Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-03-18
ECLI:NL:RBMNE:2026:1488
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,465 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1488 text/xml public 2026-04-30T09:00:17 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-18 UTR 25/6459 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1488 text/html public 2026-04-30T08:59:45 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1488 Rechtbank Midden-Nederland , 18-03-2026 / UTR 25/6459 BNT bezwaar RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6459 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak), en Dienst Toeslagen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 25 juni 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. 3. Eiseres heeft verweerder op 30 oktober 2025 in gebreke gesteld. Op 11 november 2025 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. De rechtbank stelt vast dat er dus geen twee weken zijn verstreken tussen de ontvangst van de schriftelijke ingebrekestelling door verweerder en het indienen van het beroep. Het beroep is dan ook prematuur (te vroeg) ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. 4. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1488 text/xml public 2026-04-30T09:00:17 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-18 UTR 25/6459 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1488 text/html public 2026-04-30T08:59:45 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1488 Rechtbank Midden-Nederland , 18-03-2026 / UTR 25/6459 BNT bezwaar RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6459 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak), en Dienst Toeslagen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 25 juni 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. 3. Eiseres heeft verweerder op 30 oktober 2025 in gebreke gesteld. Op 11 november 2025 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. De rechtbank stelt vast dat er dus geen twee weken zijn verstreken tussen de ontvangst van de schriftelijke ingebrekestelling door verweerder en het indienen van het beroep. Het beroep is dan ook prematuur (te vroeg) ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. 4. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.