Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-16
ECLI:NL:RBMNE:2026:1917
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
12,189 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1917 text/xml public 2026-04-28T15:18:29 2026-04-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-16 12028821 \ AE VERZ 25-79 Uitspraak Beschikking NL Amersfoort Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1917 text/html public 2026-04-28T15:17:56 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1917 Rechtbank Midden-Nederland , 16-04-2026 / 12028821 \ AE VERZ 25-79 Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Werknemer mocht er op basis van berichten van werkgever vanuitgaan dat zij de diensten van haar partner uit het systeem mocht verwijderen zonder consequenties. Geen ernstig verwijtbaar handelen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Amersfoort Zaaknummer / rekestnummer: 12028821 \ AE VERZ 25-79 BJvd/61169 Beschikking van 16 april 2026 in de zaak van YZORG B.V. , gevestigd in Amersfoort , verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: Yzorg , gemachtigde: mr. N. Claassen, tegen [verweerster] , wonend in [plaats 1] , verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [verweerster] , gemachtigde: mr. H.B.J. de Boer. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties 1 tot en met 5, - het verweerschrift, met een tegenverzoek en producties 1 tot en met 24, - de akte van Yzorg met een eisvermeerdering en productie 6, - de akte van Yzorg met productie 7, - de akte aanvulling verweerschrift van [verweerster] met producties 25 tot en met 27, - de akte van Yzorg met aanvullende producties 8 tot en met 13, - de mondelinge behandeling van 19 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2 De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De kern van de zaak 2.1 [verweerster] is sinds 1 oktober 2024 in dienst bij Yzorg . De functie van [verweerster] is planner met een loon van € 3.500,00 bruto per maand. Volgens Yzorg heeft [verweerster] ernstig verwijtbaar gehandeld door diensten van haar partner uit het systeem te verwijderen. Daardoor stelt Yzorg financieel te zijn benadeeld en het vertrouwen in [verweerster] te zijn verloren. Yzorg verzoekt de kantonrechter daarom de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden. De kantonrechter wijst de verzoeken van Yzorg af, omdat [verweerster] er op basis van berichten van [verweerster] vanuit mocht gaan dat zij de diensten uit het systeem mocht verwijderen zonder dat Yzorg hier consequenties aan zou verbinden. 3 De achtergrond van de zaak 3.1 Yzorg is een bemiddelings- en detacheringsbureau in de zorgsector. Yzorg koppelt zorgprofessionals aan zorginstellingen voor vaste of tijdelijke opdrachten. [verweerster] plande de zorgprofessionals in bij de diensten waarvoor de zorginstellingen uitvraag doen bij Yzorg . De partner van [verweerster] , de heer [persoon1] (hierna: [persoon1] ) werkt als zorgprofessional op basis van een overeenkomst van opdracht voor Yzorg . 3.2 Op 13 mei 2025 was er een inval van de Inspectie Jeugd Gezondheidszorg (IGJ) op het kantoor van Yzorg in Amersfoort waarbij persoonlijke gegevens van medewerkers, waaronder diploma’s en Verklaringen Omtrent Gedrag zijn meegenomen door de IGJ. Later heeft de IGJ ook stukken meegenomen van het kantoor in Apeldoorn . Op 21 juni 2025 berichtte Follow the Money dat de IGJ aangifte had gedaan tegen tientallen zzp’ers die zonder geldige kwalificaties in de zorg werkten via bemiddelingsbureaus en dat aangifte tegen deze bureaus (waaronder Yzorg ) werd overwogen. 3.3 Op 6 oktober 2025 heeft [verweerster] de diensten van [persoon1] voor de maand oktober verwijderd uit het systeem van Yzorg en overgezet naar een ander bemiddelingsbureau genaamd [naam] . Volgens Yzorg heeft [verweerster] hiermee ernstig verwijtbaar gehandeld. De verwijderde diensten zouden deel uitmaken van een detachering die voor minimaal drie maanden voor 36 uur per week was vastgelegd. Yzorg stelt financieel te zijn benadeeld door het verwijderen van de diensten en het vertrouwen in [verweerster] te zijn verloren. 3.4 Volgens [verweerster] werden er berichten gestuurd vanuit [bedrijf] (het bedrijf waar op dat moment een samenwerkingsovereenkomst mee bestond) dat medewerkers van Yzorg moesten worden overgezet naar een ander bureau om hun diensten bij [bedrijf] te kunnen blijven draaien. Volgens [verweerster] had zij toestemming om de diensten van [persoon1] over te zetten en heeft zij dit daarom gedaan. Bovendien was het niet mogelijk zonder toestemming van [bedrijf] om de diensten uit het systeem te verwijderen, stelt [verweerster] . 3.5 Op 8 oktober 2025 meldt [verweerster] zich ziek vanwege griepklachten. Een week later meldt zij aan Yzorg dat zij zich vanwege burn-out klachten voor langere tijd ziekmeldt. [verweerster] is sindsdien niet teruggekeerd naar haar werkzaamheden bij Yzorg . 3.6 Op 10 november 2025 is een rapport gemaakt over een intern onderzoek naar [verweerster] . Het onderzoek is door [persoon2] , directielid van Yzorg , uitgevoerd en zij heeft ook het rapport gemaakt. De conclusie van het interne onderzoek is dat [verweerster] verwijtbaar heeft gehandeld door de diensten te verwijderen en over te hevelen, terwijl zij wist dat zij hiervoor geen toestemming had van Yzorg . 3.7 Yzorg verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden, primair vanwege ernstig verwijtbaar handelen (e-grond), subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond), meer subsidiair vanwege een combinatie van omstandigheden (i-grond). 4 De beoordeling van het verzoek Het juridisch kader bij een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst 4.1 Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Verder kan de arbeidsovereenkomst alleen worden ontbonden als herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt, dat wil zeggen logischerwijs niet te verwachten valt. Er mag ook geen sprake zijn van een opzegverbod. Er is geen sprake van een opzegverbod dat aan dit ontbindingsverzoek in de weg staat 4.2 De wet geeft een aantal situaties waarin een arbeidsovereenkomst niet ontbonden mag worden. Er is dan sprake van een zogenaamd opzegverbod. De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst dan alleen ontbinden als de omstandigheden waarop het verzoek berust niets te maken hebben met de omstandigheden die maken dat er een opzegverbod is. 4.3 [verweerster] stelt dat de verzoeken van Yzorg moeten worden afgewezen omdat er sprake is van een opzegverbod wegens ziekte. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is. Weliswaar heeft [verweerster] zich op 8 oktober 2025 ziekgemeld en is zij tot op heden nog steeds ziek, maar de omstandigheden waarop het verzoek tot ontbinding is gebaseerd hebben geen verband met de ziekte van [verweerster] . Het ontbindingsverzoek is namelijk niet ingediend omdat [verweerster] ziek is (geworden), maar omdat zij vóór haar ziekmelding diensten uit het systeem zou hebben verwijderd. De kantonrechter zal daarom toetsten of aan één van de door Yzorg aangevoerde gronden voor ontbinding is voldaan. 4.4 De eerste grond voor ontbinding die Yzorg aanvoert is dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, zodanig dat van haar in redelijkheid niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Er waren meerdere zzp’ers die weg wilden bij Yzorg 4.5 Kennelijk wilde [bedrijf] als gevolg van de gebeurtenissen en de berichtgeving over Yzorg , zoals geschetst in 3.2. van deze beschikking, af van de samenwerking met Yzorg . Yzorg betwist dat, maar uit de interne Whatsapp-berichten (‘ [bedrijf] laat geen zzp meer binnen via welk bureau dan ook’ en ‘Het is bij alle buros het zelfde die krijgen ook geen diensten’) en de verklaring van [persoon1] op de zitting blijkt dat dit het geval was. Ook blijkt uit de interne Whatsapp-berichten dat er meerdere zzp’ers waren die weg wilden bij Yzorg .
