Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-08-11
ECLI:NL:RBMNE:2025:7750
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,055 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7750 text/xml public 2026-03-19T14:09:56 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-08-11 24/7503 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Almere Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7750 text/html public 2026-03-19T14:09:17 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7750 Rechtbank Midden-Nederland , 11-08-2025 / 24/7503 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 10 oktober 2024 (het bestreden besluit), waarbij het bezwaar tegen de hem opgelegde Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) ongegrond is verklaard. Aan het besluit tot oplegging ligt een melding van de politie-eenheid Flevoland-Utrecht ten grondslag, waaruit blijkt dat eiser heeft gereden met een gecorrigeerde snelheid van 150 km/u op een weg waar een maximumsnelheid van 80 km/u geldt. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Almere Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/7503 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) (gemachtigde: drs. I.S.B. Metaal). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 10 oktober 2024 (het bestreden besluit), waarbij het bezwaar tegen de hem opgelegde Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) ongegrond is verklaard. Aan het besluit tot oplegging ligt een melding van de politie-eenheid Flevoland-Utrecht ten grondslag, waaruit blijkt dat eiser heeft gereden met een gecorrigeerde snelheid van 150 km/u op een weg waar een maximumsnelheid van 80 km/u geldt. 1.1. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en heeft hiertegen meerdere beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van deze gronden. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. 1.2. Het CBR heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep van eiser op 11 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het CBR. 1.4. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart beroep ongegrond. Overwegingen 2. De rechtbank beoordeelt of verweerder, gelet op artikel 14 van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (de Regeling) in samenhang met de artikelen 131 van de Wegenverkeerswet 1994, terecht een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) aan eiser heeft opgelegd. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van de door eiser aangevoerde beroepsgronden. 3. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser de verkeersovertreding heeft begaan. De rechtbank neemt dit feit dan ook als vaststaand aan bij de verdere beoordeling. 4. In artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Regeling is bepaald dat het CBR besluit tot oplegging van een EMG indien ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 60 kilometer per uur of meer op wegen binnen of buiten de bebouwde kom. De door eiser begane overtreding voldoet hieraan. Is het vertrouwensbeginsel geschonden? 5. Eiser voert aan dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, omdat niet aan hem is medegedeeld dat de politie een melding aan het CBR heeft gedaan met betrekking tot zijn gedraging, en dat dit ook niet is gebeurd door de betrokken politieambtenaren, de officier van justitie of de rechter. Daarnaast kreeg eiser een formulier waarop stond dat er 'pas' een melding gemaakt zal worden bij het CBR als er "diverse keren gevaarlijk rijgedrag vertoond wordt tijdens één rit"; Dat is zijn zaak niet het geval. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat dit betoog niet slaagt, nu geen sprake is van een concrete en ondubbelzinnige toezegging, gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan een rechtens te honoreren verwachting kan worden ontleend. Dit is het juridische criterium van het vertrouwensbeginsel. Alleen het CBR, en niet de door eiser genoemde personen en instanties, zijn bevoegd besluiten te nemen over de oplegging van een EMG. Er is niet een uitdrukkelijke toezegging van het CBR geweest waaruit eiser mocht afleiden dat aan hem geen EMG zou worden opgelegd. De rechtbank begrijpt dat eiser stelt dat hij door het kennelijk onvolledige voorlichtingsformulier van de politie werd verrast door de oplegging van de EMG, maar dit maakt niet dat een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan. 5.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft verweerder het ne bis in idem-beginsel geschonden? 6. Eiser voert aan dat, hoewel de EMG formeel wordt aangemerkt als een ‘maatregel’ in het belang van de verkeersveiligheid en geen punitief karakter zou hebben, dit in de praktijk wel neerkomt op een onredelijk zware ‘bestraffing’. 6.1. Volgens vaste rechtspraak is de opgelegde EMG-maatregel van een andere aard dan een strafsanctie. Het CBR heeft bij het opleggen van de in geding zijnde bestuursrechtelijke maatregel een eigen verantwoordelijkheid, die niet afhankelijk is van de met strafvervolging en strafoplegging belaste organen. De bestuurlijke maatregel dient bovendien een ander doel dan strafrechtelijke sancties. De EMG is gericht op het waarborgen van de verkeersveiligheid door middel van verplichte deelname aan een cursus over veilig en verantwoord rijgedrag. Van een dubbele bestraffing is dan ook geen sprake. 6.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. Is het besluit van verweerder onevenredig? 7. Eiser voert dat hij ZZP'er is en dat de kosten van de opgelegde EMG te veel zijn voor hem om te betalen; enerzijds € 470,- opleggingskosten plus € 924,- aan uitvoeringkosten. Daarnaast derft hij in inkomen op de dagen dat hij naar de cursus moet. In totaal komen de kosten/gederfde inkomsten neer op bijna € 5.000,-. Dit bedrag is veel te hoog in relatie tot de eenmalige, weliswaar forse, snelheidsovertreding, aldus eiser. 8. De rechtbank volgt eiser niet in dit standpunt. Het dwingendrechtelijke karakter van artikel 14 biedt geen ruimte voor een belangenafweging. Een ontvangen mededeling wordt getoetst aan de criteria van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid. Indien aan die criteria wordt voldaan, wordt de daarbij behorende maatregel opgelegd. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan de rechter oordelen dat de Regeling buiten toepassing moet blijven, omdat de gevolgen daarvan onevenredig zijn. De door eiser aangevoerde omstandigheden maken niet dat van een dergelijk zeer uitzonderlijk geval sprake is. 9. Deze beroepsgrond slaagt evenmin. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. 11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2025 door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A. Gomes de Jorge, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3832, r.o. 5.1, te vinden op www.rechtspraak.nl
