Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-10-14
ECLI:NL:RBMNE:2025:5618
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,351 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/599188 / JE RK 25-1362
Datum uitspraak: 14 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift van 3 september 2025 van de GI met bijlagen, ontvangen op 4 september 2025, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [A] en [B] namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] heeft zijn hoofdverblijf bij zijn moeder, maar woont bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 april 2022 [minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 29 oktober 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 december 2023 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verleend. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 29 oktober 2025.
3Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De vader is het eens met het verzoek.
4.2.
De moeder heeft ter zitting verteld dat zij al jaren geen rol speelt als opvoeder van [minderjarige] . Ze maakt zich wel zorgen over hem.
Beoordeling
De beslissing
5.1.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van zes maanden, zoals de GI heeft verzocht, dus tot 29 april 2026. Daarnaast zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
De toelichting
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
5.3.
Het gaat iets beter met [minderjarige] . Hij is sinds juli 2025 gestart met dagbesteding bij [instelling] . Hier gaat hij vier dagen in de week naartoe. Hij krijgt daar persoonlijke coaching en lijkt hier profijt van te hebben. Er is in het afgelopen jaar meer rust gekomen bij [minderjarige] en daardoor ook in de thuissituatie bij de vader. De vader heeft op de zitting verteld dat hij ziet dat [minderjarige] zich positief ontwikkelt. [minderjarige] is met zijn coaches aan het onderzoeken wat hij leuk vindt en waar zijn interesses liggen. De kinderrechter hoopt dat hier stappen in gemaakt gaan worden, zodat [minderjarige] op niet al te lange termijn weer naar school kan gaan.
5.4.
Naast deze kleine positieve ontwikkelingen zijn er nog zorgen over [minderjarige] . De relatie tussen de ouders blijft moeizaam, waardoor de communicatie niet goed verloopt. Daar zit [minderjarige] tussenin. Verder heeft [minderjarige] nog steeds weinig verlangen om bij zijn moeder te zijn. Eerder is al geconstateerd dat het niet mogelijk is gebleken om hulp in te zetten voor verder contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder. [minderjarige] heeft op dit moment weinig contact met zijn moeder. Als hij wel een keer naar haar toe gaat, blijft hij vaak slapen. Dit is een goed teken, aangezien hij zich daarvoor dus wel vertrouwd genoeg voelt bij de moeder thuis.
5.5.
De kinderrechter is van oordeel dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk blijven om het verblijf van [minderjarige] bij de vader te verzekeren, aangezien [minderjarige] formeel zijn hoofdverblijf bij de moeder heeft. De GI heeft de vader geadviseerd om het hoofdverblijf van [minderjarige] bij hem te laten bepalen, omdat het al lange tijd duidelijk is dat [minderjarige] niet meer bij zijn moeder zal gaan wonen. De vader heeft dit echter nog niet gedaan. Op de zitting is besproken dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben over [minderjarige] en daarom samen kunnen bepalen waar hij zijn hoofdverblijf heeft. Dat is immers een zogenoemde gezagsbeslissing. Als de ouders het daarover eens zijn kunnen zij dit dus zelf vastleggen, ook als een rechter eerder het hoofdverblijf bij de andere ouder heeft bepaald. Bemoeienis van een rechter is dan niet nodig voor de wijziging. De kinderrechter vindt het van belang dat hier duidelijkheid over komt. De ouders moeten hiervoor stappen zetten, zo nodig met hulp van de GI. Daarnaast is de ondertoezichtstelling noodzakelijk omdat de GI nog nodig is om te handelen wanneer gezagsbeslissingen genomen moeten worden en de medewerking van de moeder verkregen moet worden. De stroeve onderlinge verstandhouding tussen de ouders maakt dat overleg tussen hen heel moeilijk is. De kinderrechter verwacht niet dat de zorgen over [minderjarige] binnen het vrijwillig kader kunnen worden weggenomen. De ouders hebben tegen de verlenging van beide verzoeken geen verweer gevoerd.