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1917 text/xml public 2026-04-28T15:18:29 2026-04-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-16 12028821 \ AE VERZ 25-79 Uitspraak Beschikking NL Amersfoort Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1917 text/html public 2026-04-28T15:17:56 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1917 Rechtbank Midden-Nederland , 16-04-2026 / 12028821 \ AE VERZ 25-79 Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Werknemer mocht er op basis van berichten van werkgever vanuitgaan dat zij de diensten van haar partner uit het systeem mocht verwijderen zonder consequenties. Geen ernstig verwijtbaar handelen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Amersfoort Zaaknummer / rekestnummer: 12028821 \ AE VERZ 25-79 BJvd/61169 Beschikking van 16 april 2026 in de zaak van YZORG B.V. , gevestigd in Amersfoort , verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: Yzorg , gemachtigde: mr. N. Claassen, tegen [verweerster] , wonend in [plaats 1] , verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek, hierna te noemen: [verweerster] , gemachtigde: mr. H.B.J. de Boer. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties 1 tot en met 5, - het verweerschrift, met een tegenverzoek en producties 1 tot en met 24, - de akte van Yzorg met een eisvermeerdering en productie 6, - de akte van Yzorg met productie 7, - de akte aanvulling verweerschrift van [verweerster] met producties 25 tot en met 27, - de akte van Yzorg met aanvullende producties 8 tot en met 13, - de mondelinge behandeling van 19 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2 De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De kern van de zaak 2.1 [verweerster] is sinds 1 oktober 2024 in dienst bij Yzorg . De functie van [verweerster] is planner met een loon van € 3.500,00 bruto per maand. Volgens Yzorg heeft [verweerster] ernstig verwijtbaar gehandeld door diensten van haar partner uit het systeem te verwijderen. Daardoor stelt Yzorg financieel te zijn benadeeld en het vertrouwen in [verweerster] te zijn verloren. Yzorg verzoekt de kantonrechter daarom de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden. De kantonrechter wijst de verzoeken van Yzorg af, omdat [verweerster] er op basis van berichten van [verweerster] vanuit mocht gaan dat zij de diensten uit het systeem mocht verwijderen zonder dat Yzorg hier consequenties aan zou verbinden. 3 De achtergrond van de zaak 3.1 Yzorg is een bemiddelings- en detacheringsbureau in de zorgsector. Yzorg koppelt zorgprofessionals aan zorginstellingen voor vaste of tijdelijke opdrachten. [verweerster] plande de zorgprofessionals in bij de diensten waarvoor de zorginstellingen uitvraag doen bij Yzorg . De partner van [verweerster] , de heer [persoon1] (hierna: [persoon1] ) werkt als zorgprofessional op basis van een overeenkomst van opdracht voor Yzorg . 3.2 Op 13 mei 2025 was er een inval van de Inspectie Jeugd Gezondheidszorg (IGJ) op het kantoor van Yzorg in Amersfoort waarbij persoonlijke gegevens van medewerkers, waaronder diploma’s en Verklaringen Omtrent Gedrag zijn meegenomen door de IGJ. Later heeft de IGJ ook stukken meegenomen van het kantoor in Apeldoorn . Op 21 juni 2025 berichtte Follow the Money dat de IGJ aangifte had gedaan tegen tientallen zzp’ers die zonder geldige kwalificaties in de zorg werkten via bemiddelingsbureaus en dat aangifte tegen deze bureaus (waaronder Yzorg ) werd overwogen. 3.3 Op 6 oktober 2025 heeft [verweerster] de diensten van [persoon1] voor de maand oktober verwijderd uit het systeem van Yzorg en overgezet naar een ander bemiddelingsbureau genaamd [naam] . Volgens Yzorg heeft [verweerster] hiermee ernstig verwijtbaar gehandeld. De verwijderde diensten zouden deel uitmaken van een detachering die voor minimaal drie maanden voor 36 uur per week was vastgelegd. Yzorg stelt financieel te zijn benadeeld door het verwijderen van de diensten en het vertrouwen in [verweerster] te zijn verloren. 3.4 Volgens [verweerster] werden er berichten gestuurd vanuit [bedrijf] (het bedrijf waar op dat moment een samenwerkingsovereenkomst mee bestond) dat medewerkers van Yzorg moesten worden overgezet naar een ander bureau om hun diensten bij [bedrijf] te kunnen blijven draaien. Volgens [verweerster] had zij toestemming om de diensten van [persoon1] over te zetten en heeft zij dit daarom gedaan. Bovendien was het niet mogelijk zonder toestemming van [bedrijf] om de diensten uit het systeem te verwijderen, stelt [verweerster] . 3.5 Op 8 oktober 2025 meldt [verweerster] zich ziek vanwege griepklachten. Een week later meldt zij aan Yzorg dat zij zich vanwege burn-out klachten voor langere tijd ziekmeldt. [verweerster] is sindsdien niet teruggekeerd naar haar werkzaamheden bij Yzorg . 3.6 Op 10 november 2025 is een rapport gemaakt over een intern onderzoek naar [verweerster] . Het onderzoek is door [persoon2] , directielid van Yzorg , uitgevoerd en zij heeft ook het rapport gemaakt. De conclusie van het interne onderzoek is dat [verweerster] verwijtbaar heeft gehandeld door de diensten te verwijderen en over te hevelen, terwijl zij wist dat zij hiervoor geen toestemming had van Yzorg . 