Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-02-20
ECLI:NL:RBMNE:2026:1099
Civiel recht; Personen- en familierecht
Conservatoire maatregel
1,918 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1099 text/xml public 2026-04-07T08:01:37 2026-03-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-20 C/16/607157 / FZ RK 26-130 Uitspraak Conservatoire maatregel Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Lelystad Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1099 text/html public 2026-04-07T08:01:16 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1099 Rechtbank Midden-Nederland , 20-02-2026 / C/16/607157 / FZ RK 26-130 Wvggz. Verzoek VCM wordt afgewezen omdat de tweede pagina van het verzoek ontbreekt. Inhoud van het verzoek kan niet vastgesteld worden. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Lelystad Zaaknummer: C/16/607157 / FZ RK 26-130 Datum uitspraak: 20 februari 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] (Suriname), hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , verblijvend bij GGZ Centraal, locatie [locatie] in [plaats] , advocaat: mr. M.A.D. Kok. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank heeft, na doorverwijzing vanuit de rechtbank Rotterdam op 18 februari 2026 het verzoekschrift met bijlagen ontvangen. 1.2. De zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; [A] , verpleegkundig specialist. 2 Wat vaststaat Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in GGZ Centraal, locatie [locatie] in [plaats] . De burgemeester van de gemeente Rotterdam heeft de crisismaatregel op 16 februari 2026 afgegeven. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank wijst het verzoek af. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank dit doet. 4.2. In het verzoek dat de rechtbank van de officier van justitie heeft ontvangen ontbreekt de tweede pagina. Ook de advocaat en de zorgverantwoordelijke beschikken niet over pagina twee. Hierdoor is het verzoek voor alle aanwezigen incompleet. De rechtbank heeft de officier van justitie een dag voorafgaand aan de zitting hiervan op de hoogte gesteld en in de gelegenheid gesteld om deze fout te herstellen, maar de officier van justitie heeft hier geen gebruik van gemaakt. De officier van justitie heeft niet gereageerd. Gelet op het einde van pagina 1 en het begin van pagina 3, vermoedt de rechtbank dat op de tweede pagina de verzochte vormen van verplichte zorg gedeeltelijk worden genoemd. Deze pagina is derhalve noodzakelijk om te weten waar de rechtbank precies over moet beslissen. De rechtbank kan weliswaar op grond van artikel 6:4 lid 2 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ambtshalve zorgvormen toewijzen die niet zijn verzocht, maar de rechtbank is van oordeel dat dit wetsartikel niet bedoeld is om fouten van de officier van justitie te herstellen. Bovendien is het voor de rechtbank niet duidelijk welke vormen van verplichte zorg wel en welke niet zijn verzocht, terwijl artikel 6:4 lid 2 Wvggz alleen bedoeld is om de verzochte vormen aan te vullen. Ook de medische verklaring kan niet gebruikt worden om de inhoud van het verzoek te reconstrueren, omdat de officier van justitie een zelfstandige rol en verantwoordelijkheid heeft in de keuze wat wel of niet verzocht wordt. De rechtbank weet dus niet waarop zij moet beslissen, en wijst daarom het verzoek af. 5 De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Pel, griffier en op schrift gesteld op Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1099 text/xml public 2026-04-07T08:01:37 2026-03-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-20 C/16/607157 / FZ RK 26-130 Uitspraak Conservatoire maatregel Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Lelystad Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1099 text/html public 2026-04-07T08:01:16 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1099 Rechtbank Midden-Nederland , 20-02-2026 / C/16/607157 / FZ RK 26-130 Wvggz. Verzoek VCM wordt afgewezen omdat de tweede pagina van het verzoek ontbreekt. Inhoud van het verzoek kan niet vastgesteld worden. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Lelystad Zaaknummer: C/16/607157 / FZ RK 26-130 Datum uitspraak: 20 februari 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] (Suriname), hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , verblijvend bij GGZ Centraal, locatie [locatie] in [plaats] , advocaat: mr. M.A.D. Kok. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank heeft, na doorverwijzing vanuit de rechtbank Rotterdam op 18 februari 2026 het verzoekschrift met bijlagen ontvangen. 1.2. De zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; [A] , verpleegkundig specialist. 2 Wat vaststaat Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in GGZ Centraal, locatie [locatie] in [plaats] . De burgemeester van de gemeente Rotterdam heeft de crisismaatregel op 16 februari 2026 afgegeven. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank wijst het verzoek af. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank dit doet. 4.2. In het verzoek dat de rechtbank van de officier van justitie heeft ontvangen ontbreekt de tweede pagina. Ook de advocaat en de zorgverantwoordelijke beschikken niet over pagina twee. Hierdoor is het verzoek voor alle aanwezigen incompleet. De rechtbank heeft de officier van justitie een dag voorafgaand aan de zitting hiervan op de hoogte gesteld en in de gelegenheid gesteld om deze fout te herstellen, maar de officier van justitie heeft hier geen gebruik van gemaakt. De officier van justitie heeft niet gereageerd. Gelet op het einde van pagina 1 en het begin van pagina 3, vermoedt de rechtbank dat op de tweede pagina de verzochte vormen van verplichte zorg gedeeltelijk worden genoemd. Deze pagina is derhalve noodzakelijk om te weten waar de rechtbank precies over moet beslissen. De rechtbank kan weliswaar op grond van artikel 6:4 lid 2 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ambtshalve zorgvormen toewijzen die niet zijn verzocht, maar de rechtbank is van oordeel dat dit wetsartikel niet bedoeld is om fouten van de officier van justitie te herstellen. Bovendien is het voor de rechtbank niet duidelijk welke vormen van verplichte zorg wel en welke niet zijn verzocht, terwijl artikel 6:4 lid 2 Wvggz alleen bedoeld is om de verzochte vormen aan te vullen. Ook de medische verklaring kan niet gebruikt worden om de inhoud van het verzoek te reconstrueren, omdat de officier van justitie een zelfstandige rol en verantwoordelijkheid heeft in de keuze wat wel of niet verzocht wordt. De rechtbank weet dus niet waarop zij moet beslissen, en wijst daarom het verzoek af. 5 De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Pel, griffier en op schrift gesteld op Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.