Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-23
ECLI:NL:RBMNE:2026:2259
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,004 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2259 text/xml public 2026-05-19T12:10:47 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-23 UTR 23/5414 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Lelystad Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2259 text/html public 2026-05-19T12:10:13 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2259 Rechtbank Midden-Nederland , 23-04-2026 / UTR 23/5414 Proces-verbaal uitspraak. Parkeerbelasting. Ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Lelystad Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/5414 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 23 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en de heffingsambtenaar van de gemeente Lelystad, de heffingsambtenaar (gemachtigde: D.K. Dinkla). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 oktober 2023. 1.1. De heffingsambtenaar heeft op 3 oktober 2023 aan eiseres een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 1.2. De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 23 oktober 2023 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. 1.3. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld. Eiseres is niet verschenen. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft hieraan deelgenomen. 1.5. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en in overleg met partijen onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank in dit proces-verbaal. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Feiten 2. De naheffingsaanslag is aan eiseres opgelegd omdat haar auto met kenteken [kenteken] op 25 september 2023 om 13:37 uur aan de Snijdershof in Lelystad stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. In de parkeerverordening is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. Uitnodiging zitting 3. De uitnodiging voor de zitting aan eiseres is retour gekomen. Bij raadplegen van de Basisregistratie Personen (BRP) blijkt dat eiseres niet langer is ingeschreven en ook geen adres in het buitenland bekend is. De griffier van de rechtbank heeft per e-mailbericht van 15 januari 2026 de uitnodiging voor de zitting aan eiseres toegestuurd. Eiseres heeft hier niet op gereageerd. Het geschil 4. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting heeft opgelegd. Dat doet de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. In deze zaak betekent dit dat de rechtbank moet beoordelen of het voor eiseres voldoende kenbaar was dat zij ter hoogte van de Snijdershof in Lelystad parkeerbelasting verschuldigd was. De rechtbank vindt dat dit het geval is. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht tot naheffing is overgegaan. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De beoordeling van het geschil 5. Eiseres stelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat op deze rijstrook alleen een bord met “laadzone” staat. Er is verder geen aanduiding dat er niet gestopt mag worden, er is ook geen aanduiding om te betalen en er staat ook geen betaalautomaat. Er wordt volgens eiseres daarom niet aan het kenbaarheidsvereiste voldaan. Eiseres verwijst hierbij naar de Europese wet van de StVO. Als er geen aanwijzing is, dan is er ook geen fout, waardoor er geen regel is overtreden. Er werd verder nooit gevraagd of de betaling voldoende was, er is geen parkeer-app en er is geen betaling met munten mogelijk. 5.1. De heffingsambtenaar heeft hierover in het verweerschrift toegelicht dat uit de bijgevoegde foto (productie 7) blijkt dat vanuit beide zijden naar de Snijdershof bebording is geplaatst waaruit blijkt dat er sprake is van een betaald parkeren zone. Wellicht heeft eiseres deze borden verward met een laadzone. De borden zijn voldoende duidelijk en voldoen aan de daaraan gestelde eisen. Op de foto (productie 7) is tevens waarneembaar dat er weldegelijk een betaalautomaat is geplaatst, rechts van het centrale cirkeltje. 5.2. De rechtbank kan het standpunt van de heffingsambtenaar volgen. De rechtbank overweegt dat voorop staat dat de heffingsambtenaar de taak heeft om duidelijk kenbaar te maken waar, wanneer en op welke wijze parkeerbelasting moet worden voldaan. Dit kan blijken uit bebording of parkeerapparatuur in de directe omgeving van de parkeerplaats. Aan de andere kant heeft de parkeerder een onderzoeksplicht om zich op de hoogte te stellen van het parkeerregime dat ter plaatse geldt. 5.3. De rechtbank acht de verschuldigdheid van parkeerbelasting ter plaatse voldoende kenbaar. Gelet op de door de heffingsambtenaar overgelegde foto’s, is de rechtbank van oordeel dat het voldoende kenbaar is dat parkeerbelasting is verschuldigd op de Snijdershof. Op de foto’s is immers duidelijk zichtbaar dat bij binnenkomst van de betaaldparkeerzone bebording is geplaatst. Bovendien staat er een parkeerautomaat in de directe omgeving van de Snijdershof. Er kan redelijkerwijs geen misverstand bestaan over de verschuldigdheid van parkeerbelasting en eiseres had dan ook moeten weten dat de Snijdershof in een betaald parkeerzone was gelegen. De rechtbank volgt daarmee eiseres niet dat er enkel een bord met ‘laadzone’ stond bij het parkeervak waar haar auto stond geparkeerd. Bovendien staat het bord met laadzone aan de overzijde van het parkeervak waarop de auto van eiseres stond geparkeerd. Voor zover eiseres verwijst naar de Straßenverkehrs-Ordnung overweegt de rechtbank dat deze wetgeving niet van toepassing is in Nederland. 5.4. Voor zover eiseres stelt dat er geen parkeerapp was en zij niet met munten kon betalen overweegt de rechtbank als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank behoort het tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder om ervoor te zorgen dat de verschuldigde parkeerbelasting tijdig, bij de aanvang van het parkeren, wordt voldaan. Zoals een parkeerder in de tijd dat er bij parkeerautomaten alleen met contant geld kon worden betaald ervoor moest zorgen dat hij pasgeld bij zich had (vlg. HR 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU6887), zo had eiseres ervoor moeten zorgen dat zij een pasje bij zich en geld op haar rekening had om de verschuldigde parkeerbelasting te kunnen voldoen. Het niet kunnen voldoen van de verschuldigde parkeerbelasting is voor haar eigen risico. De naheffingsaanslag is dan ook terecht opgelegd. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. 7. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026 door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Burggraaf, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2259 text/xml public 2026-05-19T12:10:47 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-23 UTR 23/5414 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Lelystad Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2259 text/html public 2026-05-19T12:10:13 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2259 Rechtbank Midden-Nederland , 23-04-2026 / UTR 23/5414 Proces-verbaal uitspraak. Parkeerbelasting. Ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Lelystad Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/5414 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 23 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en de heffingsambtenaar van de gemeente Lelystad, de heffingsambtenaar (gemachtigde: D.K. Dinkla). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 oktober 2023. 1.1. De heffingsambtenaar heeft op 3 oktober 2023 aan eiseres een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 1.2. De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 23 oktober 2023 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. 1.3. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld. Eiseres is niet verschenen. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft hieraan deelgenomen. 1.5. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en in overleg met partijen onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank in dit proces-verbaal. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Feiten 2. De naheffingsaanslag is aan eiseres opgelegd omdat haar auto met kenteken [kenteken] op 25 september 2023 om 13:37 uur aan de Snijdershof in Lelystad stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. In de parkeerverordening is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. Uitnodiging zitting 3. De uitnodiging voor de zitting aan eiseres is retour gekomen. Bij raadplegen van de Basisregistratie Personen (BRP) blijkt dat eiseres niet langer is ingeschreven en ook geen adres in het buitenland bekend is. De griffier van de rechtbank heeft per e-mailbericht van 15 januari 2026 de uitnodiging voor de zitting aan eiseres toegestuurd. Eiseres heeft hier niet op gereageerd. Het geschil 4. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar terecht een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting heeft opgelegd. Dat doet de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. In deze zaak betekent dit dat de rechtbank moet beoordelen of het voor eiseres voldoende kenbaar was dat zij ter hoogte van de Snijdershof in Lelystad parkeerbelasting verschuldigd was. De rechtbank vindt dat dit het geval is. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht tot naheffing is overgegaan. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De beoordeling van het geschil 5. Eiseres stelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd, omdat op deze rijstrook alleen een bord met “laadzone” staat. Er is verder geen aanduiding dat er niet gestopt mag worden, er is ook geen aanduiding om te betalen en er staat ook geen betaalautomaat. Er wordt volgens eiseres daarom niet aan het kenbaarheidsvereiste voldaan. Eiseres verwijst hierbij naar de Europese wet van de StVO. Als er geen aanwijzing is, dan is er ook geen fout, waardoor er geen regel is overtreden. Er werd verder nooit gevraagd of de betaling voldoende was, er is geen parkeer-app en er is geen betaling met munten mogelijk. 5.1. De heffingsambtenaar heeft hierover in het verweerschrift toegelicht dat uit de bijgevoegde foto (productie 7) blijkt dat vanuit beide zijden naar de Snijdershof bebording is geplaatst waaruit blijkt dat er sprake is van een betaald parkeren zone. Wellicht heeft eiseres deze borden verward met een laadzone. De borden zijn voldoende duidelijk en voldoen aan de daaraan gestelde eisen. Op de foto (productie 7) is tevens waarneembaar dat er weldegelijk een betaalautomaat is geplaatst, rechts van het centrale cirkeltje. 5.2. De rechtbank kan het standpunt van de heffingsambtenaar volgen. De rechtbank overweegt dat voorop staat dat de heffingsambtenaar de taak heeft om duidelijk kenbaar te maken waar, wanneer en op welke wijze parkeerbelasting moet worden voldaan. Dit kan blijken uit bebording of parkeerapparatuur in de directe omgeving van de parkeerplaats. Aan de andere kant heeft de parkeerder een onderzoeksplicht om zich op de hoogte te stellen van het parkeerregime dat ter plaatse geldt. 5.3. De rechtbank acht de verschuldigdheid van parkeerbelasting ter plaatse voldoende kenbaar. Gelet op de door de heffingsambtenaar overgelegde foto’s, is de rechtbank van oordeel dat het voldoende kenbaar is dat parkeerbelasting is verschuldigd op de Snijdershof. Op de foto’s is immers duidelijk zichtbaar dat bij binnenkomst van de betaaldparkeerzone bebording is geplaatst. Bovendien staat er een parkeerautomaat in de directe omgeving van de Snijdershof. Er kan redelijkerwijs geen misverstand bestaan over de verschuldigdheid van parkeerbelasting en eiseres had dan ook moeten weten dat de Snijdershof in een betaald parkeerzone was gelegen. De rechtbank volgt daarmee eiseres niet dat er enkel een bord met ‘laadzone’ stond bij het parkeervak waar haar auto stond geparkeerd. Bovendien staat het bord met laadzone aan de overzijde van het parkeervak waarop de auto van eiseres stond geparkeerd. Voor zover eiseres verwijst naar de Straßenverkehrs-Ordnung overweegt de rechtbank dat deze wetgeving niet van toepassing is in Nederland. 5.4. Voor zover eiseres stelt dat er geen parkeerapp was en zij niet met munten kon betalen overweegt de rechtbank als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank behoort het tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder om ervoor te zorgen dat de verschuldigde parkeerbelasting tijdig, bij de aanvang van het parkeren, wordt voldaan. Zoals een parkeerder in de tijd dat er bij parkeerautomaten alleen met contant geld kon worden betaald ervoor moest zorgen dat hij pasgeld bij zich had (vlg. HR 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU6887), zo had eiseres ervoor moeten zorgen dat zij een pasje bij zich en geld op haar rekening had om de verschuldigde parkeerbelasting te kunnen voldoen. Het niet kunnen voldoen van de verschuldigde parkeerbelasting is voor haar eigen risico. De naheffingsaanslag is dan ook terecht opgelegd. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. 7. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026 door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Burggraaf, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.