3.7 Yzorg verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden, primair vanwege ernstig verwijtbaar handelen (e-grond), subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond), meer subsidiair vanwege een combinatie van omstandigheden (i-grond). 4 De beoordeling van het verzoek Het juridisch kader bij een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst 4.1 Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Verder kan de arbeidsovereenkomst alleen worden ontbonden als herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt, dat wil zeggen logischerwijs niet te verwachten valt. Er mag ook geen sprake zijn van een opzegverbod. Er is geen sprake van een opzegverbod dat aan dit ontbindingsverzoek in de weg staat 4.2 De wet geeft een aantal situaties waarin een arbeidsovereenkomst niet ontbonden mag worden. Er is dan sprake van een zogenaamd opzegverbod. De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst dan alleen ontbinden als de omstandigheden waarop het verzoek berust niets te maken hebben met de omstandigheden die maken dat er een opzegverbod is. 4.3 [verweerster] stelt dat de verzoeken van Yzorg moeten worden afgewezen omdat er sprake is van een opzegverbod wegens ziekte. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is. Weliswaar heeft [verweerster] zich op 8 oktober 2025 ziekgemeld en is zij tot op heden nog steeds ziek, maar de omstandigheden waarop het verzoek tot ontbinding is gebaseerd hebben geen verband met de ziekte van [verweerster] . Het ontbindingsverzoek is namelijk niet ingediend omdat [verweerster] ziek is (geworden), maar omdat zij vóór haar ziekmelding diensten uit het systeem zou hebben verwijderd. De kantonrechter zal daarom toetsten of aan één van de door Yzorg aangevoerde gronden voor ontbinding is voldaan. 4.4 De eerste grond voor ontbinding die Yzorg aanvoert is dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, zodanig dat van haar in redelijkheid niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Er waren meerdere zzp’ers die weg wilden bij Yzorg 4.5 Kennelijk wilde [bedrijf] als gevolg van de gebeurtenissen en de berichtgeving over Yzorg , zoals geschetst in 3.2. van deze beschikking, af van de samenwerking met Yzorg . Yzorg betwist dat, maar uit de interne Whatsapp-berichten (‘ [bedrijf] laat geen zzp meer binnen via welk bureau dan ook’ en ‘Het is bij alle buros het zelfde die krijgen ook geen diensten’) en de verklaring van [persoon1] op de zitting blijkt dat dit het geval was. Ook blijkt uit de interne Whatsapp-berichten dat er meerdere zzp’ers waren die weg wilden bij Yzorg .
Volledig
[verweerster] had deze geluiden ook gehoord en mocht hier ook op vertrouwen omdat zij de informatie kreeg via [persoon1] , die de informatie weer kreeg vanuit [bedrijf] . Niet ter discussie staat, dat deze informatie ook is gedeeld met Yzorg . Dat blijkt uit de vele interne Whatsapp-berichten en e-mails tussen partijen. [persoon1] stelt toestemming te hebben gekregen van Yzorg om weg te gaan, omdat zij op dat moment geen ander aanbod voor hem had. Yzorg heeft niet weersproken dat zij geen ander aanbod had. 4.6 Yzorg heeft de overeenkomst van opdracht met [persoon1] niet overgelegd, maar wel een standaard overeenkomst. Op de mondelinge behandeling is bevestigd dat een zelfde contract ook met [persoon1] is gesloten. In artikel 14.4 van het contract staat dat beide partijen de overeenkomst tussentijds mogen beëindigen zonder opzegtermijn. Dat betekent dat [persoon1] weg kon bij Yzorg wanneer hij dat wilde. [verweerster] heeft niet (ernstig) verwijtbaar gehandeld 4.7 [verweerster] heeft de diensten van [persoon1] uit het systeem van Yzorg verwijderd, zodat [persoon1] via een andere zorgbemiddelaar ( [naam] ) bij [bedrijf] de diensten kon werken. Daarmee heeft zij de wensen van [persoon1] ingewilligd die gebaseerd waren op het door [persoon1] gedeelde beleid van [bedrijf] dat zij geen diensten meer wilde aannemen van Yzorg . De vraag is of dat ernstig verwijtbaar is. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is. 4.8 Yzorg verwachtte van [verweerster] dat zij vanuit haar functie planningen aanpaste op instructies van de opdrachtgever, want die waren leidend. Of een bepaalde medewerker op een dienst mocht worden ingepland hing af van de toestemming van de opdrachtgever. Van [verweerster] werd dus verwacht dat zij zelfstandig mutaties doorvoerde als de opdrachtgever dat wenste. Dat heeft [verweerster] in dit geval ook gedaan. [verweerster] mocht ervan uitgaan dat zij de diensten van [persoon1] uit het systeem mocht verwijderen zonder dat daaraan consequenties werden verbonden 4.9 Volgens Yzorg wist [verweerster] dat zij geen diensten uit het systeem mocht verwijderen. Dat zij dit wist, zou blijken uit de e-mail die [verweerster] op 16 september 2025 heeft gestuurd aan het team van Yzorg . Maar, uit deze e-mail is niet af te leiden dat er nadrukkelijk op is gewezen dat er geen diensten mogen worden verwijderd uit het systeem. In de e-mail staat namelijk onder andere het volgende: ‘’De directie heeft aangegeven dat er wordt gewerkt aan een geleidelijke afschaling van externe bureaus, met als doel dit in de toekomst zoveel mogelijk intern te organiseren, ze weten nog niet of dit gaat lukken, maar dit zal per januari zoveel mogelijk duidelijk worden. (…) Maar dit betekent niet dat er een directe stop zal zijn met het bureau Yzorg . De directie heeft net bevestigd dat er geen sprake is van een stop bij Yzorg . Alle medewerkers mogen dus gewoon worden ingepland op diensten. Er is per 1 oktober géén stop bij Yzorg .’’ 