Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-01-16
ECLI:NL:RBMNE:2026:2249
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,653 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2249 text/xml public 2026-05-08T10:15:51 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-16 C/16/604598 / JE RK 25-1943 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2249 text/html public 2026-05-08T10:14:27 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2249 Rechtbank Midden-Nederland , 16-01-2026 / C/16/604598 / JE RK 25-1943 Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/604598 / JE RK 25-1943 Datum uitspraak: 16 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND , gevestigd te Utrecht, hierna de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna de moeder, wonende in [plaats 1] advocaat mr. M. Tijseling uit Utrecht, [de vader] , hierna de vader, wonende in [plaats 2] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 december 2025; een brief met bijlagen van mr. Tijseling, ontvangen op 9 januari 2026; een bijlage van mr. Tijseling, ontvangen op 12 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder met haar advocaat; - [A.] en [B.] namens de GI. Tijdens de zitting zijn door mr. Tijseling en de GI spreekaantekeningen overlegd. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 1.4. Aan het eind van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van de beslissing. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij zijn moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 januari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 21 januari 2026. 3 Het verzoek De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De moeder is het eens met het verzoek van de GI. 4.2. De vader is het eens met het verzoek van de GI. 5 De beoordeling De beslissing 5.1. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar, dus tot 21 januari 2027. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hierna legt de kinderrechter uit waarom zij deze beslissing neemt. Verlenging van de ondertoezichtstelling 5.2. Op basis van de mondelinge behandeling en de overlegde stukken oordeelt de kinderrechter dat is voldaan aan de voorwaarden voor het verlengen van een ondertoezichtstelling (artikel 1:260 (BW)). [minderjarige] wordt nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. [minderjarige] laat in toenemende mate extreem gedrag zien, waarbij hij vergaande uitspraken kan doen. Er zit veel spanning op de relatie tussen [minderjarige] en zijn vader. [minderjarige] maakt zich door dit alles ook veel zorgen over zijn kleinere broertje en zusje. Met de GI vindt de kinderrechter dat de gestelde doelen van de ondertoezichtstelling dan ook nog niet zijn behaald. 5.3. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Kort geleden is Solo Parallelouderschap gestart met het afnemen van de Masic bij beide ouders. Ouders communiceren nu op een zakelijke manier twee wekelijks over de kinderen. Dat geeft rust. De moeder heeft het afgelopen jaar persoonlijke behandeling van Moviera gekregen. Ook is ter terechtzitting gebleken dat zowel de moeder als de vader een verschillende visie hebben over de invulling van de hulpverleningstrajecten. Er is dus nog steeds intensieve begeleiding en een behandeling tussen de moeder en de vader nodig. Sinds kort is Konfia dan ook een onderzoek gestart naar het opvoedklimaat bij zowel de moeder als de vader. Het is van belang dat het komende jaar een jeugdbeschermer de regie over de hulpverlening blijft voeren. 5.4. De kinderrechter merkt nog het volgende op. Ter zitting heeft de GI aangegeven dat de GI onaangenaam verrast was door de stellingen van de advocaat van de moeder dat ten onrechte een zeer sterke focus op het handelen van moeder wordt gelegd in de stukken van de GI. De GI is van mening dat moeder niet wil kijken naar haar eigen aandeel in de problemen. De kinderrechter wijst er op dat het door de moeder overlegde onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming te lezen is dat Moviera aangeeft dat moeder in de dynamiek tussen de vader en haar ervaart dat vader moeder probeert te controleren. Moviera was gebleken dat verschillende accounts van vader en moeder aan elkaar gekoppeld waren, wat de mogelijkheid geeft tot digitale stalking. Het enkele feit dat de door de hulpverlening geobserveerde interactie tussen vader en [minderjarige] een natuurlijke interactie wordt waargenomen maakt niet dat er psychisch geweld in de vorm van dwingende controle door de vader ten opzichte van de moeder en de kinderen is uitgesloten en dat de problematiek geheel door de bril van de ouderonthechtingstheorie kan worden gezien. Het is dan ook terecht dat door Konfia gestart wordt met het afnemen van de MASIC en naar de kinderrechter verwacht indien daar aanleiding toe is een geweldsanalyse wordt opgemaakt. Het is voor nu te vroeg om conclusies over het gedrag van beide ouders te trekken, maar er moet met alle mogelijkheden rekening worden gehouden. De kinderrechter hoopt dat de GI na het afronden van het onderzoek bij Konfia (zoals hierboven omschreven) en het afnemen van de Masic voldoende handvatten heeft om het komende jaar aan de slag te gaan met het behalen van de gestelde doelen van de ondertoezichtstelling zodat [minderjarige] gezond en veilig kan opgroeien. Uitvoerbaar bij voorraad 5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 21 januari 2027; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.C.M. Klaassen als