Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-09-19
ECLI:NL:RBMNE:2025:7601
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,092 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7601 text/xml public 2026-03-06T10:35:07 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-09-19 UTR 24/1735 rectificatie Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7601 text/html public 2026-03-06T10:34:42 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7601 Rechtbank Midden-Nederland , 19-09-2025 / UTR 24/1735 rectificatie Rectificatie, Studiefinanciering, migrerend werknemer, procesbelang, handelen van verweerder in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en de goede procesorde, beroep gegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/1735 Rectificatie pagina’s 4 en 5 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 september 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. G. Gabrelian), en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs , de minister (gemachtigde: mr. N. Fazli). Rectificatie De rechtbank heeft op 19 september 2025 uitspraak gedaan in deze zaak. Naar aanleiding van het e-mailbericht van de gemachtigde van eiseres van 31 oktober 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat deze uitspraak een kennelijke fout bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. In de uitspraak heeft de rechtbank zich per abuis niet uitgelaten over het vergoeden van de proceskosten in bezwaar. De rechtbank rectificeert haar uitspraak van 19 september 2025 daarom als volgt. Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor studiefinanciering. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Eiseres krijgt dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit waarom dat zo is, hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag voor studiefinanciering (basisbeurs, aanvullende beurs en reisvoorziening) voor de maanden september 2023 tot en met december 2024 ingediend. 3. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 10 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 januari 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven, omdat eiseres niet voldoet aan de definitie van migrerend werknemer. 4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 18 januari 2024. 5. In het verweerschrift van 23 april 2024 heeft de minister vermeld dat materieel aanleiding is gezien om eiseres alsnog aan te merken als migrerend werknemer waardoor zij die maanden alsnog recht heeft op de gevraagde vormen van studiefinanciering. Dit is uitvoerig toegelicht. Eiseres ontvangt hierover nog een nieuw ‘Bericht’, aldus de minister. Ook wijst de minister erop dat dit wellicht voor eiseres aanleiding vormt om het beroep in te trekken. 6. In het besluit van 2 mei 2024 heeft verweerder eiseres alsnog aangemerkt als migrerend werknemer. Aan eiseres is voor de periode van september 2023 tot en met augustus 2024 alsnog – met terugwerkende kracht – studiefinanciering toegekend. 7. Bij brief van 24 september 2024 heeft eiseres de rechtbank geïnformeerd dat zij haar beroep handhaaft, omdat zij - kort gezegd - een oordeel wil over de rechtmatigheid van de besluitvorming. Dit, vanwege een schadevergoedingsvordering die zij in een dagvaardingsprocedure wil doen. 8. Bij brief van 9 oktober 2024 heeft de minister de rechtbank geïnformeerd dat hij de gemaakte proceskosten wil vergoeden. Nu er geen schadevergoeding in deze procedure wordt gevorderd, stelt de minister dat procesbelang ontbreekt. 9. Bij brief van 31 oktober 2024 heeft de minister eiseres en de rechtbank geïnformeerd dat het eerder ingenomen standpunt onjuist is. Eiseres is ten onrechte aangemerkt als migrerend werknemer, omdat zij geen arbeidsovereenkomst had met de Universiteit Utrecht. Omdat de studiefinanciering al is toegezegd en dit ook is verwerkt, zal de minister hier niet ten nadele van eiseres op terugkomen, aldus de minister in deze brief. 10. Bij brief van 6 januari 2025 heeft eiseres de rechtbank geïnformeerd dat zij haar beroep wenst voort te zetten. 11. De rechtbank heeft het beroep op 16 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. P.S. Folsche als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Eiseres was niet aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het besluit 12. De rechtbank stelt allereerst vast dat tussen partijen niet in geschil is dat met het bestreden besluit van 2 mei 2024 aan eiseres alsnog de gevraagde studiefinanciering – waaronder het reisrecht – is toegekend voor de periode in geding, te weten september 2023 tot en met augustus 2024. Op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van rechtswege mede betrekking op dit besluit. Procesbelang 13. De rechtbank toetst ambtshalve of eiseres procesbelang heeft bij de beoordeling van haar beroep. 13. Eiseres voert in dat verband aan dat de rechtmatigheid van het bestreden besluit moet worden getoetst in het kader van een mogelijk toekomstig verzoek tot schadevergoeding. Zij heeft geen gebruik kunnen maken van haar reisrecht in de periode in geding. Daarnaast is haar procesbelang gelegen in een proceskostenveroordeling, aldus eiseres. 