4.10 Bovendien zijn later, tussen 2 en 7 oktober 2025, door verschillende leden van de directie van Yzorg de volgende berichten in de gezamenlijke werk-groepsapp gestuurd: - Als het gaat over zzp’ers in het algemeen die willen overstappen: - ‘Nogmaals wat ze verder doen moeten ze zelf weten wij zullen geen consequenties hier aan hangen. Dat is de lijn de afspraken staan al vanaf het begin. Dat kunnen / gaan we niet veranderen verder’ - ‘Als je wil gaan kan je gaan. Bij ons geldt als je diensten wil draaien bij [bedrijf] moet half jaar tussen zitten Deze afspraak loopt en staat. Maar als je dat wel doet zullen wij er geen consequenties aan hangen’ - ‘Nogmaals wij zullen geen verder consequenties hieraan koppelen. Dat is toch helder verhaal’ - Als het gaat over [persoon1] : - ‘ [persoon1] is uitzondering. Omdat het prive situatie betreft. Voor die andere ga ik Sws bellen’ - ‘De diensten stonden al bij ons gepland en nu weggehaald en bij [naam] gepland maar fuck it [verweerster] we laten zo jij bent ons meer waard als deze oneerlijke strijd laten we het gewoon hierbij dit hoeft niet jou gezin te raken’ - ‘Maar we maken er in dit geval er van ook geen werk verder van’ - ‘Als ze [persoon1] zeggen dan zeggen we is privé beter dat hij niet meer via ons werkt dat dit intern besloten is heeft niks met de hele gedoe te maken’ - ‘Heeft [persoon1] niets mee te maken is iets tussen Yzorg en [bedrijf] ’ 4.11 Uit de chats blijkt dat hoewel Yzorg er niet blij mee is dat zzp’ers via andere zorgbemiddelaars bij [bedrijf] blijven werken, zij daar geen verdere consequenties aan verbindt. Dit geldt ook voor de diensten van [persoon1] . Yzorg was dus op de hoogte van het feit dat [persoon1] weg wilde bij Yzorg en via een andere zorgbemiddelaar bij [bedrijf] wilde werken en heeft meermaals toegezegd daar geen verdere consequenties aan te verbinden, zowel voor [persoon1] als voor [verweerster] . [verweerster] mocht er op basis van de berichten dus ook op vertrouwen dat zij zonder consequenties de diensten van [persoon1] uit het systeem mocht verwijderen. Volgens [verweerster] heeft zij alleen diensten verwijderd die niet meer ingevuld konden worden en dat zij dit niet te goeder trouw zou hebben gedaan blijkt nergens uit. Zij heeft juist aangetoond dat ze hart had voor de zaak en meeleefde met Yzorg , zoals te lezen is in haar Whatsapp-berichten aan Yzorg . 4.12 Uit de Whats-app berichten blijkt bovendien dat het hier ging om een zakelijk conflict tussen Yzorg en [bedrijf] , waarmee [persoon1] en [verweerster] niets te maken hebben. Dat conflict was kennelijk gebaseerd op het bedrijfsbeleid van Yzorg en het vertrek van de zzp’ers was mogelijk vanwege de vrijheid die ze in de contracten met Yzorg hadden gekregen. Het had op de weg van Yzorg gelegen om hier met [bedrijf] contact over op te nemen en een zakelijke oplossing te vinden. Het is niet gebleken dat Yzorg iets gedaan heeft om de situatie zakelijk op te lossen, anders dan [verweerster] achteraf aan te spreken voor iets waarvan eerder is toegezegd dat zij daar niet de dupe van mocht worden. Dat er aan de zijde van [verweerster] sprake is van verwijtbaar handelen is dan ook niet gebleken. De gevolgen van de ontstane situatie moeten dan ook voor rekening en risico blijven van Yzorg . 4.13 Omdat hierboven is geoordeeld dat [verweerster] niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld tegenover Yzorg , wordt het verzoek om te bepalen dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten en daarom geen recht heeft op een transitievergoeding en/of andere ontslagvergoeding afgewezen. De arbeidsverhouding tussen Yzorg en [verweerster] is niet ernstig en duurzaam verstoord 4.14 Als tweede grond voor ontbinding voert Yzorg aan dat de arbeidsrelatie met [verweerster] ernstig en duurzaam is verstoord, zodanig dat van haar in redelijkheid niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Volgens Yzorg heeft van [verweerster] door haar handelen het vertrouwen van Yzorg in haar ernstig geschaad. Yzorg wil niet dat [verweerster] nog langer toegang heeft tot de systemen en vindt dat er geen basis meer is voor een vruchtbare samenwerking. 4.15 De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsverhouding niet ernstig en duurzaam is verstoord. [verweerster] is transparant geweest over haar handelen en kon er gelet op de berichtgeving vanuit Yzorg vanuit gaan dat zij de diensten van [persoon1] uit het systeem mocht verwijderen. Er is geen reden om aan te nemen dat [verweerster] bij toegang tot de systemen ‘zomaar’ opnieuw diensten uit het systeem zou verwijderen, tenzij daar een goede grond voor is. Dat er tussen partijen geen basis meer is voor een vruchtbare samenwerking is niet duidelijk geworden. De Arboarts heeft namelijk geadviseerd om mediation in te schakelen, maar er zijn nog geen mediation gesprekken tussen partijen gevoerd omdat Yzorg de procedure bij de kantonrechter wilde afwachten. Het is dus niet gebleken dat er geen mogelijkheid meer is om samen te werken en dat de arbeidsverhouding duurzaam en ernstig is verstoord. Bovendien is nog niet onderzocht of er geen mogelijkheid is tot herplaatsing voor [verweerster] , al dan niet via een tweede spoor.
