Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-22
ECLI:NL:RBMNE:2026:2145
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
12,210 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2145 text/xml public 2026-05-07T10:38:15 2026-05-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-22 11777794 \ ME VERZ 25-98 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Almere Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2145 text/html public 2026-05-07T10:37:37 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2145 Rechtbank Midden-Nederland , 22-04-2026 / 11777794 \ ME VERZ 25-98 Vervangende machtigingen voor verbouwingswerkzaamheden en bijbehorende notariële wijzigingen (5:121 en 5:140 BW) RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer / rekestnummer: 11777794 \ ME VERZ 25-98 Beschikking van 22 april 2026 in de zaak van NS VASTGOED B.V. , gevestigd te Utrecht, verzoekende partij, hierna te noemen: NSV, gemachtigde: mr. M.F. Mesu-Abbekerk en mr. D.C.M. Wijnen, tegen 1. VERENIGING VAN EIGENAARS [gerekwestreerde] TE [plaats] , kantoorhoudende te [kantoorplaats] , gerekwestreerde partij, gevolmachtigde tevens beheerder: [gevolmachtigde] B.V., hierna: de VvE, 2 de rechtspersoon opgericht naar het recht van Frankrijk [verweerder] , gevestigd te [vestigingsplaats] (Frankrijk), gemachtigde: mr. R.P.M. de Laat en mr. M.E. Wesselingh, verwerende partij, hierna: [verweerder] , en belanghebbenden: 1 GEMEENTE HILVERSUM, gevestigd te Hilversum, gemachtigde: M.J.W. Timmer, 2. [belanghebbende 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 3. [belanghebbende 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 4. [belanghebbende 3] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 5. de rechtspersoon naar het recht van de Bondsrepubliek Duitsland [belanghebbende 4] AG, gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland), hierna gezamenlijk als belanghebbenden en afzonderlijk als Gemeente Hilversum, [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en de bank aangeduid. 1 De kern van de zaak Gemeente Hilversum en [belanghebbende 2] willen een ondergrondse fietsenstalling realiseren onder [locatie] . Voor de verbouwingswerkzaamheden en bijbehorende notariële wijzigingen is toestemming nodig van de algemene ledenvergadering van de VvE: NSV is akkoord, maar [verweerder] niet. De kantonrechter is van oordeel dat door [verweerder] genoemde bezwaren geen redelijke grond voor die onthouding opleveren. De gevraagde vervangende machtigingen worden daarom verleend. 2 De procedure 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het (herziene) verzoekschrift met 38 producties van NSV; het verweerschrift met twee producties van [verweerder] ; het “verweerschrift” met zes producties van Gemeente Hilversum. 2.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 september 2025. Partijen (NSV en Gemeente Hilversum aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen) hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. 2.3 De zaak is in overleg met partijen aangehouden voor schikkingsonderhandelingen. Daarna hebben partijen nog meerdere keren om nadere aanhouding verzocht. Partijen zijn er niet uitgekomen. NSV heeft daarom om beschikking gevraagd. 2.4 De beschikking is bepaald op vandaag. 3 De achtergrond van het geschil 3.1 [belanghebbende 2] wil samen met Gemeente Hilversum een nieuwe, ondergrondse fietsenstalling realiseren op percelen grond aan het Stationsplein te Hilversum, (onder meer) om het tekort aan fietsparkeerplaatsen op te lossen. Om de nieuwe fietsenstalling aan te sluiten op het naastgelegen stationsgebouw aan het [adressen] te [plaats] (hierna: het stationsgebouw) moeten verbouwingswerkzaamheden worden verricht, tijdelijke maatregelen worden genomen en notariële aanpassingen worden gedaan. 3.2 De nieuwe fietsenstalling is onderdeel van een bredere gebiedsontwikkeling van het stationsgebied door Gemeente Hilversum, waarbij zij voornemens is om zeven gebouwen te realiseren. Eén van de doelen van het project als geheel is om de kwaliteit van het stationsgebied te verbeteren. Voor het deelproject met betrekking tot de nieuwe fietsenstalling (hierna ook: het Fietsproject) is tussen [belanghebbende 2] , NSV en [belanghebbende 3] en Gemeente Hilversum op 29 januari 2025 een samenwerkingsovereenkomst (hierna: SOK) gesloten. 3.3 Het stationsgebouw bevindt zich op kadastrale percelen, sectie [letter] , nummers [nummer] , [nummer] en [nummer] , die zijn belast met een recht van erfpacht. Bij notariële akte van 18 december 1990 (hierna: de splitsingsakte) is het recht van erfpacht gesplitst in twee appartementsrechten en is de VvE opgericht. De splitsingsakte is hierna nog tweemaal gewijzigd (bij notariële akten van 20 maart 2003 en van 22 januari 2019), waarna de nummering en de omschrijving van de twee appartementsrechten als volgt luiden: - het appartementsrecht van NSV, kadastraal bekend gemeente Hilversum, sectie [letter] , complexaanduiding [nummer] , appartementsindex 4 (hierna: A-4), omvattende: i. het recht op het uitsluitend gebruik van de stationshal op de begane grond met vide en verdere aanhorigheden alsmede fietskelder met fietswinkel op niveau -1 en -2 en de luifel van het stationsgebouw en ii. het 1/2e onverdeelde aandeel in de erfpacht, waartoe NSV gerechtigd is; - het appartementsrecht (sinds 21 december 2022) van [verweerder] , kadastraal bekend gemeente Hilversum, sectie [letter] , complexaanduiding [nummer] , appartementsindex 5 (hierna: A-5), omvattende: i. het recht op het uitsluitend gebruik van de kantoorruimten cum annexis op de begane grond, 1e, 2e, 3e en 4e verdieping van het stationsgebouw met een liftschaft op niveau -1 en niveau -2; ii. het 1/2e onverdeelde aandeel in de erfpacht, waartoe [verweerder] gerechtigd is. 3.4 Verder zijn op 22 januari 2019 ten laste van het perceel [nummer] eeuwigdurende opstalrechten gevestigd voor de eigendom van: een gedeelte van de langzaamverkeerstunnel, die deels onder het stationsgebouw loopt; een lift, een trap en een roltrap, die zich gedeeltelijk in de stationshal van het stationsgebouw bevinden; (hierna: de opstalrechten langzaamverkeerstunnel, lift en trappen). De opstalrechten zijn door NSV gevestigd ten behoeve van [belanghebbende 2] , die deze, onder voorbehoud van economische gerechtigdheid, heeft verkocht en geleverd aan [belanghebbende 1] . Deze opstalrechten maken dus geen onderdeel (meer) uit van de erfpacht en zijn niet betrokken in de splitsing. 