Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-12
ECLI:NL:RBMNE:2025:4452
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,643 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5310
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
12 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
en
de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. L.J. Tigelaar).
Inleiding
Wat is er – in het kort – gebeurd?
1. De staatssecretaris heeft eiser op 30 augustus 2016 een subsidie verleend van
€ 40.614,- op grond van het Besluit rijkssubsidiering instandhouding monumenten 2013 (Brim 2013) voor onderhoudswerkzaamheden aan het rijksmonument [naam] over de periode [jaren] . De subsidie is verspreid over zes jaar in voorschotten uitbetaald.
2. Op 11 september 2023 heeft de staatssecretaris eiser verzocht om een prestatieverklaring en een inspectierapport ter verantwoording van de subsidie. Eiser heeft hierop niet gereageerd.
3. De staatssecretaris heeft op 8 november 2023 het voornemen geuit om de subsidie vast te stellen op € 0,-. Eiser heeft hiertegen een zienswijze ingediend op 24 november 2023, maar die is niet ontvangen door de staatssecretaris.
4. Op 12 januari 2024 (het primaire besluit) heeft de staatssecretaris de subsidie ambtshalve vastgesteld op € 0,-. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de zienswijze op verzoek nagezonden.
5. Met het bestreden besluit van 27 juni 2024 op het bezwaar van eiser is de staatssecretaris bij dat besluit gebleven.
6. Eiser heeft beroep ingesteld. De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
7. De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris.
8. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
9. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De reden daarvoor is dat de staatssecretaris in het bestreden besluit niet heeft gereageerd op de door eiser toegestuurde glasfacturen van 6 oktober 2022 en 10 februari 2023. Dat is een afzonderlijke bezwaargrond en daar moet de staatssecretaris in het bestreden besluit op reageren. Dat heeft de staatssecretaris hier niet gedaan en daarom is het bestreden besluit ontoereikend gemotiveerd.
10. Dat betekent echter nog niet dat eiser recht heeft op de subsidie. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de subsidie terecht op € 0,- heeft vastgesteld. Daarbij betrekt de rechtbank wat de staatssecretaris op de zitting heeft verklaard over de glasfacturen. De staatssecretaris heeft daarmee naar het oordeel van de rechtbank het gebrek in het bestreden besluit gerepareerd.
11. De subsidie is achteraf op € 0,- vastgesteld omdat de subsidie in het besluit van 30 augustus 2016 is verleend voor werkzaamheden in de periode van [jaren] . Eiser wil eigenlijk vergoeding voor de verbouwingswerkzaamheden die in 2015 zijn uitgevoerd. Toen is er van alles gebeurd aan het pand, maar daar is de subsidie niet voor verleend. De rechtbank begrijpt dat dat frustrerend is voor eiser. Van de werkzaamheden in de periode [jaren] heeft eiser geen facturen ingediend. Eiser heeft op de zitting verteld dat er in die periode wel enig onderhoud is gedaan, maar daar heeft eiser geen facturen van ingediend. De staatssecretaris heeft daar dus geen rekening mee kunnen houden. De factuur voor de verf is van 31 maart 2015 en valt daarmee buiten de periode waar de subsidie op ziet. En het vervangen van het glas valt niet onder de werkzaamheden die in het instandhoudingsplan staan vermeld. Ook los daarvan zijn de kosten voor het glas niet subsidiabel, zoals de staatssecretaris op de zitting heeft verklaard, omdat deze vallen onder verduurzaming van het pand en niet samenhangen met de monumentale status van het pand.
12. Eiser wil dat er rekening mee wordt gehouden dat hij een mooi project heeft neergezet, waar de staatssecretaris blij mee zou moeten zijn. Om die reden vindt eiser dat de regels een beetje kunnen worden opgerekt. De aanvraag en het besluit tot subsidieverlening zien echter expliciet op instandhouding en onderhoud over de periode [jaren] . Om daar de verbouwing uit 2015 bij te betrekken is niet mogelijk. Daar is de subsidie niet voor verleend. De staatssecretaris heeft de subsidie dan terecht op € 0,- vastgesteld. De rechtbank laat daarom de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.
13. Omdat het beroep wel gegrond is omdat de staatssecretaris in het bestreden besluit niet op de glasfacturen heeft gereageerd, krijgt eiser wel het griffierecht vergoed.
Conclusie
14. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Dat betekent dat de subsidie € 0,- blijft. Eiser krijgt wel het griffierecht terug.
15. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2025 door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J.J.M. Kock, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.