Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-12-17
ECLI:NL:RBMNE:2025:7749
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,202 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7749 text/xml public 2026-03-23T09:22:46 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-17 25/4313 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7749 text/html public 2026-03-23T09:22:05 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7749 Rechtbank Midden-Nederland , 17-12-2025 / 25/4313 pkv na intrekking beroep. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4313 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen Stichting Antonius Ziekenhuis, uit Nieuwegein, verzoekster (gemachtigde: H. Özbakir), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder (gemachtigde: J.A. Voorn). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. 1.1. Naar aanleiding van een verzoek tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van de ex-werkneemster van verzoekster heeft het Uwv met het besluit van 18 februari 2025 de loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 13 mei 2025 gewijzigd in een loonaanvullingsuitkering. Met de beslissing op bezwaar van 11 juni 2025 heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. 1.2. Het Uwv heeft op 17 november 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Daarbij heeft het Uwv aan de ex-werkneemster met ingang van 13 mei 2023 een IVA-uitkering toegekend. Daarnaast heeft het Uwv bepaald dat de kosten die verzoekster in bezwaar heeft moeten maken worden vergoed tot een bedrag van € 1.294,-. 1.3. Verzoekster heeft het beroep op 19 november 2025 ingetrokken en de rechtbank verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die zij heeft moeten maken. De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft de rechtbank meegedeeld akkoord te gaan met een forfaitaire vergoeding voor het indienen van een beroepschrift. 1.4. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. 3. Gelet op het hiervoor weergegeven procesverloop stelt de rechtbank vast dat het Uwv tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster. 4. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. 5. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoekster. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. WGA staat voor werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten. Een uitkering Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten op basis van de Wet WIA. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7749 text/xml public 2026-03-23T09:22:46 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-17 25/4313 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7749 text/html public 2026-03-23T09:22:05 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7749 Rechtbank Midden-Nederland , 17-12-2025 / 25/4313 pkv na intrekking beroep. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4313 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen Stichting Antonius Ziekenhuis, uit Nieuwegein, verzoekster (gemachtigde: H. Özbakir), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder (gemachtigde: J.A. Voorn). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. 1.1. Naar aanleiding van een verzoek tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van de ex-werkneemster van verzoekster heeft het Uwv met het besluit van 18 februari 2025 de loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 13 mei 2025 gewijzigd in een loonaanvullingsuitkering. Met de beslissing op bezwaar van 11 juni 2025 heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. 1.2. Het Uwv heeft op 17 november 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Daarbij heeft het Uwv aan de ex-werkneemster met ingang van 13 mei 2023 een IVA-uitkering toegekend. Daarnaast heeft het Uwv bepaald dat de kosten die verzoekster in bezwaar heeft moeten maken worden vergoed tot een bedrag van € 1.294,-. 1.3. Verzoekster heeft het beroep op 19 november 2025 ingetrokken en de rechtbank verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die zij heeft moeten maken. De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft de rechtbank meegedeeld akkoord te gaan met een forfaitaire vergoeding voor het indienen van een beroepschrift. 1.4. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. 3. Gelet op het hiervoor weergegeven procesverloop stelt de rechtbank vast dat het Uwv tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster. 4. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. 5. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoekster. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. WGA staat voor werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten. Een uitkering Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten op basis van de Wet WIA. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.