3.5 NSV en [verweerder] zijn (als appartementsrechteigenaren van A-4 en A-5) van rechtswege lid van de VvE, die uit twee leden bestaat met ieder één stem. 3.6 Op de algemene ledenvergadering van de VvE (hierna: ALV) van 4 juni 2025 is aan NSV en [verweerder] gevraagd om toestemming te verlenen voor verbouwingswerkzaamheden, tijdelijke maatregelen en bijbehorende notariële aanpassingen ten behoeve van de nieuwe fietsenstalling. [verweerder] heeft geen toestemming gegeven. De verzoeken 3.7 NSV verzoekt daarom (kort gezegd) om vervangende machtiging: voor de verbouwingswerkzaamheden en tijdelijke maatregelen en ter vervanging van de toestemming en medewerking van [verweerder] aan het opstellen en verlijden van één notariële akte waarin de splitsing, de erfpacht en het opstalrecht wordt gewijzigd (zoals genoemd onder II, 1 tot en met 5, van het petitum van het verzoekschrift). Daarnaast verzoekt NSV om vernietiging van het besluit van de ALV van 4 juni 2025 tot het niet-verlenen van de hiervoor bedoelde toestemming. 3.8 [verweerder] voert hiertegen verweer. 3.9 Gemeente Hilversum staat achter de verzoeken van NSV. 4 De beoordeling Vervangende machtiging voor verbouwingswerkzaamheden en tijdelijke maatregelen 4.1 NSV verzoekt om verlening van een vervangende machtiging voor de volgende verbouwingswerkzaamheden en tijdelijke maatregelen: a. Het doorbreken van de wand van de bestaande fietsenwinkel (en dus niet de wand van de kelder onder het stationsgebouw), inclusief het realiseren van een aansluiting en compenserende constructieve maatregelen; b. Het realiseren van een doorgang van de nieuwe fietsenstalling naar de bestaande perrontunnel, teneinde een rechtstreekse verbinding voor reizigers naar de stationshal en de perrons te realiseren; c.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2145 text/xml public 2026-05-07T10:38:15 2026-05-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-22 11777794 \ ME VERZ 25-98 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Almere Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2145 text/html public 2026-05-07T10:37:37 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2145 Rechtbank Midden-Nederland , 22-04-2026 / 11777794 \ ME VERZ 25-98 Vervangende machtigingen voor verbouwingswerkzaamheden en bijbehorende notariële wijzigingen (5:121 en 5:140 BW) RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer / rekestnummer: 11777794 \ ME VERZ 25-98 Beschikking van 22 april 2026 in de zaak van NS VASTGOED B.V. , gevestigd te Utrecht, verzoekende partij, hierna te noemen: NSV, gemachtigde: mr. M.F. Mesu-Abbekerk en mr. D.C.M. Wijnen, tegen 1. VERENIGING VAN EIGENAARS [gerekwestreerde] TE [plaats] , kantoorhoudende te [kantoorplaats] , gerekwestreerde partij, gevolmachtigde tevens beheerder: [gevolmachtigde] B.V., hierna: de VvE, 2 de rechtspersoon opgericht naar het recht van Frankrijk [verweerder] , gevestigd te [vestigingsplaats] (Frankrijk), gemachtigde: mr. R.P.M. de Laat en mr. M.E. Wesselingh, verwerende partij, hierna: [verweerder] , en belanghebbenden: 1 GEMEENTE HILVERSUM, gevestigd te Hilversum, gemachtigde: M.J.W. Timmer, 2. [belanghebbende 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 3. [belanghebbende 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 4. [belanghebbende 3] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 5. de rechtspersoon naar het recht van de Bondsrepubliek Duitsland [belanghebbende 4] AG, gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland), hierna gezamenlijk als belanghebbenden en afzonderlijk als Gemeente Hilversum, [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en de bank aangeduid. 1 De kern van de zaak Gemeente Hilversum en [belanghebbende 2] willen een ondergrondse fietsenstalling realiseren onder [locatie] . Voor de verbouwingswerkzaamheden en bijbehorende notariële wijzigingen is toestemming nodig van de algemene ledenvergadering van de VvE: NSV is akkoord, maar [verweerder] niet. De kantonrechter is van oordeel dat door [verweerder] genoemde bezwaren geen redelijke grond voor die onthouding opleveren. De gevraagde vervangende machtigingen worden daarom verleend. 2 De procedure 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het (herziene) verzoekschrift met 38 producties van NSV; het verweerschrift met twee producties van [verweerder] ; het “verweerschrift” met zes producties van Gemeente Hilversum. 2.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 september 2025. Partijen (NSV en Gemeente Hilversum aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen) hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken. 2.3 De zaak is in overleg met partijen aangehouden voor schikkingsonderhandelingen. Daarna hebben partijen nog meerdere keren om nadere aanhouding verzocht. Partijen zijn er niet uitgekomen. NSV heeft daarom om beschikking gevraagd. 2.4 De beschikking is bepaald op vandaag. 3 De achtergrond van het geschil 3.1 [belanghebbende 2] wil samen met Gemeente Hilversum een nieuwe, ondergrondse fietsenstalling realiseren op percelen grond aan het Stationsplein te Hilversum, (onder meer) om het tekort aan fietsparkeerplaatsen op te lossen. Om de nieuwe fietsenstalling aan te sluiten op het naastgelegen stationsgebouw aan het [adressen] te [plaats] (hierna: het stationsgebouw) moeten verbouwingswerkzaamheden worden verricht, tijdelijke maatregelen worden genomen en notariële aanpassingen worden gedaan. 3.2 De nieuwe fietsenstalling is onderdeel van een bredere gebiedsontwikkeling van het stationsgebied door Gemeente Hilversum, waarbij zij voornemens is om zeven gebouwen te realiseren. Eén van de doelen van het project als geheel is om de kwaliteit van het stationsgebied te verbeteren. Voor het deelproject met betrekking tot de nieuwe fietsenstalling (hierna ook: het Fietsproject) is tussen [belanghebbende 2] , NSV en [belanghebbende 3] en Gemeente Hilversum op 29 januari 2025 een samenwerkingsovereenkomst (hierna: SOK) gesloten. 3.3 Het stationsgebouw bevindt zich op kadastrale percelen, sectie [letter] , nummers [nummer] , [nummer] en [nummer] , die zijn belast met een recht van erfpacht. Bij notariële akte van 18 december 1990 (hierna: de splitsingsakte) is het recht van erfpacht gesplitst in twee appartementsrechten en is de VvE opgericht. De splitsingsakte is hierna nog tweemaal gewijzigd (bij notariële akten van 20 maart 2003 en van 22 januari 2019), waarna de nummering en de omschrijving van de twee appartementsrechten als volgt luiden: - het appartementsrecht van NSV, kadastraal bekend gemeente Hilversum, sectie [letter] , complexaanduiding [nummer] , appartementsindex 4 (hierna: A-4), omvattende: i. het recht op het uitsluitend gebruik van de stationshal op de begane grond met vide en verdere aanhorigheden alsmede fietskelder met fietswinkel op niveau -1 en -2 en de luifel van het stationsgebouw en ii. het 1/2e onverdeelde aandeel in de erfpacht, waartoe NSV gerechtigd is; - het appartementsrecht (sinds 21 december 2022) van [verweerder] , kadastraal bekend gemeente Hilversum, sectie [letter] , complexaanduiding [nummer] , appartementsindex 5 (hierna: A-5), omvattende: i. het recht op het uitsluitend gebruik van de kantoorruimten cum annexis op de begane grond, 1e, 2e, 3e en 4e verdieping van het stationsgebouw met een liftschaft op niveau -1 en niveau -2; ii. het 1/2e onverdeelde aandeel in de erfpacht, waartoe [verweerder] gerechtigd is. 3.4 Verder zijn op 22 januari 2019 ten laste van het perceel [nummer] eeuwigdurende opstalrechten gevestigd voor de eigendom van: een gedeelte van de langzaamverkeerstunnel, die deels onder het stationsgebouw loopt; een lift, een trap en een roltrap, die zich gedeeltelijk in de stationshal van het stationsgebouw bevinden; (hierna: de opstalrechten langzaamverkeerstunnel, lift en trappen). De opstalrechten zijn door NSV gevestigd ten behoeve van [belanghebbende 2] , die deze, onder voorbehoud van economische gerechtigdheid, heeft verkocht en geleverd aan [belanghebbende 1] . Deze opstalrechten maken dus geen onderdeel (meer) uit van de erfpacht en zijn niet betrokken in de splitsing. 3.5 NSV en [verweerder] zijn (als appartementsrechteigenaren van A-4 en A-5) van rechtswege lid van de VvE, die uit twee leden bestaat met ieder één stem. 3.6 Op de algemene ledenvergadering van de VvE (hierna: ALV) van 4 juni 2025 is aan NSV en [verweerder] gevraagd om toestemming te verlenen voor verbouwingswerkzaamheden, tijdelijke maatregelen en bijbehorende notariële aanpassingen ten behoeve van de nieuwe fietsenstalling. [verweerder] heeft geen toestemming gegeven. De verzoeken 3.7 NSV verzoekt daarom (kort gezegd) om vervangende machtiging: voor de verbouwingswerkzaamheden en tijdelijke maatregelen en ter vervanging van de toestemming en medewerking van [verweerder] aan het opstellen en verlijden van één notariële akte waarin de splitsing, de erfpacht en het opstalrecht wordt gewijzigd (zoals genoemd onder II, 1 tot en met 5, van het petitum van het verzoekschrift). Daarnaast verzoekt NSV om vernietiging van het besluit van de ALV van 4 juni 2025 tot het niet-verlenen van de hiervoor bedoelde toestemming. 3.8 [verweerder] voert hiertegen verweer. 3.9 Gemeente Hilversum staat achter de verzoeken van NSV. 4 De beoordeling Vervangende machtiging voor verbouwingswerkzaamheden en tijdelijke maatregelen 4.1 NSV verzoekt om verlening van een vervangende machtiging voor de volgende verbouwingswerkzaamheden en tijdelijke maatregelen: a. Het doorbreken van de wand van de bestaande fietsenwinkel (en dus niet de wand van de kelder onder het stationsgebouw), inclusief het realiseren van een aansluiting en compenserende constructieve maatregelen; b. Het realiseren van een doorgang van de nieuwe fietsenstalling naar de bestaande perrontunnel, teneinde een rechtstreekse verbinding voor reizigers naar de stationshal en de perrons te realiseren; c.
Volledig
Het verplaatsen van de huidige lift. In dat kader zal een sparing in de vloer van de stationshal ten behoeve van een nieuwe lift worden gemaakt en de vide ter plaatse van de bestaande lift worden dichtgelegd en deze lift dus worden verwijderd; d. Het verplaatsen van één set automatische deuren in de glazen achtergevel van het stationsgebouw. Hierbij worden geen constructieve delen geraakt; e. Het (tijdelijk) verwijderen van de luifel ten noorden van de huidige stationsentree om zo de nodige verlegging van kabels en leidingen uit te kunnen voeren. Deze kabels en leidingen worden verlegd van gemeentegrond naar grond die betrokken is in de splitsing van appartementsrechten (perceel [nummer] ). Daarna wordt een grondkerende wand aangebracht die voorlangs het stationsgebouw loopt ten behoeve van de aan te leggen nieuwe fietsenkelder. Na afloop van die werkzaamheden wordt de luifel weer teruggebracht. 4.2 De machtiging kan worden verleend als de medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd of degene die haar moet geven zich niet verklaart (artikel 5:121 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). De kantonrechter is van oordeel dat hiervan sprake is. Hiertoe wordt het volgende overwogen. Niet noodzakelijk om plannen te koppelen 4.3 Het grootste bezwaar van [verweerder] is dat zij vindt dat haar plannen moeten worden meegenomen in de ontwikkeling. Het gaat dan in ieder geval om het verplaatsen van de entree naar haar kantoren en de uitbreiding door haar kantoren met één verdieping op te hogen (ook wel optoppen genoemd). 4.4 De kantonrechter is van oordeel dat de door [verweerder] gewenste koppeling van haar plannen met het Fietsproject moet worden losgelaten. [verweerder] heeft onvoldoende aangetoond waarom het noodzakelijk is om deze verschillende plannen te koppelen. Het Fietsproject bevindt zich in een veel verder stadium. NSV heeft onweersproken gesteld dat er geen bouwtechnische of juridische verwevenheid is. De verschillende verbouwingsplannen kunnen dus los van elkaar, op eigen tempo, worden ontwikkeld. Daar komt bij dat de plannen van [verweerder] nog onvoldoende concreet zijn uitgewerkt, zodat die ook niet kunnen worden beoordeeld, laat staan worden meegenomen in de aanstaande verbouwing. De koppeling zou dus ook onnodige vertraging opleveren. Voldoende informatie 4.5 Verder voert [verweerder] (kort gezegd) aan dat zij onvoldoende informatie heeft gekregen om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Ook dit kan niet worden gevolgd. 4.6 Uit de overgelegde stukken blijkt immers dat de afgelopen jaren voortdurend allerlei informatie is verzonden naar [verweerder] en ook dat prestentaties, vergaderingen en gesprekken zijn geweest over de plannen voor de gebiedsontwikkeling. De door [verweerder] gevraagde informatie staat al grotendeels in de beschikbare stukken. Bovendien is meermaals aan [verweerder] gevraagd of zij voldoende informatie heeft ontvangen en of zij nog informatie mist of vragen heeft. Zo is per e-mail van 2 mei 2025 ter voorbereiding op de ALV opnieuw informatie gedeeld, inclusief een overzicht met de beoogde (notariële) aanpassingen en daarbij onder meer uitdrukkelijk aangegeven: “(…) We have asked you – both by e-mail and by phone – to specify which information [verweerder] requires to come to a well-informed decision. You have not addressed this topic in your e-mail of 30 April. NS reiterates [verweerder] to specify before May 9 which information is lacking in her opinion. (…) If we do not hear from you, we will assume that [verweerder] is indeed well informed.” NSV heeft onweersproken gesteld dat hierop niet is gereageerd en ook geen contact is opgenomen voorafgaand aan de ALV van 4 juni 2024. Dat volgens [verweerder] onvoldoende informatie is verstrekt of dat het voorstel op de ALV in de ogen van [verweerder] onvoldoende was uitgewerkt, kan dus (wat hier verder ook van zij) niet aan NSV worden tegengeworpen. Voldoende waarborgen 4.7 Verder maakt [verweerder] zich zorgen of er voldoende waarborgen zijn. NSV heeft echter gemotiveerd toegelicht dat als door de uitvoering van de werkzaamheden schade ontstaat aan eigendommen van [verweerder] , deze schade voor rekening en risico van [belanghebbende 2] wordt hersteld of vergoed. Dit is ook meermaals schriftelijk bevestigd. Daarnaast heeft Gemeente Hilversum als opdrachtgever een overkoepelende CAR-verzekering gesloten die alle werkzaamheden in het stationsgebied dekt, waaronder ook schade die tijdens de bouw wordt veroorzaakt aan eigendommen van [verweerder] . NSV heeft verder toegelicht dat de wijzigingen geen toevoegingen betreffen en dus geen nieuwe extra voorzieningen worden waarvoor [verweerder] of NSV medeverantwoordelijk worden. [verweerder] krijgt er dus niet meer beheer- of onderhoudsverplichtingen bij, maar eerder minder. 4.8 Ook de bezwaren en zorgen van [verweerder] met betrekking tot de zichtbaarheid en bereikbaarheid van haar kantoren leveren geen redelijk grond op. Wat [verweerder] vindt van de gebiedsontwikkeling heeft zij al kunnen aanvoeren in haar beroep en bezwaar in de bestemmingsplanprocedure. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van [verweerder] echter ongegrond verklaard bij de (inmiddels onherroepelijke) beslissing van 6 maart 2024. 4.9 Verder heeft [verweerder] bezwaar ingesteld tegen de op 27 mei 2025 verleende omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is dus nog niet onherroepelijk en de notaris zal daarom volgens [verweerder] weigeren om de aktewijziging te passeren. NSV heeft echter onweersproken gesteld dat het bezwaar geen schorsende werking heeft (artikel 6:16 Awb). De verleende omgevingsvergunning is dus geldig en bruikbaar. Gelet op de ministerieplicht van de notaris die volgt uit artikel 21 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) kan ook niet op voorhand ervan worden uitgegaan dat de notaris zal weigeren om de aktewijziging te passeren. Tussenconclusie 4.10 [verweerder] heeft onvoldoende aangetoond dat sprake is van een redelijke grond om haar medewerking of toestemming te weigeren. De bezwaren van [verweerder] zijn hiervoor grotendeels weerlegd en (daardoor) niet zodanig dat sprake is van een redelijke grond. Een afweging van de betrokken belangen maakt dit niet anders. Hierbij geldt ook dat [verweerder] niet principieel tegen het voorgestelde besluit is en dat de herontwikkeling van het stationsgebied in het belang is van alle partijen en het algemeen belang dient. Ook de overige door [verweerder] genoemde bezwaren zijn niet zodanig dat die een redelijke grond opleveren. Zo is inderdaad nog geen overlastprotocol en communicatieplan vastgesteld, maar de gevraagde toelichting hierop is al gegeven in de hiervoor genoemde stukken. Het is ook nog te vroeg in het proces om hierover al volledig uitgewerkte afspraken te hebben. NSV heeft in dit verband al aangegeven dat er een fulltime omgevingsmanager wordt aangesteld die als primair aanspreekpunt voor [verweerder] tijdens de bouw bereikbaar blijft. Partijen zullen nog in overleg moeten treden om verdere afspraken te maken. Het zoveel mogelijk voorkomen van overlast is in het belang van alle partijen, reizigers en anderen die gebruik maken van het stationsgebouw. 4.11 De verzochte machtiging voor de genoemde verbouwingswerkzaamheden en tijdelijke maatregelen zal worden verleend. Vervangende machtiging voor de wijziging van de splitsingsakte 4.12 Daarnaast verzoekt NSV om een vervangende machtiging ter vervanging en medewerking van [verweerder] voor het opstellen en verlijden van één notariële akte, waarin de splitsing, de erfpacht, het opstalrecht kelder en de opstalrechten langzaamverkeerstunnel, lift en trappen worden gewijzigd zoals genoemd in 1 tot en met 5 van het petitum van het verzoekschrift (en onder de beslissing). 4.13 Niet in geschil is dat voor de betreffende werkzaamheden een wijziging van de splitsingsakte nodig is, omdat het gaat om gemeenschappelijk eigendom en gevolgen heeft voor de goederenrechtelijke situatie. De splitsingsakte kan worden gewijzigd met medewerking van alle appartementseigenaren (artikel 5:139 lid 1 BW).
