Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-03-03
ECLI:NL:RBMNE:2026:1469
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
11,195 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1469 text/xml public 2026-04-14T10:48:30 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-03 16/212375-25; 16/142080-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Utrecht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1469 text/html public 2026-04-14T10:47:55 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1469 Rechtbank Midden-Nederland , 03-03-2026 / 16/212375-25; 16/142080-25 Veroordelingen voor het opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten en het in het openbaar een ander indringend seksueel benaderen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/212375-25 en 16/142080-25 (t.t.z. gevoegd) Vonnis van de meervoudige kamer van 3 maart 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] (Zuid-Afrika), adres: [adres] , [postcode] in [plaats] , (hierna: [verdachte] ). 1 Zitting De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 17 februari 2026. Op de zitting waren aanwezig: [verdachte] ; de moeder van [verdachte] ; de vader van [verdachte] ; de officier van justitie: mr. M.M.L. Kalsbeek; de advocaat van [verdachte] : mr. M.M. Helmers; [A] , jeugdreclasseerder bij Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE). 2 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat: In de zaak met parketnummer 16/212375-25: feit 1 op 10 juli 2025 in Utrecht meerdere handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht door in de brandgang achter de woningen op de [straat] zijn geslachtsdeel te tonen, zijn geslachtsdeel vast te houden en op- en neergaande bewegingen te maken; feit 2 op 27 mei 2025 in Utrecht in het openbaar een ander, te weten [aangever 1] , indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door tegen die [aangever 1] te zeggen: - 'mag ik aan je tieten zitten en daarna wil ik mijn lul in je kutje stoppen' en/of - met zijn hand richting de borsten van die [aangever 1] te bewegen. In de zaak met parketnummer 16/142080-25: feit 1 op 28 april 2025 in Utrecht meerdere handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht door in het park rondom het Houtensepad zijn geslachtsdeel te tonen, zijn geslachtsdeel vast te houden en op- en neergaande bewegingen te maken; feit 2 in de periode van 21 maart 2025 tot en met 21 april 2025 in Utrecht in het openbaar een ander, te weten [aangever 2] en/of andere meldsters, indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door: - tegenover die [aangever 2] zelfbevredigende bewegingen te maken met zijn hand ter hoogte van zijn geslachtsdeel en/of daarbij zijn tong uit zijn mond te steken en/of - tegen een meldster te zeggen dat hij behoefte heeft om te neuken, en daarbij te vragen of hij dat met meldster kan doen en/of - tegen een of meerdere meldsters te zeggen "ik vind jou lekker" en/of "ik wil mijn piemel in jouw vagina laten glijden" en/of - tegen een meldster te zeggen "je borsten bewegen leuk op en neer, volgens mij heb je geen bh aan" en/of "mag ik even aan je tepels zitten?" en/of "ik weet dat je er geil van wordt" - tegen een meldster te zeggen "mag ik aan je tieten zuigen" en/of - tegen een meldster te zeggen "ik ga mijn piemel in je warme kutje stoppen". De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis. 3 Bewijs In de zaak met parketnummer 16/212375-25 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] beide feiten heeft gepleegd. 3.2. Standpunt van de verdediging De advocaat van [verdachte] voert geen verweer over het bewijs en sluit zich ten aanzien van de bewezenverklaring aan bij het standpunt van de officier van justitie. 3.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank oordeelt dat beide feiten zijn bewezen. De advocaat van [verdachte] heeft niet om vrijspraak van de feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 17 februari 2026; een proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] van 10 juli 2025; - een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 3 juni 2025; - een proces-verbaal van bevindingen van 10 juli 2025. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan. In de zaak met parketnummer 16/142080-25 3.4. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] beide feiten heeft gepleegd. 3.5. Standpunt van de verdediging De advocaat van [verdachte] voert geen verweer over het bewijs en sluit zich ten aanzien van de bewezenverklaring aan bij het standpunt van de officier van justitie. 3.6. Oordeel van de rechtbank De rechtbank oordeelt dat beide feiten zijn bewezen. De advocaat van [verdachte] heeft niet om vrijspraak van de feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 17 februari 2026; een proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] van 28 april 2025; - een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 24 april 2025; - een proces-verbaal van bevindingen van 28 april 2025; - een proces-verbaal van bevindingen van 28 april 2025. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan. 3.7. Bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] : In de zaak met parketnummer 16/212375-25 feit 1 op 10 juli 2025 te Utrecht opzettelijk in het openbaar, te weten in de brandgang achter de woningen op de [straat] , handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten, - zijn geslachtsdeel tonen, en - zijn geslachtsdeel vastpakken en met zijn hand om zijn geslachtsdeel op- en neergaande bewegingen maken; feit 2 op 27 mei 2025 te Utrecht in het openbaar een ander, te weten [aangever 1] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een opmerking en een gebaar, op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en onterend was te achten, door - tegen die [aangever 1] te zeggen 'mag ik aan je tieten zitten en daarna wil ik mijn lul in je kutje stoppen' en - met zijn hand richting de borsten van die [aangever 1] te bewegen.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1469 text/xml public 2026-04-14T10:48:30 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-03 16/212375-25; 16/142080-25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Utrecht Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1469 text/html public 2026-04-14T10:47:55 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1469 Rechtbank Midden-Nederland , 03-03-2026 / 16/212375-25; 16/142080-25 Veroordelingen voor het opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten en het in het openbaar een ander indringend seksueel benaderen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/212375-25 en 16/142080-25 (t.t.z. gevoegd) Vonnis van de meervoudige kamer van 3 maart 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] (Zuid-Afrika), adres: [adres] , [postcode] in [plaats] , (hierna: [verdachte] ). 1 Zitting De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 17 februari 2026. Op de zitting waren aanwezig: [verdachte] ; de moeder van [verdachte] ; de vader van [verdachte] ; de officier van justitie: mr. M.M.L. Kalsbeek; de advocaat van [verdachte] : mr. M.M. Helmers; [A] , jeugdreclasseerder bij Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE). 2 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat: In de zaak met parketnummer 16/212375-25: feit 1 op 10 juli 2025 in Utrecht meerdere handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht door in de brandgang achter de woningen op de [straat] zijn geslachtsdeel te tonen, zijn geslachtsdeel vast te houden en op- en neergaande bewegingen te maken; feit 2 op 27 mei 2025 in Utrecht in het openbaar een ander, te weten [aangever 1] , indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door tegen die [aangever 1] te zeggen: - 'mag ik aan je tieten zitten en daarna wil ik mijn lul in je kutje stoppen' en/of - met zijn hand richting de borsten van die [aangever 1] te bewegen. In de zaak met parketnummer 16/142080-25: feit 1 op 28 april 2025 in Utrecht meerdere handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht door in het park rondom het Houtensepad zijn geslachtsdeel te tonen, zijn geslachtsdeel vast te houden en op- en neergaande bewegingen te maken; feit 2 in de periode van 21 maart 2025 tot en met 21 april 2025 in Utrecht in het openbaar een ander, te weten [aangever 2] en/of andere meldsters, indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door: - tegenover die [aangever 2] zelfbevredigende bewegingen te maken met zijn hand ter hoogte van zijn geslachtsdeel en/of daarbij zijn tong uit zijn mond te steken en/of - tegen een meldster te zeggen dat hij behoefte heeft om te neuken, en daarbij te vragen of hij dat met meldster kan doen en/of - tegen een of meerdere meldsters te zeggen "ik vind jou lekker" en/of "ik wil mijn piemel in jouw vagina laten glijden" en/of - tegen een meldster te zeggen "je borsten bewegen leuk op en neer, volgens mij heb je geen bh aan" en/of "mag ik even aan je tepels zitten?" en/of "ik weet dat je er geil van wordt" - tegen een meldster te zeggen "mag ik aan je tieten zuigen" en/of - tegen een meldster te zeggen "ik ga mijn piemel in je warme kutje stoppen". De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis. 3 Bewijs In de zaak met parketnummer 16/212375-25 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] beide feiten heeft gepleegd. 3.2. Standpunt van de verdediging De advocaat van [verdachte] voert geen verweer over het bewijs en sluit zich ten aanzien van de bewezenverklaring aan bij het standpunt van de officier van justitie. 3.