Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-20
ECLI:NL:RBMNE:2025:4444
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,260 tokens
Dictum
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene]
,geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] (Syrië),verblijvend in het [kliniek] te [plaats] ,
hierna: betrokkene.
1De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
het vonnis van deze rechtbank van 18 mei 2021 waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan brandstichting terwijl daarvan gevaar voor goederen en personen te duchten is;
stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is ingegaan op 2 juni 2021;
Dictum
de vordering van de officier van justitie van 10 april 2025, tot verlenging van de tbs met twee jaar;
het verlengingsadvies van het [kliniek] (hierna: de kliniek) van 13 maart 2025, opgemaakt door dr. [A] (1e geneeskundige) en drs. [B] (directeur behandeling), om de tbs met verpleging te verlengen met twee jaar;
het Pro Justitia-rapport van 29 januari 2025, opgemaakt door A.J. Klumpenaar, GZpsycholoog;
het Pro Justitia-rapport van 6 februari 2025, opgemaakt door E.L.G. Heinsman-Carlier, psychiater;
de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode 14 oktober 2022 tot en met 16 april 2025.
2Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 6 mei 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. S. Mirshahi;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.A.M. Karsten, advocaat te Amsterdam;
- de aan de kliniek verbonden deskundige, [C] ;
3Het standpunt van de kliniek
Het standpunt van de kliniek blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies.
De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de kliniek toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als hoog.
De kliniek adviseert de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
4Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen
De onafhankelijk psycholoog en psychiater concluderen dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Zij schatten het recidiverisico bij beëindiging van de tbs in als hoog.
De deskundigen adviseren de tbs met dwangverpleging te verlengen met twee jaar.
5Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging met twee jaar gehandhaafd.
6Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair verzocht de vordering tot verlenging van de tbs af te wijzen en heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de tbs met een jaar dient te worden verlengd.
Betrokkene is nog jong, het verblijf in de kliniek is zwaar en hij heeft perspectief nodig. In de afgelopen tijd heeft betrokkene stappen gezet: de relatie met de behandelaars is verbeterd en hij heeft inzicht gekregen in zijn problematiek en in wat nodig is voor een veilige terugkeer in de samenleving. Betrokkene is gemotiveerd voor zijn behandeling. Als de tbs met een jaar wordt verlengd, betekent dat voor betrokkene dat wordt erkend dat hij stappen heeft gemaakt.
Ten slotte heeft de raadsman de rechtbank verzocht te bevelen dat het beveiligingsniveau van betrokkene wordt teruggebracht van 4 naar 3.
Beoordeling
Maximering
Betrokkene is bij vonnis van 18 mei 2021 veroordeeld voor brandstichting waarbij gevaar is
ontstaan voor goederen en personen. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de opgelegde tbs niet is gemaximeerd. Omdat de tbs ongemaximeerd is opgelegd kan die worden verlengd als aan de voorwaarden wordt voldaan.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapporten blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, bestaande uit:
- schizofrenie;- een stoornis in cannabisgebruik, matig, ernstig.
De psychiater stelt behalve de hiervoor genoemde stoornissen ook vast:
- een stoornis in gebruik van alcohol, ernstig.
Het recidivegevaar wordt, bij beëindiging van de maatregel, als hoog ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapporten te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
De rechtbank is van oordeel dat het primaire verzoek van de verdediging dient te worden afgewezen omdat op dit moment nog wordt voldaan aan het gevaarscriterium van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank overweegt dat uit het verlengingsadvies, het advies van de onafhankelijk psycholoog en psychiater en wat op de zitting naar voren is gekomen, blijkt dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de tbs vereist. Ook wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Betrokkene verblijft sinds 4 augustus 2022 op de afdeling [afdeling] van de kliniek en heeft in de afgelopen tijd een stijgende lijn laten zien. Sinds betrokkene is ingesteld op antipsychotica is het psychiatrisch beeld verbeterd. Hij is stabieler gaan functioneren, agressief gedrag is uitgebleven en hij is abstinent van middelen. Betrokkene is beter gaan samenwerken met de behandelaars maar hij heeft nog onvoldoende ziektebesef en ziekte-inzicht en is (nog) niet intrinsiek gemotiveerd om medicatie te blijven gebruiken. Betrokkene heeft nog onvoldoende vaardigheden om een dreigende terugval tijdig te signaleren en zijn copingvaardigheden en frustatietolerantie zijn nog dusdanig beperkt dat het in stressvolle omstandigheden tot impulsiviteit en agressie kan leiden.
De delictanalyse zal binnen afzienbare termijn worden afgerond en de inschatting is dat in het komend half jaar begeleid verlof zal kunnen worden aangevraagd. Of de resocialisatie daarna kan worden voortgezet en het verlof verder zal kunnen worden uitgebreid is onder meer afhankelijk van de vraag of betrokkene over een geldige verblijfstitel blijft beschikken.
Gezien het chronische karakter van zijn aandoening en het tot dusver ontbrekende probleeminzicht, is de verwachting van de kliniek dat betrokkene nog meerdere jaren externe begeleiding nodig heeft om het recidiverisico blijvend te beperken. De veilige context van een forensisch-psychiatrische centrum, met een hoog beveiligingsniveau en nauwe samenwerking tussen disciplines, is daarvoor momenteel de meest aangewezen
plek. De aan de kliniek verbonden deskundige heeft op de zitting bevestigd dat betrokkene op dit moment (nog) niet in aanmerking komt voor verblijf op een afdeling met een lager beveiligingsniveau.
De rechtbank gaat voorbij aan het verzoek van betrokkene om de tbs met een jaar te verlengen. Het uitgangspunt van de rechtbank is dat de tbs wordt verlengd met twee jaar als aannemelijk is dat de behandeling nog langer dan een jaar zal duren. Hier wordt alleen bij bijzondere omstandigheden van afgeweken.
Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig kunnen zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs met verpleging van overheidswege en een verlenging van de tbs met een jaar rechtvaardigen.
De rechtbank ziet ook overigens geen bijzondere omstandigheid die een verlenging met een jaar vereist. Het motiveren van betrokkene is niet een dergelijke uitzondering.
De rechtbank zal daarom de maatregel met twee jaar verlengen.
Voor wat betreft het verzoek het beveiligingsniveau te verlagen van 4 naar 3, merkt de rechtbank op dat een dergelijk bevel niet door de rechtbank kan worden gegeven.
Dictum
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mrs. L.C. Michon en E. Post, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. van Wiggen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2025.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.