Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-03-28
ECLI:NL:RBMNE:2025:3903
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,112 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/610
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser 1] ,
[eiser 2] ,
[eiser 3] ,
Allen uit [plaats] , eisers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (het college)
(gemachtigde: mr. drs. H. van Gellekom).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Eneco Warmtenetten B.V. uit Utrecht (Eneco)
(gemachtigde: M. van Herskamp).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eisers tegen de beslissing op bezwaar van het college van 19 januari 2024, waarin het bezwaar van eisers ongegrond is verklaard.
1.1
Op 31 oktober 2023 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 16 bomen en het verplanten van acht bomen nabij [locatie] te Utrecht.
1.2
Op 26 januari 2024 hebben eisers beroep ingesteld, gericht tegen de kap van twee bomen (nummers [boomnummer] en [boomnummer] ) en het verplanten van één boom (nummer [boomnummer] ). Eisers hebben ook een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek is op 13 februari 2024 op een zitting behandeld (zaaknummer UTR 23/6085). Tijdens de behandeling van het verzoek op de zitting is gebleken dat de verplanting van de boom niet meer in geschil is.
1.3
Het college heeft op 9 oktober 2024 op het beroep gereageerd met een verweerschrift. In het verweerschrift voert het college aan dat er geen procesbelang meer bestaat, nu de betreffende bomen al gekapt zijn.
1.4
De rechtbank heeft eisers bij brieven van 25 oktober 2024 en 20 november 2024 gevraagd om te reageren op de stelling van het college. Hierop hebben eisers niet gereageerd. Daarop heeft de rechtbank op 19 februari 2025 een afschrift van deze brieven en een verzoek om reactie naar eisers gemaild. Ook hierop is niet gereageerd.
1.5
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eisers procesbelang hebben bij deze beroepsprocedure. De rechtbank moet het beroep niet-ontvankelijk verklaren als het procesbelang ontbreekt.
3. Procesbelang is het belang dat een partij heeft bij de uitkomst van de procedure. Om procesbelang te kunnen aannemen moet wat de indiener van het beroep wil bereiken ook daadwerkelijk bereikt kunnen worden. Ook moet dat resultaat feitelijke betekenis hebben.
4. Eisers hebben beroep ingesteld omdat zij het niet eens zijn met de omgevingsvergunning voor het kappen van de bomen met nummers [boomnummer] en [boomnummer] . Inmiddels zijn deze bomen gekapt. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat eisers geen procesbelang meer hebben.
5. Gelet op het voorgaande hebben eisers naar het oordeel van de rechtbank geen procesbelang meer bij een beoordeling van de beslissing op bezwaar. De bomen zijn inmiddels gekapt. Bij het ontbreken van procesbelang, moet het beroep van eisers niet-ontvankelijk worden verklaard.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.