Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-03-11
ECLI:NL:RBMNE:2026:1567
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,152 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1567 text/xml public 2026-04-28T12:23:31 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-11 C/16/591907 / HA ZA 25-216 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl PS-Updates.nl 2026-0187 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1567 text/html public 2026-04-21T11:04:12 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1567 Rechtbank Midden-Nederland , 11-03-2026 / C/16/591907 / HA ZA 25-216 Artikel 15 WAM. Aansprakelijkheid voor schade door aanrijding. Tussenvonnis met bewijsopdracht. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/591907 / HA ZA 25-216 Tussenvonnis van 11 maart 2026 in de zaak van ABN AMRO SCHADEVERZEKERING N.V. , gevestigd in Zwolle, eisende partij, hierna te noemen: ABN AMRO, advocaat: mr. R. Dijkema, tegen [gedaagde] , wonende in [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. G. Boot. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 t/m 23; - de conclusie van antwoord; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - aanvullende productie 24 aan de zijde van ABN AMRO; - de producties 1 t/m 6 aan de zijde van [gedaagde] . 1.2 Op 22 januari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij was namens ABN AMRO aanwezig [A] , [functie] , bijgestaan door mr. Dijkema. Ook [gedaagde] was aanwezig, bijgestaan door mr. Boot. Partijen hebben hun standpunten toegelicht. De advocaten hebben spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Deze zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting met partijen is besproken. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank bepaald dat vonnis zal worden gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1 Op 14 december 2021 is op de snelweg in Frankrijk in de buurt van Dijon de auto van [gedaagde] aangereden door een vrachtwagen. De auto stond stil en [gedaagde] en zijn partner [B] stonden op dat moment buiten de auto. De door de aanrijding veroorzaakte schade aan de vrachtwagen heeft ABN AMRO als WAM-verzekeraar aan het Franse transportbedrijf [bedrijf] vergoed. ABN AMRO neemt verhaal op [gedaagde] voor het bedrag dat zij aan schade heeft vergoed. Volgens ABN AMRO moest zij namelijk de schade aan de vrachtwagen vergoeden, terwijl – vanwege gedragingen van [gedaagde] als bestuurder – aansprakelijkheid van [gedaagde] voor de schade niet gedekt was door de verzekering. [gedaagde] is het daar niet mee eens. Volgens [gedaagde] reed niet hij, maar zijn partner [B] en ook overigens vindt [gedaagde] dat hij niet aansprakelijk is voor de schade door de aanrijding. 2.2. De rechtbank oordeelt dat vooralsnog de feiten en omstandigheden, waaruit volgens ABN AMRO volgt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade, niet zijn komen vast te staan. ABN AMRO krijgt de gelegenheid om nader bewijs te leveren van de feiten en omstandigheden die zij ten grondslag legt aan haar stelling dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door ABN AMRO vergoede schade. 3 3 De beoordeling ABN AMRO krijgt een bewijsopdracht 3.1 Tussen partijen is in geschil of ABN AMRO, die aan het Franse transportbedrijf de schade aan de vrachtwagen heeft vergoed, deze schade mag verhalen op [gedaagde] . 3.2. ABN AMRO kan de door haar vergoede schade op haar verzekerde [gedaagde] verhalen als hij voor deze schade aansprakelijk is en zijn verzekering geen dekking biedt voor deze schade. 3.3. ABN AMRO stelt primair dat [gedaagde] bestuurder was toen de auto tot stilstand kwam op de snelweg en dat hij de auto op de rechter rijstrook tot stilstand heeft gebracht, zonder gebruik te maken van alarmlichten. [gedaagde] betwist dit: hij stelt dat zijn partner [B] bestuurder was en dat de auto bovendien op de vluchtstrook tot stilstand is gebracht, terwijl wel gebruik is gemaakt van de alarmlichten. Subsidiair – indien het toch [B] is geweest die bestuurder was toen de auto tot stilstand kwam – meent ABN AMRO dat [gedaagde] aansprakelijk is omdat hij wel zeggenschap had over de auto en de gevaarlijke situatie heeft laten ontstaan, althans niet heeft verholpen en bovendien zijn partner heeft laten rijden terwijl zij onder invloed van alcohol verkeerde. De rechtbank overweegt dat beide feitelijke scenario’s – indien zij vast zouden staan – inderdaad kunnen leiden tot aansprakelijkheid van [gedaagde] en overweegt daartoe als volgt. Het toepasselijke Franse recht 3.4. Omdat de schade door de aanrijding zich heeft voorgedaan in Frankrijk moet naar Frans recht worden beoordeeld of [gedaagde] aansprakelijk is. 3.5. In het toepasselijke Franse recht staat: Article 1240 (https://www.legifrance.gouv.fr/codes/article_lc/LEGIARTI000032041571) Code de Civil Tout fait quelconque de l'homme, qui cause à autrui un dommage, oblige celui par la faute duquel il est arrivé à le réparer. Article 1241 (https://www.legifrance.gouv.fr/codes/article_lc/LEGIARTI000032041565) Code de Civil Chacun est responsable du dommage qu'il a causé non seulement par son fait, mais encore par sa négligence ou par son imprudence. Article R421-7 Code de la route Sauf en cas de nécessité absolue, les conducteurs ne doivent pas arrêter ou stationner leur véhicule sur les chaussées et les accotements, y compris sur les bandes d'arrêt d'urgence des autoroutes. Tout conducteur se trouvant dans la nécessité absolue d'immobiliser son véhicule doit le faire en dehors des voies de circulation ou, en cas d'impossibilité, au plus près du bord droit de la chaussée et dans tous les cas assurer la présignalisation de ce véhicule. S'il n'est pas en mesure de le remettre en marche par ses propres moyens, il doit faire le nécessaire pour assurer d'urgence le dégagement de l'autoroute. Le fait, pour tout conducteur, de contrevenir aux dispositions du présent article est puni de l'amende prévue pour les contraventions de la deuxième classe. Lorsque le conducteur ou le titulaire du certificat d'immatriculation est absent ou refuse, malgré l'injonction des agents, de faire cesser le stationnement irrégulier, l'immobilisation et la mise en fourrière peuvent être prescrites dans les conditions prévues aux articles L. 325-1 à L. 325-3. 3.6. De Franse wet bepaalt dat iemand die verantwoordelijk is voor de schade die hij heeft veroorzaakt door zijn eigen handelen of door nalatigheid verplicht is de schade te vergoeden. Op grond van de Franse wet is het niet toegestaan te stoppen of te parkeren op rijstroken en vluchtstroken tenzij het absoluut noodzakelijk is. Een bestuurder is verplicht zijn voertuig te stoppen buiten de rijstroken of als dat niet mogelijk is zo dicht mogelijk bij de rechterkant van de weg en moet ervoor zorgen dat het voertuig is gemarkeerd. 3.7. [gedaagde] moet dus een onrechtmatige daad (“faute”) hebben gepleegd jegens de Franse vrachtwagenchauffeur, wil de regresvordering van ABN AMRO kunnen slagen. Er staat nog niet vast dat [gedaagde] reed 3.8. ABN AMRO stelt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door de transportonderneming geleden schade van € 32.781,79. Volgens ABN AMRO blijkt dit uit de e-mail van 13 februari 2023 die is verstuurd tussen AXA en Van Ameyde France SAS. [gedaagde] heeft volgens ABN AMRO de aanrijding veroorzaakt door zijn auto stil te zetten op de rechter rijstrook voor langzaam rijdend verkeer zonder verlichting terwijl sprake was van mist. Ook heeft [gedaagde] gereden met meer alcohol op dan is toegestaan. ABN AMRO verwijst naar het proces-verbaal van de Franse politie van 14 december 2021 waarin twee getuigenverklaringen zijn opgenomen. Namelijk van [getuige 1] de vrachtwagenchauffeur die is gestopt om hulp te verlenen en [getuige 2] de vrachtwagenchauffeur die de auto heeft aangereden. Uit deze verklaringen blijkt dat de auto stilstond op de langzame rijstrook met gedoofde lichten. Ook blijkt uit de proces-verbaal dat [gedaagde] positief is getest op alcohol. 3.9. [gedaagde] zegt dat de auto stilstond op de vluchtstrook met de alarmlichten aan. Anders dan ABN AMRO stelt reed hij niet maar was het [B] die reed. Dit hebben zij ook verklaard bij de Franse politie.