Volledig
[verweerster] had deze geluiden ook gehoord en mocht hier ook op vertrouwen omdat zij de informatie kreeg via [persoon1] , die de informatie weer kreeg vanuit [bedrijf] . Niet ter discussie staat, dat deze informatie ook is gedeeld met Yzorg . Dat blijkt uit de vele interne Whatsapp-berichten en e-mails tussen partijen. [persoon1] stelt toestemming te hebben gekregen van Yzorg om weg te gaan, omdat zij op dat moment geen ander aanbod voor hem had. Yzorg heeft niet weersproken dat zij geen ander aanbod had. 4.6 Yzorg heeft de overeenkomst van opdracht met [persoon1] niet overgelegd, maar wel een standaard overeenkomst. Op de mondelinge behandeling is bevestigd dat een zelfde contract ook met [persoon1] is gesloten. In artikel 14.4 van het contract staat dat beide partijen de overeenkomst tussentijds mogen beëindigen zonder opzegtermijn. Dat betekent dat [persoon1] weg kon bij Yzorg wanneer hij dat wilde. [verweerster] heeft niet (ernstig) verwijtbaar gehandeld 4.7 [verweerster] heeft de diensten van [persoon1] uit het systeem van Yzorg verwijderd, zodat [persoon1] via een andere zorgbemiddelaar ( [naam] ) bij [bedrijf] de diensten kon werken. Daarmee heeft zij de wensen van [persoon1] ingewilligd die gebaseerd waren op het door [persoon1] gedeelde beleid van [bedrijf] dat zij geen diensten meer wilde aannemen van Yzorg . De vraag is of dat ernstig verwijtbaar is. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is. 4.8 Yzorg verwachtte van [verweerster] dat zij vanuit haar functie planningen aanpaste op instructies van de opdrachtgever, want die waren leidend. Of een bepaalde medewerker op een dienst mocht worden ingepland hing af van de toestemming van de opdrachtgever. Van [verweerster] werd dus verwacht dat zij zelfstandig mutaties doorvoerde als de opdrachtgever dat wenste. Dat heeft [verweerster] in dit geval ook gedaan. [verweerster] mocht ervan uitgaan dat zij de diensten van [persoon1] uit het systeem mocht verwijderen zonder dat daaraan consequenties werden verbonden 4.9 Volgens Yzorg wist [verweerster] dat zij geen diensten uit het systeem mocht verwijderen. Dat zij dit wist, zou blijken uit de e-mail die [verweerster] op 16 september 2025 heeft gestuurd aan het team van Yzorg . Maar, uit deze e-mail is niet af te leiden dat er nadrukkelijk op is gewezen dat er geen diensten mogen worden verwijderd uit het systeem. In de e-mail staat namelijk onder andere het volgende: ‘’De directie heeft aangegeven dat er wordt gewerkt aan een geleidelijke afschaling van externe bureaus, met als doel dit in de toekomst zoveel mogelijk intern te organiseren, ze weten nog niet of dit gaat lukken, maar dit zal per januari zoveel mogelijk duidelijk worden. (…) Maar dit betekent niet dat er een directe stop zal zijn met het bureau Yzorg . De directie heeft net bevestigd dat er geen sprake is van een stop bij Yzorg . Alle medewerkers mogen dus gewoon worden ingepland op diensten. Er is per 1 oktober géén stop bij Yzorg .’’ 4.10 Bovendien zijn later, tussen 2 en 7 oktober 2025, door verschillende leden van de directie van Yzorg de volgende berichten in de gezamenlijke werk-groepsapp gestuurd: - Als het gaat over zzp’ers in het algemeen die willen overstappen: - ‘Nogmaals wat ze verder doen moeten ze zelf weten wij zullen geen consequenties hier aan hangen. Dat is de lijn de afspraken staan al vanaf het begin. Dat kunnen / gaan we niet veranderen verder’ - ‘Als je wil gaan kan je gaan. Bij ons geldt als je diensten wil draaien bij [bedrijf] moet half jaar tussen zitten Deze afspraak loopt en staat. Maar als je dat wel doet zullen wij er geen consequenties aan hangen’ - ‘Nogmaals wij zullen geen verder consequenties hieraan koppelen. Dat is toch helder verhaal’ - Als het gaat over [persoon1] : - ‘ [persoon1] is uitzondering. Omdat het prive situatie betreft. Voor die andere ga ik Sws bellen’ - ‘De diensten stonden al bij ons gepland en nu weggehaald en bij [naam] gepland maar fuck it [verweerster] we laten zo jij bent ons meer waard als deze oneerlijke strijd laten we het gewoon hierbij dit hoeft niet jou gezin te raken’ - ‘Maar we maken er in dit geval er van ook geen werk verder van’ - ‘Als ze [persoon1] zeggen dan zeggen we is privé beter dat hij niet meer via ons werkt dat dit intern besloten is heeft niks met de hele gedoe te maken’ - ‘Heeft [persoon1] niets mee te maken is iets tussen Yzorg en [bedrijf] ’ 4.11 Uit de chats blijkt dat hoewel Yzorg er niet blij mee is dat zzp’ers via andere zorgbemiddelaars bij [bedrijf] blijven werken, zij daar geen verdere consequenties aan verbindt. Dit geldt ook voor de diensten van [persoon1] . Yzorg was dus op de hoogte van het feit dat [persoon1] weg wilde bij Yzorg en via een andere zorgbemiddelaar bij [bedrijf] wilde werken en heeft meermaals toegezegd daar geen verdere consequenties aan te verbinden, zowel voor [persoon1] als voor [verweerster] . [verweerster] mocht er op basis van de berichten dus ook op vertrouwen dat zij zonder consequenties de diensten van [persoon1] uit het systeem mocht verwijderen. Volgens [verweerster] heeft zij alleen diensten verwijderd die niet meer ingevuld konden worden en dat zij dit niet te goeder trouw zou hebben gedaan blijkt nergens uit. Zij heeft juist aangetoond dat ze hart had voor de zaak en meeleefde met Yzorg , zoals te lezen is in haar Whatsapp-berichten aan Yzorg . 4.12 Uit de Whats-app berichten blijkt bovendien dat het hier ging om een zakelijk conflict tussen Yzorg en [bedrijf] , waarmee [persoon1] en [verweerster] niets te maken hebben. Dat conflict was kennelijk gebaseerd op het bedrijfsbeleid van Yzorg en het vertrek van de zzp’ers was mogelijk vanwege de vrijheid die ze in de contracten met Yzorg hadden gekregen. Het had op de weg van Yzorg gelegen om hier met [bedrijf] contact over op te nemen en een zakelijke oplossing te vinden. Het is niet gebleken dat Yzorg iets gedaan heeft om de situatie zakelijk op te lossen, anders dan [verweerster] achteraf aan te spreken voor iets waarvan eerder is toegezegd dat zij daar niet de dupe van mocht worden. Dat er aan de zijde van [verweerster] sprake is van verwijtbaar handelen is dan ook niet gebleken. De gevolgen van de ontstane situatie moeten dan ook voor rekening en risico blijven van Yzorg . 