Volledig
Het verplaatsen van de huidige lift. In dat kader zal een sparing in de vloer van de stationshal ten behoeve van een nieuwe lift worden gemaakt en de vide ter plaatse van de bestaande lift worden dichtgelegd en deze lift dus worden verwijderd; d. Het verplaatsen van één set automatische deuren in de glazen achtergevel van het stationsgebouw. Hierbij worden geen constructieve delen geraakt; e. Het (tijdelijk) verwijderen van de luifel ten noorden van de huidige stationsentree om zo de nodige verlegging van kabels en leidingen uit te kunnen voeren. Deze kabels en leidingen worden verlegd van gemeentegrond naar grond die betrokken is in de splitsing van appartementsrechten (perceel [nummer] ). Daarna wordt een grondkerende wand aangebracht die voorlangs het stationsgebouw loopt ten behoeve van de aan te leggen nieuwe fietsenkelder. Na afloop van die werkzaamheden wordt de luifel weer teruggebracht. 4.2 De machtiging kan worden verleend als de medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd of degene die haar moet geven zich niet verklaart (artikel 5:121 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). De kantonrechter is van oordeel dat hiervan sprake is. Hiertoe wordt het volgende overwogen. Niet noodzakelijk om plannen te koppelen 4.3 Het grootste bezwaar van [verweerder] is dat zij vindt dat haar plannen moeten worden meegenomen in de ontwikkeling. Het gaat dan in ieder geval om het verplaatsen van de entree naar haar kantoren en de uitbreiding door haar kantoren met één verdieping op te hogen (ook wel optoppen genoemd). 4.4 De kantonrechter is van oordeel dat de door [verweerder] gewenste koppeling van haar plannen met het Fietsproject moet worden losgelaten. [verweerder] heeft onvoldoende aangetoond waarom het noodzakelijk is om deze verschillende plannen te koppelen. Het Fietsproject bevindt zich in een veel verder stadium. NSV heeft onweersproken gesteld dat er geen bouwtechnische of juridische verwevenheid is. De verschillende verbouwingsplannen kunnen dus los van elkaar, op eigen tempo, worden ontwikkeld. Daar komt bij dat de plannen van [verweerder] nog onvoldoende concreet zijn uitgewerkt, zodat die ook niet kunnen worden beoordeeld, laat staan worden meegenomen in de aanstaande verbouwing. De koppeling zou dus ook onnodige vertraging opleveren. Voldoende informatie 4.5 Verder voert [verweerder] (kort gezegd) aan dat zij onvoldoende informatie heeft gekregen om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Ook dit kan niet worden gevolgd. 4.6 Uit de overgelegde stukken blijkt immers dat de afgelopen jaren voortdurend allerlei informatie is verzonden naar [verweerder] en ook dat prestentaties, vergaderingen en gesprekken zijn geweest over de plannen voor de gebiedsontwikkeling. De door [verweerder] gevraagde informatie staat al grotendeels in de beschikbare stukken. Bovendien is meermaals aan [verweerder] gevraagd of zij voldoende informatie heeft ontvangen en of zij nog informatie mist of vragen heeft. Zo is per e-mail van 2 mei 2025 ter voorbereiding op de ALV opnieuw informatie gedeeld, inclusief een overzicht met de beoogde (notariële) aanpassingen en daarbij onder meer uitdrukkelijk aangegeven: “(…) We have asked you – both by e-mail and by phone – to specify which information [verweerder] requires to come to a well-informed decision. You have not addressed this topic in your e-mail of 30 April. NS reiterates [verweerder] to specify before May 9 which information is lacking in her opinion. (…) If we do not hear from you, we will assume that [verweerder] is indeed well informed.” NSV heeft onweersproken gesteld dat hierop niet is gereageerd en ook geen contact is opgenomen voorafgaand aan de ALV van 4 juni 2024. Dat volgens [verweerder] onvoldoende informatie is verstrekt of dat het voorstel op de ALV in de ogen van [verweerder] onvoldoende was uitgewerkt, kan dus (wat hier verder ook van zij) niet aan NSV worden tegengeworpen. Voldoende waarborgen 4.7 Verder maakt [verweerder] zich zorgen of er voldoende waarborgen zijn. NSV heeft echter gemotiveerd toegelicht dat als door de uitvoering van de werkzaamheden schade ontstaat aan eigendommen van [verweerder] , deze schade voor rekening en risico van [belanghebbende 2] wordt hersteld of vergoed. Dit is ook meermaals schriftelijk bevestigd. Daarnaast heeft Gemeente Hilversum als opdrachtgever een overkoepelende CAR-verzekering gesloten die alle werkzaamheden in het stationsgebied dekt, waaronder ook schade die tijdens de bouw wordt veroorzaakt aan eigendommen van [verweerder] . NSV heeft verder toegelicht dat de wijzigingen geen toevoegingen betreffen en dus geen nieuwe extra voorzieningen worden waarvoor [verweerder] of NSV medeverantwoordelijk worden. [verweerder] krijgt er dus niet meer beheer- of onderhoudsverplichtingen bij, maar eerder minder. 4.8 Ook de bezwaren en zorgen van [verweerder] met betrekking tot de zichtbaarheid en bereikbaarheid van haar kantoren leveren geen redelijk grond op. Wat [verweerder] vindt van de gebiedsontwikkeling heeft zij al kunnen aanvoeren in haar beroep en bezwaar in de bestemmingsplanprocedure. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van [verweerder] echter ongegrond verklaard bij de (inmiddels onherroepelijke) beslissing van 6 maart 2024. 4.9 Verder heeft [verweerder] bezwaar ingesteld tegen de op 27 mei 2025 verleende omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is dus nog niet onherroepelijk en de notaris zal daarom volgens [verweerder] weigeren om de aktewijziging te passeren. NSV heeft echter onweersproken gesteld dat het bezwaar geen schorsende werking heeft (artikel 6:16 Awb). De verleende omgevingsvergunning is dus geldig en bruikbaar. Gelet op de ministerieplicht van de notaris die volgt uit artikel 21 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) kan ook niet op voorhand ervan worden uitgegaan dat de notaris zal weigeren om de aktewijziging te passeren. Tussenconclusie 4.10 [verweerder] heeft onvoldoende aangetoond dat sprake is van een redelijke grond om haar medewerking of toestemming te weigeren. De bezwaren van [verweerder] zijn hiervoor grotendeels weerlegd en (daardoor) niet zodanig dat sprake is van een redelijke grond. Een afweging van de betrokken belangen maakt dit niet anders. Hierbij geldt ook dat [verweerder] niet principieel tegen het voorgestelde besluit is en dat de herontwikkeling van het stationsgebied in het belang is van alle partijen en het algemeen belang dient. Ook de overige door [verweerder] genoemde bezwaren zijn niet zodanig dat die een redelijke grond opleveren. Zo is inderdaad nog geen overlastprotocol en communicatieplan vastgesteld, maar de gevraagde toelichting hierop is al gegeven in de hiervoor genoemde stukken. Het is ook nog te vroeg in het proces om hierover al volledig uitgewerkte afspraken te hebben. NSV heeft in dit verband al aangegeven dat er een fulltime omgevingsmanager wordt aangesteld die als primair aanspreekpunt voor [verweerder] tijdens de bouw bereikbaar blijft. Partijen zullen nog in overleg moeten treden om verdere afspraken te maken. Het zoveel mogelijk voorkomen van overlast is in het belang van alle partijen, reizigers en anderen die gebruik maken van het stationsgebouw. 4.11 De verzochte machtiging voor de genoemde verbouwingswerkzaamheden en tijdelijke maatregelen zal worden verleend. Vervangende machtiging voor de wijziging van de splitsingsakte 4.12 Daarnaast verzoekt NSV om een vervangende machtiging ter vervanging en medewerking van [verweerder] voor het opstellen en verlijden van één notariële akte, waarin de splitsing, de erfpacht, het opstalrecht kelder en de opstalrechten langzaamverkeerstunnel, lift en trappen worden gewijzigd zoals genoemd in 1 tot en met 5 van het petitum van het verzoekschrift (en onder de beslissing). 4.13 Niet in geschil is dat voor de betreffende werkzaamheden een wijziging van de splitsingsakte nodig is, omdat het gaat om gemeenschappelijk eigendom en gevolgen heeft voor de goederenrechtelijke situatie. De splitsingsakte kan worden gewijzigd met medewerking van alle appartementseigenaren (artikel 5:139 lid 1 BW).
Volledig
Daarbij is ook toestemming nodig van eventuele (beperkt) gerechtigden en beslagleggers (lid 3). De toestemming of medewerking kan worden vervangen door de machtiging van de kantonrechter als de hiervoor genoemden (in deze zaak: de opgeroepen belanghebbenden) zich niet verklaren of zonder redelijke grond weigeren hun medewerking of toestemming te verlenen (artikel 5:140 lid 1 BW). Reikwijdte vervangende machtiging 4.14 De verzochte wijziging van de splitsingsakte heeft ook betrekking op het wijzigen van erfpacht- en opstalrechten. 4.15 Volgens [verweerder] kunnen dergelijke beschikkingshandelingen niet het voorwerp zijn van een vervangende machtiging ex artikel 5:140 lid 1 BW, omdat Boek 5, titel 9 BW uitsluitend ziet op het wijzigen van de splitsingsakte. 4.16 De kantonrechter gaat hier niet in mee. Uit het arrest van 24 februari 2023 van de Hoge Raad volgt dat een vervangende machtiging in de zin van artikel 5:140 lid 1 BW ook betrekking kan hebben op de toedeling van een gemeenschappelijk gedeelte aan één van de appartementseigenaars. Omdat het meerdere (toedeling van eigendom) onder de reikwijdte van een vervangende machtiging valt, geldt dat ook voor het mindere (de wijziging van een beperkt recht). De goederenrechtelijke situatie kan dus, ook als het gaat om een daad van beschikking waarvoor levering is vereist, via deze weg, worden gewijzigd. Dat dit volgens [verweerder] alleen geldt bij het toedelen van een exclusief gebruiksrecht ten koste van een gemeenschappelijk gedeelte, heeft zij onvoldoende onderbouwd en volgt ook niet uit voornoemd arrest. [verweerder] heeft verder onvoldoende gemotiveerd waarom dit verzoek niet mede betrekking kan hebben op wijzigingen in de splitsingsakte die consequenties hebben voor opstal- of erfpachtrechten. Lid 3 van artikel 5:140 BW bepaalt immers dat toestemming is vereist van alle (beperkt) gerechtigden, alsmede – indien een recht van erfpacht of opstal in de splitsing is betrokken – van de grondeigenaar. Bovendien zijn alle (beperkt) gerechtigden in deze procedure, overeenkomstig lid 4, als belanghebbenden opgeroepen om op dit verzoek te worden gehoord (en zij zijn grotendeels ook op de mondelinge behandeling verschenen ). De kantonrechter acht zich dan ook, gelet op het voorgaande, bevoegd om op dit verzoek te beslissen. Weigering zonder redelijke grond 4.17 [verweerder] stelt dat zij de medewerking heeft mogen weigeren, omdat de conceptaktes ontbreken en op de in artikel 2:42 lid 2 BW voorgeschreven wijze ter inzage moeten worden verstrekt. Hieraan is niet voldaan. 4.18 Dit standpunt van [verweerder] kan haar evenmin baten. Artikel 2:42 lid 2 BW is namelijk alleen van overeenkomstige toepassing als het spoor van lid 2 van artikel 5:139 BW wordt gevolgd. Het gaat in deze zaak echter om een toestemmingsverzoek via het spoor van lid 1 van artikel 5:139 BW en artikel 5:140 BW, waarin artikel 2:24 lid 2 niet wordt genoemd. De wet stelt voor het spoor via lid 1 dus niet het voornoemde inzagevereiste. Verder stelt [verweerder] dat ook uit artikel 43 lid 1 Wna volgt dat partijen bij de akte tijdig van tevoren de gelegenheid krijgen om van de inhoud van de akte kennis te nemen. Ook deze informatieverplichting staat niet aan toewijzing van het verzoek in de weg. NSV heeft aangegeven dat de notaris nog steeds aan deze verplichting kan voldoen door de conceptsplitsingsakte met de appartementseigenaren te delen en met hen te bespreken en dat, als de inhoud overeenstemt met hetgeen waarvoor een rechterlijk machtiging is verleend, [verweerder] dan haar medewerking aan het passeren van de akte niet kan onthouden en dat zij [verweerder] ook in het vervolgtraject als mede-appartementseigenaar zal betrekken. 4.19 Maar ook los van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het ontbreken van de conceptsplitsingsakte op zichzelf geen redelijke grond oplevert voor [verweerder] om de verzochte medewerking of toestemming te weigeren. Het doel van de betreffende notariële wijzigingen is immers om ervoor te zorgen dat de juridische structuur van het stationsgebouw na afronding van de verbouwingswerkzaamheden aansluit op de feitelijke situatie. [verweerder] heeft bovendien aangegeven dat zij zich niet principieel verzet tegen de door NSV voorgestelde wijzigingen. Omdat [verweerder] geen (voldoende) inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de voorgestelde wijzigingen, zal de machtiging worden verleend zoals is verzocht. 4.20 [verweerder] heeft wel aangegeven dat haar eigenaarsbelangen ook in acht moet worden genomen bij de realisatie van het project. In dat verband heeft Gemeente Hilversum expliciet benadrukt dat zij nog steeds onverminderd positief staat tegenover de wens van [verweerder] om haar gebouw te verbeteren en bereid is om hierover mee te denken. Het initiatief en de voldoende concreet uitgewerkte plannen moeten echter van [verweerder] komen, zoals ook volgt uit de tussen hen op 26 augustus 2024 gesloten Intentieovereenkomst. Hiervoor hoeft het Fietsproject echter niet stil te liggen. Geen vernietiging van het besluit 4.21 Tot slot moet het verzoek tot vernietiging van het besluit van de ALV van 4 juni 2025 worden afgewezen. Het gaat namelijk om een (negatief) besluit zonder rechtsgevolgen voor de rechtspersoon (hier: de VvE). Bij vernietiging van het besluit tot het niet verlenen van toestemming verandert er immers niets. Een