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank oordeelt dat beide feiten zijn bewezen. De advocaat van [verdachte] heeft niet om vrijspraak van de feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 17 februari 2026; een proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] van 10 juli 2025; - een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 3 juni 2025; - een proces-verbaal van bevindingen van 10 juli 2025. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan. In de zaak met parketnummer 16/142080-25 3.4. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] beide feiten heeft gepleegd. 3.5. Standpunt van de verdediging De advocaat van [verdachte] voert geen verweer over het bewijs en sluit zich ten aanzien van de bewezenverklaring aan bij het standpunt van de officier van justitie. 3.6. Oordeel van de rechtbank De rechtbank oordeelt dat beide feiten zijn bewezen. De advocaat van [verdachte] heeft niet om vrijspraak van de feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 17 februari 2026; een proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] van 28 april 2025; - een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 24 april 2025; - een proces-verbaal van bevindingen van 28 april 2025; - een proces-verbaal van bevindingen van 28 april 2025. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan. 3.7. Bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] : In de zaak met parketnummer 16/212375-25 feit 1 op 10 juli 2025 te Utrecht opzettelijk in het openbaar, te weten in de brandgang achter de woningen op de [straat] , handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten, - zijn geslachtsdeel tonen, en - zijn geslachtsdeel vastpakken en met zijn hand om zijn geslachtsdeel op- en neergaande bewegingen maken; feit 2 op 27 mei 2025 te Utrecht in het openbaar een ander, te weten [aangever 1] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een opmerking en een gebaar, op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en onterend was te achten, door - tegen die [aangever 1] te zeggen 'mag ik aan je tieten zitten en daarna wil ik mijn lul in je kutje stoppen' en - met zijn hand richting de borsten van die [aangever 1] te bewegen.
Volledig
In de zaak met parketnummer 16/142080-25 feit 1 op 28 april 2025 te Utrecht opzettelijk in het openbaar, te weten in het park rondom het Houtensepad, handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten - door meermalen zijn geslachtsdeel te tonen en - door met beide handen zijn geslachtsdeel vast te houden en zijn handen daarbij op en neer te bewegen; feit 2 in de periode van 21 maart 2025 tot en met 21 april 2025 te Utrecht in het openbaar, een ander, te weten [aangever 2] en andere meldsters, indringend seksueel heeft benaderd, door middel van opmerkingen en gebaren, op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en onterend was te achten, door - tegenover die [aangever 2] zelfbevredigende bewegingen te maken met zijn hand ter hoogte van zijn geslachtsdeel en daarbij zijn tong uit zijn mond te steken en - tegen een meldster te zeggen dat hij behoefte heeft om te neuken, en daarbij te vragen of hij dat met meldster kan doen en - tegen meerdere meldsters te zeggen "ik vind jou lekker" en "ik wil mijn piemel in jouw vagina laten glijden" - tegen een meldster te zeggen "je borsten bewegen leuk op en neer, volgens mij heb je geen bh aan" en "mag ik even aan je tepels zitten?" en "ik weet dat je er geil van wordt" - tegen een meldster te zeggen "mag ik aan je tieten zuigen" en - tegen een meldster te zeggen "ik ga mijn piemel in je warme kutje stoppen"; De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken. De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte] niet. 4 Kwalificatie en strafbaarheid 4.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: In de zaak met parketnummer 16/212375-25 feit 1 het opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten; feit 2 in het openbaar een ander indringend benaderen door middel van opmerkingen en gebaren op een wijze die vreesaanjagend/vernederend/kwetsend/onterend is te achten. In de zaak met parketnummer 16/142080-25 feit 1 het opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten; feit 2 in het openbaar een ander indringend benaderen door middel van opmerkingen en gebaren op een wijze die vreesaanjagend/vernederend/kwetsend/onterend is te achten, meermalen gepleegd. 4.2. Strafbaarheid feiten en verdachte De feiten en [verdachte] zijn strafbaar. 5 Straf 5.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie eist dat [verdachte] wordt veroordeelt tot een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 80 uren, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van twee jaren, met de algemene en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) in haar rapport van 12 februari 2026. De officier van justitie eist dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering direct na de uitspraak ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn). 