artikel 557 lid 3 Rv ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in of op de onroerende zaak bevindt, telkens wanneer dat zich voordoet, 4.3 compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt, 4.4 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.5 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman als voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G. Delissen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.