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1567 text/xml public 2026-04-28T12:23:31 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-11 C/16/591907 / HA ZA 25-216 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl PS-Updates.nl 2026-0187 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1567 text/html public 2026-04-21T11:04:12 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1567 Rechtbank Midden-Nederland , 11-03-2026 / C/16/591907 / HA ZA 25-216 Artikel 15 WAM. Aansprakelijkheid voor schade door aanrijding. Tussenvonnis met bewijsopdracht. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/591907 / HA ZA 25-216 Tussenvonnis van 11 maart 2026 in de zaak van ABN AMRO SCHADEVERZEKERING N.V. , gevestigd in Zwolle, eisende partij, hierna te noemen: ABN AMRO, advocaat: mr. R. Dijkema, tegen [gedaagde] , wonende in [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. G. Boot. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 t/m 23; - de conclusie van antwoord; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - aanvullende productie 24 aan de zijde van ABN AMRO; - de producties 1 t/m 6 aan de zijde van [gedaagde] . 1.2 Op 22 januari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij was namens ABN AMRO aanwezig [A] , [functie] , bijgestaan door mr. Dijkema. Ook [gedaagde] was aanwezig, bijgestaan door mr. Boot. Partijen hebben hun standpunten toegelicht. De advocaten hebben spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Deze zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting met partijen is besproken. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank bepaald dat vonnis zal worden gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1 Op 14 december 2021 is op de snelweg in Frankrijk in de buurt van Dijon de auto van [gedaagde] aangereden door een vrachtwagen. De auto stond stil en [gedaagde] en zijn partner [B] stonden op dat moment buiten de auto. De door de aanrijding veroorzaakte schade aan de vrachtwagen heeft ABN AMRO als WAM-verzekeraar aan het Franse transportbedrijf [bedrijf] vergoed. ABN AMRO neemt verhaal op [gedaagde] voor het bedrag dat zij aan schade heeft vergoed. Volgens ABN AMRO moest zij namelijk de schade aan de vrachtwagen vergoeden, terwijl – vanwege gedragingen van [gedaagde] als bestuurder – aansprakelijkheid van [gedaagde] voor de schade niet gedekt was door de verzekering. [gedaagde] is het daar niet mee eens. Volgens [gedaagde] reed niet hij, maar zijn partner [B] en ook overigens vindt [gedaagde] dat hij niet aansprakelijk is voor de schade door de aanrijding. 2.2. De rechtbank oordeelt dat vooralsnog de feiten en omstandigheden, waaruit volgens ABN AMRO volgt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade, niet zijn komen vast te staan. ABN AMRO krijgt de gelegenheid om nader bewijs te leveren van de feiten en omstandigheden die zij ten grondslag legt aan haar stelling dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door ABN AMRO vergoede schade. 3 3 De beoordeling ABN AMRO krijgt een bewijsopdracht 3.1 Tussen partijen is in geschil of ABN AMRO, die aan het Franse transportbedrijf de schade aan de vrachtwagen heeft vergoed, deze schade mag verhalen op [gedaagde] . 3.2. ABN AMRO kan de door haar vergoede schade op haar verzekerde [gedaagde] verhalen als hij voor deze schade aansprakelijk is en zijn verzekering geen dekking biedt voor deze schade. 3.3. ABN AMRO stelt primair dat [gedaagde] bestuurder was toen de auto tot stilstand kwam op de snelweg en dat hij de auto op de rechter rijstrook tot stilstand heeft gebracht, zonder gebruik te maken van alarmlichten. [gedaagde] betwist dit: hij stelt dat zijn partner [B] bestuurder was en dat de auto bovendien op de vluchtstrook tot stilstand is gebracht, terwijl wel gebruik is gemaakt van de alarmlichten. Subsidiair – indien het toch [B] is geweest die bestuurder was toen de auto tot stilstand kwam – meent ABN AMRO dat [gedaagde] aansprakelijk is omdat hij wel zeggenschap had over de auto en de gevaarlijke situatie heeft laten ontstaan, althans niet heeft verholpen en bovendien zijn partner heeft laten rijden terwijl zij onder invloed van alcohol verkeerde. De rechtbank overweegt dat beide feitelijke scenario’s – indien zij vast zouden staan – inderdaad kunnen leiden tot aansprakelijkheid van [gedaagde] en overweegt daartoe als volgt. Het toepasselijke Franse recht 3.4. Omdat de schade door de aanrijding zich heeft voorgedaan in Frankrijk moet naar Frans recht worden beoordeeld of [gedaagde] aansprakelijk is. 3.5. In het toepasselijke Franse recht staat: Article 1240 (https://www.legifrance.gouv.fr/codes/article_lc/LEGIARTI000032041571) Code de Civil Tout fait quelconque de l'homme, qui cause à autrui un dommage, oblige celui par la faute duquel il est arrivé à le réparer. Article 1241 (https://www.legifrance.gouv.fr/codes/article_lc/LEGIARTI000032041565) Code de Civil Chacun est responsable du dommage qu'il a causé non seulement par son fait, mais encore par sa négligence ou par son imprudence. Article R421-7 Code de la route Sauf en cas de nécessité absolue, les conducteurs ne doivent pas arrêter ou stationner leur véhicule sur les chaussées et les accotements, y compris sur les bandes d'arrêt d'urgence des autoroutes. Tout conducteur se trouvant dans la nécessité absolue d'immobiliser son véhicule doit le faire en dehors des voies de circulation ou, en cas d'impossibilité, au plus près du bord droit de la chaussée et dans tous les cas assurer la présignalisation de ce véhicule. S'il n'est pas en mesure de le remettre en marche par ses propres moyens, il doit faire le nécessaire pour assurer d'urgence le dégagement de l'autoroute. Le fait, pour tout conducteur, de contrevenir aux dispositions du présent article est puni de l'amende prévue pour les contraventions de la deuxième classe. Lorsque le conducteur ou le titulaire du certificat d'immatriculation est absent ou refuse, malgré l'injonction des agents, de faire cesser le stationnement irrégulier, l'immobilisation et la mise en fourrière peuvent être prescrites dans les conditions prévues aux articles L. 325-1 à L. 325-3. 3.6. De Franse wet bepaalt dat iemand die verantwoordelijk is voor de schade die hij heeft veroorzaakt door zijn eigen handelen of door nalatigheid verplicht is de schade te vergoeden. Op grond van de Franse wet is het niet toegestaan te stoppen of te parkeren op rijstroken en vluchtstroken tenzij het absoluut noodzakelijk is. Een bestuurder is verplicht zijn voertuig te stoppen buiten de rijstroken of als dat niet mogelijk is zo dicht mogelijk bij de rechterkant van de weg en moet ervoor zorgen dat het voertuig is gemarkeerd. 3.7. [gedaagde] moet dus een onrechtmatige daad (“faute”) hebben gepleegd jegens de Franse vrachtwagenchauffeur, wil de regresvordering van ABN AMRO kunnen slagen. Er staat nog niet vast dat [gedaagde] reed 3.8. ABN AMRO stelt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door de transportonderneming geleden schade van € 32.781,79. Volgens ABN AMRO blijkt dit uit de e-mail van 13 februari 2023 die is verstuurd tussen AXA en Van Ameyde France SAS. [gedaagde] heeft volgens ABN AMRO de aanrijding veroorzaakt door zijn auto stil te zetten op de rechter rijstrook voor langzaam rijdend verkeer zonder verlichting terwijl sprake was van mist. Ook heeft [gedaagde] gereden met meer alcohol op dan is toegestaan. ABN AMRO verwijst naar het proces-verbaal van de Franse politie van 14 december 2021 waarin twee getuigenverklaringen zijn opgenomen. Namelijk van [getuige 1] de vrachtwagenchauffeur die is gestopt om hulp te verlenen en [getuige 2] de vrachtwagenchauffeur die de auto heeft aangereden. Uit deze verklaringen blijkt dat de auto stilstond op de langzame rijstrook met gedoofde lichten. Ook blijkt uit de proces-verbaal dat [gedaagde] positief is getest op alcohol. 3.9. [gedaagde] zegt dat de auto stilstond op de vluchtstrook met de alarmlichten aan. Anders dan ABN AMRO stelt reed hij niet maar was het [B] die reed. Dit hebben zij ook verklaard bij de Franse politie.
Volledig
Omdat tijdens het rijden de auto plotseling uit was gevallen hebben zij de auto laten uitrollen en op de vluchtstrook stilgezet. Ter zitting heeft [gedaagde] gezegd de alarmlichten te hebben aangezet. Omdat het niet meer lukte de auto te starten zijn zij uitgestapt en achter de vangrail gaan staan. Zij hebben toen wat gedronken uit de fles wijn die ze mee hadden. 3.10. De rechtbank overweegt dat [gedaagde] voldoende gemotiveerd heeft weersproken dat hij de bestuurder was en dat de auto zou zijn stilgezet op de rechter rijbaan zonder alarmlichten. Dat [gedaagde] eerst tegen de Franse politie heeft gezegd dat hij de bestuurder was maakt dit niet anders. Zowel [gedaagde] als [B] hebben in de door hun overgelegde verklaringen verklaard dat [B] reed. Uit het proces-verbaal van de Franse politie van 14 december 2021 blijkt bovendien dat de Franse Politie ook ervan uitgaat dat [B] heeft gereden. Daarin staat namelijk: “Dépistages impossible sur [B] , cette dernière les ayant refusé. Cependant sont état et l’odeur de son haleine ne laissent aucun doute sur. son état avancé d’alcoolisation. Après enquête il en ressort bien que c’est cette dernière qui était la conductrice”. De Franse politie heeft na onderzoek vastgesteld dat [B] de bestuurder was. Of de Franse politie ook onderzoek heeft verricht naar de positie van de auto op de rijbaan ten tijde van de aanrijding en de zichtbaarheid van de auto is onduidelijk. Dit blijkt niet uit het proces-verbaal. In het proces-verbaal staat slechts dat op moment dat de politie ter plaatse kwam de auto al op het bergingsvoertuig staat. Daarover staat het volgende: “Les premiers à marcher (PAM) du PMO CHEVIGNY-SAINT-SAUVEUR le gendarme [C] et l’ élève-gendarme [D] arrivent les premiers sur les lieux à 01 heure 30 minutes. A notre arrivée sur les lieux nous constatons la présence d'un véhicule Hollandais de marque Mercedes immatriculé [kenteken 1] lourdement accidenté qui se trouve déjà sur la dépanneuse. Le poids lourd de marque Volvo immatriculé [kenteken 2] présentant un choc a l’ avant se trouve 50 mètres plus loin sur la bande d'arrêt d'urgence(B.A.U).” 3.11. De rechtbank overweegt dat als ervan moet worden uitgegaan dat [B] reed evenzeer de overige door ABN AMRO gestelde (en door [gedaagde] betwiste) omstandigheden van het stilstaan op de rechter rijstrook, zonder het gebruik van alarmlichten, nog niet vaststaan. De bewijslast rust op ABN AMRO 3.12. ABN AMRO draagt de bewijslast van de feiten en omstandigheden die zij ten grondslag legt aan haar stelling dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de ongevalsschade. Het is immers ABN AMRO die zich beroept op het rechtsgevolg van deze feiten en omstandigheden, namelijk een regresrecht op [gedaagde] op grond van art. 15 WAM. De rechtbank geeft ABN AMRO in overweging om bij de bewijslevering ook het door haar gestelde subsidiaire scenario te betrekken, voor het geval het primaire scenario niet zou komen vast te staan. 3.13. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling van partijen begrepen dat er in het kader van de schadeafwikkeling wel enig contact tussen partijen is geweest. Omdat informatie hierover in het dossier ontbreekt verlangt de rechtbank van partijen daarvan een nadere onderbouwing. ABN AMRO en [gedaagde] worden in de gelegenheid gesteld om telefoonnotities, (e-mail)correspondentie en zo mogelijk andere relevante stukken in te dienen waaruit blijkt wat partijen over de schadeafwikkeling hebben gecommuniceerd. 3.14. Na de bewijslevering zal de rechtbank beoordelen of [gedaagde] voor de schade door de aanrijding aansprakelijk kan worden gehouden. De rechtbank zal pas daarna de vraag kunnen beantwoorden en kunnen bepalen of [gedaagde] de schade aan ABN AMRO moet vergoeden. Daarvoor zal de rechtbank beoordelen of ABN AMRO terecht stelt dat de verzekering geen dekking biedt. Alle verdere beslissingen worden aangehouden tot het eindvonnis. 