Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-09-05
ECLI:NL:RBMNE:2025:5121
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
888 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4059
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 september 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het College van procureurs-generaal, verweerder
(gemachtigde: mr. S.C. van Hensbeek).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Eiser heeft op 4 mei 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. In zijn beroepschrift vermeldt eiser – onsamenhangend – allerlei verzetten op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en ingebrekestellingen. Daarbij heeft hij een aantal documenten (e-mails en brieven) gevoegd. Omdat het de rechtbank en ook verweerder, na ontvangst van de stukken, niet duidelijk was waarop het beroep van eiser betrekking had, heeft de rechtbank eiser om verduidelijking gevraagd.
3. Eiser heeft daarop gereageerd en opnieuw een aantal stukken ingestuurd. Verweerder heeft de rechtbank daarop bericht dat het hem naar aanleiding van deze stukken duidelijker is geworden waar het door eiser genoemde verzet betrekking op heeft. Om eiser tegemoet te komen, neemt verweerder het verzet alsnog in behandeling.
4. Op het moment dat eiser beroep instelde was het noch voor verweerder noch voor de rechtbank duidelijk waarover dit ging. Gelet hierop mocht eiser op dat moment redelijkerwijs geen besluit van verweerder verwachten. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
5. Tot slot merkt de rechtbank nog het volgende op. De rechtbank heeft eiser eerder al in overweging gegeven om een advocaat of andere rechtsbijstandsverlener te zoeken, die hem kan helpen bij het indienen van aanvragen en het zo nodig voeren van procedures, omdat het voor eiser moeilijk is om zich op papier goed uit te drukken. Dit leidt tot verwarring en onduidelijkheid bij verweerder(s) en de rechtbank en helpt eiser niet bij het uitoefenen van zijn rechten. De rechtbank drukt eiser daarom nogmaals op het hart om hier werk van te maken.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
In de uitspraak van 27 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3391.