4.13 Omdat hierboven is geoordeeld dat [verweerster] niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld tegenover Yzorg , wordt het verzoek om te bepalen dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten en daarom geen recht heeft op een transitievergoeding en/of andere ontslagvergoeding afgewezen. De arbeidsverhouding tussen Yzorg en [verweerster] is niet ernstig en duurzaam verstoord 4.14 Als tweede grond voor ontbinding voert Yzorg aan dat de arbeidsrelatie met [verweerster] ernstig en duurzaam is verstoord, zodanig dat van haar in redelijkheid niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Volgens Yzorg heeft van [verweerster] door haar handelen het vertrouwen van Yzorg in haar ernstig geschaad. Yzorg wil niet dat [verweerster] nog langer toegang heeft tot de systemen en vindt dat er geen basis meer is voor een vruchtbare samenwerking. 4.15 De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsverhouding niet ernstig en duurzaam is verstoord. [verweerster] is transparant geweest over haar handelen en kon er gelet op de berichtgeving vanuit Yzorg vanuit gaan dat zij de diensten van [persoon1] uit het systeem mocht verwijderen. Er is geen reden om aan te nemen dat [verweerster] bij toegang tot de systemen ‘zomaar’ opnieuw diensten uit het systeem zou verwijderen, tenzij daar een goede grond voor is. Dat er tussen partijen geen basis meer is voor een vruchtbare samenwerking is niet duidelijk geworden. De Arboarts heeft namelijk geadviseerd om mediation in te schakelen, maar er zijn nog geen mediation gesprekken tussen partijen gevoerd omdat Yzorg de procedure bij de kantonrechter wilde afwachten. Het is dus niet gebleken dat er geen mogelijkheid meer is om samen te werken en dat de arbeidsverhouding duurzaam en ernstig is verstoord. Bovendien is nog niet onderzocht of er geen mogelijkheid is tot herplaatsing voor [verweerster] , al dan niet via een tweede spoor.
Volledig
Er is geen sprake van meerdere onvoldragen ontslaggronden 4.16 Als laatste ontslaggrond voert Yzorg aan dat er sprake is van een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de bovengenoemde ontslaggronden, zodanig dat van de Yzorg in redelijkheid niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (de i-grond). Aangezien hiervoor al is geoordeeld dat de door Yzorg aangevoerde gronden niet van toepassing zijn, is ook de i-grond niet van toepassing. De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden 4.17 De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden, omdat geen van de door Yzorg aangevoerde ontslaggronden van toepassing is. Dat betekent dat ook het primaire verzoek om bij het bepalen van de einddatum geen rekening te houden met de opzegtermijn van [verweerster] en het subsidiaire verzoek om bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de duur gelegen tussen de ontvangst van het verzoekschrift en de dagtekening van de ontbindingsbeschikking wordt afgewezen. [verweerster] hoeft geen schadevergoeding aan Yzorg te betalen 4.18 Yzorg verzoekt betaling van een schadevergoeding van € 4.680,00 exclusief btw en € 5.662,80 binnen veertien dagen na het wijzen van de beschikking. Volgens Yzorg heeft zij schade geleden als gevolg van het verwijderen van [persoon1] door [verweerster] uit het systeem. [persoon1] werd voor 36 uur per week gedetacheerd, waarbij Yzorg een fee van € 10,00 exclusief 21% btw hanteert. Dat komt neer op een verlies van een omzet van de bedragen zoals genoemd in de vordering. 4.19 Dit verzoek van Yzorg wordt afgewezen. Eerder in de beschikking is al geoordeeld dat [verweerster] ervan uit mocht gaan dat zij toestemming van Yzorg had om de diensten uit het systeem te verwijderen, dan wel dat zij ervan uit mocht gaan dat de verwijdering voor haar geen consequenties zou hebben. Bovendien is niet aannemelijk dat er een causaal verband is tussen het handelen van [verweerster] en de gestelde schade. [persoon1] was namelijk vrij om bij Yzorg te vertrekken en niet langer voor Yzorg te werken. Vanwege de door hem gemaakte keuze zou Yzorg dus ook de gestelde omzet hebben gemist. [verweerster] hoeft dus geen schadevergoeding aan Yzorg te betalen. Yzorg moet de proceskosten betalen 4.20 De proceskosten komen voor rekening van Yzorg , omdat Yzorg overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerster] worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 5 De beoordeling van het tegenverzoek 5.1 [verweerster] heeft op de zitting laten weten dat wat in het verweerschrift is geschreven onder het kopje ‘nevenverzoeken’, moet worden gelezen als tegenverzoek. Weliswaar heeft [verweerster] dit niet als zelfstandig tegenverzoek opgenomen in haar verweerschrift, maar dit had gelet op de formulering wel zo mogen worden begrepen. Dat is ook door [verweerster] tijdens de mondelinge behandeling duidelijk gemaakt. De kantonrechter zal deze verzoeken dan ook behandelen als tegenverzoeken. Yzorg moet haar re-integratie verplichtingen nakomen 5.2 [verweerster] verzoekt ten eerste betaling van een eenmalige dwangsom van € 2.500,00 als Yzorg niet binnen tien werkdagen aan een verzoek van [verweerster] in verband met de op Yzorg rustende re-integratieverplichtingen voldoet, te verhogen met € 250,00 voor iedere werkdag dat Yzorg niet aan de verplichting voldoet. 