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7750 text/xml public 2026-03-19T14:09:56 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-08-11 24/7503 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Almere Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7750 text/html public 2026-03-19T14:09:17 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7750 Rechtbank Midden-Nederland , 11-08-2025 / 24/7503 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 10 oktober 2024 (het bestreden besluit), waarbij het bezwaar tegen de hem opgelegde Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) ongegrond is verklaard. Aan het besluit tot oplegging ligt een melding van de politie-eenheid Flevoland-Utrecht ten grondslag, waaruit blijkt dat eiser heeft gereden met een gecorrigeerde snelheid van 150 km/u op een weg waar een maximumsnelheid van 80 km/u geldt. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Almere Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/7503 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) (gemachtigde: drs. I.S.B. Metaal). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 10 oktober 2024 (het bestreden besluit), waarbij het bezwaar tegen de hem opgelegde Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) ongegrond is verklaard. Aan het besluit tot oplegging ligt een melding van de politie-eenheid Flevoland-Utrecht ten grondslag, waaruit blijkt dat eiser heeft gereden met een gecorrigeerde snelheid van 150 km/u op een weg waar een maximumsnelheid van 80 km/u geldt. 1.1. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en heeft hiertegen meerdere beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van deze gronden. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. 1.2. Het CBR heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep van eiser op 11 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het CBR. 1.4. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart beroep ongegrond. Overwegingen 2. De rechtbank beoordeelt of verweerder, gelet op artikel 14 van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (de Regeling) in samenhang met de artikelen 131 van de Wegenverkeerswet 1994, terecht een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) aan eiser heeft opgelegd. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van de door eiser aangevoerde beroepsgronden. 3. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser de verkeersovertreding heeft begaan. De rechtbank neemt dit feit dan ook als vaststaand aan bij de verdere beoordeling. 4. In artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Regeling is bepaald dat het CBR besluit tot oplegging van een EMG indien ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 60 kilometer per uur of meer op wegen binnen of buiten de bebouwde kom. De door eiser begane overtreding voldoet hieraan. Is het vertrouwensbeginsel geschonden? 5. Eiser voert aan dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, omdat niet aan hem is medegedeeld dat de politie een melding aan het CBR heeft gedaan met betrekking tot zijn gedraging, en dat dit ook niet is gebeurd door de betrokken politieambtenaren, de officier van justitie of de rechter. Daarnaast kreeg eiser een formulier waarop stond dat er 'pas' een melding gemaakt zal worden bij het CBR als er "diverse keren gevaarlijk rijgedrag vertoond wordt tijdens één rit"; Dat is zijn zaak niet het geval. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat dit betoog niet slaagt, nu geen sprake is van een concrete en ondubbelzinnige toezegging, gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan een rechtens te honoreren verwachting kan worden ontleend. Dit is het juridische criterium van het vertrouwensbeginsel. Alleen het CBR, en niet de door eiser genoemde personen en instanties, zijn bevoegd besluiten te nemen over de oplegging van een EMG. Er is niet een uitdrukkelijke toezegging van het CBR geweest waaruit eiser mocht afleiden dat aan hem geen EMG zou worden opgelegd. De rechtbank begrijpt dat eiser stelt dat hij door het kennelijk onvolledige voorlichtingsformulier van de politie werd verrast door de oplegging van de EMG, maar dit maakt niet dat een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan. 5.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft verweerder het ne bis in idem-beginsel geschonden? 6. Eiser voert aan dat, hoewel de EMG formeel wordt aangemerkt als een ‘maatregel’ in het belang van de verkeersveiligheid en geen punitief karakter zou hebben, dit in de praktijk wel neerkomt op een onredelijk zware ‘bestraffing’. 6.1. Volgens vaste rechtspraak is de opgelegde EMG-maatregel van een andere aard dan een strafsanctie. Het CBR heeft bij het opleggen van de in geding zijnde bestuursrechtelijke maatregel een eigen verantwoordelijkheid, die niet afhankelijk is van de met strafvervolging en strafoplegging belaste organen. De bestuurlijke maatregel dient bovendien een ander doel dan strafrechtelijke sancties. De EMG is gericht op het waarborgen van de verkeersveiligheid door middel van verplichte deelname aan een cursus over veilig en verantwoord rijgedrag. Van een dubbele bestraffing is dan ook geen sprake. 6.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. Is het besluit van verweerder onevenredig? 7. Eiser voert dat hij ZZP'er is en dat de kosten van de opgelegde EMG te veel zijn voor hem om te betalen; enerzijds € 470,- opleggingskosten plus € 924,- aan uitvoeringkosten. Daarnaast derft hij in inkomen op de dagen dat hij naar de cursus moet. In totaal komen de kosten/gederfde inkomsten neer op bijna € 5.000,-. Dit bedrag is veel te hoog in relatie tot de eenmalige, weliswaar forse, snelheidsovertreding, aldus eiser. 8. De rechtbank volgt eiser niet in dit standpunt. Het dwingendrechtelijke karakter van artikel 14 biedt geen ruimte voor een belangenafweging. Een ontvangen mededeling wordt getoetst aan de criteria van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid. Indien aan die criteria wordt voldaan, wordt de daarbij behorende maatregel opgelegd. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan de rechter oordelen dat de Regeling buiten toepassing moet blijven, omdat de gevolgen daarvan onevenredig zijn. De door eiser aangevoerde omstandigheden maken niet dat van een dergelijk zeer uitzonderlijk geval sprake is. 9. Deze beroepsgrond slaagt evenmin. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. 11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2025 door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A. Gomes de Jorge, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3832, r.o. 5.1, te vinden op www.rechtspraak.nl