3.15. Omdat er eerst bewijs moet worden geleverd door ABN AMRO kan de rechtbank nu nog geen definitieve beslissing geven over de vorderingen van ABN AMRO. Daarom is dit vonnis een tussenvonnis. De definitieve beslissingen zullen worden gegeven in het eindvonnis. 4 De beslissing De rechtbank 4.1 draagt ABN AMRO op te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het ongeval op 14 december 2021, 4.2 bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 8 april 2026 voor - uitlating door ABN AMRO of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel, - voor akte aan de zijde van ABN AMRO en akte aan de zijde van [gedaagde] voor het overleggen van de onder 3.13 bedoelde stukken 4.3 bepaalt dat, als ABN AMRO geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen, 4.4 bepaalt dat, als ABN AMRO getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden april 2026 tot en met juni 2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, 4.5 bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van A.L. Poort-Gleusteen, in het gerechtsgebouw te Utrecht, Vrouwe Justitiaplein 1, 4.6 bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen, 4.7 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door A.L. Poort-Gleusteen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026. Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) Artikel 15 WAM Artikel 4 en 15 onder a Verordening (EG.) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Verordening Rome II) Artikelen 1240 en 1241 van de Code Civil Productie 3 bij de dagvaarding en productie 24 van ABN AMRO Producties 1 en 2 aan de zijde van [gedaagde] Productie 3 bij de dagvaarding Productie 3 bij de dagvaarding, pagina 6/37 onderaan
Volledig
Omdat tijdens het rijden de auto plotseling uit was gevallen hebben zij de auto laten uitrollen en op de vluchtstrook stilgezet. Ter zitting heeft [gedaagde] gezegd de alarmlichten te hebben aangezet. Omdat het niet meer lukte de auto te starten zijn zij uitgestapt en achter de vangrail gaan staan. Zij hebben toen wat gedronken uit de fles wijn die ze mee hadden. 3.10. De rechtbank overweegt dat [gedaagde] voldoende gemotiveerd heeft weersproken dat hij de bestuurder was en dat de auto zou zijn stilgezet op de rechter rijbaan zonder alarmlichten. Dat [gedaagde] eerst tegen de Franse politie heeft gezegd dat hij de bestuurder was maakt dit niet anders. Zowel [gedaagde] als [B] hebben in de door hun overgelegde verklaringen verklaard dat [B] reed. Uit het proces-verbaal van de Franse politie van 14 december 2021 blijkt bovendien dat de Franse Politie ook ervan uitgaat dat [B] heeft gereden. Daarin staat namelijk: “Dépistages impossible sur [B] , cette dernière les ayant refusé. Cependant sont état et l’odeur de son haleine ne laissent aucun doute sur. son état avancé d’alcoolisation. Après enquête il en ressort bien que c’est cette dernière qui était la conductrice”. De Franse politie heeft na onderzoek vastgesteld dat [B] de bestuurder was. Of de Franse politie ook onderzoek heeft verricht naar de positie van de auto op de rijbaan ten tijde van de aanrijding en de zichtbaarheid van de auto is onduidelijk. Dit blijkt niet uit het proces-verbaal. In het proces-verbaal staat slechts dat op moment dat de politie ter plaatse kwam de auto al op het bergingsvoertuig staat. Daarover staat het volgende: “Les premiers à marcher (PAM) du PMO CHEVIGNY-SAINT-SAUVEUR le gendarme [C] et l’ élève-gendarme [D] arrivent les premiers sur les lieux à 01 heure 30 minutes. A notre arrivée sur les lieux nous constatons la présence d'un véhicule Hollandais de marque Mercedes immatriculé [kenteken 1] lourdement accidenté qui se trouve déjà sur la dépanneuse. Le poids lourd de marque Volvo immatriculé [kenteken 2] présentant un choc a l’ avant se trouve 50 mètres plus loin sur la bande d'arrêt d'urgence(B.A.U).” 