Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-06
ECLI:NL:RBMNE:2025:3910
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,430 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4807
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: K.L. Vos).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van 18 juni 2024.
1.1.
Verweerder heeft aan eiser voor het belastingjaar 2024 in de beschikking van 29 februari 2024 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] vastgesteld op
€ 1.397.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit waarin verweerder een aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing heeft opgelegd.
1.2.
Verweerder heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.3.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een taxatiematrix. Eiser heeft nog enkele keren gereageerd op het verweerschrift.
1.4.
Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling. De rechtbank heeft op basis van de stukken uitspraak gedaan.
Overwegingen
2. De woning betreft een in 1997 gebouwde vrijstaande woning met een gebruiksoppervlakte van 248 m2 op een perceel van 1500 m2.
3. Eiser stelt in bezwaar en in beroep dat verweerder onvoldoende motiveert waarom het voorzieningen niveau van zijn woning door verweerder als slecht/ondergemiddeld (2) wordt beschouwd. Eiser stelt dat zijn woning minimaal een voorzieningenniveau 3 (gemiddeld) dient te hebben. Verder merkt eiser nog op dat verweerder geen goed vergelijkbare referentiewoningen heeft gebruikt om de waarde te onderbouwen.
Procesbelang
4. Procesbelang ontbreekt als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift nastreeft, niet daadwerkelijk kan worden bereikt. Een belanghebbende heeft dus geen belang als het aanwenden van een rechtsmiddel hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit. Als dat procesbelang ontbreekt, dan volgt in bestuursrechtelijke procedures niet-ontvankelijkheid.
5. Aan eiser kan worden toegegeven dat verweerder in bezwaar noch in beroep is ingegaan op het standpunt van eiser dat de kwalificatie van zijn woning ten onrechte als slecht/ondergemiddeld is vastgesteld. Uit het beroepschrift (en latere geschriften) van eiser blijkt echter niet welke consequenties hij aan dit standpunt verbindt. Eiser stelt immers niet dat de waarde van de woning te hoog of juist te laag is vastgesteld. Voor zover eiser heeft willen betogen dat de referentiewoningen niet (voldoende) vergelijkbaar zijn, geldt daarvoor hetzelfde. Dat betekent dat een oordeel over de juistheid van de kwalificatie voor het voorzieningen niveau of de vergelijkbaarheid van de referentiewoningen niet tot een voor eiser gunstiger resultaat kan leiden. De enkele wens van eiser om een uitspraak te krijgen over de kwalificatie van het voorzieningenniveau en de vergelijkbaarheid van de referentiewoningen levert dus geen procesbelang op. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4807
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: K.L. Vos).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van 18 juni 2024.
1.1.
Verweerder heeft aan eiser voor het belastingjaar 2024 in de beschikking van 29 februari 2024 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] vastgesteld op
€ 1.397.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit waarin verweerder een aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing heeft opgelegd.
1.2.
Verweerder heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.3.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een taxatiematrix. Eiser heeft nog enkele keren gereageerd op het verweerschrift.
1.4.
Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling. De rechtbank heeft op basis van de stukken uitspraak gedaan.
Overwegingen
2. De woning betreft een in 1997 gebouwde vrijstaande woning met een gebruiksoppervlakte van 248 m2 op een perceel van 1500 m2.
3. Eiser stelt in bezwaar en in beroep dat verweerder onvoldoende motiveert waarom het voorzieningen niveau van zijn woning door verweerder als slecht/ondergemiddeld (2) wordt beschouwd. Eiser stelt dat zijn woning minimaal een voorzieningenniveau 3 (gemiddeld) dient te hebben. Verder merkt eiser nog op dat verweerder geen goed vergelijkbare referentiewoningen heeft gebruikt om de waarde te onderbouwen.
Procesbelang
4. Procesbelang ontbreekt als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift nastreeft, niet daadwerkelijk kan worden bereikt. Een belanghebbende heeft dus geen belang als het aanwenden van een rechtsmiddel hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit. Als dat procesbelang ontbreekt, dan volgt in bestuursrechtelijke procedures niet-ontvankelijkheid.
5. Aan eiser kan worden toegegeven dat verweerder in bezwaar noch in beroep is ingegaan op het standpunt van eiser dat de kwalificatie van zijn woning ten onrechte als slecht/ondergemiddeld is vastgesteld. Uit het beroepschrift (en latere geschriften) van eiser blijkt echter niet welke consequenties hij aan dit standpunt verbindt. Eiser stelt immers niet dat de waarde van de woning te hoog of juist te laag is vastgesteld. Voor zover eiser heeft willen betogen dat de referentiewoningen niet (voldoende) vergelijkbaar zijn, geldt daarvoor hetzelfde. Dat betekent dat een oordeel over de juistheid van de kwalificatie voor het voorzieningen niveau of de vergelijkbaarheid van de referentiewoningen niet tot een voor eiser gunstiger resultaat kan leiden. De enkele wens van eiser om een uitspraak te krijgen over de kwalificatie van het voorzieningenniveau en de vergelijkbaarheid van de referentiewoningen levert dus geen procesbelang op. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.