Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-01-27
ECLI:NL:RBMNE:2026:1835
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,687 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1835 text/xml public 2026-04-30T08:52:46 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-27 UTR 25/6033 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1835 text/html public 2026-04-30T08:52:18 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1835 Rechtbank Midden-Nederland , 27-01-2026 / UTR 25/6033 Niet-ontvankelijk, geen griffierecht betaald RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6033 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats] , eiseres en Onbekende verweerder, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres van 20 oktober 2025. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit. 2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. 3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen. 4. De rechtbank heeft eiseres op 21 november 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, op 17 december 2025 en 29 december 2025 per gewone post verzonden aan eiseres. Daarbij is vermeld dat de termijn twee weken na verzending van de brief van 29 december 2025, dus op 12 januari 2026, eindigt. 5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven. 6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. 7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1835 text/xml public 2026-04-30T08:52:46 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-27 UTR 25/6033 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1835 text/html public 2026-04-30T08:52:18 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1835 Rechtbank Midden-Nederland , 27-01-2026 / UTR 25/6033 Niet-ontvankelijk, geen griffierecht betaald RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6033 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , te [plaats] , eiseres en Onbekende verweerder, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres van 20 oktober 2025. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit. 2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. 3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen. 4. De rechtbank heeft eiseres op 21 november 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, op 17 december 2025 en 29 december 2025 per gewone post verzonden aan eiseres. Daarbij is vermeld dat de termijn twee weken na verzending van de brief van 29 december 2025, dus op 12 januari 2026, eindigt. 5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven. 6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. 7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.