Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-01-31
ECLI:NL:RBMNE:2025:4581
Civiel recht
Wraking
1,552 tokens
Dictum
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 587733 HA RK 25-7
Dictum
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.
Procesverloop
1.1.
Verzoeker heeft op 27 januari 2025 per e-mail mr. D.A. van Steenbeek gewraakt. Mr. D.A. van Steenbeek (hierna: de rechter) was de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 10872251 UC EXPL 24-194 (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
Beoordeling
2.1.
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2.
De hoofdzaak is na eerdere schriftelijke rondes op 19 juni 2024 op zitting behandeld. Het eindvonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2024.De verzoeker heeft het wrakingsverzoek ingediend vanwege het meerdere keren verlenen van uitstel aan de wederpartij en brieven die daarna door verzoeker zijn gestuurd maar niet zijn behandeld, de ongelijke behandeling op de zitting en de vervroegde uitspraak zonder dat de rechter de volledige informatie had. Hieruit zou de partijdigheid van de rechter blijken.
2.3.
Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Daardoor eindigt de procedure namelijk en is er dus geen “behandelend rechter” meer zoals wordt bedoeld in artikel 36 Rv.
2.4.
De wrakingskamer komt tot het oordeel dat het wrakingsverzoek ruim een half jaar na de einduitspraak van 4 juli 2024 is ingediend.
2.5.
De wrakingskamer is daarom van oordeel dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend en daarom tot niet-ontvankelijkheid moet leiden.
Dictum
De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is genomen door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. J.P. Killian en mr. A.C. van den Boogaard als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Dictum
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 587733 HA RK 25-7
Dictum
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.
Procesverloop
1.1.
Verzoeker heeft op 27 januari 2025 per e-mail mr. D.A. van Steenbeek gewraakt. Mr. D.A. van Steenbeek (hierna: de rechter) was de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 10872251 UC EXPL 24-194 (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
Beoordeling
2.1.
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2.
De hoofdzaak is na eerdere schriftelijke rondes op 19 juni 2024 op zitting behandeld. Het eindvonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2024.De verzoeker heeft het wrakingsverzoek ingediend vanwege het meerdere keren verlenen van uitstel aan de wederpartij en brieven die daarna door verzoeker zijn gestuurd maar niet zijn behandeld, de ongelijke behandeling op de zitting en de vervroegde uitspraak zonder dat de rechter de volledige informatie had. Hieruit zou de partijdigheid van de rechter blijken.
2.3.
Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Daardoor eindigt de procedure namelijk en is er dus geen “behandelend rechter” meer zoals wordt bedoeld in artikel 36 Rv.
2.4.
De wrakingskamer komt tot het oordeel dat het wrakingsverzoek ruim een half jaar na de einduitspraak van 4 juli 2024 is ingediend.
2.5.
De wrakingskamer is daarom van oordeel dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend en daarom tot niet-ontvankelijkheid moet leiden.
Dictum
De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is genomen door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. J.P. Killian en mr. A.C. van den Boogaard als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.