5.2. Standpunt van de verdediging De advocaat van [verdachte] verzoekt de rechtbank om aan [verdachte] een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen met een proeftijd van twee jaren. De advocaat vraagt bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening te houden met de zeer jonge leeftijd van [verdachte] en het feit dat hij een zogenoemde ‘first offender’ is. Daarnaast loopt [verdachte] al geruime tijd in een schorsing van de voorlopige hechtenis waarbij hij goed gedrag laat zien. De advocaat verzoekt de rechtbank om het advies van de psycholoog om het ten laste gelegde in verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen te volgen. De advocaat kan zich vinden in de door de Raad geadviseerde bijzondere voorwaarden, maar vraagt zich af of het zinvol is om de voorwaarde ten aanzien van het geven van inzicht in zijn gebruik van sociale media en zijn online/offline contacten aan [verdachte] op te leggen. De ouders zien namelijk al streng toe op zijn telefoongebruik. Tot slot kan de advocaat zich vinden in de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering. 5.3. Oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder [verdachte] deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Ernst en omstandigheden van de feiten [verdachte] heeft zich meerdere keren schuldig gemaakt aan schennispleging door in het openbaar ongevraagd zijn geslachtsdeel aan meerdere vrouwen te laten zien en door in de directe nabijheid van deze vrouwen in het openbaar te masturberen. Daarnaast heeft [verdachte] meerdere keren in het openbaar vrouwen indringend seksueel benaderd. De vrouwen werden overvallen door het gedrag van [verdachte] en waren daardoor erg ontdaan. Ook voelden sommige vrouwen zich onveilig en waren zij bang voor [verdachte] . Dergelijk gedrag is onacceptabel en draagt bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Iedereen zou zich veilig moeten voelen, zonder lastig te worden gevallen door anderen. De rechtbank neemt het [verdachte] kwalijk dat hij zich heeft laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens, zijn eigen behoeften vooropgesteld heeft en daarbij voorbij is gegaan aan de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Persoonlijke omstandigheden van [verdachte] De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van [verdachte] van 9 januari 2026, waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank heeft ook gekeken naar de Pro Justitia-rapportage van 14 oktober 2025, opgesteld door GZ-psycholoog M.A. Westerink-Hetebrij. In de Pro Justitia-rapportage komt naar voren dat [verdachte] PTSS-achtige klachten heeft overgehouden aan zijn belaste verleden. Daarnaast is bij [verdachte] sprake van een fors verstoorde ontwikkeling met betrekking tot zijn (seksuele) ontwikkeling. Het risico op recidive is matig. De deskundige adviseert om het tenlastegelegde in verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen en adviseert een voorwaardelijk kader met begeleiding vanuit de jeugdreclassering. De rechtbank heeft daarnaast gekeken naar het rapport van de jeugdreclassering, SAVE van 9 februari 2026. Uit dat rapport blijkt dat [verdachte] de schorsing van de voorlopige hechtenis en de begeleiding die hij in dat kader heeft gekregen goed heeft doorlopen. Het risico op recidive is laag. [verdachte] komt zijn afspraken na, staat open voor hulp, is goed bereikbaar en werkt actief mee aan de begeleiding van zijn coach en SAVE. Ook is hij niet opnieuw in aanraking gekomen met de politie. Het is van belang om rekening te houden met de kwetsbaarheid van [verdachte] . Hij is vooral gebaat bij het voortzetten van een passende, specialistische behandeling en begeleiding. SAVE adviseert een voorwaardelijke werkstraf op te leggen, in combinatie met een jeugdreclasseringsmaatregel en een proeftijd van twee jaren. De rechtbank heeft tot slot gekeken naar het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 12 februari 2026. Daar uit blijkt dat het van belang is dat [verdachte] op forensisch vlak specialistische behandeling krijgt, zodat hij kan voorkomen dat hij opnieuw tot grensoverschrijdend gedrag overgaat. Daarnaast is het belangrijk dat er aandacht is voor zijn gehechtheidsontwikkeling en traumaverwerking. Ook is belangrijk dat [verdachte] leert om grenzen van anderen te herkennen en accepteren zodat hij zich op alle vlakken (waaronder seksueel vlak) kan ontwikkelen. Het algemeen recidiverisico is laag en het dynamisch risicoprofiel wordt ingeschat als midden. De Raad adviseert een geheel voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met oplegging van de jeugdreclasseringsmaatregel, met in het kort de volgende bijzondere voorwaarden: meewerken aan een positieve dagbesteding en vrijetijdsbesteding, meewerken aan een specialistische forensische behandeling, meewerken aan coaching en inzicht geven in zijn gebruik van sociale media en in zijn contacten.
