Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-09-23
ECLI:NL:RBMNE:2025:4973
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,350 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/560578 / FO RK 23-948
Gezag en omgang
Beschikking van 23 september 2025
in de zaak van:
[vader]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. J.F.W. Veraar,
tegen
[moeder]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. J.L. Vermeer.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft op 12 juni 2024 de beslissing op het verzoek van de vader uitgesteld en advies gevraagd aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
1.2.
De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
het aanvullend verzoekschrift van de vader, binnengekomen op 7 januari 2025;
het rapport van de Raad van 13 januari 2025;
de brief van de moeder van 3 februari 2025 met bijlagen;
het F-formulier van 16 april 2025 van de vader met bijlage;
het aanvullend verzoekschrift van de moeder met bijlagen, binnengekomen op 24 april 2025.
1.3.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
5 september 2025. Daarbij waren aanwezig:
de advocaat van de vader;
de moeder met haar advocaat;
mevrouw [A] en mevrouw [B] namens de Raad.
1.4.
De rechter heeft op 3 september 2025 met [minderjarige] gesproken over wat zij van de verzoeken vindt.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2.
Zij hebben samen een kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] .
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] nemen.
2.4.
De rechtbank heeft in haar beschikking van 12 juni 2024 de volgende voorlopige zorgregeling vastgesteld:
de vader heeft één keer per zes weken gedurende anderhalf uur onder begeleiding van [instantie] (of indien nodig een andere instantie) omgang met [minderjarige] , met dien verstande dat de moeder gedurende het laatste half uur van ieder contactmoment niet bij de omgang tussen de vader en [minderjarige] aanwezig is.
2.5.
De vader wil dat de zorgregeling stapsgewijs wordt uitgebreid. Ook wil hij dat de moeder verplicht wordt om een geldbedrag (dwangsom) te betalen als zij zich niet aan de zorgregeling houdt. De moeder is het niet eens met wat de vader wil. Zij wil voortaan alleen alle belangrijke beslissingen kunnen nemen over [minderjarige] en zij wil dat de zorgregeling wordt beëindigd. Tijdens de zitting heeft de moeder toegelicht dat zij daarmee een ontzegging van de omgang bedoelt.
Beoordeling
Geen contact
3.1.
De rechtbank ontzegt de vader het recht op omgang met [minderjarige] . Dat betekent dat de vader (tijdelijk) geen contact met [minderjarige] mag hebben. De verzoeken van de vader worden dus afgewezen. Als de omstandigheden wijzigen of na verloop van een jaar, kan de vader eventueel een nieuw verzoek aan de rechtbank doen om een omgangsregeling vast te stellen.
3.2.
De rechtbank stelt voorop dat de vader heeft gedaan wat binnen zijn mogelijkheden ligt om omgang met [minderjarige] te krijgen. Hij is een juridische procedure gestart en hij is akkoord gegaan met begeleide omgang. Die begeleide omgang ligt, tegen de wens van de vader in, sinds mei 2024 stil. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de omgangsmomenten die er wel zijn geweest nog geen conclusie kan worden getrokken over het vermogen van de vader om aan te sluiten bij [minderjarige] . De vader heeft onvoldoende kans gehad om te laten zien dat hij bijvoorbeeld in staat is om adviezen van de omgangsbegeleider toe te passen, omdat de omgang te vaak niet is doorgegaan. De rechtbank kan zich voorstellen dat de vader gefrustreerd is geraakt over het gebrek aan voortgang in het contact met [minderjarige] .
3.3.
Toch is de rechtbank van oordeel dat het contact met de vader op dit moment niet in het belang is van [minderjarige] en dat is volgens de wet voldoende om het contact te verbieden. Daarvoor heeft de rechtbank de volgende redenen.
3.4.
De rechtbank kan niet beoordelen of de vader op dit moment nog steeds contact met [minderjarige] wil en of hij daar ook toe in staat is, want het is onbekend waar hij op dit moment verblijft. De vader is niet naar de mondelinge behandeling gekomen en het lukt zijn advocaat niet om contact met hem te krijgen. De hulpverlening vanuit het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) is gestopt omdat de vader de begeleide omgang heeft beëindigd, zo blijkt uit de e-mail van het CJG aan de moeder van 12 maart 2025. De vader heeft e-mails naar de moeder gestuurd waaruit blijkt dat hij van plan is te emigreren naar Marokko, maar de moeder heeft via via gehoord dat de vader gedwongen is opgenomen.
3.5.
De rechtbank maakt zich zorgen over de psychische gesteldheid van de vader. Uit het onderzoek van de Raad blijkt dat de vader is gediagnosticeerd met PTSS, depressieve klachten en psychotische pathologie (andere psychotische of schizofreniespectrumstoornis). Er liep een zorgmachtiging tot september 2025. Dat wil zeggen dat de vader met toestemming van een rechter verplichte zorg kreeg, vanuit [instantie] . De vader heeft geen ziektebesef. Dat betekent dat de vader zelf niet inziet dat hij psychische problemen heeft. Kairos heeft de indruk dat er sprake is van onderliggende persoonlijkheidsproblematiek bij de vader. Ten tijde van het onderzoek door de Raad was er geen sprake van een psychotisch beeld bij de vader. Zijn klachten van de PTSS en de depressieve klachten waren afgenomen. Hij was bezig met het afbouwen van zijn medicatie.