beslissing die niet is gericht op rechtsgevolg is geen besluit in de zin van de artikelen 2:14, 2:15 en 5:130 BW en kan daarom niet worden vernietigd. De proceskosten moeten worden betaald door [verweerder] 4.22 [verweerder] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van NSV worden begroot op: griffierecht € 135,00 salaris gemachtigde € 576,00 (2 punten x € 288,00) nakosten € 144,00 + (plus eventuele betekeningskosten) totaal € 855,00 5 De beslissing De kantonrechter 5.1 verleent een vervangende machtiging voor de navolgende verbouwingswerkzaamheden en tijdelijke maatregelen: a. Het doorbreken van de wand van de bestaande fietsenwinkel (en dus niet de wand van de kelder onder het Stationsgebouw), inclusief het realiseren van een aansluiting en compenserende constructieve maatregelen; b. Het realiseren van een doorgang van de Nieuwe Fietsenstalling naar de bestaande perrontunnel, teneinde een rechtstreekse verbinding voor reizigers naar de stationshal en de perrons te realiseren; c. Het verplaatsen van de huidige lift. In dat kader zal een sparing in de vloer van de stationshal ten behoeve van een nieuwe lift worden gemaakt en de vide ter plaatse van de bestaande lift worden dichtgelegd en deze lift dus worden verwijderd; d. Het verplaatsen van één set automatische deuren in de glazen achtergevel van het Stationsgebouw. Hierbij worden geen constructieve delen geraakt; e. Het (tijdelijk) verwijderen van de luifel ten noorden van de huidige stationsentree om zo de nodige verlegging van kabels en leidingen uit te kunnen voeren. Deze kabels en leidingen worden verlegd van gemeentegrond naar grond die betrokken is in de splitsing van appartementsrechten (perceel [nummer] ). Daarna wordt een grondkerende wand aangebracht die voorlangs het Stationsgebouw loopt ten behoeve van de aan te leggen Nieuwe Fietsenkelder. Na afloop van die werkzaamheden wordt de luifel weer teruggebracht. 5.2 verleent een vervangende machtiging ter vervanging van de toestemming en medewerking van [verweerder] voor het opstellen en verlijden van één notariële akte (hierna: Akte) door notaris [A] of één van zijn vervangers verbonden aan het kantoor [naam] te Amsterdam, waarin de Splitsing, de Erfpacht, het Opstalrecht Kelder en de Opstalrechten Langzaamverkeerstunnel, Lift en Trappen als volgt worden gewijzigd: 1. NSV en [verweerder] , enerzijds, en [belanghebbende 1] , anderzijds, beëindigen gedeeltelijk de Opstalrechten Langzaamverkeerstunnel, Lift en Trappen voor zover dit betrekking heeft op de liften en trappen. Voor de Akte betekent dit het volgende: a. wijzigen Erfpacht zodat het gedeelte (waar het Opstalrecht betrekking op had) deel gaat uitmaken van de Erfpacht; b.
Volledig
Daarbij is ook toestemming nodig van eventuele (beperkt) gerechtigden en beslagleggers (lid 3). De toestemming of medewerking kan worden vervangen door de machtiging van de kantonrechter als de hiervoor genoemden (in deze zaak: de opgeroepen belanghebbenden) zich niet verklaren of zonder redelijke grond weigeren hun medewerking of toestemming te verlenen (artikel 5:140 lid 1 BW). Reikwijdte vervangende machtiging 4.14 De verzochte wijziging van de splitsingsakte heeft ook betrekking op het wijzigen van erfpacht- en opstalrechten. 4.15 Volgens [verweerder] kunnen dergelijke beschikkingshandelingen niet het voorwerp zijn van een vervangende machtiging ex artikel 5:140 lid 1 BW, omdat Boek 5, titel 9 BW uitsluitend ziet op het wijzigen van de splitsingsakte. 4.16 De kantonrechter gaat hier niet in mee. Uit het arrest van 24 februari 2023 van de Hoge Raad volgt dat een vervangende machtiging in de zin van artikel 5:140 lid 1 BW ook betrekking kan hebben op de toedeling van een gemeenschappelijk gedeelte aan één van de appartementseigenaars. Omdat het meerdere (toedeling van eigendom) onder de reikwijdte van een vervangende machtiging valt, geldt dat ook voor het mindere (de wijziging van een beperkt recht). De goederenrechtelijke situatie kan dus, ook als het gaat om een daad van beschikking waarvoor levering is vereist, via deze weg, worden gewijzigd. Dat dit volgens [verweerder] alleen geldt bij het toedelen van een exclusief gebruiksrecht ten koste van een gemeenschappelijk gedeelte, heeft zij onvoldoende onderbouwd en volgt ook niet uit voornoemd arrest. [verweerder] heeft verder onvoldoende gemotiveerd waarom dit verzoek niet mede betrekking kan hebben op wijzigingen in de splitsingsakte die consequenties hebben voor opstal- of erfpachtrechten. Lid 3 van artikel 5:140 BW bepaalt immers dat toestemming is vereist van alle (beperkt) gerechtigden, alsmede – indien een recht van erfpacht of opstal in de splitsing is betrokken – van de grondeigenaar. Bovendien zijn alle (beperkt) gerechtigden in deze procedure, overeenkomstig lid 4, als belanghebbenden opgeroepen om op dit verzoek te worden gehoord (en zij zijn grotendeels ook op de mondelinge behandeling verschenen ). De kantonrechter acht zich dan ook, gelet op het voorgaande, bevoegd om op dit verzoek te beslissen. Weigering zonder redelijke grond 4.17 [verweerder] stelt dat zij de medewerking heeft mogen weigeren, omdat de conceptaktes ontbreken en op de in artikel 2:42 lid 2 BW voorgeschreven wijze ter inzage moeten worden verstrekt. Hieraan is niet voldaan. 