griffier, en op schrift gesteld op 28 januari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2249 text/xml public 2026-05-08T10:15:51 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-16 C/16/604598 / JE RK 25-1943 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2249 text/html public 2026-05-08T10:14:27 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2249 Rechtbank Midden-Nederland , 16-01-2026 / C/16/604598 / JE RK 25-1943 Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/604598 / JE RK 25-1943 Datum uitspraak: 16 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND , gevestigd te Utrecht, hierna de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna de moeder, wonende in [plaats 1] advocaat mr. M. Tijseling uit Utrecht, [de vader] , hierna de vader, wonende in [plaats 2] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 december 2025; een brief met bijlagen van mr. Tijseling, ontvangen op 9 januari 2026; een bijlage van mr. Tijseling, ontvangen op 12 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder met haar advocaat; - [A.] en [B.] namens de GI. Tijdens de zitting zijn door mr. Tijseling en de GI spreekaantekeningen overlegd. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 1.4. Aan het eind van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van de beslissing. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij zijn moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 januari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 21 januari 2026. 3 Het verzoek De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De moeder is het eens met het verzoek van de GI. 4.2. De vader is het eens met het verzoek van de GI. 5 De beoordeling De beslissing 5.1. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar, dus tot 21 januari 2027. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hierna legt de kinderrechter uit waarom zij deze beslissing neemt. Verlenging van de ondertoezichtstelling 5.2. Op basis van de mondelinge behandeling en de overlegde stukken oordeelt de kinderrechter dat is voldaan aan de voorwaarden voor het verlengen van een ondertoezichtstelling (artikel 1:260 (BW)). [minderjarige] wordt nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. [minderjarige] laat in toenemende mate extreem gedrag zien, waarbij hij vergaande uitspraken kan doen. Er zit veel spanning op de relatie tussen [minderjarige] en zijn vader. [minderjarige] maakt zich door dit alles ook veel zorgen over zijn kleinere broertje en zusje. Met de GI vindt de kinderrechter dat de gestelde doelen van de ondertoezichtstelling dan ook nog niet zijn behaald. 5.3. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Kort geleden is Solo Parallelouderschap gestart met het afnemen van de Masic bij beide ouders. Ouders communiceren nu op een zakelijke manier twee wekelijks over de kinderen. Dat geeft rust. De moeder heeft het afgelopen jaar persoonlijke behandeling van Moviera gekregen. Ook is ter terechtzitting gebleken dat zowel de moeder als de vader een verschillende visie hebben over de invulling van de hulpverleningstrajecten. Er is dus nog steeds intensieve begeleiding en een behandeling tussen de moeder en de vader nodig. Sinds kort is Konfia dan ook een onderzoek gestart naar het opvoedklimaat bij zowel de moeder als de vader. Het is van belang dat het komende jaar een jeugdbeschermer de regie over de hulpverlening blijft voeren. 5.4. De kinderrechter merkt nog het volgende op. Ter zitting heeft de GI aangegeven dat de GI onaangenaam verrast was door de stellingen van de advocaat van de moeder dat ten onrechte een zeer sterke focus op het handelen van moeder wordt gelegd in de stukken van de GI. De GI is van mening dat moeder niet wil kijken naar haar eigen aandeel in de problemen. De kinderrechter wijst er op dat het door de moeder overlegde onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming te lezen is dat Moviera aangeeft dat moeder in de dynamiek tussen de vader en haar ervaart dat vader moeder probeert te controleren. Moviera was gebleken dat verschillende accounts van vader en moeder aan elkaar gekoppeld waren, wat de mogelijkheid geeft tot digitale stalking. Het enkele feit dat de door de hulpverlening geobserveerde interactie tussen vader en [minderjarige] een natuurlijke interactie wordt waargenomen maakt niet dat er psychisch geweld in de vorm van dwingende controle door de vader ten opzichte van de moeder en de kinderen is uitgesloten en dat de problematiek geheel door de bril van de ouderonthechtingstheorie kan worden gezien. Het is dan ook terecht dat door Konfia gestart wordt met het afnemen van de MASIC en naar de kinderrechter verwacht indien daar aanleiding toe is een geweldsanalyse wordt opgemaakt. Het is voor nu te vroeg om conclusies over het gedrag van beide ouders te trekken, maar er moet met alle mogelijkheden rekening worden gehouden. De kinderrechter hoopt dat de GI na het afronden van het onderzoek bij Konfia (zoals hierboven omschreven) en het afnemen van de Masic voldoende handvatten heeft om het komende jaar aan de slag te gaan met het behalen van de gestelde doelen van de ondertoezichtstelling zodat [minderjarige] gezond en veilig kan opgroeien. Uitvoerbaar bij voorraad 5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 21 januari 2027; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.C.M. Klaassen als griffier, en op schrift gesteld op 28 januari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.