3.11. De rechtbank overweegt dat als ervan moet worden uitgegaan dat [B] reed evenzeer de overige door ABN AMRO gestelde (en door [gedaagde] betwiste) omstandigheden van het stilstaan op de rechter rijstrook, zonder het gebruik van alarmlichten, nog niet vaststaan. De bewijslast rust op ABN AMRO 3.12. ABN AMRO draagt de bewijslast van de feiten en omstandigheden die zij ten grondslag legt aan haar stelling dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de ongevalsschade. Het is immers ABN AMRO die zich beroept op het rechtsgevolg van deze feiten en omstandigheden, namelijk een regresrecht op [gedaagde] op grond van art. 15 WAM. De rechtbank geeft ABN AMRO in overweging om bij de bewijslevering ook het door haar gestelde subsidiaire scenario te betrekken, voor het geval het primaire scenario niet zou komen vast te staan. 3.13. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling van partijen begrepen dat er in het kader van de schadeafwikkeling wel enig contact tussen partijen is geweest. Omdat informatie hierover in het dossier ontbreekt verlangt de rechtbank van partijen daarvan een nadere onderbouwing. ABN AMRO en [gedaagde] worden in de gelegenheid gesteld om telefoonnotities, (e-mail)correspondentie en zo mogelijk andere relevante stukken in te dienen waaruit blijkt wat partijen over de schadeafwikkeling hebben gecommuniceerd. 3.14. Na de bewijslevering zal de rechtbank beoordelen of [gedaagde] voor de schade door de aanrijding aansprakelijk kan worden gehouden. De rechtbank zal pas daarna de vraag kunnen beantwoorden en kunnen bepalen of [gedaagde] de schade aan ABN AMRO moet vergoeden. Daarvoor zal de rechtbank beoordelen of ABN AMRO terecht stelt dat de verzekering geen dekking biedt. Alle verdere beslissingen worden aangehouden tot het eindvonnis. 3.15. Omdat er eerst bewijs moet worden geleverd door ABN AMRO kan de rechtbank nu nog geen definitieve beslissing geven over de vorderingen van ABN AMRO. Daarom is dit vonnis een tussenvonnis. De definitieve beslissingen zullen worden gegeven in het eindvonnis. 4 De beslissing De rechtbank 4.1 draagt ABN AMRO op te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het ongeval op 14 december 2021, 4.2 bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 8 april 2026 voor - uitlating door ABN AMRO of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel, - voor akte aan de zijde van ABN AMRO en akte aan de zijde van [gedaagde] voor het overleggen van de onder 3.13 bedoelde stukken 4.3 bepaalt dat, als ABN AMRO geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen, 4.4 bepaalt dat, als ABN AMRO getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden april 2026 tot en met juni 2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, 4.5 bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van A.L. Poort-Gleusteen, in het gerechtsgebouw te Utrecht, Vrouwe Justitiaplein 1, 4.6 bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen, 4.7 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door A.L. Poort-Gleusteen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026. Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) Artikel 15 WAM Artikel 4 en 15 onder a Verordening (EG.) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Verordening Rome II) Artikelen 1240 en 1241 van de Code Civil Productie 3 bij de dagvaarding en productie 24 van ABN AMRO Producties 1 en 2 aan de zijde van [gedaagde] Productie 3 bij de dagvaarding Productie 3 bij de dagvaarding, pagina 6/37 onderaan