Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-11-14
ECLI:NL:RBMNE:2025:6128
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,604 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2081
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2025 in de zaak tussen
Stichting Philadelphia Zorg, uit Amersfoort, verzoeker
(gemachtigde: L. Beerthuizen),
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(gemachtigde: mr. G.A. Tellinga).
Inleiding
1.1
Verzoeker is eigenrisicodrager voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het Uwv heeft met het besluit van 7 augustus 2024 (het primaire besluit) de (ex)werknemer van verzoeker een WIA-uitkering toegekend per 31 juli 2024, omdat vastgesteld is dat de (ex)werknemer voor 100% arbeidsongeschikt is, maar niet duurzaam. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
1.2
Met het besluit van 26 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2025 op zitting behandeld. Op verzoek van het Uwv heeft de rechtbank het onderzoek aangehouden en het Uwv in de gelegenheid gesteld om het bestreden besluit nader te bezien en zo nodig te herzien of nader te motiveren.
1.3
Op 24 oktober 2025 heeft het Uwv het bestreden besluit vervangen door een gewijzigde beslissing op bezwaar. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het besluit van het Uwv van 26 februari 2025 ingetrokken. Bij de intrekking van zijn beroep heeft verzoeker het verzoek om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten gedaan. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank dit verzoek.
1.4
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft hierop niet gereageerd.
1.5
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is het Uwv aan verzoeker tegemoetgekomen?
4.1
De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.2
Het Uwv heeft op 24 oktober 2025 in een nieuwe beslissing op bezwaar geoordeeld dat de (ex)werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en daarom per 31 juli 2024 een IVA-uitkering toegewezen krijgt. Daarmee komt het Uwv met het besluit van 24 oktober 2025 geheel aan het beroep van verzoeker tegemoet.
Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.
Dictum
De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Stumpel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2081
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2025 in de zaak tussen
Stichting Philadelphia Zorg, uit Amersfoort, verzoeker
(gemachtigde: L. Beerthuizen),
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(gemachtigde: mr. G.A. Tellinga).
Inleiding
1.1
Verzoeker is eigenrisicodrager voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het Uwv heeft met het besluit van 7 augustus 2024 (het primaire besluit) de (ex)werknemer van verzoeker een WIA-uitkering toegekend per 31 juli 2024, omdat vastgesteld is dat de (ex)werknemer voor 100% arbeidsongeschikt is, maar niet duurzaam. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
1.2
Met het besluit van 26 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2025 op zitting behandeld. Op verzoek van het Uwv heeft de rechtbank het onderzoek aangehouden en het Uwv in de gelegenheid gesteld om het bestreden besluit nader te bezien en zo nodig te herzien of nader te motiveren.
1.3
Op 24 oktober 2025 heeft het Uwv het bestreden besluit vervangen door een gewijzigde beslissing op bezwaar. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het besluit van het Uwv van 26 februari 2025 ingetrokken. Bij de intrekking van zijn beroep heeft verzoeker het verzoek om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten gedaan. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank dit verzoek.
1.4
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft hierop niet gereageerd.
1.5
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is het Uwv aan verzoeker tegemoetgekomen?
4.1
De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.2
Het Uwv heeft op 24 oktober 2025 in een nieuwe beslissing op bezwaar geoordeeld dat de (ex)werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en daarom per 31 juli 2024 een IVA-uitkering toegewezen krijgt. Daarmee komt het Uwv met het besluit van 24 oktober 2025 geheel aan het beroep van verzoeker tegemoet.
Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.
Dictum
De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Stumpel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.