3.6.
Na het afronden van het onderzoek van de Raad heeft de vader een grote hoeveelheid zorgwekkende e-mails naar de moeder gestuurd. De inhoud van deze e-mails is onsamenhangend en grensoverschrijdend, óók wanneer rekening wordt gehouden met de frustratie over het gebrek aan contact met zijn dochter die de vader (begrijpelijk) voelt. Wat de rechtbank vooral zorgen baart, is dat het de vader meer dan zeven jaar na het verbreken van de relatie nog steeds niet lukt om de moeder los te laten. De rechtbank citeert uit de e-mails van 19 januari 2025 02:22 uur en 18:15 uur en 12 april 2025:
‘ […] Ik ben bereid om je alles te vergeven zodat we een nieuwe start kunnen beginnen met elkaar. Iedereen heeft recht op geluk en nu is dit toch geen situatie zo.. je kent die jongen net en gelijk ga je met hem wonen terwijl ik dat op school al aan je vroeg en alles wat je min gaf is een dochter die ik niet mag zien.
Of je kiest voor mij of ik ben weg. […]’
‘[…] Als jij achter het contact staat met [minderjarige] zal dat maar op 1 manier werken, geef haar 1 keer de kans om in een normale en haar echte gezinsverband te leven.
Die man wil zometeen kinderen met jou maken en dan ben ik je helemaal kwijt.
[minderjarige] laat jij mij zo weinig zien dus het is buiten mijn invloedsfeer dat ik een band met haar kan opbouwen.
Ik zie geen ander weg.
Jij moet kiezen [moeder] , wil je bij deze een reactie achterlaten. Kort of uitgebreid maakt niet uit. Als je geen discussie wilt dan zal ik je met rust laten.
Ik wil alleen wel graag mijn dochter weer zien dus ik heb echt een antwoord van je nodig ?
Ik kan je geen dag langer laten slapen met een ander. […]’
‘Weetje wat, vergeet mijn woorden. Je put mij alleen maar uit en het is jou schuld dat mijn leven is verwoest. Ik hoop dat je trots op jezelf bent. Mijn hart kom je niet meer in en ik zou ook niet rekenen op de hemel. Jou bestemming zal hel zijn en blijven insha allah. Ik hoop het zo erg dat je mag boeten voor je hypocriet gedrag en voor de pijn die je mij aandoet. Jij spoort niet en ik zou haar achternaam maar snel veranderen inderdaad, vieze stuk stront dat je bent. Ik heb 1 behoefte en dat is jou onder de grond zien!!! Ik steek die energie wel in mezelf. Dit was mijn laatste bericht kanker mongool dat je bent.’
3.7.
Daarnaast acht de rechtbank van belang dat [minderjarige] inmiddels geen contact meer met de vader wil. Zij voelt geen band met de vader en zij kijkt niet met een goed gevoel terug op de omgangsmomenten die hebben plaatsgevonden. Het lukt de moeder niet om [minderjarige] te motiveren voor het contact met de vader en dit kan gelet op de inhoud van de e-mails van de vader aan de moeder nu ook niet van haar worden gevraagd.
3.8.
De Raad heeft de moeder tijdens de mondelinge behandeling geadviseerd [minderjarige] aan te melden voor een KOPP-training. Dat is een training voor kinderen van ouders met psychische problemen. De rechtbank kan zich voorstellen dat deze training helpend is. Er is nu geen omgang, maar juist daar kan [minderjarige] later allerlei vragen over krijgen. De moeder heeft toegezegd dat zij onderzoekt of [minderjarige] deze training kan volgen.
Gezag
3.9.
De rechtbank beslist dat de moeder voortaan alleen het gezag over [minderjarige] heeft. Dit betekent dat de moeder voortaan alleen de beslissingen over [minderjarige] mag nemen. In de wet staat dat de rechtbank het gezag van een ouder kan beëindigen als de rechtbank dit in het belang van het kind noodzakelijk vindt. Dat is hier het geval, want de vader is niet betrokken bij [minderjarige] . Daardoor weet hij niet wat in het belang van [minderjarige] is en kan hij dus ook geen goede beslissingen over haar nemen. Bovendien kan van de moeder niet worden verwacht dat zij met de vader overlegt, gelet op de inhoud van de e-mails die de vader naar de moeder stuurt.
Brief aan [minderjarige]
3.10.
heeft tijdens het gesprek met de rechter gevraagd om de beslissing van de rechtbank op te schrijven in een brief aan haar. De rechtbank heeft haar daarom een brief gestuurd met de volgende inhoud:
‘Beste [minderjarige] ,
Een tijdje geleden hebben wij een gesprek met elkaar gehad op de rechtbank. Je hebt mij toen gevraagd om jou een brief te schrijven over wat ik heb beslist.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
bepaalt dat het gezag over [minderjarige] vanaf nu alleen toekomt aan de moeder;
4.2.
ontzegt de vader het recht op omgang met [minderjarige] ;
4.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst de overige verzoeken af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. N. Chedra, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. F. de Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
23 september 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Artikel 1:253a lid 2 onder a BW en artikel 1:377a lid 3 BW.
Artikel 1:251a lid 1 sub b BW.