Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-10-10
ECLI:NL:RBMNE:2025:5292
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,309 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 25/2557
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2025 op het beroep in de zaak tussen
Vereniging Sociaal en Groen gevestigd in Amersfoort, eiseres
en
de gemeenteraad van de gemeente Amersfoort, verweerder
(gemachtigde: mr. drs. H. Maaijen).
Inleiding
1. In de raadsvergadering van 17 december 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met de ‘Startnotitie Gelote Burgerraad Afval’. Kort gezegd, houdt dit in dat er een gelote burgerraad zal worden ingesteld die de gemeenteraad zal gaan adviseren over het afval in Amersfoort. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Met het besluit van 24 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (hierna: het college) het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Volgens het college staat er namelijk geen bezwaar open tegen het raadsbesluit.
3. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij heeft beroep ingesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening dat eiseres in de bezwaarfase heeft gedaan, is daarop aangemerkt als een verzoek dat is gedaan hangende het beroep. Met de uitspraak van 13 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank het verzoek van eiseres afgewezen.
4. Met het raadsbesluit van 15 juli 2025 heeft de gemeenteraad het bestreden besluit bekrachtigd.
Overwegingen
5. De rechtbank doet uitspraak op het beroep zonder de zaak op een zitting te behandelen.
6. Naar het oordeel van de rechtbank stond er tegen het raadsbesluit van 17 december 2024 geen bezwaar open, zodat het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk is verklaard met het bestreden besluit. Alleen tegen een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan bezwaar worden gemaakt. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder zo’n besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publieksrechtelijke rechtshandeling. Dat betekent dat er door het besluit iets moet veranderen in de rechten, verplichtingen of bevoegdheden van één persoon of een bepaalde groep personen. Daar is hier geen sprake van.
7. Het raadsbesluit is een politiek-bestuurlijke keuze van de gemeenteraad om zich bij zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten te laten adviseren door een gelote groep burgers over een bepaald onderwerp. Hiermee verandert dus enkel het besluitvormingsproces van de gemeenteraad: in geval van een bepaald onderwerp (in dit geval: afval in Amersfoort) raadpleegt de gemeenteraad eerst de burgerraad voor advies, alvorens hij zijn besluit neemt. Dat is gemeentelijk beleid en daartegen staat geen bezwaar of beroep open.
8. De rechtbank stelt wel vast dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen. De gemeenteraad is bevoegd om op het bezwaar van eiseres te beslissen. Het bezwaarschrift richt zich namelijk tegen een raadsbesluit. In plaats daarvan heeft het college op het bezwaar beslist, zonder dat namens de gemeenteraad te doen. Dat betekent dat dat het bestreden besluit gebrekkig tot stand is gekomen.
9. Met het raadsbesluit van 15 juli 2025 heeft de gemeenteraad dit bevoegdheidsgebrek echter hersteld, door het bestreden besluit te bekrachtigen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om het bevoegdheidsgebrek te passeren. Uit de bekrachtiging blijkt immers dat de gemeenteraad inhoudelijk geen ander besluit op het bezwaar zou hebben genomen, en niet is gebleken dat eiseres anderszins zou zijn benadeeld door het bevoegdheidsgebrek.
10. Het beroep is kennelijk ongegrond. Het gepasseerde bevoegdheidsgebrek leidt er in beginsel toe dat de gemeenteraad de kosten die eiseres voor deze procedure heeft gemaakt moet vergoeden. De rechtbank is echter niet gebleken van proceskosten, en eiseres is vrijgesteld van het griffierecht voor dit beroep. Voor een proceskostenveroordeling van de gemeenteraad bestaat daarom geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer – de Bruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2025.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
ECLI:NL:RBMNE:2025:2333.
Artikel 8:54 van de Awb maakt dat mogelijk.
Onder toepassing van artikel 6:22 van de Awb.