4.18 Dit standpunt van [verweerder] kan haar evenmin baten. Artikel 2:42 lid 2 BW is namelijk alleen van overeenkomstige toepassing als het spoor van lid 2 van artikel 5:139 BW wordt gevolgd. Het gaat in deze zaak echter om een toestemmingsverzoek via het spoor van lid 1 van artikel 5:139 BW en artikel 5:140 BW, waarin artikel 2:24 lid 2 niet wordt genoemd. De wet stelt voor het spoor via lid 1 dus niet het voornoemde inzagevereiste. Verder stelt [verweerder] dat ook uit artikel 43 lid 1 Wna volgt dat partijen bij de akte tijdig van tevoren de gelegenheid krijgen om van de inhoud van de akte kennis te nemen. Ook deze informatieverplichting staat niet aan toewijzing van het verzoek in de weg. NSV heeft aangegeven dat de notaris nog steeds aan deze verplichting kan voldoen door de conceptsplitsingsakte met de appartementseigenaren te delen en met hen te bespreken en dat, als de inhoud overeenstemt met hetgeen waarvoor een rechterlijk machtiging is verleend, [verweerder] dan haar medewerking aan het passeren van de akte niet kan onthouden en dat zij [verweerder] ook in het vervolgtraject als mede-appartementseigenaar zal betrekken. 4.19 Maar ook los van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het ontbreken van de conceptsplitsingsakte op zichzelf geen redelijke grond oplevert voor [verweerder] om de verzochte medewerking of toestemming te weigeren. Het doel van de betreffende notariële wijzigingen is immers om ervoor te zorgen dat de juridische structuur van het stationsgebouw na afronding van de verbouwingswerkzaamheden aansluit op de feitelijke situatie. [verweerder] heeft bovendien aangegeven dat zij zich niet principieel verzet tegen de door NSV voorgestelde wijzigingen. Omdat [verweerder] geen (voldoende) inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de voorgestelde wijzigingen, zal de machtiging worden verleend zoals is verzocht. 4.20 [verweerder] heeft wel aangegeven dat haar eigenaarsbelangen ook in acht moet worden genomen bij de realisatie van het project. In dat verband heeft Gemeente Hilversum expliciet benadrukt dat zij nog steeds onverminderd positief staat tegenover de wens van [verweerder] om haar gebouw te verbeteren en bereid is om hierover mee te denken. Het initiatief en de voldoende concreet uitgewerkte plannen moeten echter van [verweerder] komen, zoals ook volgt uit de tussen hen op 26 augustus 2024 gesloten Intentieovereenkomst. Hiervoor hoeft het Fietsproject echter niet stil te liggen. Geen vernietiging van het besluit 4.21 Tot slot moet het verzoek tot vernietiging van het besluit van de ALV van 4 juni 2025 worden afgewezen. Het gaat namelijk om een (negatief) besluit zonder rechtsgevolgen voor de rechtspersoon (hier: de VvE). Bij vernietiging van het besluit tot het niet verlenen van toestemming verandert er immers niets. Een beslissing die niet is gericht op rechtsgevolg is geen besluit in de zin van de artikelen 2:14, 2:15 en 5:130 BW en kan daarom niet worden vernietigd. De proceskosten moeten worden betaald door [verweerder] 4.22 [verweerder] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van NSV worden begroot op: griffierecht € 135,00 salaris gemachtigde € 576,00 (2 punten x € 288,00) nakosten € 144,00 + (plus eventuele betekeningskosten) totaal € 855,00 5 De beslissing De kantonrechter 5.1 verleent een vervangende machtiging voor de navolgende verbouwingswerkzaamheden en tijdelijke maatregelen: a. Het doorbreken van de wand van de bestaande fietsenwinkel (en dus niet de wand van de kelder onder het Stationsgebouw), inclusief het realiseren van een aansluiting en compenserende constructieve maatregelen; b. Het realiseren van een doorgang van de Nieuwe Fietsenstalling naar de bestaande perrontunnel, teneinde een rechtstreekse verbinding voor reizigers naar de stationshal en de perrons te realiseren; c. Het verplaatsen van de huidige lift. In dat kader zal een sparing in de vloer van de stationshal ten behoeve van een nieuwe lift worden gemaakt en de vide ter plaatse van de bestaande lift worden dichtgelegd en deze lift dus worden verwijderd; d. Het verplaatsen van één set automatische deuren in de glazen achtergevel van het Stationsgebouw. Hierbij worden geen constructieve delen geraakt; e. Het (tijdelijk) verwijderen van de luifel ten noorden van de huidige stationsentree om zo de nodige verlegging van kabels en leidingen uit te kunnen voeren. Deze kabels en leidingen worden verlegd van gemeentegrond naar grond die betrokken is in de splitsing van appartementsrechten (perceel [nummer] ). Daarna wordt een grondkerende wand aangebracht die voorlangs het Stationsgebouw loopt ten behoeve van de aan te leggen Nieuwe Fietsenkelder. Na afloop van die werkzaamheden wordt de luifel weer teruggebracht. 5.2 verleent een vervangende machtiging ter vervanging van de toestemming en medewerking van [verweerder] voor het opstellen en verlijden van één notariële akte (hierna: Akte) door notaris [A] of één van zijn vervangers verbonden aan het kantoor [naam] te Amsterdam, waarin de Splitsing, de Erfpacht, het Opstalrecht Kelder en de Opstalrechten Langzaamverkeerstunnel, Lift en Trappen als volgt worden gewijzigd: 1. NSV en [verweerder] , enerzijds, en [belanghebbende 1] , anderzijds, beëindigen gedeeltelijk de Opstalrechten Langzaamverkeerstunnel, Lift en Trappen voor zover dit betrekking heeft op de liften en trappen. Voor de Akte betekent dit het volgende: a. wijzigen Erfpacht zodat het gedeelte (waar het Opstalrecht betrekking op had) deel gaat uitmaken van de Erfpacht; b.