5.3 [verweerster] stelt dat de bedrijfsarts pas in februari 2026 is ingeschakeld, terwijl haar ziekmelding dateert van 8 oktober 2025. Volgens Yzorg is [verweerster] ‘een paar weken’ na de ziekmelding aangemeld bij de arbodienst, maar in ieder geval begin december. De melding bij de arbodienst is niet overgelegd. Vast staat dat het traject bij de bedrijfsarts inmiddels loopt. De kantonrechter is van oordeel dat, mede gelet op wat er op de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen, niet duidelijk is geworden dat Yzorg niet aan haar verplichtingen zal voldoen nu in deze procedure is geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst niet wordt ontbonden. Bovendien is de verplichting uit dit verzoek zo ruim geformuleerd dat dit kan leiden tot executiegeschillen, wat niet wenselijk is. De kantonrechter zal deze vordering daarom beperkt toewijzen, in die zin dat de kantonrechter Yzorg zal gelasten om aan haar re-integratieverplichtingen te voldoen. De dwangsom wordt niet toegewezen. Yzorg moet de wettelijke rente en wettelijke verhoging betalen over het opgeschorte en te laat betaalde loon 5.4 Het tweede verzoek van [verweerster] is een verzoek tot betaling van de wettelijke rente en de maximale wettelijke verhogingen over het opzettelijk te laat en te weinig betaalde salaris. Dit verzoek wordt toegewezen. 5.5 Sinds februari 2026 heeft Yzorg het loon van [verweerster] opgeschort, omdat [verweerster] heeft geweigerd relevante informatie te verstrekken. Zij heeft namelijk volgens Yzorg geweigerd de contactgegevens te verstrekken van de medewerker van [bedrijf] die verteld zou hebben dat [persoon1] niet meer via Yzorg werkzaam zou mogen zijn. Uit de wet volgt wanneer een loondoorbetaling mag worden opgeschort. Nog los van het feit dat [verweerster] de betreffende naam al eerder aan Yzorg heeft doorgegeven (en op zitting opnieuw), valt de door Yzorg aangevoerde grond voor opschorting niet onder één van de opschortingsgronden uit de wet. De opschorting van de loondoorbetaling was en is dus niet rechtmatig. De kantonrechter geeft Yzorg mee om haar aan de op de mondelinge behandeling gedane toezegging tot hervatting van de loondoorbetaling te houden. 5.6 Naast de opschorting wordt het loon volgens [verweerster] stelselmatig te laat door Yzorg uitbetaald. Yzorg stelt dat dat het juist is dat het loon een enkele keer te laat is betaald, maar dat dit komt omdat zij sinds kort met een (nieuwe) salarisadministratie werkt en het berekenen van het ziekengeld verkeerd leek te gaan. De kantonrechter oordeelt dat dit geen geldige reden is voor het te laat uitbetalen van het salaris en dat dit voor rekening en risico komt voor Yzorg . Yzorg is verantwoordelijk voor het hebben van een deugdelijke salarisadministratie en het op tijd uitbetalen van het salaris. [verweerster] is namelijk afhankelijk van haar salaris voor haar levensonderhoud. 5.7 Het loon van [verweerster] moet volgens de arbeidsovereenkomst op de 21ste van iedere maand worden uitbetaald. Uit de stukken blijkt dat: het loon van november 2025 op 5 december 2025 is uitbetaald; het loon van december 2025 op 7 januari 2026 is uitbetaald; het loon van januari 2026 op 16 februari 2026 is uitbetaald en deze maand € 100,00 te weinig is uitbetaald; het loon van februari 2026 niet is betaald en er sindsdien geen loon meer is uitbetaald. 5.8 Over bovenstaande te late (en in één geval incomplete) loonbetalingen en over de door Yzorg opgeschorte loonbetalingen moet Yzorg de wettelijke rente en de wettelijke verhoging aan [verweerster] betalen. De wettelijke verhoging bedraagt voor de vierde tot en met de achtste werkdag vijf procent per dag en voor iedere volgende werkdag één procent, met een maximum van vijftig procent. Dit maximum is na drieëndertig werkdagen bereikt. De kantonrechter ziet geen reden om de wettelijke verhoging te matigen. Daarom wordt de wettelijke verhoging over bovenstaande bedragen toegekend tot het maximum van vijftig procent is bereikt. Yzorg hoeft de werkelijke juridische kosten en de kosten voor de psycholoog niet te betalen 5.9 Ten slotte verzoekt [verweerster] betaling van de gemaakte juridische kosten en de kosten van de psycholoog. Dit verzoek wordt afgewezen. 5.10 Uit vaste rechtspraak volgt dat in een procedure slechts bij hoge uitzondering aanleiding bestaat voor vergoeding van de volledige juridische kosten. Er moet dan sprake zijn van misbruik van procesrecht of een ingestelde vordering die evident kansloos is. Dat Yzorg zich schuldig heeft gemaakt aan één van deze genoemde gedragingen is niet gesteld en ook niet gebleken. 5.11 Over de kosten van de psycholoog oordeelt de kantonrechter als volgt.
Volledig
Er is geen sprake van meerdere onvoldragen ontslaggronden 4.16 Als laatste ontslaggrond voert Yzorg aan dat er sprake is van een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de bovengenoemde ontslaggronden, zodanig dat van de Yzorg in redelijkheid niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (de i-grond). Aangezien hiervoor al is geoordeeld dat de door Yzorg aangevoerde gronden niet van toepassing zijn, is ook de i-grond niet van toepassing. De arbeidsovereenkomst wordt niet ontbonden 4.17 De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden, omdat geen van de door Yzorg aangevoerde ontslaggronden van toepassing is. Dat betekent dat ook het primaire verzoek om bij het bepalen van de einddatum geen rekening te houden met de opzegtermijn van [verweerster] en het subsidiaire verzoek om bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de duur gelegen tussen de ontvangst van het verzoekschrift en de dagtekening van de ontbindingsbeschikking wordt afgewezen. [verweerster] hoeft geen schadevergoeding aan Yzorg te betalen 4.18 Yzorg verzoekt betaling van een schadevergoeding van € 4.680,00 exclusief btw en € 5.662,80 binnen veertien dagen na het wijzen van de beschikking. Volgens Yzorg heeft zij schade geleden als gevolg van het verwijderen van [persoon1] door [verweerster] uit het systeem. [persoon1] werd voor 36 uur per week gedetacheerd, waarbij Yzorg een fee van € 10,00 exclusief 21% btw hanteert. Dat komt neer op een verlies van een omzet van de bedragen zoals genoemd in de vordering. 