Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-26
ECLI:NL:RBMNE:2025:3871
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,750 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4752
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats] , eisers
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de Svb
(gemachtigde: mr. J. Starreveld).
Inleiding
1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eisers zoon [zoon] heeft een Autisme spectrum stoornis (ASS) en een taalontwikkelingsstoornis. Ten behoeve van [zoon] ontvingen zijn ouders vanaf het vierde kwartaal van 2019 dubbele kinderbijslag.
1.1.
Op 12 december 2023 is weer een aanvraag om dubbele kinderbijslag gedaan. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft op 2 februari 2024 een negatief advies uitgebracht en gesteld dat er op geen van de zorgfuncties sprake is van een intensieve zorgbehoefte. Op basis daarvan heeft de Svb de aanvraag met het besluit van 15 februari 2024 afgewezen en besloten dat er vanaf het eerste kwartaal van 2024 geen recht meer bestaat op dubbele kinderbijslag. Tegen dit besluit hebben eisers bezwaar gemaakt.
1.2.
In bezwaar heeft de medisch adviseur [medisch adviseur] op 3 mei 2024 een medisch advies uitgebracht. Het CIZ komt op basis daarvan op 10 mei 2024 tot de conclusie dat op de functies lichaamshygiëne, zindelijkheid en alleen thuis zijn een punt moet worden toegekend. De Svb heeft vervolgens met het besluit van 15 mei 2024 eisers bezwaar ongegrond verklaard omdat voor het toekennen van dubbele kinderbijslag op vier functies een punt moet worden gescoord.
1.3.
Tegen dit besluit richt zich het beroep. Naar aanleiding van eisers beroep heeft het CIZ nogmaals naar de zaak gekeken. Op 23 juli 2024 heeft het CIZ weer negatief geadviseerd en de score van drie punten gehandhaafd.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en de gemachtigde van de Svb.
1.5.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Op de zitting is afgesproken dat de rechtbank een aantal vragen zal formuleren die de Svb aan het CIZ zal voorleggen. De rechtbank heeft deze vragen gesteld op 12 maart 2025. De Svb heeft op 18 maart 2025 de reactie van het CIZ van 14 maart 2025 in het dossier geplaatst. Eisers hebben op 23 maart 2025 gereageerd.
1.6.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten op 6 mei 2025.
Beoordeling
2. Bij het bestreden besluit heeft de Svb de afwijzing van de aanvraag voor dubbele kinderbijslag per het eerste kwartaal van 2024 gehandhaafd. Volgens de Svb wordt niet voldaan aan de voorwaarden daarvoor. [zoon] heeft namelijk maar op drie zorgfuncties intensieve zorg nodig, te weten lichaamshygiëne, zindelijkheid en alleen thuis zijn, terwijl intensieve zorg op vier zorgfuncties vereist is om in aanmerking te komen voor dubbele kinderbijslag. De Svb heeft zich hierbij gebaseerd op de adviezen van het CIZ.
3. Eisers voeren aan dat het CIZ in het advies niet correct heeft besloten over de resterende punten. Eisers noemen daarbij gedrag, communicatie, begeleiding buitenshuis en bezighouden/handreikingen.
4. De rechtbank beoordeelt of de Svb de aanvraag om dubbele kinderbijslag terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
5. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit waarbij de Svb de dubbele kinderbijslag ook na bezwaar heeft geweigerd onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank verklaart daarom het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. De Svb zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6. De rechtbank overweegt allereerst dat de Svb zijn besluitvorming heeft gebaseerd op de adviezen van – de medisch adviseur van – het CIZ. Op grond van vaste rechtspraak mag een bestuursorgaan zich bij het nemen van besluiten baseren op medische adviezen als deze zorgvuldig tot stand zijn gekomen, inzichtelijk en volledig zijn. In het kader van de verdeling van de bewijsvoeringslast ligt het vervolgens op de weg van eisers om medische stukken te overleggen die aan het medisch advies doen twijfelen.
De functie gedrag
7. Eisers voeren over de functie gedrag aan dat het CIZ vaak heeft aangegeven dat er aanvullend onderzoek nodig is over de mate van de aandoening van [zoon] . Tijdens de zitting hebben eisers toegelicht dat door het CIZ is gezegd dat er geen score voor de functie gedrag is toegekend omdat eisers de classificatie niet konden aantonen. Met het psychologisch onderzoek van Karakter van 2 december 2019 waarin is vastgesteld dat het niveau van symptomen gerelateerd aan een ASS hoog is, hebben eisers dit alsnog willen aantonen.
8. Voor de functie gedrag wordt volgens het beoordelingskader BUK een punt toegekend als op basis van een daartoe oordeelkundige professional een kinderpsychiatrische diagnose op gedragspathologisch vlak is gesteld dat er permanent toezicht moet zijn in verband met gedurende de gehele dag voorkomende of dreigende gedragsproblemen en escalaties.
9. Het CIZ heeft voor deze functie geen score toegekend omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarde van het beoordelingskader BUK dat sprake moet zijn van een oordeel van een ter zake deskundige. De rechtbank oordeelt dat het CIZ op inzichtelijke wijze heeft gemotiveerd waarom met het onderzoek van 2 december 2019 van Karakter niet aan deze voorwaarde is voldaan. Het CIZ heeft erop gewezen dat de ernst van de ASS problematiek door een ter zake deskundige moet worden aangegeven volgens de DSM-5 classificatie waarin de mate van ernst wordt aangegeven in 3 niveaus (licht, matig en ernstig). Dat in het onderzoeksverslag van Karakter staat dat ‘het niveau van symptomen gerelateerd aan een ASS hoog is’ zegt iets over de aanwezigheid van ASS gerelateerde symptomen en is iets anders dan de mate van de problematiek. Daarbij heeft het CIZ erop gewezen dat de geldigheidsduur van het rapport van Karakter beperkt is, zoals in het rapport ook staat vermeld. De rechtbank begrijpt dat het voor eisers frustrerend is dat hun eigen ervaringen met [zoon] en hun toelichting over de ernst van zijn problematiek bij de beoordeling of een score voor de functie gedrag wordt toegekend niet doorslaggevend zijn. De rechtbank vindt de voorwaarde in het beoordelingskader BUK dat op deze functie alleen wordt gescoord als er een verklarende diagnose van een deskundige is, echter niet onredelijk. Omdat een diagnose van een deskundige noodzakelijk is om tot een score voor de functie gedrag te komen had een huisbezoek door het CIZ dan ook geen meerwaarde gehad.
De functie communicatie
10. Eisers voeren over deze functie – samengevat – aan dat zij afbeeldingen en pictogrammen gebruiken om iets uit te leggen. [zoon] valt vaak in herhaling omdat dingen niet aankomen. Na een drukke dag kan hij totaal onbereikbaar worden en dan valt er helemaal niet meer met hem te communiceren. Familie en vrienden kijken soms vragend naar eisers omdat ze niet begrijpen wat [zoon] bedoelt. Ook in de communicatie met leeftijdsgenoten loopt het vaak mis.
11. Op grond van het beoordelingskader BUK wordt op deze functie gescoord als sprake is van onvermogen tot spreken, door vrijwel niemand worden begrepen, slechts met gebaren en losse woorden communiceren, (vrijwel) nooit op aanwijzingen en vragen reageren of een ander helemaal niet of vrijwel niet begrijpen als gevolg van een aandoening. Het CIZ stelt dat hiervan bij [zoon] geen sprake is. Het CIZ concludeert dat een score voor deze functie niet te onderbouwen is omdat er communicatie mogelijk is en [zoon] verbaal een boodschap kan overbrengen. Daarbij verwijst het CIZ naar het advies van 3 mei 2024 waarin de medisch adviseur CIZ aangeeft dat [zoon] ’s communicatie weliswaar beperkt is, maar dat hij zich verstaanbaar kan maken.
12. De rechtbank oordeelt dat uit wat eisers hebben aangevoerd niet blijkt dat de conclusie van de medisch adviseur onjuist is. Het CIZ heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de informatie in het beroepschrift geen medische informatie betreft die aanleiding geeft om de eerdere conclusie te wijzigen of een aanvullend (medisch) onderzoek te doen. Ook wijst het CIZ er terecht op dat de informatie die bij het beroep is meegezonden, zoals de tussenevaluatie Logopedie van 14 februari 2024, al betrokken is bij het onderzoek in bezwaar.
De functie bezighouden en handreikingen
13. Eisers voeren – samengevat – aan dat zij [zoon] structuur geven door een dagplanning en door pictogrammen op te hangen. Maar dit is nog onvoldoende voor [zoon] om zelfstandig bezig te zijn; elke 30 seconden vraagt hij aandacht en hij wil niks zelf doen.
14. Op deze functie kan tot een score gekomen worden als sprake is van een noodzaak tot het aanbieden van een volledige, complete dagstructuur met voortdurende individuele aandacht en activering, wanneer het kind zich geheel niet alleen kan vermaken of bezig zijn, wanneer alle activiteiten binnenshuis begeleidt moeten worden of sprake is van volledige aanpassing en sterke inperking van de levensstijl. Het CIZ concludeert in bezwaar dat bij [zoon] sprake is van een situatie uit het beoordelingskader BUK waarbij geen score wordt toegekend namelijk: ‘noodzaak tot een vaste structuur en dagprogramma in samenhang met gedragsproblemen of andere kinderpsychiatrische stoornissen’. Daarbij wijst het CIZ op het medisch advies van 3 mei 2024 waarin de medisch adviseur van het CIZ aangeeft dat [zoon] is aangewezen op begeleiding van derden bij dagstructuur en plannen maar dat een medische noodzaak voor continue aanwezigheid van derden of complete overname van dagstructuur niet is op te maken uit de beschikbare gegevens. De medisch adviseur wijst er op dat school aangeeft dat [zoon] goed zelfstandig kan werken, dat hij adequaat zijn vraag stelt als hij hulp nodig heeft en dat hij zijn spullen altijd keurig op orde heeft. Ook meldt school dat [zoon] behoefte heeft aan een duidelijke planning, werk dat altijd op eenzelfde manier wordt aangeboden en duidelijke regels en structuur voor het (zelfstandig) werken.
15. De rechtbank oordeelt dat uit wat eisers hebben heeft aangevoerd niet blijkt dat de conclusie van de medisch adviseur over deze functie onjuist is.
Conclusie
22. Uit het voorgaande volgt dat het CIZ onvoldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd waarom voor de functie begeleiding buitenshuis geen score is toegekend. Het bestreden besluit van de Svb is daarom op dit punt onvoldoende gemotiveerd. Het beroep is om die reden gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De Svb zal een nieuwe beslissing op het bezwaar moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
22. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat de Svb aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.
24. De rechtbank veroordeelt de Svb in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor reiskosten vast op € 17,43. Voor zover eisers hebben verzocht om vergoeding van de reiskosten van mevrouw [A] , wijst de rechtbank dit af. Die kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat zij niet als getuige is aangemeld overeenkomstig artikel 8:60, vierde lid, van de Awb. De rechtbank heeft haar op de zitting ook niet in de hoedanigheid van getuige gehoord.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 15 mei 2024;
- draagt de Svb op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt de Svb op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt de Svb in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 17,43,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 7a, eerste lid, van de AKW, artikelen 11 en 12 van het Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK), de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg, SB1260 van de Svb beleidsregels en het beoordelingskader BUK 2018 (hierna het beoordelingskader BUK).
Vergelijk de uitspraken van 6 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1813 en van 25 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3086, en van 10 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7639.
Beoordeling
Het CIZ heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de informatie in het beroepschrift geen medische informatie betreft die aanleiding geeft om de eerdere conclusie te wijzigen of een aanvullend (medisch) onderzoek te doen. Ook wijst het CIZ er terecht op dat de informatie die bij het beroep is meegezonden al betrokken is bij het onderzoek in bezwaar.
De functie begeleiding buitenshuis
16. Eisers voeren – samengevat – over deze functie aan dat [zoon] als gevolg van zijn ASS niet alleen buiten kan spelen en dat zij continu bij hem moeten zijn. Hij raakt direct volledig overprikkeld door geluiden (vogels, verkeer, vliegtuig, wind), door geuren en onverwachte situaties. Deze prikkels komen intens binnen vanwege zijn ASS en hij kan niet filteren wat direct in overprikkeling resulteert. [zoon] kan snel afgeleid zijn en beïnvloed worden door de omstandigheden buitenshuis. In de reactie van het CIZ wordt merendeels gekeken naar de taalontwikkelingsstoornis terwijl juist zijn ASS hier alles mee te maken heeft. Het CIZ verwijst ook naar een verslag van school. Maar om het schoolplein zit een afgesloten hek en daar speelt hij met kinderen die hij al jaren kent. Bovendien is daar continu toezicht door drie meesters.
17. Volgens het beoordelingskader BUK wordt voor deze functie een punt toegekend als het kind als gevolg van een ziekte of stoornis niet alleen naar buiten kan of slechts in de eigen ‘afgesloten’ tuin kan spelen of slechts buiten kan spelen omdat de woonomgeving en sociale situatie er zich toe leent en er toezicht vanuit huis mogelijk is of in het directe (en voortdurende) zicht.
18. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende inzichtelijk is gemotiveerd waarom voor de functie begeleiding buitenshuis geen score is toegekend. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
19. De rechtbank stelt vast dat het CIZ wel een punt heeft toegekend voor de functie alleen thuis zijn. In het advies van 10 mei 2024 geeft het CIZ daarvoor de volgende toelichting:
“Passend bij ASS is moeite met onverwachte situaties. Daarbij kan [zoon] door overprikkeling een woedeaanval krijgen, daarna stil vallen en heeft dan een ander nodig om eruit te komen. Dit bij elkaar genomen maakt dat het voorstelbaar is dat [zoon] op dit moment nog niet veilig alleen thuis kan zijn langer dan 30 minuten.
De medisch adviseur CIZ geeft in het advies van 03-05-2024 aan dat het aannemelijk is te achten, dat [zoon] niet langer dan 30 minuten alleen gelaten kan worden, omdat hij, als gevolg van beperkingen voortkomend uit de psychiatrische problematiek, niet altijd in staat is, als hij alleen is, om in alle situaties adequaat op onverwachte situaties te reageren. Er is o.a. sprake van angst en overprikkeling. School geeft aan dat hij nog overprikkelt kan raken, nog onvoldoende vaardig is wat betreft de emotieregulatie en flexibiliteit en moeite heeft met probleemoplossend handelen. Op grond van het vorenstaande is op dit moment tot een score gekomen.”
20. De rechtbank oordeelt dat het CIZ, ook met de brief van 14 maart 2025, onvoldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd waarom deze motivering voor de functie begeleiding buitenshuis niet geldt. Onduidelijk is gebleven waarom vanwege de snelle overprikkeling en het niet adequaat kunnen reageren op onverwachte situaties als gevolg van zijn beperkingen, voor alleen thuis zijn wel, maar voor begeleiding buitenshuis geen score is toegekend. Ook uit de door eisers beschreven voorbeelden en situaties blijkt immers dat [zoon] niet alleen buiten kan zijn (in bijvoorbeeld een speeltuin) met alleen zo nu en dan een controle. Daar komt bij dat het CIZ voor de functie begeleiding buitenshuis eerder wel een score heeft toegekend. In het advies van 16 december 2022 motiveert het CIZ dit als volgt:
“ [zoon] kan onvoldoende communiceren met anderen en heeft daarbij begeleiding van een volwassene nodig. Hij raakt snel overprikkeld waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Hij is zich nog onvoldoende bewust van het gevolg van zijn handelen. Alles overziend concludeert het CIZ dat voldoende aannemelijk is dat [zoon] als gevolg van zijn aandoening(en) slechts buiten kan spelen als de sociale situatie er zich toe leent en er direct toezicht mogelijk is.”
21. De rechtbank oordeelt dat het CIZ – ook met de reactie van 14 maart 2025 – onvoldoende inzichtelijk heeft gemotiveerd waarom er eerder wegens snelle overprikkeling en het niet kunnen overzien van het gevolg van zijn handelen, wel een score voor deze functie is toegekend en nu niet meer. De enkele stelling van het CIZ in de brief van 14 maart 2025 dat aan het advies van 16 december 2022 geen advies van een arts ten grondslag ligt, is daarvoor onvoldoende.