Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-30
ECLI:NL:RBMNE:2026:2233
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,771 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2233 text/xml public 2026-05-08T08:10:21 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-30 11294647 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2233 text/html public 2026-05-08T08:09:55 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2233 Rechtbank Midden-Nederland , 30-04-2026 / 11294647 Wahv, geen proceskostenvergoeding voor aanwezigheid op de zitting. Op de zitting zijn 50 oude zaken van dezelfde gemachtigde behandeld en is door de kantonrechter vooraf regie gevoerd. In 34 zaken heeft de gemachtigde op de zitting verwezen naar de eerder ingenomen schriftelijke standpunten. De kantonrechter kent, ondanks de aanwezigheid van de gemachtigde, voor deze zaken geen vergoeding toe voor de proceshandeling ‘verschijnen zitting’. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht zittingsplaats Utrecht zaaknummer: 11294647 UM VERZ 24-3709 CJIB-nummer: 249670835 beslissing van de kantonrechter van 30 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 16 april 2026 inzake [betrokkene] uit [plaats] , hierna te noemen: de betrokkene, gemachtigde: mr. B. de Jong. Inleiding Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 350,00. De boete is opgelegd, kort gezegd, omdat de betrokkene op 24 mei 2022 in Nieuwegein als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthield. De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 16 april 2026. Een kantoorgenoot van de gemachtigde van de betrokkene was aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig. De beoordeling van het beroep 1. In het dossier zit de volgende verklaring van de verbalisant: “ Ik, verbalisant, zag dat betrokkene een mobiele elektronisch apparaat in zijn linkerhand vasthield tijdens het rijden ”. 2. De betrokkene betwist dat hij een telefoon vasthield tijdens het rijden. Het is niet duidelijk hoe de verbalisant heeft vastgesteld dat dit wel is gebeurd. De verbalisant heeft niets verklaard over een verlicht scherm, over de kleur van de telefoon of over de applicaties die hij zag op het beeldscherm. 3. De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Ook de rest van het dossier geeft geen reden om te twijfelen aan wat de verbalisant heeft waargenomen. De boete is terecht opgelegd. De duur van de procedure en de kostenvergoeding 4. De kantonrechter stelt vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. De consequentie hiervan is dat de boete wordt gematigd met 25 procent. 5. Omdat de boete wordt gematigd, moet de officier van justitie de proceskosten van de betrokkene vergoeden. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt de betrokkene € 934,- per proceshandeling. Vanwege de aard van de zaak hanteert de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (licht). De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en de zitting bijgewoond. De kantonrechter zal echter geen vergoeding toekennen voor het bijwonen van de zitting, gelet op het volgende. 6. Op de zitting van 16 april 2026 zijn 50 zaken behandeld waarin deze gemachtigde de betrokkenen bijstond. In al deze 50 zaken ging het om oude boetes die in 2022 of 2023 zijn opgelegd vanwege het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. In alle zaken was sprake van beroepsgronden met gestandaardiseerde teksten, over de betwisting van de gedraging, het niet staande houden van de bestuurder en/of de evenredigheid van het boetebedrag. 7. De kantonrechter heeft enkele dagen voor de zitting per e-mail aan de gemachtigde van de betrokkenen en aan de officier van justitie laten weten dat hij de zaken en de beroepschriften heeft bestudeerd, dat de standpunten duidelijk zijn en dat hij daarover geen vragen heeft. De kantonrechter heeft laten weten dat hij heeft vastgesteld dat in alle zaken de redelijke termijn van berechting is overschreden en dat hij daar in de uitspraken de nodige consequenties aan zal verbinden, zo nodig ambtshalve. De kantonrechter heeft de officier van justitie gevraagd om aan te geven in welke zaken hij voornemens is om op de zitting een standpunt in te nemen dat afwijkt van de beslissing op het administratief beroep. De kantonrechter heeft de gemachtigde van de betrokkenen gevraagd om aan te geven in welke zaken hij op de zitting een nadere toelichting wil geven. 8. De zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie heeft per e-mail laten weten dat hij in alle zaken het standpunt handhaaft dat de boetes terecht zijn opgelegd. De gemachtigde van de betrokkenen heeft per e-mail laten weten dat het belangrijk is dat alle 50 zaken op de zitting worden behandeld. 9. Op de zitting heeft de gemachtigde in 14 van de 50 zaken een nader standpunt ingenomen. In 2 van de 50 zaken is verzocht om aanhouding vanwege het ontbreken van de juiste machtiging. In de overige 34 zaken, waaronder ook deze zaak, is wat de inhoud van het beroep betreft verwezen naar de eerder ingenomen schriftelijke standpunten. Bij deze stand van zaken kent de kantonrechter, ondanks de aanwezigheid van de gemachtigde, voor deze zaak geen vergoeding toe voor de proceshandeling ‘verschijnen zitting’ in de zin van onderdeel A1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht. 10. De vergoeding bedraagt daarom 1 x 934 x 0,5 = € 467,-. De hoogte van de vergoeding wordt niet vermenigvuldigd met een extra factor, omdat deze zaak van voor 1 januari 2024 is en artikel 13a, tweede lid van de Wahv op grond van overgangsrecht niet van toepassing is. De officier van justitie mag de proceskosten uitsluitend uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van betrokkene. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie; stelt het bedrag van de administratieve sanctie op € 262,50; bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het te veel betaalde teruggeeft; veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 467,00. Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. de griffier, de kantonrechter, D. Staring mr. K. de Meulder Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht, locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum toezending proces-verbaal:
