Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-01-30
ECLI:NL:RBMNE:2025:650
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,973 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7356
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Groot-Brittannië, eiseres,
(gemachtigde: mr. L.M. Lalji),
en
Dienst Toeslagen, verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde] )
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 30 september 2024.
Overwegingen
1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 30 september 2024. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 11 november 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 14 november 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De gemachtigde van eiseres heeft te kennen gegeven dat hij te laat was omdat hij het besluit van verweerder pas aantrof bij de post van 5 november 2024 en het beroepschrift op 13 november 2024 op de post heeft gedaan.
5. Verweerder stelt dat het besluit per aangetekende post is verzonden en heeft een track and trace code van Post NL overgelegd. Verweerder heeft verder toegelicht dat de dagtekenen van een besluit altijd iets afwijkt van de verzenddatum, zodat betrokkenen altijd zes volledige weken hebben om bezwaar te maken.
6. De rechtbank stelt vast dat volgens de track and trace van PostNL het besluit van verweerder op 30 september 2024 om 12:01 uur is bezorgd bij de gemachtigde van eiseres. Dat de gemachtigde het besluit pas op 5 november 2024 heeft aangetroffen, is geen goede reden om te laat bezwaar te maken. Bovendien heeft de gemachtigde het bezwaarschrift pas op 13 november 2024 op de post gedaan, dus nadat de bezwaartermijn op 11 november 2024 was verstreken. De gemachtigde van eiseres heeft niet duidelijk gemaakt waarom hij niet voor het verstrijken van de bezwaartermijn het beroepschrift op de post kon doen. Dat betekent dat er geen goede reden is voor het te laat indienen van het beroep.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
6. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7356
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Groot-Brittannië, eiseres,
(gemachtigde: mr. L.M. Lalji),
en
Dienst Toeslagen, verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde] )
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 30 september 2024.
Overwegingen
1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 30 september 2024. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 11 november 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 14 november 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De gemachtigde van eiseres heeft te kennen gegeven dat hij te laat was omdat hij het besluit van verweerder pas aantrof bij de post van 5 november 2024 en het beroepschrift op 13 november 2024 op de post heeft gedaan.
5. Verweerder stelt dat het besluit per aangetekende post is verzonden en heeft een track and trace code van Post NL overgelegd. Verweerder heeft verder toegelicht dat de dagtekenen van een besluit altijd iets afwijkt van de verzenddatum, zodat betrokkenen altijd zes volledige weken hebben om bezwaar te maken.
6. De rechtbank stelt vast dat volgens de track and trace van PostNL het besluit van verweerder op 30 september 2024 om 12:01 uur is bezorgd bij de gemachtigde van eiseres. Dat de gemachtigde het besluit pas op 5 november 2024 heeft aangetroffen, is geen goede reden om te laat bezwaar te maken. Bovendien heeft de gemachtigde het bezwaarschrift pas op 13 november 2024 op de post gedaan, dus nadat de bezwaartermijn op 11 november 2024 was verstreken. De gemachtigde van eiseres heeft niet duidelijk gemaakt waarom hij niet voor het verstrijken van de bezwaartermijn het beroepschrift op de post kon doen. Dat betekent dat er geen goede reden is voor het te laat indienen van het beroep.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
6. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7356
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit Groot-Brittannië, eiseres,
(gemachtigde: mr. L.M. Lalji),
en
Dienst Toeslagen, verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde] )
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 30 september 2024.
Overwegingen
1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 30 september 2024. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 11 november 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 14 november 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De gemachtigde van eiseres heeft te kennen gegeven dat hij te laat was omdat hij het besluit van verweerder pas aantrof bij de post van 5 november 2024 en het beroepschrift op 13 november 2024 op de post heeft gedaan.
5. Verweerder stelt dat het besluit per aangetekende post is verzonden en heeft een track and trace code van Post NL overgelegd. Verweerder heeft verder toegelicht dat de dagtekenen van een besluit altijd iets afwijkt van de verzenddatum, zodat betrokkenen altijd zes volledige weken hebben om bezwaar te maken.
6. De rechtbank stelt vast dat volgens de track and trace van PostNL het besluit van verweerder op 30 september 2024 om 12:01 uur is bezorgd bij de gemachtigde van eiseres. Dat de gemachtigde het besluit pas op 5 november 2024 heeft aangetroffen, is geen goede reden om te laat bezwaar te maken. Bovendien heeft de gemachtigde het bezwaarschrift pas op 13 november 2024 op de post gedaan, dus nadat de bezwaartermijn op 11 november 2024 was verstreken. De gemachtigde van eiseres heeft niet duidelijk gemaakt waarom hij niet voor het verstrijken van de bezwaartermijn het beroepschrift op de post kon doen. Dat betekent dat er geen goede reden is voor het te laat indienen van het beroep.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
6. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.