Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-02-09
ECLI:NL:RBMNE:2026:1073
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,069 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1073 text/xml public 2026-03-20T09:32:42 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-09 24/7822 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1073 text/html public 2026-03-20T09:32:18 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1073 Rechtbank Midden-Nederland , 09-02-2026 / 24/7822 Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de schulddienstverlening van eiseres. Verweerder heeft de schulddienstverlening beëindigd omdat het plan van aanpak niet werd nageleefd en eiseres niet instemde met onderbewindstelling. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij stelt dat het plan van aanpak dat voorafgaand aan de schuldhulpverlening is opgesteld voor haar onuitvoerbaar was, onder meer vanwege haar financiële en medische situatie. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/7822 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en het dagelijks bestuur van de RDWI, verweerder, (gemachtigde: mr. S. Verkuijl) Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de schulddienstverlening van eiseres. Verweerder heeft de schulddienstverlening beëindigd omdat het plan van aanpak niet werd nageleefd en eiseres niet instemde met onderbewindstelling. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij stelt dat het plan van aanpak dat voorafgaand aan de schuldhulpverlening is opgesteld voor haar onuitvoerbaar was, onder meer vanwege haar financiële en medische situatie. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het primair besluit van 27 augustus 2024 heeft verweerder besloten om het traject schulddienstverlening per 26 augustus 2024 te beëindigen. 2.1. Eiseres heeft op 23 september 2024 bezwaar gemaakt. 2.2. Met het bestreden besluit van 4 december 2024 op het bezwaar van eiseres is de RDWI bij dat besluit gebleven. 2.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar begeleider [A] , de gemachtigde van de RDWI en de behandelaren van het dossier van eiseres, werkzaam bij de RDWI ( [B] en [C] ). Beoordeling door de rechtbank Heeft verweerder in redelijkheid tot het besluit om de schuldhulpverlening te beëindigen kunnen komen? 3. Eiseres betoogt dat verweerder niet in redelijkheid tot beëindiging van de schulddienstverlening heeft kunnen komen. Zij voert aan dat het aan haar opgelegde plan van aanpak onuitvoerbare voorwaarden bevatte. In het bijzonder noemt zij de verplichting om andere huisvesting te regelen en haar budget op orde te brengen. Volgens eiseres was het laatste niet mogelijk omdat zij, vanwege noodzakelijke medische kosten die niet worden vergoed, structureel meer uitgaven dan inkomsten had. Vanwege haar medische situatie, meer in het bijzonder operaties die zij moest ondergaan, was verhuizen niet mogelijk. Zij heeft daarom niet ingestemd met het plan van aanpak. 4. Voor zover eiseres stelt dat het plan van aanpak onuitvoerbaar was, overweegt de rechtbank dat het plan van aanpak zelf een besluit in de zin van de Awb was, waartegen zij bezwaar had kunnen maken. Argumenten over de onredelijkheid of onmogelijkheid van voorwaarden die werden gesteld in het plan van aanpak hadden daarom in dat kader naar voren gebracht kunnen en moeten worden. Niet is gebleken dat eiseres van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. De rechtbank gaat daarom uit van de rechtmatigheid van het plan van aanpak. 5. Wel overweegt de rechtbank ten overvloede dat het plan van aanpak de rechtbank redelijk voor komt. Dat uitgaven en inkomsten met elkaar in balans gebracht moeten worden, is een basisvoorwaarde om een realistisch plan aan schuldeisers te kunnen presenteren. Dat verhuizing daarvoor noodzakelijk lijkt, heeft eiseres ook erkend, nu haar huidige woonsituatie niet meer past bij haar financiële middelen. Daarbij is ook van belang dat verweerder in het plan van aanpak oog heeft gehad voor de lastige woonsituatie van eiseres en dat een verhuizing lastig is te bewerkstelligen; wanneer aan de andere voorwaarden in het plan zou zijn voldaan, zou het nog niet verhuisd zijn niet direct tot beëindiging van de schuldhulpverlening leiden. 6. Eiseres heeft ook aangevoerd dat zij het plan van aanpak nooit heeft ondertekend. Voor zover eiseres betoogt dat het ontbreken van haar handtekening aan beëindiging van de schulddienstverlening in de weg staat, volgt de rechtbank haar daarin niet. Uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Beleidsregel toelating tot de schulddienstverlening RDWI 2021 (hierna: de beleidsregels) volgt niet dat een plan van aanpak pas werking heeft nadat deze is ondertekend. Sterker, op grond van artikel 6, aanhef en onder b, van de beleidsregels kan het dagelijks bestuur de schulddienstverlening beëindigen indien de cliënt weigert het plan van aanpak te ondertekenen. Dit had op zich dus al een reden kunnen zijn voor verweerder om tot beëindiging over te gaan. 7. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet heeft voldaan aan de voorwaarden uit het plan van aanpak. De rechtbank overweegt daarbij dat eiseres geen andere huisvesting heeft gevonden en zij haar budget niet op orde heeft gebracht. Ook relatief eenvoudig haalbare voorwaarden, zoals het uitschrijven uit de Kamer van Koophandel of het beslag op een auto doen opheffen, zijn niet gehaald. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder in beginsel heeft kunnen besluiten de schulddienstverlening te beëindigen, uit artikel 6 van de beleidsregels volgt dat die bevoegdheid in zo’n geval bestaat. Hardheidsclausule en bewindvoering 8. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule. De hardheidsclausule staat in artikel 8 van de beleidsregels. 9. De rechtbank stelt voorop dat verweerder bij de toepassing van de hardheidsclausule beoordelingsruimte toekomt. De rechtbank toetst de wijze waarop verweerder van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt daarom terughoudend. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat geen aanleiding bestaat om de hardheidsclausule toe te passen, omdat eiseres niet alleen vanwege haar medische en financiële situatie, maar ook op andere onderdelen niet aan het plan van aanpak heeft voldaan. Daarnaast is eiseres het alternatief van bewindvoering geboden, in dat geval zou de schulddienstverlening wel worden voortgezet, maar dat heeft eiseres geweigerd. De rechtbank kan verweerder volgen in deze motivering. 10. Verweerder heeft eiseres het alternatief van onderbewindstelling geboden, indien het nakomen van de voorwaarden uit het plan van aanpak haar niet lukte. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit in redelijkheid als passend alternatief heeft mogen beschouwen, omdat bewindvoering kan bijdragen aan stabilisatie van de financiële situatie en het bieden van rust en overzicht. Verweerder heeft het weigeren van dit alternatief mogen betrekken bij de beoordeling van het beroep op de hardheidsclausule. 11. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat eiseres ook niet heeft voldaan aan enkele voorwaarden uit het plan van aanpak die in beginsel binnen haar invloedsfeer lagen en die waren gericht op het verminderen van financiële risico’s en het stabiliseren van haar situatie. Zo heeft eiseres geen vrijwaring geregeld voor de op haar naam staande auto. Ter zitting is toegelicht dat op de auto beslag rust en dat opheffing daarvan kosten met zich brengt waarvoor eiseres momenteel geen middelen heeft. Hoewel het kenteken van de auto is geschorst, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat hiermee niet volledig is voldaan aan de gemaakte afspraken.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1073 text/xml public 2026-03-20T09:32:42 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-09 24/7822 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1073 text/html public 2026-03-20T09:32:18 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1073 Rechtbank Midden-Nederland , 09-02-2026 / 24/7822 Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de schulddienstverlening van eiseres. Verweerder heeft de schulddienstverlening beëindigd omdat het plan van aanpak niet werd nageleefd en eiseres niet instemde met onderbewindstelling. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij stelt dat het plan van aanpak dat voorafgaand aan de schuldhulpverlening is opgesteld voor haar onuitvoerbaar was, onder meer vanwege haar financiële en medische situatie. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/7822 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en het dagelijks bestuur van de RDWI, verweerder, (gemachtigde: mr. S. Verkuijl) Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de schulddienstverlening van eiseres. Verweerder heeft de schulddienstverlening beëindigd omdat het plan van aanpak niet werd nageleefd en eiseres niet instemde met onderbewindstelling. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij stelt dat het plan van aanpak dat voorafgaand aan de schuldhulpverlening is opgesteld voor haar onuitvoerbaar was, onder meer vanwege haar financiële en medische situatie. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het primair besluit van 27 augustus 2024 heeft verweerder besloten om het traject schulddienstverlening per 26 augustus 2024 te beëindigen. 2.1. Eiseres heeft op 23 september 2024 bezwaar gemaakt. 2.2. Met het bestreden besluit van 4 december 2024 op het bezwaar van eiseres is de RDWI bij dat besluit gebleven. 2.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar begeleider [A] , de gemachtigde van de RDWI en de behandelaren van het dossier van eiseres, werkzaam bij de RDWI ( [B] en [C] ). Beoordeling door de rechtbank Heeft verweerder in redelijkheid tot het besluit om de schuldhulpverlening te beëindigen kunnen komen? 3. Eiseres betoogt dat verweerder niet in redelijkheid tot beëindiging van de schulddienstverlening heeft kunnen komen. Zij voert aan dat het aan haar opgelegde plan van aanpak onuitvoerbare voorwaarden bevatte. In het bijzonder noemt zij de verplichting om andere huisvesting te regelen en haar budget op orde te brengen. Volgens eiseres was het laatste niet mogelijk omdat zij, vanwege noodzakelijke medische kosten die niet worden vergoed, structureel meer uitgaven dan inkomsten had. Vanwege haar medische situatie, meer in het bijzonder operaties die zij moest ondergaan, was verhuizen niet mogelijk. Zij heeft daarom niet ingestemd met het plan van aanpak. 4. Voor zover eiseres stelt dat het plan van aanpak onuitvoerbaar was, overweegt de rechtbank dat het plan van aanpak zelf een besluit in de zin van de Awb was, waartegen zij bezwaar had kunnen maken. Argumenten over de onredelijkheid of onmogelijkheid van voorwaarden die werden gesteld in het plan van aanpak hadden daarom in dat kader naar voren gebracht kunnen en moeten worden. Niet is gebleken dat eiseres van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. De rechtbank gaat daarom uit van de rechtmatigheid van het plan van aanpak. 5. Wel overweegt de rechtbank ten overvloede dat het plan van aanpak de rechtbank redelijk voor komt. Dat uitgaven en inkomsten met elkaar in balans gebracht moeten worden, is een basisvoorwaarde om een realistisch plan aan schuldeisers te kunnen presenteren. Dat verhuizing daarvoor noodzakelijk lijkt, heeft eiseres ook erkend, nu haar huidige woonsituatie niet meer past bij haar financiële middelen. Daarbij is ook van belang dat verweerder in het plan van aanpak oog heeft gehad voor de lastige woonsituatie van eiseres en dat een verhuizing lastig is te bewerkstelligen; wanneer aan de andere voorwaarden in het plan zou zijn voldaan, zou het nog niet verhuisd zijn niet direct tot beëindiging van de schuldhulpverlening leiden. 6. Eiseres heeft ook aangevoerd dat zij het plan van aanpak nooit heeft ondertekend. Voor zover eiseres betoogt dat het ontbreken van haar handtekening aan beëindiging van de schulddienstverlening in de weg staat, volgt de rechtbank haar daarin niet. Uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Beleidsregel toelating tot de schulddienstverlening RDWI 2021 (hierna: de beleidsregels) volgt niet dat een plan van aanpak pas werking heeft nadat deze is ondertekend. Sterker, op grond van artikel 6, aanhef en onder b, van de beleidsregels kan het dagelijks bestuur de schulddienstverlening beëindigen indien de cliënt weigert het plan van aanpak te ondertekenen. Dit had op zich dus al een reden kunnen zijn voor verweerder om tot beëindiging over te gaan. 7. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet heeft voldaan aan de voorwaarden uit het plan van aanpak. De rechtbank overweegt daarbij dat eiseres geen andere huisvesting heeft gevonden en zij haar budget niet op orde heeft gebracht. Ook relatief eenvoudig haalbare voorwaarden, zoals het uitschrijven uit de Kamer van Koophandel of het beslag op een auto doen opheffen, zijn niet gehaald. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder in beginsel heeft kunnen besluiten de schulddienstverlening te beëindigen, uit artikel 6 van de beleidsregels volgt dat die bevoegdheid in zo’n geval bestaat. Hardheidsclausule en bewindvoering 8. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule. De hardheidsclausule staat in artikel 8 van de beleidsregels. 9. De rechtbank stelt voorop dat verweerder bij de toepassing van de hardheidsclausule beoordelingsruimte toekomt. De rechtbank toetst de wijze waarop verweerder van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt daarom terughoudend. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat geen aanleiding bestaat om de hardheidsclausule toe te passen, omdat eiseres niet alleen vanwege haar medische en financiële situatie, maar ook op andere onderdelen niet aan het plan van aanpak heeft voldaan. Daarnaast is eiseres het alternatief van bewindvoering geboden, in dat geval zou de schulddienstverlening wel worden voortgezet, maar dat heeft eiseres geweigerd. De rechtbank kan verweerder volgen in deze motivering. 10. Verweerder heeft eiseres het alternatief van onderbewindstelling geboden, indien het nakomen van de voorwaarden uit het plan van aanpak haar niet lukte. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit in redelijkheid als passend alternatief heeft mogen beschouwen, omdat bewindvoering kan bijdragen aan stabilisatie van de financiële situatie en het bieden van rust en overzicht. Verweerder heeft het weigeren van dit alternatief mogen betrekken bij de beoordeling van het beroep op de hardheidsclausule. 11. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat eiseres ook niet heeft voldaan aan enkele voorwaarden uit het plan van aanpak die in beginsel binnen haar invloedsfeer lagen en die waren gericht op het verminderen van financiële risico’s en het stabiliseren van haar situatie. Zo heeft eiseres geen vrijwaring geregeld voor de op haar naam staande auto. Ter zitting is toegelicht dat op de auto beslag rust en dat opheffing daarvan kosten met zich brengt waarvoor eiseres momenteel geen middelen heeft. Hoewel het kenteken van de auto is geschorst, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat hiermee niet volledig is voldaan aan de gemaakte afspraken.