4.19 Dit verzoek van Yzorg wordt afgewezen. Eerder in de beschikking is al geoordeeld dat [verweerster] ervan uit mocht gaan dat zij toestemming van Yzorg had om de diensten uit het systeem te verwijderen, dan wel dat zij ervan uit mocht gaan dat de verwijdering voor haar geen consequenties zou hebben. Bovendien is niet aannemelijk dat er een causaal verband is tussen het handelen van [verweerster] en de gestelde schade. [persoon1] was namelijk vrij om bij Yzorg te vertrekken en niet langer voor Yzorg te werken. Vanwege de door hem gemaakte keuze zou Yzorg dus ook de gestelde omzet hebben gemist. [verweerster] hoeft dus geen schadevergoeding aan Yzorg te betalen. Yzorg moet de proceskosten betalen 4.20 De proceskosten komen voor rekening van Yzorg , omdat Yzorg overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerster] worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 5 De beoordeling van het tegenverzoek 5.1 [verweerster] heeft op de zitting laten weten dat wat in het verweerschrift is geschreven onder het kopje ‘nevenverzoeken’, moet worden gelezen als tegenverzoek. Weliswaar heeft [verweerster] dit niet als zelfstandig tegenverzoek opgenomen in haar verweerschrift, maar dit had gelet op de formulering wel zo mogen worden begrepen. Dat is ook door [verweerster] tijdens de mondelinge behandeling duidelijk gemaakt. De kantonrechter zal deze verzoeken dan ook behandelen als tegenverzoeken. Yzorg moet haar re-integratie verplichtingen nakomen 5.2 [verweerster] verzoekt ten eerste betaling van een eenmalige dwangsom van € 2.500,00 als Yzorg niet binnen tien werkdagen aan een verzoek van [verweerster] in verband met de op Yzorg rustende re-integratieverplichtingen voldoet, te verhogen met € 250,00 voor iedere werkdag dat Yzorg niet aan de verplichting voldoet. 5.3 [verweerster] stelt dat de bedrijfsarts pas in februari 2026 is ingeschakeld, terwijl haar ziekmelding dateert van 8 oktober 2025. Volgens Yzorg is [verweerster] ‘een paar weken’ na de ziekmelding aangemeld bij de arbodienst, maar in ieder geval begin december. De melding bij de arbodienst is niet overgelegd. Vast staat dat het traject bij de bedrijfsarts inmiddels loopt. De kantonrechter is van oordeel dat, mede gelet op wat er op de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen, niet duidelijk is geworden dat Yzorg niet aan haar verplichtingen zal voldoen nu in deze procedure is geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst niet wordt ontbonden. Bovendien is de verplichting uit dit verzoek zo ruim geformuleerd dat dit kan leiden tot executiegeschillen, wat niet wenselijk is. De kantonrechter zal deze vordering daarom beperkt toewijzen, in die zin dat de kantonrechter Yzorg zal gelasten om aan haar re-integratieverplichtingen te voldoen. De dwangsom wordt niet toegewezen. Yzorg moet de wettelijke rente en wettelijke verhoging betalen over het opgeschorte en te laat betaalde loon 5.4 Het tweede verzoek van [verweerster] is een verzoek tot betaling van de wettelijke rente en de maximale wettelijke verhogingen over het opzettelijk te laat en te weinig betaalde salaris. Dit verzoek wordt toegewezen. 5.5 Sinds februari 2026 heeft Yzorg het loon van [verweerster] opgeschort, omdat [verweerster] heeft geweigerd relevante informatie te verstrekken. Zij heeft namelijk volgens Yzorg geweigerd de contactgegevens te verstrekken van de medewerker van [bedrijf] die verteld zou hebben dat [persoon1] niet meer via Yzorg werkzaam zou mogen zijn. Uit de wet volgt wanneer een loondoorbetaling mag worden opgeschort. Nog los van het feit dat [verweerster] de betreffende naam al eerder aan Yzorg heeft doorgegeven (en op zitting opnieuw), valt de door Yzorg aangevoerde grond voor opschorting niet onder één van de opschortingsgronden uit de wet. De opschorting van de loondoorbetaling was en is dus niet rechtmatig. De kantonrechter geeft Yzorg mee om haar aan de op de mondelinge behandeling gedane toezegging tot hervatting van de loondoorbetaling te houden. 5.6 Naast de opschorting wordt het loon volgens [verweerster] stelselmatig te laat door Yzorg uitbetaald. Yzorg stelt dat dat het juist is dat het loon een enkele keer te laat is betaald, maar dat dit komt omdat zij sinds kort met een (nieuwe) salarisadministratie werkt en het berekenen van het ziekengeld verkeerd leek te gaan. De kantonrechter oordeelt dat dit geen geldige reden is voor het te laat uitbetalen van het salaris en dat dit voor rekening en risico komt voor Yzorg . Yzorg is verantwoordelijk voor het hebben van een deugdelijke salarisadministratie en het op tijd uitbetalen van het salaris. [verweerster] is namelijk afhankelijk van haar salaris voor haar levensonderhoud. 5.7 Het loon van [verweerster] moet volgens de arbeidsovereenkomst op de 21ste van iedere maand worden uitbetaald. Uit de stukken blijkt dat: het loon van november 2025 op 5 december 2025 is uitbetaald; het loon van december 2025 op 7 januari 2026 is uitbetaald; het loon van januari 2026 op 16 februari 2026 is uitbetaald en deze maand € 100,00 te weinig is uitbetaald; het loon van februari 2026 niet is betaald en er sindsdien geen loon meer is uitbetaald. 5.8 Over bovenstaande te late (en in één geval incomplete) loonbetalingen en over de door Yzorg opgeschorte loonbetalingen moet Yzorg de wettelijke rente en de wettelijke verhoging aan [verweerster] betalen. De wettelijke verhoging bedraagt voor de vierde tot en met de achtste werkdag vijf procent per dag en voor iedere volgende werkdag één procent, met een maximum van vijftig procent. Dit maximum is na drieëndertig werkdagen bereikt. De kantonrechter ziet geen reden om de wettelijke verhoging te matigen. Daarom wordt de wettelijke verhoging over bovenstaande bedragen toegekend tot het maximum van vijftig procent is bereikt. Yzorg hoeft de werkelijke juridische kosten en de kosten voor de psycholoog niet te betalen 5.9 Ten slotte verzoekt [verweerster] betaling van de gemaakte juridische kosten en de kosten van de psycholoog. Dit verzoek wordt afgewezen. 5.10 Uit vaste rechtspraak volgt dat in een procedure slechts bij hoge uitzondering aanleiding bestaat voor vergoeding van de volledige juridische kosten. Er moet dan sprake zijn van misbruik van procesrecht of een ingestelde vordering die evident kansloos is. Dat Yzorg zich schuldig heeft gemaakt aan één van deze genoemde gedragingen is niet gesteld en ook niet gebleken. 5.11 Over de kosten van de psycholoog oordeelt de kantonrechter als volgt.