Volledig
In de zaak met parketnummer 16/142080-25 feit 1 op 28 april 2025 te Utrecht opzettelijk in het openbaar, te weten in het park rondom het Houtensepad, handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten - door meermalen zijn geslachtsdeel te tonen en - door met beide handen zijn geslachtsdeel vast te houden en zijn handen daarbij op en neer te bewegen; feit 2 in de periode van 21 maart 2025 tot en met 21 april 2025 te Utrecht in het openbaar, een ander, te weten [aangever 2] en andere meldsters, indringend seksueel heeft benaderd, door middel van opmerkingen en gebaren, op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en onterend was te achten, door - tegenover die [aangever 2] zelfbevredigende bewegingen te maken met zijn hand ter hoogte van zijn geslachtsdeel en daarbij zijn tong uit zijn mond te steken en - tegen een meldster te zeggen dat hij behoefte heeft om te neuken, en daarbij te vragen of hij dat met meldster kan doen en - tegen meerdere meldsters te zeggen "ik vind jou lekker" en "ik wil mijn piemel in jouw vagina laten glijden" - tegen een meldster te zeggen "je borsten bewegen leuk op en neer, volgens mij heb je geen bh aan" en "mag ik even aan je tepels zitten?" en "ik weet dat je er geil van wordt" - tegen een meldster te zeggen "mag ik aan je tieten zuigen" en - tegen een meldster te zeggen "ik ga mijn piemel in je warme kutje stoppen"; De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. [verdachte] wordt daarvan vrijgesproken. De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt [verdachte] niet. 4 Kwalificatie en strafbaarheid 4.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: In de zaak met parketnummer 16/212375-25 feit 1 het opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten; feit 2 in het openbaar een ander indringend benaderen door middel van opmerkingen en gebaren op een wijze die vreesaanjagend/vernederend/kwetsend/onterend is te achten. In de zaak met parketnummer 16/142080-25 feit 1 het opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten; feit 2 in het openbaar een ander indringend benaderen door middel van opmerkingen en gebaren op een wijze die vreesaanjagend/vernederend/kwetsend/onterend is te achten, meermalen gepleegd. 4.2. Strafbaarheid feiten en verdachte De feiten en [verdachte] zijn strafbaar. 5 Straf 5.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie eist dat [verdachte] wordt veroordeelt tot een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van 80 uren, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van twee jaren, met de algemene en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) in haar rapport van 12 februari 2026. De officier van justitie eist dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering direct na de uitspraak ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn). 5.2. Standpunt van de verdediging De advocaat van [verdachte] verzoekt de rechtbank om aan [verdachte] een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen met een proeftijd van twee jaren. De advocaat vraagt bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening te houden met de zeer jonge leeftijd van [verdachte] en het feit dat hij een zogenoemde ‘first offender’ is. Daarnaast loopt [verdachte] al geruime tijd in een schorsing van de voorlopige hechtenis waarbij hij goed gedrag laat zien. De advocaat verzoekt de rechtbank om het advies van de psycholoog om het ten laste gelegde in verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen te volgen. De advocaat kan zich vinden in de door de Raad geadviseerde bijzondere voorwaarden, maar vraagt zich af of het zinvol is om de voorwaarde ten aanzien van het geven van inzicht in zijn gebruik van sociale media en zijn online/offline contacten aan [verdachte] op te leggen. De ouders zien namelijk al streng toe op zijn telefoongebruik. Tot slot kan de advocaat zich vinden in de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering. 5.3. Oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder [verdachte] deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Ernst en omstandigheden van de feiten [verdachte] heeft zich meerdere keren schuldig gemaakt aan schennispleging door in het openbaar ongevraagd zijn geslachtsdeel aan meerdere vrouwen te laten zien en door in de directe nabijheid van deze vrouwen in het openbaar te masturberen. Daarnaast heeft [verdachte] meerdere keren in het openbaar vrouwen indringend seksueel benaderd. De vrouwen werden overvallen door het gedrag van [verdachte] en waren daardoor erg ontdaan. Ook voelden sommige vrouwen zich onveilig en waren zij bang voor [verdachte] . Dergelijk gedrag is onacceptabel en draagt bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Iedereen zou zich veilig moeten voelen, zonder lastig te worden gevallen door anderen. De rechtbank neemt het [verdachte] kwalijk dat hij zich heeft laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens, zijn eigen behoeften vooropgesteld heeft en daarbij voorbij is gegaan aan de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Persoonlijke omstandigheden van [verdachte] De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van [verdachte] van 9 januari 2026, waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank heeft ook gekeken naar de Pro Justitia-rapportage van 14 oktober 2025, opgesteld door GZ-psycholoog M.A. Westerink-Hetebrij. In de Pro Justitia-rapportage komt naar voren dat [verdachte] PTSS-achtige klachten heeft overgehouden aan zijn belaste verleden. Daarnaast is bij [verdachte] sprake van een fors verstoorde ontwikkeling met betrekking tot zijn (seksuele) ontwikkeling. Het risico op recidive is matig. De deskundige adviseert om het tenlastegelegde in verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen en adviseert een voorwaardelijk kader met begeleiding vanuit de jeugdreclassering. De rechtbank heeft daarnaast gekeken naar het rapport van de jeugdreclassering, SAVE van 9 februari 2026. Uit dat rapport blijkt dat [verdachte] de schorsing van de voorlopige hechtenis en de begeleiding die hij in dat kader heeft gekregen goed heeft doorlopen. Het risico op recidive is laag. [verdachte] komt zijn afspraken na, staat open voor hulp, is goed bereikbaar en werkt actief mee aan de begeleiding van zijn coach en SAVE. Ook is hij niet opnieuw in aanraking gekomen met de politie. Het is van belang om rekening te houden met de kwetsbaarheid van [verdachte] . Hij is vooral gebaat bij het voortzetten van een passende, specialistische behandeling en begeleiding. SAVE adviseert een voorwaardelijke werkstraf op te leggen, in combinatie met een jeugdreclasseringsmaatregel en een proeftijd van twee jaren. De rechtbank heeft tot slot gekeken naar het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 12 februari 2026. Daar uit blijkt dat het van belang is dat [verdachte] op forensisch vlak specialistische behandeling krijgt, zodat hij kan voorkomen dat hij opnieuw tot grensoverschrijdend gedrag overgaat. Daarnaast is het belangrijk dat er aandacht is voor zijn gehechtheidsontwikkeling en traumaverwerking. Ook is belangrijk dat [verdachte] leert om grenzen van anderen te herkennen en accepteren zodat hij zich op alle vlakken (waaronder seksueel vlak) kan ontwikkelen. Het algemeen recidiverisico is laag en het dynamisch risicoprofiel wordt ingeschat als midden. De Raad adviseert een geheel voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met oplegging van de jeugdreclasseringsmaatregel, met in het kort de volgende bijzondere voorwaarden: meewerken aan een positieve dagbesteding en vrijetijdsbesteding, meewerken aan een specialistische forensische behandeling, meewerken aan coaching en inzicht geven in zijn gebruik van sociale media en in zijn contacten.
Volledig
Verminderde toerekenbaarheid De rechtbank neemt ten aanzien van de toerekenbaarheid de bovengenoemde conclusie van de psycholoog over en maakt deze tot de hare. Dit betekent dat de feiten in verminderde mate aan [verdachte] worden toegerekend. De rechtbank zal hiermee in strafverminderende zin rekening houden. Strafkader De rechtbank heeft kennis genomen van de straffen die aan minderjarigen en ‘first offenders’ in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Conclusie De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf als uitgangspunt genomen dat het belangrijk is om recht te doen aan de ernst van de feiten die [verdachte] heeft gepleegd. Aan de andere kant moet een straf eraan bijdragen dat hij zich op een positieve manier ontwikkelt en niet nog eens de fout ingaat. Alles afwegende vindt de rechtbank een voorwaardelijke werkstraf van 80 uren, met aftrek van het voorarrest en de algemene en bijzondere voorwaarden zoals hieronder opgenomen in de beslissing passend en geboden. Bij de afweging van de straf heeft de jonge leeftijd van [verdachte] een grote rol gespeeld. Want door zijn leeftijd is het belangrijk dat een straf niet onnodig in de weg staat aan zijn ontwikkeling. Ook van belang is dat de rechtbank denkt dat [verdachte] voldoende is afgeschrikt. Hij heeft namelijk op zitting spijt betuigd en uitgelegd dat hij nu inziet waarom zijn gedrag niet door de beugel kan. Daar komt bij dat hij zich in de afgelopen tijd goed aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. Tenslotte is er rekening mee gehouden dat [verdachte] niet eerder veroordeeld is voor een strafbaar feit. Om die redenen is gekozen voor een geheel voorwaardelijke straf in de vorm van een werkstaf. De rechtbank hoopt dat [verdachte] , met de voorwaardelijke straf als stok achter de deur en de begeleiding die hij krijgt, enkel het goede pad zal blijven bewandelen. Dadelijke uitvoerbaarheid Gelet op het karakter van de feiten, de ernst van de feiten, het advies van de Raad en het rapport van Pro Justitie, vindt de rechtbank het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden direct gaan gelden. Uit het advies van de Raad en het rapport van Pro Justitia blijkt namelijk dat [verdachte] begeleiding nodig heeft om te voorkomen dat hij opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten gaat plegen. Het is belangrijk dat deze begeleiding direct kan worden voortgezet. De rechtbank beveelt de op te leggen bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering daarom dadelijk uitvoerbaar. De voorlopige hechtenis De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen. 6 Toegepaste wetsartikelen De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen: - 77a, 77g, 77x, 77m, 77n, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 254b, 429ter van het Wetboek van Strafrecht; 7 De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat [verdachte] feit 1 en feit 2 onder parketnummer 16/212375-25 en feit 1 en feit 2 onder parketnummer 16/142080-25 heeft gepleegd, zoals in paragraaf 3.7 is omschreven; - verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit in paragraaf 4.1 is vermeld; strafbaarheid verdachte - verklaart [verdachte] strafbaar voor het onder 1 en 2 onder parketnummer 16/212375-25 en het onder 1 en 2 onder parketnummer 16/142080-25 bewezenverklaarde; straf - veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 80 uren ; - beveelt dat voor het geval [verdachte] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen jeugddetentie; - bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag; - bepaalt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd , tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast; - als algemene voorwaarden gelden dat [verdachte] : zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - als bijzondere voorwaarden gelden dat [verdachte] : meewerkt aan een positieve dagbesteding (onderwijs en/of werk); meewerkt aan een positieve vrijetijdsbesteding (zoals sport in de vorm van deelname aan een voetbalvereniging en/of bijbaan); meewerkt aan specialistische forensische behandeling door De Waag of een soortgelijke instelling al dan niet in samenwerking met psychotherapiepraktijk [praktijk] , gericht op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag, gehechtheidsontwikkeling, trauma’s en vermoedelijk eigen slachtofferschap daarin, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht; meewerkt aan coaching door Het Opstapje of een soortgelijke instelling, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht; openheid geeft aan de jeugdreclassering over zijn sociale contacten en zijn gebruik van sociale media, indien en zolang de jeugdreclassering dit nodig acht; - geeft aan de gecertificeerde instelling, te weten SAVE te Utrecht, de opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden; - beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn; voorlopige hechtenis - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Van Wambeke, voorzitter, mr. O. Böhmer en mr. J.E.S. Dolmans, kinderrechters, in tegenwoordigheid mr. A. Belhadi, griffier en is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026. Bijlage I: De tenlastelegging Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat: In de zaak met parketnummer 16/212375-25 1 hij op of omstreeks 10 juli 2025 te Utrecht opzettelijk in het openbaar, te weten in de brandgang achter de woningen op de [straat] , een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten, - zijn geslachtsdeel tonen, en/of, - zijn geslachtsdeel vastpakken en/of met zijn hand om zijn geslachtsdeel op- en neergaande bewegingen maken; 2 hij op of omstreeks 27 mei 2025 te Utrecht in het openbaar een ander, te weten [aangever 1] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door - tegen die [aangever 1] te zeggen 'mag ik aan je tieten zitten en daarna wil ik mijn lul in je kutje stoppen', althans woorden van gelijke strekking, en/of - met zijn hand richting de borsten van die [aangever 1] te bewegen.
Volledig
Verminderde toerekenbaarheid De rechtbank neemt ten aanzien van de toerekenbaarheid de bovengenoemde conclusie van de psycholoog over en maakt deze tot de hare. Dit betekent dat de feiten in verminderde mate aan [verdachte] worden toegerekend. De rechtbank zal hiermee in strafverminderende zin rekening houden. Strafkader De rechtbank heeft kennis genomen van de straffen die aan minderjarigen en ‘first offenders’ in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Conclusie De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf als uitgangspunt genomen dat het belangrijk is om recht te doen aan de ernst van de feiten die [verdachte] heeft gepleegd. Aan de andere kant moet een straf eraan bijdragen dat hij zich op een positieve manier ontwikkelt en niet nog eens de fout ingaat. Alles afwegende vindt de rechtbank een voorwaardelijke werkstraf van 80 uren, met aftrek van het voorarrest en de algemene en bijzondere voorwaarden zoals hieronder opgenomen in de beslissing passend en geboden. Bij de afweging van de straf heeft de jonge leeftijd van [verdachte] een grote rol gespeeld. Want door zijn leeftijd is het belangrijk dat een straf niet onnodig in de weg staat aan zijn ontwikkeling. Ook van belang is dat de rechtbank denkt dat [verdachte] voldoende is afgeschrikt. Hij heeft namelijk op zitting spijt betuigd en uitgelegd dat hij nu inziet waarom zijn gedrag niet door de beugel kan. Daar komt bij dat hij zich in de afgelopen tijd goed aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. Tenslotte is er rekening mee gehouden dat [verdachte] niet eerder veroordeeld is voor een strafbaar feit. Om die redenen is gekozen voor een geheel voorwaardelijke straf in de vorm van een werkstaf. De rechtbank hoopt dat [verdachte] , met de voorwaardelijke straf als stok achter de deur en de begeleiding die hij krijgt, enkel het goede pad zal blijven bewandelen. Dadelijke uitvoerbaarheid Gelet op het karakter van de feiten, de ernst van de feiten, het advies van de Raad en het rapport van Pro Justitie, vindt de rechtbank het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden direct gaan gelden. Uit het advies van de Raad en het rapport van Pro Justitia blijkt namelijk dat [verdachte] begeleiding nodig heeft om te voorkomen dat hij opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten gaat plegen. Het is belangrijk dat deze begeleiding direct kan worden voortgezet. De rechtbank beveelt de op te leggen bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering daarom dadelijk uitvoerbaar. De voorlopige hechtenis De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen. 6 Toegepaste wetsartikelen De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen: - 77a, 77g, 77x, 77m, 77n, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 254b, 429ter van het Wetboek van Strafrecht; 7 De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat [verdachte] feit 1 en feit 2 onder parketnummer 16/212375-25 en feit 1 en feit 2 onder parketnummer 16/142080-25 heeft gepleegd, zoals in paragraaf 3.7 is omschreven; - verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit in paragraaf 4.1 is vermeld; strafbaarheid verdachte - verklaart [verdachte] strafbaar voor het onder 1 en 2 onder parketnummer 16/212375-25 en het onder 1 en 2 onder parketnummer 16/142080-25 bewezenverklaarde; straf - veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 80 uren ; - beveelt dat voor het geval [verdachte] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen jeugddetentie; - bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag; - bepaalt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd , tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast; - als algemene voorwaarden gelden dat [verdachte] : zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen; - als bijzondere voorwaarden gelden dat [verdachte] : meewerkt aan een positieve dagbesteding (onderwijs en/of werk); meewerkt aan een positieve vrijetijdsbesteding (zoals sport in de vorm van deelname aan een voetbalvereniging en/of bijbaan); meewerkt aan specialistische forensische behandeling door De Waag of een soortgelijke instelling al dan niet in samenwerking met psychotherapiepraktijk [praktijk] , gericht op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag, gehechtheidsontwikkeling, trauma’s en vermoedelijk eigen slachtofferschap daarin, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht; meewerkt aan coaching door Het Opstapje of een soortgelijke instelling, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht; openheid geeft aan de jeugdreclassering over zijn sociale contacten en zijn gebruik van sociale media, indien en zolang de jeugdreclassering dit nodig acht; - geeft aan de gecertificeerde instelling, te weten SAVE te Utrecht, de opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden; - beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn; voorlopige hechtenis - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Van Wambeke, voorzitter, mr. O. Böhmer en mr. J.E.S. Dolmans, kinderrechters, in tegenwoordigheid mr. A. Belhadi, griffier en is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026. Bijlage I: De tenlastelegging Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat: In de zaak met parketnummer 16/212375-25 1 hij op of omstreeks 10 juli 2025 te Utrecht opzettelijk in het openbaar, te weten in de brandgang achter de woningen op de [straat] , een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten, - zijn geslachtsdeel tonen, en/of, - zijn geslachtsdeel vastpakken en/of met zijn hand om zijn geslachtsdeel op- en neergaande bewegingen maken; 2 hij op of omstreeks 27 mei 2025 te Utrecht in het openbaar een ander, te weten [aangever 1] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door - tegen die [aangever 1] te zeggen 'mag ik aan je tieten zitten en daarna wil ik mijn lul in je kutje stoppen', althans woorden van gelijke strekking, en/of - met zijn hand richting de borsten van die [aangever 1] te bewegen.