Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-06-11
ECLI:NL:RBMNE:2025:5071
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,780 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Zaaknummer: 11537135 \ MC EXPL 25-776
Vonnis van 11 juni 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING DE ALLIANTIE,
handelend onder de naam de Alliantie vestiging regio Gooi en Vechtstreek,
gevestigd te Hilversum,
eisende partij, hierna te noemen: De Alliantie,
gemachtigde: Hanemaayer De Boer & Partners,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 februari 2025 met 3 producties;- de mondelinge conclusie van antwoord tijdens de rolzitting van 26 februari 2025;- de conclusie van repliek met producties 4 en 5;- de conclusie van dupliek.
1.2.
Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat hij schriftelijk uitspraak zal doen.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurde een woning van De Alliantie. Volgens De Alliantie heeft [gedaagde] de woning niet netjes opgeleverd. Zij eist dat [gedaagde] € 1.481,75 aan herstelkosten met rente betaalt. [gedaagde] is het daar niet mee eens en voert aan dat hij de woning leeg en schoon heeft achtergelaten. [gedaagde] krijgt van de kantonrechter gelijk. De vorderingen van De Alliantie worden afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Een opmerking vooraf
2.2.
Voordat de vorderingen van De Alliantie worden besproken, vindt de kantonrechter het belangrijk om iets op te merken. De Alliantie vordert een bedrag aan herstelkosten, maar (haar gemachtigde) maakt in de dagvaarding helemaal niet duidelijk waarom [gedaagde] die kosten aan haar zou moeten betalen. In de dagvaarding staan alleen algemene stellingen (bijvoorbeeld: “De grondslag van deze vordering is een huurovereenkomst.”). De Alliantie legt in de dagvaarding niet uit dat het gaat om kosten die zouden zijn veroorzaakt doordat [gedaagde] de woning niet volgens de afspraken zou hebben opgeleverd. De Alliantie verwijst voor de toelichting op haar vordering naar haar producties (de bijlagen bij de dagvaarding). Het is niet de taak van de kantonrechter om uit de producties af te leiden waar de zaak eigenlijk over gaat. Die informatie moet in de dagvaarding staan. Dat geldt al helemaal omdat [gedaagde] (die in persoon procedeert) goed op de dagvaarding moet kunnen reageren. De kantonrechter geeft (de gemachtigde van) De Alliantie daarom met klem in overweging om in het vervolg een dagvaarding uit te brengen die is toegespitst op de zaak.
Uit niets blijkt dat [gedaagde] de woning niet goed heeft opgeleverd
2.3.
[gedaagde] huurde de woning tot en met 12 juni 2023. Op die dag heeft [gedaagde] de sleutels bij De Alliantie ingeleverd. Er heeft geen gezamenlijke eindinspectie plaatsgevonden. Partijen hebben op 1 juni 2023 wel samen een voorinspectie in de woning gehouden. De Alliantie heeft van die voorinspectie een rapport opgesteld. [gedaagde] heeft dat rapport ondertekend. In het rapport staat:
Op grond van de huurovereenkomst was [gedaagde] verplicht om de woning bij het einde van de huur ontruimd en schoon aan De Alliantie op te leveren. Om aan die verplichting te voldoen, moest [gedaagde] de werkzaamheden in het voorinspectierapport uitvoeren (dus: de woning schoonmaken en de inboedel uit de woning en uit de berging verwijderen). Volgens [gedaagde] heeft hij dat gedaan. Hij zegt dat hij de woning met hulp van de ambulante woonbegeleiding van Stichting Philadelphia Zorg volledig heeft leeggeruimd en heeft schoongemaakt, dat hij de gordijnen na overleg met De Alliantie heeft verwijderd en dat hij het laminaat in goed overleg heeft laten liggen omdat de nieuwe bewoners dit laminaat wilden overnemen. Het lag vervolgens op de weg van De Alliantie om verder (met stukken) te onderbouwen dat [gedaagde] de woning niet volgens de afspraken heeft opgeleverd. Dat heeft De Alliantie onvoldoende gedaan. Zij heeft een eindinspectierapport ingediend, waarin dezelfde werkzaamheden staan als in het voorinspectierapport. Dit eindinspectierapport is niet voldoende. Er zitten geen foto’s van (de staat van) de woning in het rapport. Daarom is het standpunt van De Alliantie dat [gedaagde] de woning niet heeft schoongemaakt en de inboedel niet heeft verwijderd voor de kantonrechter niet te controleren. De Alliantie heeft ook nog een factuur van het bedrijf [bedrijf] van € 2.143,73 inclusief btw ingediend. Ook deze factuur is onvoldoende. In de omschrijving van de factuur staat alleen:
“Betreft serviceorder [nummer] , Credit – Debet, [adres] , [postcode] [plaats]
Conform opdracht
Conform opdracht”.
Uit de factuur blijkt niet dat de verrichte werkzaamheden te maken hebben met de staat waarin [gedaagde] de woning heeft achtergelaten. De factuur kan ook zien op (achterstallig) onderhoud dat op grond van de wet voor rekening van De Alliantie komt. Daarbij weegt de kantonrechter ook mee dat de factuur van 26 september 2023 is, dus ruim drie maanden na de oplevering door [gedaagde] .
2.4.
Omdat De Alliantie geen stukken heeft ingediend waaruit blijkt dat [gedaagde] de woning niet volgens de afspraken heeft opgeleverd, hoeft [gedaagde] de herstelkosten van € 1.481,75 niet aan De Alliantie te vergoeden. De kantonrechter zal de vordering van De Alliantie afwijzen. [gedaagde] hoeft ook geen rente te betalen.
Proceskosten
2.5.
De Alliantie heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [gedaagde] zich in deze procedure niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde, komt hij op grond van artikel 238 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in aanmerking voor een bedrag voor reis- en verblijfkosten en noodzakelijke verletkosten. De kantonrechter begroot die kosten, gebaseerd op de aanwezigheid bij de rolzitting, op € 50,-.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vorderingen van De Alliantie af;
3.2.
veroordeelt De Alliantie in de proceskosten van € 50,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als De Alliantie niet op tijd aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet De Alliantie ook de kosten van betekening betalen.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.