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2233 text/xml public 2026-05-08T08:10:21 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-30 11294647 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2233 text/html public 2026-05-08T08:09:55 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2233 Rechtbank Midden-Nederland , 30-04-2026 / 11294647 Wahv, geen proceskostenvergoeding voor aanwezigheid op de zitting. Op de zitting zijn 50 oude zaken van dezelfde gemachtigde behandeld en is door de kantonrechter vooraf regie gevoerd. In 34 zaken heeft de gemachtigde op de zitting verwezen naar de eerder ingenomen schriftelijke standpunten. De kantonrechter kent, ondanks de aanwezigheid van de gemachtigde, voor deze zaken geen vergoeding toe voor de proceshandeling ‘verschijnen zitting’. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht zittingsplaats Utrecht zaaknummer: 11294647 UM VERZ 24-3709 CJIB-nummer: 249670835 beslissing van de kantonrechter van 30 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 16 april 2026 inzake [betrokkene] uit [plaats] , hierna te noemen: de betrokkene, gemachtigde: mr. B. de Jong. Inleiding Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 350,00. De boete is opgelegd, kort gezegd, omdat de betrokkene op 24 mei 2022 in Nieuwegein als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthield. De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 16 april 2026. Een kantoorgenoot van de gemachtigde van de betrokkene was aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig. De beoordeling van het beroep 1. In het dossier zit de volgende verklaring van de verbalisant: “ Ik, verbalisant, zag dat betrokkene een mobiele elektronisch apparaat in zijn linkerhand vasthield tijdens het rijden ”. 2. De betrokkene betwist dat hij een telefoon vasthield tijdens het rijden. Het is niet duidelijk hoe de verbalisant heeft vastgesteld dat dit wel is gebeurd. De verbalisant heeft niets verklaard over een verlicht scherm, over de kleur van de telefoon of over de applicaties die hij zag op het beeldscherm. 3. De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Ook de rest van het dossier geeft geen reden om te twijfelen aan wat de verbalisant heeft waargenomen. De boete is terecht opgelegd. De duur van de procedure en de kostenvergoeding 4. De kantonrechter stelt vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. De consequentie hiervan is dat de boete wordt gematigd met 25 procent. 5. Omdat de boete wordt gematigd, moet de officier van justitie de proceskosten van de betrokkene vergoeden. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt de betrokkene € 934,- per proceshandeling. Vanwege de aard van de zaak hanteert de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (licht). De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en de zitting bijgewoond. De kantonrechter zal echter geen vergoeding toekennen voor het bijwonen van de zitting, gelet op het volgende. 6. Op de zitting van 16 april 2026 zijn 50 zaken behandeld waarin deze gemachtigde de betrokkenen bijstond. In al deze 50 zaken ging het om oude boetes die in 2022 of 2023 zijn opgelegd vanwege het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. In alle zaken was sprake van beroepsgronden met gestandaardiseerde teksten, over de betwisting van de gedraging, het niet staande houden van de bestuurder en/of de evenredigheid van het boetebedrag. 7. De kantonrechter heeft enkele dagen voor de zitting per e-mail aan de gemachtigde van de betrokkenen en aan de officier van justitie laten weten dat hij de zaken en de beroepschriften heeft bestudeerd, dat de standpunten duidelijk zijn en dat hij daarover geen vragen heeft. De kantonrechter heeft laten weten dat hij heeft vastgesteld dat in alle zaken de redelijke termijn van berechting is overschreden en dat hij daar in de uitspraken de nodige consequenties aan zal verbinden, zo nodig ambtshalve. De kantonrechter heeft de officier van justitie gevraagd om aan te geven in welke zaken hij voornemens is om op de zitting een standpunt in te nemen dat afwijkt van de beslissing op het administratief beroep. De kantonrechter heeft de gemachtigde van de betrokkenen gevraagd om aan te geven in welke zaken hij op de zitting een nadere toelichting wil geven. 8. De zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie heeft per e-mail laten weten dat hij in alle zaken het standpunt handhaaft dat de boetes terecht zijn opgelegd. De gemachtigde van de betrokkenen heeft per e-mail laten weten dat het belangrijk is dat alle 50 zaken op de zitting worden behandeld. 9. Op de zitting heeft de gemachtigde in 14 van de 50 zaken een nader standpunt ingenomen. In 2 van de 50 zaken is verzocht om aanhouding vanwege het ontbreken van de juiste machtiging. In de overige 34 zaken, waaronder ook deze zaak, is wat de inhoud van het beroep betreft verwezen naar de eerder ingenomen schriftelijke standpunten. Bij deze stand van zaken kent de kantonrechter, ondanks de aanwezigheid van de gemachtigde, voor deze zaak geen vergoeding toe voor de proceshandeling ‘verschijnen zitting’ in de zin van onderdeel A1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht. 10. De vergoeding bedraagt daarom 1 x 934 x 0,5 = € 467,-. De hoogte van de vergoeding wordt niet vermenigvuldigd met een extra factor, omdat deze zaak van voor 1 januari 2024 is en artikel 13a, tweede lid van de Wahv op grond van overgangsrecht niet van toepassing is. De officier van justitie mag de proceskosten uitsluitend uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van betrokkene. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie; stelt het bedrag van de administratieve sanctie op € 262,50; bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het te veel betaalde teruggeeft; veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 467,00. Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. de griffier, de kantonrechter, D. Staring mr. K. de Meulder Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht, locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum toezending proces-verbaal: