Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-05
ECLI:NL:RBMNE:2026:1586
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/2680 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats] , eisers, en het dagelijks bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen , Regionale Sociale Dienst , verweerder, (gemachtigde: A.G. [A] ). Inleiding 1. Eisers hebben op 21 oktober 2021 en op 1 november 2021 verzoeken ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo), artikel 10 van het EVRM en op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) . 1.1. Het college heeft bij besluit van 18 november 2021 de verzoeken voor zover deze zien op de Woo afgewezen. Voor zover de verzoeken zijn gebaseerd op de AVG wijst verweerder de verzoeken toe, waarbij verweerder een kopie van het dossier verstrekt van 1 juli 2021 tot en met heden. 1.2. Met het bestreden besluit van 22 februari 2023, verzonden op 3 april 2023, heeft verweerder het bezwaar tegen het besluit ongegrond verklaard. Verweerder heeft de verzoeken niet aangemerkt als een Woo-verzoek, maar als een inzageverzoek op grond van artikel 15 van de AVG. Verweerder heeft in het kader van de AVG een kopie van het dossier verstrekt over de periode van 1 juli 2021 tot en met 18 november 2021. 1.3. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Op 24 juli 2023, op 22 augustus 2023 en op 7 februari 2025 hebben eisers gronden ingediend. 1.4. Verweerder heeft op 1 september 2023 en op 19 december 2024 een verweerschrift ingediend en op 27 februari 2025 aanvullende stukken. 1.5. De rechtbank heeft het beroep op 4 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en de gemachtigde van verweerder. 1.6. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en eisers de gelegenheid gegeven om nader toe te lichten waarom de ontvangen dossiers niet volledig zijn . Verder heeft de rechtbank verweerder de gelegenheid gegeven om hier een reactie op in te dienen en om de Zivver-bestanden met het dossier te overleggen. 1.7. Eisers hebben een reactie ingediend. Verweerder heeft hier op gereageerd en heeft een USB-stick overgelegd met de Zivver-bestanden. 1.8. Partijen hebben ingestemd met het achterwege laten van een nadere zitting. De rechtbank heeft daarop het onderzoek gesloten. Totstandkoming van het besluit 2. Eisers hebben op 21 oktober 2021 en op 1 november 2021 op grond van artikel 10 van het EVRM, op grond van de Woo en op grond van artikel 15 van de AVG verzocht om het volledige digitale dossier in de zaaknummers Z/21/206729 en Z/21/208191, inclusief het dossier van het besluit van 20 maart 2009 waarin de gehuwdennorm wordt toegekend. Eisers willen ontvangen: het inkomstendossier; het schuldhulpdossier; alle digitale transcripties van de gesprekken die met eisers, met de advocaten en met de medewerkers van de RSD (o.a. op 30 juli 2015, 30 december 2015, 20 april 2016, 21 juni 2017) hebben plaats gevonden; de richtlijnen waarop alle besluiten van de RSD die betrekking hebben op eisers zaak, zijn gebaseerd; de volledige dossiers UTR 21/124, UTR 21/473, UTR 21/637, CRvB 16/5046, UTR 15/6546, RvS 201609340/3/A3. 2.1. Verweerder heeft met het primaire besluit van 18 november 2021 de verzoeken voor zover deze zijn gebaseerd op de Woo afgewezen, omdat volgens verweerder sprake is van misbruik van recht. Verweerder wijst de verzoeken voor zover deze zijn gebaseerd op de AVG toe en verstrekt een kopie van het dossier na 1 juli 2021 tot en met heden. Verweerder verstrekt het volledige dossier, met uitzondering van de digitale transcripties van gesprekken omdat deze niet worden opgenomen. Ook kan verweerder het schuldhulpdossier niet overleggen omdat dit conform de Archiefwet op 30 september 2018 is vernietigd. Verweerder heeft daarnaast geen beschikking over het dossier van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS 201609340/3/A3). Het verstrekken van relevante wet- en regelgeving valt niet onder de reikwijdte van het recht op in Zo hebben eisers verzocht om de onderhavige zaak te voegen met de zaak UTR 21/3424 en verzocht of de rechtbank zich kan uitlaten over de bevoegdheid om deze zaken te behandelen gelet op de uitspraken van de CRvB in de zaaknummers 14/1625 en 14/1626. De rechtbank overweegt dat voeging van deze zaak niet mogelijk is. De rechtbank heeft reeds op 10 november 2021 het beroep in de zaak UTR 21/3424 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het daartegen ingediende verzet op 24 januari 2022 ongegrond verklaard. Ook eisers verzoek aan de rechtbank om verweerder er toe te zetten uitvoering te geven aan de uitspraak van het CRvB van 10 januari 2013, omdat eisers recht hebben op een schadevergoeding maar deze tot op de dag van vandaag niet uitbetaald zouden hebben gekregen, valt buiten de omvang van dit geding. De rechtbank zal zich ook daar niet over uitlaten. 7. Eisers hebben de rechtbank verder verzocht om het procesdossier van de rechtbank te digitaliseren conform het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en om de stukken te ordeneren met cijfers. De rechtbank heeft eisers daarover voorafgaande aan de zitting bericht dat dit niet mogelijk is. 8. Eisers hebben ook verzocht om voorafgaande aan de zitting verweerder al te laten reageren op alle standpunten van eisers. Dit omdat verweerder (en de gemeente Bunnik) volgens eisers geen rechtsbescherming hebben gegeven aan de belangen van eisers en daarmee hun grondrechten zijn geschonden. Ook verzoeken eisers om onafhankelijk waarheidsvinding onderzoek voor de geplande zitting. De rechtbank overweegt dat het verweerder vrijstaat om voor de zitting een verweerschrift in te dienen, maar dat verweerder ook nog op de zitting verweer kan voeren voor zover dat niet in strijd is met de goede procesorde. Het procesbelang 9. Verweerder stelt zich op het standpunt dat er geen procesbelang bestaat, omdat het gehele dossier al aan eisers is verstrekt. 10. De rechtbank acht voldoende procesbelang aanwezig, nu eisers beoordeeld willen hebben of de documenten die onder de reikwijdte van hun verzoeken vallen wel volledig aan hen zijn verstrekt. Verwijzing naar de bezwaargronden 11. Eisers voeren ten eerste aan dat alle gronden al in het dossier zitten. Eisers hebben in de bezwaarprocedure alle gronden en verzoeken bij verweerder bekendgemaakt. 12. De rechtbank overweegt dat het aan eisers is om in beroep gemotiveerd en concreet aan te voeren waarom zij het niet eens zijn met de inhoud van het bestreden besluit. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is ingegaan op de bezwaargronden. De rechtbank overweegt dat een enkele verwijzing naar wat eerder is gesteld, zonder daarbij duidelijk te maken op welke onderdelen verweerder in zijn motivering tekort is geschoten, niet kan leiden tot enig resultaat. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het bestreden besluit niet voldoende op de bezwaargronden van eisers is ingegaan. Is de verstrekte informatie volledig? 13. Gezien hetgeen op de zitting is besproken begrijpt de rechtbank dat eisers aanvoeren dat zij niet alle informatie hebben verkregen die onder hun verzoeken vallen. 13.1. Eisers stellen daartoe dat zij niet het volledige digitale dossier hebben ontvangen. Eisers hebben van verweerder PDF-documenten gekregen, maar dit zijn geen digitale documenten. Eisers stellen dat er door verweerder gebruik wordt gemaakt van algoritmes om documenten dan wel besluiten op te stellen en die zijn op deze manier door de documenten per PDF te verstrekken niet zichtbaar. 13.2. Eisers stellen daartoe verder dat de ontvangen dossiers niet volledig zijn, omdat bij de inventarisatielijst de volgende stukken ontbreken: punt 2.1. bijlage 1, brief 26 oktober 2021 - alle dossierstukken van zaaknummers Z/21/206729 en Z//21/208191. Ook de brief van 19 oktober 2021; punt 3 - brief van 2 november 2021 met 11 verzoeken; punt 4.3. bijlage 4, klacht van 12 juli 2015; bijlage 5, infor Verweerder heeft verder toegelicht dat er tijdens gesprekken wel door een medewerker meegeschreven wordt maar dat dat notities voor eigen gebruik zijn. De inhoud van deze notities worden verwerkt in een rapportage, een plan van aanpak, een brief of een beschikking, waarna de notities worden verwijderd. Het is niet zo dat medewerkers buiten het dossier notities bewaren en een doorlopende regie op een dossier hebben. 18. De rechtbank is van oordeel dat eisers er niet in zijn geslaagd om aannemelijk te maken dat er informatie in het dossier ontbreekt. 18.1 De rechtbank overweegt daartoe allereerst dat – los van de vraag of het verzoek van eisers aldus gelezen moet worden dat ook gevraagd is om inzage in het mogelijke gebruik van algoritmes – verweerder gezien het voorgaande afdoende heeft toegelicht dat geen gebruik wordt gemaakt van algoritmes. De documenten en besluiten worden opgesteld door medewerkers, waarbij gebruik wordt gemaakt van een tekstverwerkingsprogramma die vervolgens een rapport of brief genereert. 18.2. De rechtbank overweegt verder dat niet duidelijk is naar welke inventarisatielijst én welke documenten, zoals omschreven in rechtsoverweging 13.2., eisers verwijzen. Door verweerder is géén inventarislijst bij de aan eisers verstrekte dossiers overgelegd. Met partijen is daarom op zitting afgesproken dat eisers dit punt concreet nader zouden toelichten aan de hand van de door verweerder aan eisers verstrekte stukken. De rechtbank heeft uitdrukkelijk met eisers afgesproken zich tot deze punten te beperken. Eisers hebben vervolgens daartoe bij brief van 5 oktober 2025 een reactie ingediend. Deze reactie omvat veel meer dan alleen een concrete toelichting op de gevraagde punten. De rechtbank zal alleen de toelichting waarom is gevraagd betrekken en laat al het overige, dus ook de nieuwe stukken die door eisers worden genoemd die verweerder onder zich zou moeten hebben maar niet bij de verstrekte dossiers zitten, buiten beschouwing. Ook de reacties van eisers van 15 december 2025, 4 januari 2026, 20 januari 2026 op de brieven van verweerder van 3 en 11 december 2025 blijven buiten beschouwing. Dit valt namelijk niet binnen het kader van de op zitting gemaakte afspraken zoals is vastgelegd in het verkort proces-verbaal van de zitting van 4 september 2025. 18.3. De toelichting van eisers op de punten zoals weergegeven 13.2. (c.q. onder 5a tot en met 5e in het verkort proces-verbaal) gaat niet in op de vraag over welke inventarisatielijst dit gaat en geeft voor de rechtbank geen duidelijkheid waarom eisers vinden dat bepaalde documenten in de door verweerder verstrekte dossiers ontbreken en welke documenten dat precies zijn. Daarbij komt dat dit ook voor verweerder gezien de brief van 3 december 2025 niet duidelijk is, en dat verweerder in die brief desalniettemin een deugdelijke toelichting heeft gegeven over de vraag welke documenten het dan mogelijk zou kunnen betreffen en dat die documenten weldegelijk in de aan eisers verstrekte dossiers aanwezig zijn, dan wel deugdelijk is toegelicht waarom informatie niet aanwezig is. Verweerder heeft daartoe het volgende toegelicht. Punt 2.1. bijlage 1, brief 26 oktober 2021 - alle dossierstukken van zaaknummers Z/21/206729 en Z//21/208191. Ook de brief van 19 oktober 2021. 19. Ten aanzien van de brief van 21 oktober 2021 is voor verweerder onduidelijk welke brief eisers bedoelen. Verweerder heeft na een handmatige screening een brief gevonden in de bijlage bij de mail van eisers van 26 oktober 2021, maar daar zitten geen andere bijlagen bij. Deze informatie zit bij de verstrekte stukken. De rechtbank ziet in de betreffende stukken geen aanknopingspunt dat er meer informatie moet zijn, 19.1. Ten aanzien van de dossiers Z/21/206729 en Z/21/208191 heeft verweerder toegelicht waar op de USB-stick deze dossiers zijn te vinden. De rechtbank oordeelt dat eisers niet concreet hebben toegelicht welke documenten in deze dossiers volgens hen dan toch ontbreken. 