Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-07-23
ECLI:NL:RBMNE:2025:4132
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
784 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4935
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. S. Maachi),
en
Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 14 juli 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag door verweerder.
Op 9 april 2025 heeft verweerder een besluit genomen. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.
Overwegingen
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1). Toegekend wordt een bedrag van € 907,-.
4. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41, zevende lid, Awb).
Dictum
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van N.B. Yalçinkaya, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.