Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-08-13
ECLI:NL:RBMNE:2025:5014
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,534 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1513 T
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. B. Polman),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, Uwv
(gemachtigde: T. Rook).
Als derde-partij neemt aan het geding deel [derde-partij] te [woonplaats]
(gemachtigde: mr. N.J. Brouwer).
Samenvatting
Deze tussenuitspraak gaat over het besluit van het Uwv dat de ex-werkneemster van eiseres wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank doet een tussenuitspraak om het Uwv in de gelegenheid te stellen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Procesverloop
Bij besluit van 7 november 2023 heeft het Uwv aan ex-werkneemster geen uitkering toegekend op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Zij heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt.
In het bestreden besluit van 17 januari 2025 heeft het Uwv het bezwaar gegrond verklaard en beslist dat ex-werkneemster met ingang van 30 augustus 2023 volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is. Eiseres is eigenrisicodrager voor de WIA en heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 18 juli 2025 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde mr. B. Polman. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde T. Rook.
Geschil
1. Niet in geschil is dat de ex-werkneemster op arbeidsdeskundige gronden volledig arbeidsongeschikt is. Wat partijen verdeeld houdt, is of ex-werkneemster duurzaam arbeidsongeschikt is.
2. In beroep is de fml met duurzame beperkingen aangepast opnieuw vastgesteld. Op basis van de aangepaste fml met duurzame beperkingen heeft een nieuwe arbeidsdeskundige beoordeling plaatsgevonden. Eiseres voert aan dat de daarbij geduide functies niet geschikt zijn voor ex-werkneemster.
Overwegingen
3. Ex-werkneemster was als verkoopmedewerker drogist voor 20 uur per week in dienst bij eiseres en is op 1 september 2021 ziek uitgevallen. Zij heeft geen toestemming gegeven om dossierstukken die medische gegevens bevatten aan de ex-werkgever te verstrekken. Gelet hierop zal de rechtbank de motivering van haar oordeel voor zover nodig en mogelijk beperken om te voorkomen dat die gegevens via deze uitspraak alsnog in de openbaarheid worden gebracht.
Duurzame beperkingen
4. Het Uwv heeft een fml opgesteld om de mate van arbeidsongeschiktheid te beoordelen en een fml met duurzame beperkingen om te beoordelen of ex-werkneemster duurzaam volledig arbeidsongeschikt is.
5. Eiseres voert aan dat de fml met duurzame beperkingen van 14 oktober 2024 onjuist is. In beroep is een nieuwe verzekeringsgeneeskundige rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep opgesteld. De verzekeringsarts heeft op medische gronden aanleiding gezien om de fml met duurzame beperkingen aan te passen. Partijen zijn het eens over de juistheid van de aangepaste fml met duurzame beperkingen van 7 april 2025.
6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat deze beroepsgrond slaagt. Het bestreden besluit is niet deugdelijk gemotiveerd omdat de fml met duurzame beperkingen van 14 oktober 2024 niet volledig was en tegenstrijdig met de bevindingen in de verzekeringsgeneeskundige rapportage. Met de nieuwe rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de aangepaste fml met duurzame beperkingen van 7 april 2025 is dit gebrek in beroep hersteld.
7. Nu de beroepsgrond slaagt en het gebrek in beroep is hersteld, moet de rechtbank beoordelen of het de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kan laten. Dit hangt af van de beoordeling van de overige beroepsgronden.
Arbeidsdeskundige beoordeling
8. Op basis van de aangepaste fml met duurzame beperkingen is een nieuwe arbeidsdeskundige rapportage van 26 mei 2025 opgesteld. Eiseres voert aan dat de geduide voorbeeldfuncties in de arbeidsdeskundige rapportage niet geschikt zijn voor ex-werkneemster in het licht van haar beperkingen.
9. De rechtbank stelt vast dat in de fml de volgende voor de beoordeling van de beroepsgronden relevante beperkingen zijn vastgelegd:
1.8.1: De cliënt is aangewezen op werk waarbij zij niet of nauwelijks wordt afgeleid door activiteiten van anderen, namelijk een omgeving met weinig afleiding door auditieve en visuele prikkels. Zonder indringende geuren;
1.8.6: De cliënt is aangewezen op werk zonder verhoogd persoonlijk risico, namelijk de cliënt kan niet in omstandigheden werken met verwondings- of ongevalsrisico, zoals op hoogtes.
3.8: Allergie, namelijk contact vermijden met stof, kan wel in beperkte mate.
Productiemedewerker textiel (SBC-code 272043)
10. Eiseres voert aan dat bij de functie Productiemedewerker textiel geen sprake is van een rustige omgeving met weinig afleiding. Zij stelt dat naast auditieve prikkels ook sprake is van visuele prikkels. De rechtbank begrijpt deze beroepsgrond zo dat eiseres twijfelt aan de juistheid van de kenmerkende functiebelasting zoals deze is beschreven door de arbeidskundig analist. Die gaat namelijk alleen uit van auditieve prikkels. De rechtbank overweegt dat het de taak van de arbeidskundig analist is om per specifieke functie in kaart te brengen welke taken bij die functie horen en welke belasting dat oplevert. Volgens vaste rechtspraak is de beschrijving van de belasting door de arbeidskundig analist in de functieomschrijving van het CBBS het uitgangspunt voor de beoordeling van de geschiktheid van de functie. Eiseres heeft onvoldoende aangevoerd om van dit uitgangspunt af te wijken. Dat volgens de functiebeschrijving ook andere collega’s in de ruimte werken, is daarvoor onvoldoende. De rechtbank is daarom van oordeel dat de arbeidsdeskundige de kenmerkende functiebelasting mocht volgen en mocht uitgaan van alleen auditieve prikkels.