13. De rechtbank neemt procesbelang aan. Redengevend daarvoor is dat eiseres heeft gesteld dat zij schade heeft geleden ten gevolge van de bestuurlijke besluitvorming. Eiseres heeft tot op zekere hoogte ook aannemelijk gemaakt dat zij dergelijke schade heeft geleden als gevolg van het besluit, met haar toelichting dat zij geen gebruik heeft kunnen maken van het reisrecht. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de minister het primaire besluit niet heeft herroepen, het bestreden besluit niet expliciet heeft ingetrokken en hangende beroep verschillende standpunten heeft ingenomen. De rechtbank volgt eiseres in haar standpunt dat een oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit dienstbaar kan zijn in een mogelijk te voeren civiele procedure over schadevergoeding. De rechtmatigheid van het bestreden besluit 16. In haar gronden van beroep van 10 april 2024 voert eiseres – kort gezegd – aan dat de minister haar ten onrechte niet als migrerend werknemer heeft aangemerkt. 16. De rechtbank stelt vast dat de minister hangende beroep - op 2 mei 2024 - een nieuw besluit heeft genomen waarbij eiseres alsnog is aangemerkt als migrerend werknemer. Uit voornoemd besluit, alsmede de toelichting van de minister daarop in het verweerschrift van 23 april 2024 en ter zitting, leidt de rechtbank af dat dit besluit het eerdere bestreden besluit van 18 januari 2024 vervangt. Het besluit van 2 mei 2024 is dan ook de beslissing op bezwaar die thans ter toetsing voorligt. De rechtbank stelt verder vast dat in dat besluit alsnog de gevraagde studiefinanciering over de gehele periode aan eiseres is toegekend, waarmee volledig aan de wensen van eiseres is tegemoet gekomen. Dit betekent dat het beroep terecht is ingesteld. Wat eiseres verder heeft aangevoerd behoeft geen bespreking meer, gelet op het voorgaande. 18. De omstandigheid dat de minister later - in de brief van 31 oktober 2024 - zijn standpunt wijzigt en een voor eiseres nadelig standpunt inneemt en dat hij ter zitting terug wenst te komen op het voor eiseres begunstigende bestreden besluit (van 2 mei 2024) acht de rechtbank in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en de goede procesorde. Van de minister mag worden verwacht dat de besluiten op tijd worden genomen, met de juiste wettelijke grondslag en motivering en dat deze eiseres in bezwaar en beroep niet in een slechtere positie brengen dan de positie die zij had, voordat zij bezwaar maakte. Daarbij had het ook op de weg van de minister gelegen om in het besluit op bezwaar het primaire besluit van 10 november 2023 te herroepen. Dit is ten onrechte niet gebeurd. Conclusie en gevolgen 19. Het beroep is gegrond.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7601 text/xml public 2026-03-06T10:35:07 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-09-19 UTR 24/1735 rectificatie Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7601 text/html public 2026-03-06T10:34:42 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7601 Rechtbank Midden-Nederland , 19-09-2025 / UTR 24/1735 rectificatie Rectificatie, Studiefinanciering, migrerend werknemer, procesbelang, handelen van verweerder in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en de goede procesorde, beroep gegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/1735 Rectificatie pagina’s 4 en 5 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 september 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. G. Gabrelian), en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs , de minister (gemachtigde: mr. N. Fazli). Rectificatie De rechtbank heeft op 19 september 2025 uitspraak gedaan in deze zaak. Naar aanleiding van het e-mailbericht van de gemachtigde van eiseres van 31 oktober 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat deze uitspraak een kennelijke fout bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. In de uitspraak heeft de rechtbank zich per abuis niet uitgelaten over het vergoeden van de proceskosten in bezwaar. De rechtbank rectificeert haar uitspraak van 19 september 2025 daarom als volgt. Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor studiefinanciering. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Eiseres krijgt dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit waarom dat zo is, hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag voor studiefinanciering (basisbeurs, aanvullende beurs en reisvoorziening) voor de maanden september 2023 tot en met december 2024 ingediend. 3. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 10 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 januari 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven, omdat eiseres niet voldoet aan de definitie van migrerend werknemer. 4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 18 januari 2024. 5. In het verweerschrift van 23 april 2024 heeft de minister vermeld dat materieel aanleiding is gezien om eiseres alsnog aan te merken als migrerend werknemer waardoor zij die maanden alsnog recht heeft op de gevraagde vormen van studiefinanciering. Dit is uitvoerig toegelicht. Eiseres ontvangt hierover nog een nieuw ‘Bericht’, aldus de minister. Ook wijst de minister erop dat dit wellicht voor eiseres aanleiding vormt om het beroep in te trekken. 6. In het besluit van 2 mei 2024 heeft verweerder eiseres alsnog aangemerkt als migrerend werknemer. Aan eiseres is voor de periode van september 2023 tot en met augustus 2024 alsnog – met terugwerkende kracht – studiefinanciering toegekend. 7. Bij brief van 24 september 2024 heeft eiseres de rechtbank geïnformeerd dat zij haar beroep handhaaft, omdat zij - kort gezegd - een oordeel wil over de rechtmatigheid van de besluitvorming. Dit, vanwege een schadevergoedingsvordering die zij in een dagvaardingsprocedure wil doen. 8. Bij brief van 9 oktober 2024 heeft de minister de rechtbank geïnformeerd dat hij de gemaakte proceskosten wil vergoeden. Nu er geen schadevergoeding in deze procedure wordt gevorderd, stelt de minister dat procesbelang ontbreekt. 9. Bij brief van 31 oktober 2024 heeft de minister eiseres en de rechtbank geïnformeerd dat het eerder ingenomen standpunt onjuist is. Eiseres is ten onrechte aangemerkt als migrerend werknemer, omdat zij geen arbeidsovereenkomst had met de Universiteit Utrecht. Omdat de studiefinanciering al is toegezegd en dit ook is verwerkt, zal de minister hier niet ten nadele van eiseres op terugkomen, aldus de minister in deze brief. 10. Bij brief van 6 januari 2025 heeft eiseres de rechtbank geïnformeerd dat zij haar beroep wenst voort te zetten. 11. De rechtbank heeft het beroep op 16 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. P.S. Folsche als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Eiseres was niet aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het besluit 12. De rechtbank stelt allereerst vast dat tussen partijen niet in geschil is dat met het bestreden besluit van 2 mei 2024 aan eiseres alsnog de gevraagde studiefinanciering – waaronder het reisrecht – is toegekend voor de periode in geding, te weten september 2023 tot en met augustus 2024. Op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van rechtswege mede betrekking op dit besluit. Procesbelang 13. De rechtbank toetst ambtshalve of eiseres procesbelang heeft bij de beoordeling van haar beroep. 13. Eiseres voert in dat verband aan dat de rechtmatigheid van het bestreden besluit moet worden getoetst in het kader van een mogelijk toekomstig verzoek tot schadevergoeding. Zij heeft geen gebruik kunnen maken van haar reisrecht in de periode in geding. Daarnaast is haar procesbelang gelegen in een proceskostenveroordeling, aldus eiseres. 13. De rechtbank neemt procesbelang aan. Redengevend daarvoor is dat eiseres heeft gesteld dat zij schade heeft geleden ten gevolge van de bestuurlijke besluitvorming. Eiseres heeft tot op zekere hoogte ook aannemelijk gemaakt dat zij dergelijke schade heeft geleden als gevolg van het besluit, met haar toelichting dat zij geen gebruik heeft kunnen maken van het reisrecht. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de minister het primaire besluit niet heeft herroepen, het bestreden besluit niet expliciet heeft ingetrokken en hangende beroep verschillende standpunten heeft ingenomen. De rechtbank volgt eiseres in haar standpunt dat een oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit dienstbaar kan zijn in een mogelijk te voeren civiele procedure over schadevergoeding. De rechtmatigheid van het bestreden besluit 16. In haar gronden van beroep van 10 april 2024 voert eiseres – kort gezegd – aan dat de minister haar ten onrechte niet als migrerend werknemer heeft aangemerkt. 16. De rechtbank stelt vast dat de minister hangende beroep - op 2 mei 2024 - een nieuw besluit heeft genomen waarbij eiseres alsnog is aangemerkt als migrerend werknemer. Uit voornoemd besluit, alsmede de toelichting van de minister daarop in het verweerschrift van 23 april 2024 en ter zitting, leidt de rechtbank af dat dit besluit het eerdere bestreden besluit van 18 januari 2024 vervangt. Het besluit van 2 mei 2024 is dan ook de beslissing op bezwaar die thans ter toetsing voorligt. De rechtbank stelt verder vast dat in dat besluit alsnog de gevraagde studiefinanciering over de gehele periode aan eiseres is toegekend, waarmee volledig aan de wensen van eiseres is tegemoet gekomen. Dit betekent dat het beroep terecht is ingesteld. Wat eiseres verder heeft aangevoerd behoeft geen bespreking meer, gelet op het voorgaande. 18. De omstandigheid dat de minister later - in de brief van 31 oktober 2024 - zijn standpunt wijzigt en een voor eiseres nadelig standpunt inneemt en dat hij ter zitting terug wenst te komen op het voor eiseres begunstigende bestreden besluit (van 2 mei 2024) acht de rechtbank in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en de goede procesorde. Van de minister mag worden verwacht dat de besluiten op tijd worden genomen, met de juiste wettelijke grondslag en motivering en dat deze eiseres in bezwaar en beroep niet in een slechtere positie brengen dan de positie die zij had, voordat zij bezwaar maakte. Daarbij hadhet ook op de weg van de minister gelegen om in het besluit op bezwaar het primaire besluit van 10 november 2023 te herroepen. Dit is ten onrechte niet gebeurd. Conclusie en gevolgen 19. Het beroep is gegrond.