Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-11-26
ECLI:NL:RBMNE:2025:7846
Civiel recht
Mondelinge uitspraak
4,046 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7846 text/xml public 2026-04-17T11:15:50 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-26 11803758 \ UC EXPL 25-6005 Uitspraak Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7846 text/html public 2026-04-17T11:15:19 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7846 Rechtbank Midden-Nederland , 26-11-2025 / 11803758 \ UC EXPL 25-6005 Eiser spreekt gemeente aan voor hoe hij door Leger des Heil is behandeld en wil schadvergoeding. Vorderingen worden afgewezen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11803758 \ UC EXPL 25-6005 WMB/61313 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 26 november 2025 in de zaak van [eiser] , wonend in [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: F. van den Heuvel, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE WOERDEN , zetelend in Woerden, gedaagde partij, hierna te noemen: Gemeente Woerden, gemachtigde: mr. T.D. van der Sanden. De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Utrecht. De zaak wordt behandeld door mr. A. de Snoo, kantonrechter, bijgestaan door mr. W.M. Bakker als griffier. Aanwezig zijn: - de heer [eiser] , eiser, - de heer [A] , bekende van [eiser] , - mevrouw F. van den Heuvel, gemachtigde van [eiser] , - mevrouw [B] , [functie 1] bij Gemeente Woerden, - mevrouw [C] , [functie 2] bij Gemeente Woerden, - de heer [D] , [functie 3] van Stichting de Meerpaal, - mr. T. van der Sanden, gemachtigde van Gemeente Woerden. Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. 1 De kern van de zaak 1.1 [eiser] heeft een tijd gewoond in een locatie van het Leger des Heils in de Gemeente Woerden, genaamd [locatie] , op basis van een gecombineerde zorg-huurovereenkomst. Die overeenkomst heeft het Leger des Heils op 4 september 2024 beëindigd. [eiser] woont sindsdien in zijn auto. [eiser] wilde eerst dat Gemeente Woerden werd veroordeeld om hem € 6.500,00 aan schadevergoeding te betalen. Na een eiswijziging wil [eiser] alleen nog dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Gemeente Woerden onrechtmatig heeft gehandeld, omdat hem is voorgehouden dat hij binnen een jaar een woning zou krijgen via het traject bij het Leger des Heils, Gemeente Woerden niet heeft ingegrepen toen de zorg-huurovereenkomst werd beëindigd, en Gemeente Woerden onvoldoende toezicht heeft gehouden op hoe het er bij [locatie] en het daaraan verbonden Inloophuis aan toegaat. Gemeente Woerden zegt dat zij alleen een WMO-indicatie voor [eiser] heeft afgegeven en verder geen rol had bij het traject bij het Leger des Heils. De vordering van [eiser] wordt afgewezen. 2 De beoordeling 2.1 De vordering van [eiser] wordt afgewezen. 2.2 [eiser] heeft drie redenen aangedragen waarom hij om een verklaring van recht vraagt. Het is ingewikkeld om alle feiten scherp in deze zaak te krijgen. Maar stel dat het allemaal zo gegaan is zoals [eiser] heeft gezegd, dan geldt het volgende. 2.3 Bij de eerste reden gaat het om de vraag of de Gemeente Woerden een plicht heeft om voor [eiser] een woning te vinden of voor [eiser] te organiseren dat hij weer in een huis kan wonen. Die plicht heeft de Gemeente Woerden naar mijn oordeel niet. Gemeente Woerden heeft wel een taak om [eiser] te helpen en heeft dat met de WMO-beschikking met indicatie voor een jaar in [locatie] gedaan. [eiser] zegt dat anderen tegen hem hebben gezegd dat hij binnen een jaar een woning zou krijgen, maar in de stukken is niet te zien dat de Gemeente Woerden dat tegen hem heeft gezegd. Er kan dus ook niet worden gezegd dat de Gemeente Woerden de verplichting op zich heeft genomen om dat wel te gaan organiseren. 2.4 Bij de tweede reden gaat het om de vraag of de Gemeente Woerden een taak had bij de beëindiging van de bewoning bij [locatie] . [eiser] woonde daar op basis van een gecombineerd zorg-huurcontract met het Leger des Heils. Het Leger des Heils heeft dat contract opgezegd. [eiser] is het daar misschien niet mee eens, maar dan is het Leger des Heils degene die hij daarvoor aan moet spreken. De Gemeente Woerden was daar niet direct bij betrokken en heeft daar ook pas later van gehoord. Het is niet helemaal duidelijk wanneer, maar in ieder geval niet op het moment dat het gebeurde. [eiser] zegt dat de Gemeente Woerden ervan wist door zijn contact met mevrouw [E] , medewerker bij de Gemeente Woerden, maar dat contact was volgens [eiser] pas na haar vakantie. Toen was het alweer twee weken later. Gemeente Woerden had bij de beëindiging dus geen rol waarvoor [eiser] de Gemeente Woerden een verwijt kan maken. 2.5 Bij de derde reden gaat het om de vraag of de Gemeente Woerden toezicht had moeten houden op de constructie, zoals [eiser] het beschrijft, met meneer [F] (een medeweker van het Inloophuis), waarvoor [eiser] moest werken en dingen moest doen. [eiser] zegt dat hij daar een klacht over heeft ingediend bij Gemeente Woerden. Die klacht zit niet bij de stukken. Wel is te zien dat hij achteraf – nadat zijn contract bij het Leger des Heils was beëindigd – geklaagd heeft, maar niet dat hij dat heeft gedaan in de periode dat dit speelde. Het wordt daardoor niet duidelijk hoe de Gemeente Woerden daarvan had moeten weten en had moeten ingrijpen. De Gemeente Woerden heeft wel een toezichthoudende taak en heeft enigszins in het midden gelaten hoe ver die taak strekt. Heeft de Gemeente Woerden dan een zo vergaande taak dat zij moet ingrijpen op basis van alleen de reguliere, algemene overleggen met de hulpverlenende instanties? Nee, die taak gaat niet zover dat Gemeente Woerden zelf in beweging moet komen als [eiser] niet aan de bel trekt. 2.6 Daarmee zijn de verwijten van [eiser] besproken. De kantonrechter ziet nog reden om het volgende op te merken. De Gemeente Woerden heeft aan het begin van de zitting gezegd dat zij het belangrijk vindt dat [eiser] zich gehoord voelt. De opstelling van de Gemeente Woerden op de zitting heeft hier niet aan bijgedragen. Het had duidelijker moeten zijn hoe het juridische kader hier in elkaar steekt en hoe dit soort trajecten normaal gaan. Daarnaast wordt er als het gaat om wat er is gebeurd, steeds verwezen naar de casemanager, maar die is er niet. Dat helpt niet. De Gemeente Woerden heeft tijdens de zitting toegezegd dat [eiser] binnen een week gebeld gaat worden om te kijken of ze hem verder kunnen helpen. 2.7 Nog een laatste formeel punt: in zijn laatste akte heeft [eiser] het over een eis in reconventie. Dat is eigenlijk niet zo bedoeld, bleek op de zitting. [eiser] bedoelt zich daarmee te verzetten tegen de proceskostenveroordeling, maar die volgt uit het feit dat de vordering wordt afgewezen. Voor de rest begrijpt de kantonrechter zijn opmerkingen daarover als onderbouwing van zijn eigen eis. 2.8 [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Gemeente Woerden worden begroot op € 813,00 (€ 678,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 nakosten). Dit moet [eiser] betalen binnen 14 dagen na aanschrijving door de gemeente en anders is hij ook wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1 wijst de vorderingen van [eiser] af, 3.2 veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met: de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald. 3.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. A. de Snoo en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter. Als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7846 text/xml public 2026-04-17T11:15:50 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-26 11803758 \ UC EXPL 25-6005 Uitspraak Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7846 text/html public 2026-04-17T11:15:19 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7846 Rechtbank Midden-Nederland , 26-11-2025 / 11803758 \ UC EXPL 25-6005 Eiser spreekt gemeente aan voor hoe hij door Leger des Heil is behandeld en wil schadvergoeding. Vorderingen worden afgewezen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11803758 \ UC EXPL 25-6005 WMB/61313 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 26 november 2025 in de zaak van [eiser] , wonend in [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: F. van den Heuvel, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE WOERDEN , zetelend in Woerden, gedaagde partij, hierna te noemen: Gemeente Woerden, gemachtigde: mr. T.D. van der Sanden. De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Utrecht. De zaak wordt behandeld door mr. A. de Snoo, kantonrechter, bijgestaan door mr. W.M. Bakker als griffier. Aanwezig zijn: - de heer [eiser] , eiser, - de heer [A] , bekende van [eiser] , - mevrouw F. van den Heuvel, gemachtigde van [eiser] , - mevrouw [B] , [functie 1] bij Gemeente Woerden, - mevrouw [C] , [functie 2] bij Gemeente Woerden, - de heer [D] , [functie 3] van Stichting de Meerpaal, - mr. T. van der Sanden, gemachtigde van Gemeente Woerden. Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. 1 De kern van de zaak 1.1 [eiser] heeft een tijd gewoond in een locatie van het Leger des Heils in de Gemeente Woerden, genaamd [locatie] , op basis van een gecombineerde zorg-huurovereenkomst. Die overeenkomst heeft het Leger des Heils op 4 september 2024 beëindigd. [eiser] woont sindsdien in zijn auto. [eiser] wilde eerst dat Gemeente Woerden werd veroordeeld om hem € 6.500,00 aan schadevergoeding te betalen. Na een eiswijziging wil [eiser] alleen nog dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Gemeente Woerden onrechtmatig heeft gehandeld, omdat hem is voorgehouden dat hij binnen een jaar een woning zou krijgen via het traject bij het Leger des Heils, Gemeente Woerden niet heeft ingegrepen toen de zorg-huurovereenkomst werd beëindigd, en Gemeente Woerden onvoldoende toezicht heeft gehouden op hoe het er bij [locatie] en het daaraan verbonden Inloophuis aan toegaat. Gemeente Woerden zegt dat zij alleen een WMO-indicatie voor [eiser] heeft afgegeven en verder geen rol had bij het traject bij het Leger des Heils. De vordering van [eiser] wordt afgewezen. 2 De beoordeling 2.1 De vordering van [eiser] wordt afgewezen. 2.2 [eiser] heeft drie redenen aangedragen waarom hij om een verklaring van recht vraagt. Het is ingewikkeld om alle feiten scherp in deze zaak te krijgen. Maar stel dat het allemaal zo gegaan is zoals [eiser] heeft gezegd, dan geldt het volgende. 2.3 Bij de eerste reden gaat het om de vraag of de Gemeente Woerden een plicht heeft om voor [eiser] een woning te vinden of voor [eiser] te organiseren dat hij weer in een huis kan wonen. Die plicht heeft de Gemeente Woerden naar mijn oordeel niet. Gemeente Woerden heeft wel een taak om [eiser] te helpen en heeft dat met de WMO-beschikking met indicatie voor een jaar in [locatie] gedaan. [eiser] zegt dat anderen tegen hem hebben gezegd dat hij binnen een jaar een woning zou krijgen, maar in de stukken is niet te zien dat de Gemeente Woerden dat tegen hem heeft gezegd. Er kan dus ook niet worden gezegd dat de Gemeente Woerden de verplichting op zich heeft genomen om dat wel te gaan organiseren. 2.4 Bij de tweede reden gaat het om de vraag of de Gemeente Woerden een taak had bij de beëindiging van de bewoning bij [locatie] . [eiser] woonde daar op basis van een gecombineerd zorg-huurcontract met het Leger des Heils. Het Leger des Heils heeft dat contract opgezegd. [eiser] is het daar misschien niet mee eens, maar dan is het Leger des Heils degene die hij daarvoor aan moet spreken. De Gemeente Woerden was daar niet direct bij betrokken en heeft daar ook pas later van gehoord. Het is niet helemaal duidelijk wanneer, maar in ieder geval niet op het moment dat het gebeurde. [eiser] zegt dat de Gemeente Woerden ervan wist door zijn contact met mevrouw [E] , medewerker bij de Gemeente Woerden, maar dat contact was volgens [eiser] pas na haar vakantie. Toen was het alweer twee weken later. Gemeente Woerden had bij de beëindiging dus geen rol waarvoor [eiser] de Gemeente Woerden een verwijt kan maken. 2.5 Bij de derde reden gaat het om de vraag of de Gemeente Woerden toezicht had moeten houden op de constructie, zoals [eiser] het beschrijft, met meneer [F] (een medeweker van het Inloophuis), waarvoor [eiser] moest werken en dingen moest doen. [eiser] zegt dat hij daar een klacht over heeft ingediend bij Gemeente Woerden. Die klacht zit niet bij de stukken. Wel is te zien dat hij achteraf – nadat zijn contract bij het Leger des Heils was beëindigd – geklaagd heeft, maar niet dat hij dat heeft gedaan in de periode dat dit speelde. Het wordt daardoor niet duidelijk hoe de Gemeente Woerden daarvan had moeten weten en had moeten ingrijpen. De Gemeente Woerden heeft wel een toezichthoudende taak en heeft enigszins in het midden gelaten hoe ver die taak strekt. Heeft de Gemeente Woerden dan een zo vergaande taak dat zij moet ingrijpen op basis van alleen de reguliere, algemene overleggen met de hulpverlenende instanties? Nee, die taak gaat niet zover dat Gemeente Woerden zelf in beweging moet komen als [eiser] niet aan de bel trekt. 2.6 Daarmee zijn de verwijten van [eiser] besproken. De kantonrechter ziet nog reden om het volgende op te merken. De Gemeente Woerden heeft aan het begin van de zitting gezegd dat zij het belangrijk vindt dat [eiser] zich gehoord voelt. De opstelling van de Gemeente Woerden op de zitting heeft hier niet aan bijgedragen. Het had duidelijker moeten zijn hoe het juridische kader hier in elkaar steekt en hoe dit soort trajecten normaal gaan. Daarnaast wordt er als het gaat om wat er is gebeurd, steeds verwezen naar de casemanager, maar die is er niet. Dat helpt niet. De Gemeente Woerden heeft tijdens de zitting toegezegd dat [eiser] binnen een week gebeld gaat worden om te kijken of ze hem verder kunnen helpen. 2.7 Nog een laatste formeel punt: in zijn laatste akte heeft [eiser] het over een eis in reconventie. Dat is eigenlijk niet zo bedoeld, bleek op de zitting. [eiser] bedoelt zich daarmee te verzetten tegen de proceskostenveroordeling, maar die volgt uit het feit dat de vordering wordt afgewezen. Voor de rest begrijpt de kantonrechter zijn opmerkingen daarover als onderbouwing van zijn eigen eis. 2.8 [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Gemeente Woerden worden begroot op € 813,00 (€ 678,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 nakosten). Dit moet [eiser] betalen binnen 14 dagen na aanschrijving door de gemeente en anders is hij ook wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd. 3 De beslissing De kantonrechter: 3.1 wijst de vorderingen van [eiser] af, 3.2 veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met: de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald. 3.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. A. de Snoo en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter. Als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek.