Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-17
ECLI:NL:RBMNE:2026:2004
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,066 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2004 text/xml public 2026-05-15T08:36:39 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-17 UTR 25/6252 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2004 text/html public 2026-05-15T08:36:01 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2004 Rechtbank Midden-Nederland , 17-04-2026 / UTR 25/6252 BNT UHT. Niet-ontvankelijk, niet aannemelijk gemaakt dat de igs op de juiste wijze is verzonden RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6252 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. H. Sala), en Dienst Toeslagen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 27 februari 2024 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade. Op 13 november 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. 2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij geen ingebrekestelling heeft ontvangen en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. 3. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 19 november 2025 verzocht om bewijs waaruit blijkt dat de ingebrekestelling is verzonden. Eiseres heeft hierop gereageerd. 4. Eiseres heeft als bijlage een papieren exemplaar van een ingebrekestelling overgelegd, gedateerd op 17 maart 2025 en voorzien van een handtekening. Dit is hetzelfde bericht dat eiseres eerder al als bijlage bij het beroepschrift heeft overgelegd. Zij heeft evenwel geen bewijsstukken verstrekt waaruit volgt dat dit stuk daadwerkelijk per post is verzonden. 5. Eiseres stelt daarnaast dat het papieren exemplaar ‘op digitale en gebruikelijke wijze’ verzonden. Op het papieren exemplaar staat bij de adressering het adres van verweerder en “per e-mail: uht.igs@toeslagen.nl’. 6. Op grond van artikel 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht is bij de digitale verzending van berichten aan een bestuursorgaan beslissend het moment waarop het bericht elektronisch door dat bestuursorgaan is ontvangen. Eiseres heeft geen gegevens overgelegd (bijvoorbeeld afkomstig van haar internetprovider) waaruit kan worden afgeleid dat verweerder het bericht digitaal heeft ontvangen. Zij heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling daadwerkelijk is verzonden. 7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Artikel 8:57, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2004 text/xml public 2026-05-15T08:36:39 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-17 UTR 25/6252 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2004 text/html public 2026-05-15T08:36:01 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2004 Rechtbank Midden-Nederland , 17-04-2026 / UTR 25/6252 BNT UHT. Niet-ontvankelijk, niet aannemelijk gemaakt dat de igs op de juiste wijze is verzonden RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6252 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. H. Sala), en Dienst Toeslagen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 27 februari 2024 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade. Op 13 november 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. 2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij geen ingebrekestelling heeft ontvangen en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. 3. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 19 november 2025 verzocht om bewijs waaruit blijkt dat de ingebrekestelling is verzonden. Eiseres heeft hierop gereageerd. 4. Eiseres heeft als bijlage een papieren exemplaar van een ingebrekestelling overgelegd, gedateerd op 17 maart 2025 en voorzien van een handtekening. Dit is hetzelfde bericht dat eiseres eerder al als bijlage bij het beroepschrift heeft overgelegd. Zij heeft evenwel geen bewijsstukken verstrekt waaruit volgt dat dit stuk daadwerkelijk per post is verzonden. 5. Eiseres stelt daarnaast dat het papieren exemplaar ‘op digitale en gebruikelijke wijze’ verzonden. Op het papieren exemplaar staat bij de adressering het adres van verweerder en “per e-mail: uht.igs@toeslagen.nl’. 6. Op grond van artikel 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht is bij de digitale verzending van berichten aan een bestuursorgaan beslissend het moment waarop het bericht elektronisch door dat bestuursorgaan is ontvangen. Eiseres heeft geen gegevens overgelegd (bijvoorbeeld afkomstig van haar internetprovider) waaruit kan worden afgeleid dat verweerder het bericht digitaal heeft ontvangen. Zij heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling daadwerkelijk is verzonden. 7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Artikel 8:57, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.