11. Vanwege de auditieve prikkels is sprake van een signalering bij deze functie. Eiseres voert aan dat de auditieve prikkels onvoldoende kunnen worden tegengaan met noise cancelling headphones omdat in de functie dagelijks samenwerking met collega’s is vereist. Het Uwv stelt dat een dergelijke koptelefoon omgevingsgeluid dempt, maar niet in de weg staat aan communicatie met collega’s. De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige bij deze signalering voldoende heeft gemotiveerd waarom de beperkingen van eiseres niet in de weg staan aan geschiktheid van de geselecteerde functie. Daarbij wijst de rechtbank er ook op dat de functiebelasting uitgaat van slechts wekelijks een moment van samenwerking met collega’s.
12. Eiseres voert aan dat ex-werkneemster wegens huisstofmijtallergie niet met stof kan werken. De rechtbank stelt voorop dat een huisstofmijtallergie niet kan worden gelijkgesteld met een algemene beperking ten aanzien van het werk met confectiestoffen. Het Uwv heeft voorts toegelicht dat bij deze functie sprake is van werk met lichtgewicht tentstof. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd waarom de huisstofmijtallergie van ex-werkneemster niet in de weg staat aan geschiktheid van de functie.
13. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om deze voorbeeldfunctie te verwerpen.
Medewerker linnendienst (SBC-code 372040)
14. Eiseres voert aan dat deze functie vanwege leidinggevende aspecten niet geschikt is. Nu deze functie niet is geduid in de arbeidskundige rapportage en daarom niet van belang is voor de beoordeling van het beroep zoals dat nu voorligt, zal de rechtbank hier geen oordeel over geven.
Productiemedewerker industrie (SBC-code 111180)
15. Eiseres voert aan dat ook bij de functie Productiemedewerker instructie sprake is van te veel auditieve en visuele prikkels voor ex-werkneemster. De rechtbank is van oordeel dat met noise cancelling headphones voldoende wordt tegemoetgekomen aan het omgevingsgeluid. Ook ten aanzien van de visuele prikkels heeft de arbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd dat geen sprake is van een overmaat aan omgevingsprikkels of hectiek
16. Eiseres wijst erop dat ex-werkneemster is aangewezen op werk zonder verhoogd persoonlijk risico. De kenmerkende functiebelasting wijst onder 1.8.6 op licht verbrandgevaar bij dagelijks werken met soldeerbout en dat prik- of snijgevaar mogelijk is aan kleine onderdelen. Eiseres stelt dat deze functie daarom niet geschikt is voor ex-werkneemster. Het Uwv stelt dat de beperking wegens verhoogd persoonlijk risico alleen geldt voor werken op hoogte en dat bij werk met soldeerbouten geen gevaarzetting speelt. Volgens het Uwv is er geen reden om vanwege deze signalering de functie te verwerpen.
17. De rechtbank gaat niet mee in het verweer van het Uwv. De rechtbank gaat uit van de kenmerkende functiebelasting zoals die is opgesteld door de arbeidskundig analist en gaat er dus vanuit dat een verhoogd persoonlijk risico bestaat bij de uitvoering van deze functie. Net zoals de rechtbank hiervoor in rechtsoverweging 10 overweegt ten aanzien van de beroepsgrond van eiseres, geldt ook voor het Uwv dat volgens vaste rechtspraak de beschrijving van de belasting door de arbeidskundig analist in de functieomschrijving van het CBBS het uitgangspunt is voor de beoordeling van de geschiktheid van de functie. Het is juist de taak van de arbeidskundig analist om de kenmerkende functiebelasting in kaart te brengen. De rechtbank stelt voorop dat het Uwv hier niet naar eigen inzicht van mag afwijken en dat dus ook voor het Uwv de kenmerkende functiebelasting het uitgangspunt is voor de beoordeling van de geschiktheid van de functie. Dit betekent dat moet worden uitgegaan van een verhoogd persoonlijk risico bij deze functie.
18.
Conclusie
20. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv in de arbeidsdeskundige rapportage van 26 mei 2025 onvoldoende gemotiveerd waarom ex-werkneemster de signalering wegens verhoogd persoonlijk risico, toch geschikt is voor de functie productiemedewerker industrie. Daarom is het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12 van de Awb onvoldoende gemotiveerd.
21. Het Uwv kan dit gebrek herstellen. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om het Uwv met toepassing van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb in de gelegenheid te stellen de gebreken in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Gelet op wat in rechtsoverwegingen 14 tot en met 17 is overwogen, zal het Uwv nader moeten motiveren waarom de functie productiemedewerker industrie ondanks het verhoogd persoonlijk risico wegens brand-, snij- en prikgevaar, toch geschikt is voor ex-werkneemster.
22. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het Uwv het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak. Als het Uwv geen gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen, moet hij dat op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb en om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken meedelen aan de rechtbank. Als het Uwv wel gebruik maakt van die gelegenheid zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het Uwv. In beide gevallen en in de situatie dat het Uwv de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank in principe zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
Procesverloop
beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak, omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht.
24. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.
Dictum
De rechtbank:
draagt het Uwv op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen;
stelt het Uwv in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Coenen, rechter, in aanwezigheid van P. Molenaar, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2025.
De griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3213.