19.2. Ten aanzien van de br 24. Verweerder stelt dat de stukken met betrekking tot de toekenning van de gehuwdennorm buiten de verstrekkingsperiode van het tweede AVG-verzoek vallen. Ook is voor verweerder onduidelijk welke stukken eisers precies bedoelen. Verweerder licht toe dat eisers over de periode van 15 december 2019 tot en met 11 juli 2021 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet ontvingen. De uitkering is bij besluit van 20 maart 2009 met werkprocesnummer 63363 toegekend naar de gehuwdennorm. Verweerder stelt dat dit volledige aanvraagdossier aan eisers is verstrekt. De rechtbank heeft deze stukken bekeken en de stukken waar verweerder op wijst zijn in het dossier te vinden. De rechtbank is van oordeel dat eisers niet concreet en onderbouwd hebben toegelicht welke stukken in dit kader ontbreken. 24.1. Ten aanzien van de verzoeken om herziening en de procedures bij de rechtbank en de CRvB stelt verweerder dat eisers in de verstrekkingsperiode een herzieningsverzoek hebben ingediend met betrekking tot de vaststelling van de gehuwdennorm. Dit dossier is bij verweerder bekend onder zaaknummer Z/21/203936. De rechtbank stelt vast dat dit dossier op de USB-stick aanwezig is. Verder stelt verweerder dat eisers in diezelfde periode bezwaar hebben ingediend tegen het besluit op het herzieningsverzoek, dit dossier is bekend onder zaaknummer Z/21/206729. De rechtbank stelt vast dat dit dossier ook aan eisers is verstrekt. Verweerder stelt daarnaast dat eisers buiten de verstrekkingsperiode beroep hebben ingesteld tegen het besluit op bezwaar, dit dossier is bekend onder zaaknummer Z/21/206729. De rechtbank stelt dat verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat het dossier op de USB-stick aanwezig is. Verweerder merkt nog op dat eisers vaker kenbaar hebben gemaakt dat zij het oneens zijn met de vaststelling van de gehuwdennorm. Ook stelt verweerder dat een gerichte zoekactie naar procedures buiten de verstrekkingsperiode en in alle dossiers uit het verleden buiten de omvang van het geschil valt en een onevenredige zware belasting oplevert voor verweerder. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat, gezien de omstandigheden van de zaak, eisers ten aanzien van de herzieningsverzoeken en procedures onvoldoende duidelijk hebben gemaakt welke stukken ontbreken. Verweerder verklaart tegenstrijdig over de volledigheid van het dossier 25. In de gronden van beroep stellen eiser dat sprake is van tegenstrijdige verklaringen. Er zijn twee schriftelijke verklaringen overgelegd over de volledigheid van het dossier. Eisers verwijzen naar de verklaring van mevrouw [B] punt 2.1. bijlage 1 dossierstukken van 26 oktober 2021 en van de heer [A] bijlage 1 van 2 augustus 2023. Ter zitting is besproken dat deze verklaringen niet tegenstrijdig zijn, maar voor eisers niet te controleren zijn. Eisers vragen de rechtbank de feiten te controleren en te objectiveren. Op de zitting is nog gesteld dat de ontvangen dossiers niet volledig zijn, omdat de twee gesprekken met de heer [A] die door hem zijn opgenomen niet bij de stukken zitten. 26. Verweerder heeft toegelicht dat er geen digitale transcripties van de gesprekken zijn, omdat deze gesprekken niet worden opgenomen. Deze toelichting komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. Eisers hebben verder met deze stellingen niet aannemelijk gemaakt dat de verklaringen dat de dossiers volledig zijn verstrekt niet juist zijn, Vernietiging schuldhulpdossier 27. Eisers voeren aan dat het niet zo kan zijn dat verweerder bewijsmateriaal, namelijk het dossier schuldhulpverlening, vernietigt voordat verweerder de gevraagde informatie aan eisers hebben overgelegd en de procedures bij de rechtbank zijn afgelopen. 28. Verweerder heeft toegelicht dat het dossier schuldhulpverlening conform de Archiefwet op 30 september 2018 is vernietigd omdat gegevens niet langer dan vijf jaar nadat het dossier is gesloten mogen worden bewaard. Deze toelichting komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. Dit betekent dat niet meer kan w