5.6.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van zes maanden. In die tijd kan de GI de vader ondersteunen bij de stappen die nog gezet moeten worden.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter vindt het namelijk noodzakelijk en in het belang van [minderjarige] dat de huidige situatie voortgezet wordt.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 29 april 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader tot 29 april 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025 door mr. G.L.M. Urbanus, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 30 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
NDJE
Artikel 1:255 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:5618 text/xml public 2026-04-03T10:04:42 2025-10-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-10-14 C/16/599188 / JE RK 25-1362 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl FJR 2026/28.39 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:5618 text/html public 2025-11-27T10:18:53 2025-11-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:5618 Rechtbank Midden-Nederland , 14-10-2025 / C/16/599188 / JE RK 25-1362 verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Ouders kunnen zelf de hoofdverblijfplaats van hun kind wijzigen, ook al heeft een rechter zich daar eerder over uitgesproken RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/599188 / JE RK 25-1362 Datum uitspraak: 14 oktober 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland , gevestigd te Utrecht, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , [vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt het verzoekschrift van 3 september 2025 van de GI met bijlagen, ontvangen op 4 september 2025, mee in de beoordeling. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder; - [A] en [B] namens de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijf bij zijn moeder, maar woont bij zijn vader. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 april 2022 [minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 29 oktober 2025. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 december 2023 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verleend. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 29 oktober 2025. 3 Het verzoek De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De vader is het eens met het verzoek. 4.2. De moeder heeft ter zitting verteld dat zij al jaren geen rol speelt als opvoeder van [minderjarige] . Ze maakt zich wel zorgen over hem. 5 De beoordeling De beslissing 5.1. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van zes maanden, zoals de GI heeft verzocht, dus tot 29 april 2026. Daarnaast zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt. De toelichting 5.2. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. 5.3. Het gaat iets beter met [minderjarige] . Hij is sinds juli 2025 gestart met dagbesteding bij [instelling] . Hier gaat hij vier dagen in de week naartoe. Hij krijgt daar persoonlijke coaching en lijkt hier profijt van te hebben. Er is in het afgelopen jaar meer rust gekomen bij [minderjarige] en daardoor ook in de thuissituatie bij de vader. De vader heeft op de zitting verteld dat hij ziet dat [minderjarige] zich positief ontwikkelt. [minderjarige] is met zijn coaches aan het onderzoeken wat hij leuk vindt en waar zijn interesses liggen. De kinderrechter hoopt dat hier stappen in gemaakt gaan worden, zodat [minderjarige] op niet al te lange termijn weer naar school kan gaan. 5.4. Naast deze kleine positieve ontwikkelingen zijn er nog zorgen over [minderjarige] . De relatie tussen de ouders blijft moeizaam, waardoor de communicatie niet goed verloopt. Daar zit [minderjarige] tussenin. Verder heeft [minderjarige] nog steeds weinig verlangen om bij zijn moeder te zijn. Eerder is al geconstateerd dat het niet mogelijk is gebleken om hulp in te zetten voor verder contactherstel tussen [minderjarige] en de moeder. [minderjarige] heeft op dit moment weinig contact met zijn moeder. Als hij wel een keer naar haar toe gaat, blijft hij vaak slapen. Dit is een goed teken, aangezien hij zich daarvoor dus wel vertrouwd genoeg voelt bij de moeder thuis. 5.5. De kinderrechter is van oordeel dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk blijven om het verblijf van [minderjarige] bij de vader te verzekeren, aangezien [minderjarige] formeel zijn hoofdverblijf bij de moeder heeft. De GI heeft de vader geadviseerd om het hoofdverblijf van [minderjarige] bij hem te laten bepalen, omdat het al lange tijd duidelijk is dat [minderjarige] niet meer bij zijn moeder zal gaan wonen. De vader heeft dit echter nog niet gedaan. Op de zitting is besproken dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben over [minderjarige] en daarom samen kunnen bepalen waar hij zijn hoofdverblijf heeft. Dat is immers een zogenoemde gezagsbeslissing. Als de ouders het daarover eens zijn kunnen zij dit dus zelf vastleggen, ook als een rechter eerder het hoofdverblijf bij de andere ouder heeft bepaald. Bemoeienis van een rechter is dan niet nodig voor de wijziging. De kinderrechter vindt het van belang dat hier duidelijkheid over komt. De ouders moeten hiervoor stappen zetten, zo nodig met hulp van de GI. Daarnaast is de ondertoezichtstelling noodzakelijk omdat de GI nog nodig is om te handelen wanneer gezagsbeslissingen genomen moeten worden en de medewerking van de moeder verkregen moet worden. De stroeve onderlinge verstandhouding tussen de ouders maakt dat overleg tussen hen heel moeilijk is. De kinderrechter verwacht niet dat de zorgen over [minderjarige] binnen het vrijwillig kader kunnen worden weggenomen. De ouders hebben tegen de verlenging van beide verzoeken geen verweer gevoerd. 5.6. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van zes maanden. In die tijd kan de GI de vader ondersteunen bij de stappen die nog gezet moeten worden. Uitvoerbaar bij voorraad 5.7. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter vindt het namelijk noodzakelijk en in het belang van [minderjarige] dat de huidige situatie voortgezet wordt. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 29 april 2026; 6.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader tot 29 april 2026; 6.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025 door mr. G.L.M. Urbanus, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 30 oktober 2025. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. NDJE Artikel 1:255 BW. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.