Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-02-05
ECLI:NL:RBMNE:2025:3660
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,022 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11243534 \ UC EXPL 24-5170 RvdH/1037
Vonnis van 5 februari 2025
in de zaak van
[eiseres]
,
te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V.,
tegen
[verweerder]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [verweerder] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 18, - de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 50,- de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie en akte vermindering van eis,- de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie met productie 51,
- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiseres] heeft vanaf 1 maart 2023 tot 28 februari 2024 aan [verweerder] een gemeubileerde woonruimte verhuurd. [verweerder] is een paar dagen eerder, op 26 februari 2023 ingetrokken. Het betrof de bovenverdieping van de woning aan de [adres] in [plaats] . [eiseres] woonde in hetzelfde pand. Partijen hebben een maandelijkse huurprijs van € 750,00 afgesproken. [verweerder] heeft bij aanvang van de huur een waarborgsom van € 750,00 betaald.
2.2.
[verweerder] is op 28 januari 2024 uit het gehuurde vertrokken. Volgens [eiseres] heeft [verweerder] het gehuurde op verschillende punten beschadigd achtergelaten. Zij heeft daarom de waarborgsom van € 750,00 niet terugbetaald en vordert in deze procedure (na wijziging van eis) betaling van € 158,69. [eiseres] stelt dat er sprake is van de volgende schadeposten:
Douchegordijnstang € 14,99
Herstel douche/weghalen schimmel € 459,80
Pan € 45,00
Matras € 249,00
Bijzettafeltjes Fien/Leen Bakker € 139,90 +
Subtotaal € 908,69
Minus waarborgsom € 750,00 -/-
Totaal € 158,69
2.3.
[verweerder] voert verweer. Hij stelt dat de schade niet is vastgelegd in een proces-verbaal en dat [eiseres] die pas enkele weken na het einde van de huurovereenkomst heeft gemeld. [verweerder] erkent een aantal schadeposten, maar stelt dat [eiseres] daar ten onrechte de nieuwwaarde voor rekent. Daarnaast is het bedrag van die schadeposten volgens [eiseres] een stuk lager dan de waarborgsom, namelijk in totaal € 104,76. De vordering van [eiseres] moet daarom worden afgewezen. [verweerder] vordert in reconventie betaling van de waarborgsom minus € 104,76 = € 645,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2024 tot de voldoening. [verweerder] wil ook dat [eiseres] zijn proceskosten betaalt.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
in conventie en in reconventie
3.1.
Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie inhoudelijk met elkaar samenhangen, worden die hierna samen behandeld.
3.2.
De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] af en die van [verweerder] toe. Dat betekent dat [eiseres] € 645,24 plus de wettelijke rente aan [verweerder] moet betalen. [eiseres] wordt ook veroordeeld in de proceskosten. Hierna legt de kantonrechter uit waarom.
Geen beschrijving van de staat van het gehuurde
3.3.
Vast staat dat partijen bij aanvang van de huur geen beschrijving van het gehuurde hebben gemaakt. Het fotoblad waarnaar [eiseres] verwijst als staat bij aanvang van de huurperiode heeft zij al op 17 januari 2023 aan [verweerder] verstuurd en de foto’s zijn niet gemaakt op een moment dat [verweerder] aanwezig was. Er zit dus tijd tussen het moment waarop de foto’s zijn gemaakt en het moment waarop het gehuurde aan [verweerder] ter beschikking is gesteld. Het fotoblad geldt daarom niet beschrijving van het gehuurde als bedoeld in artikel 7:224 BW. Dat betekent dat [verweerder] , behoudens tegenbewijs, verondersteld wordt het gehuurde te hebben ontvangen zoals het is bij het einde van de huurovereenkomst (artikel 7:224 BW). [eiseres] heeft evenmin een beschrijving gemaakt van de staat bij het einde van de huurperiode. Zij heeft pas later, enkele weken na het vertrek van [verweerder] , melding gemaakt van schade. Dit geldt niet als het hiervoor bedoelde tegenbewijs. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [verweerder] het gehuurde heeft ontvangen in de staat zoals die was bij het einde van de huurperiode, met uitzondering van het volgende.
De door [verweerder] erkende schade
3.4.
[verweerder] erkent dat hij schade heeft veroorzaakt aan: de douchestang, de Fissler pannendeksel, drie drinkglazen en de bijzettafel. [verweerder] stelt daarnaast dat hij mondeling heeft ingestemd om de schade aan het matras te vergoeden.
3.5.
Voor wat betreft de douchegordijnstang geldt dat tussen partijen de omvang van de schade niet ter discussie staat. [verweerder] moet daarvoor € 14,99 vergoeden. [eiseres] heeft niet betwist dat de schade vanwege drie drinkglazen € 3,99 bedraagt. Ook dat bedrag moet [verweerder] vergoeden.
3.6.
Voor de Fissler pannendeksel vraagt [eiseres] een vergoeding van € 45,00 die is gebaseerd op een derde van de prijs van een set van drie nieuwe pannen van het merk Impact. De Fissler pan waarvan het deksel kapot is gegaan, was echter al een aantal jaren in gebruik. [eiseres] is bovendien niet consequent over de aankoopprijs van de pan: eerst stelt zij dat die ongeveer € 80,00 was, later € 129,00. Een aankoopbewijs ontbreekt. De kantonrechter volgt daarom [verweerder] , die gemotiveerd heeft uitgelegd dat de schade volgens hem € 12,00 bedraagt. Dat bedrag zal [verweerder] aan [eiseres] moeten vergoeden voor (het deksel van) de Fissler pan.
3.7.
Voor de schade aan de bijzettafel geldt dat de door [eiseres] berekende vergoeding is gebaseerd op een aankoopprijs van twee nieuwe bijzettafels, terwijl er maar één beschadigd is. Ook houdt [eiseres] er geen rekening mee dat de bijzettafel is gebruikt. Zij toont evenmin aan wanneer zij die heeft gekocht en voor welke prijs. Eerder heeft zij tegen [verweerder] gezegd dat de bijzettafel 51,55 USD kostte. Dat is volgens [verweerder] omgerekend € 47,55 per datum einde huurovereenkomst. Rekening houdend met afschrijving bedraagt de schade volgens [verweerder] € 23,78. [eiseres] heeft dat bedrag niet betwist. [verweerder] moet dat dan ook aan [eiseres] vergoeden.
3.8.
[eiseres] wil ook dat [verweerder] het volledige aankoopbedrag van een nieuw matras betaalt. Niet staat vast dat het matras bij aanvang van de huur onbeschadigd en vlekvrij was (zie 3.3). [verweerder] heeft desondanks in deze procedure gesteld bereid te zijn een vergoeding te betalen. De kantonrechter oordeelt dat [verweerder] niet de nieuwprijs aan [eiseres] hoeft te vergoeden, omdat het matras al enige tijd in gebruik was. De kantonrechter volgt de berekening van [verweerder] en stelt de vergoeding vast op € 50,00.
Conclusie
3.9.
[verweerder] is in totaal € 104,76 aan [eiseres] verschuldigd. Dat bedrag kan worden verrekend met de waarborgsom van € 750,00. Dat leidt ertoe dat de vordering in conventie van [eiseres] wordt afgewezen, omdat zij ervan uitging dat zij na verrekening van de waarborgsom nog een vordering op [verweerder] had. [eiseres] moet echter nog een deel van € 645,24 van de waarborgsom aan [verweerder] terugbetalen. Omdat [eiseres] niet op tijd heeft betaald, is zij over dat bedrag de wettelijke rente verschuldigd. Dat betekent dat de vorderingen van [verweerder] in reconventie worden toegewezen.
3.10.
[eiseres] is in conventie en in reconventie (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat de procedure schriftelijk is verlopen en [verweerder] in persoon procedeert, worden de proceskosten begroot op nihil. Als [eiseres] niet aan de veroordeling in reconventie voldoet en het vonnis moet worden betekend, zal zij de kosten van betekening moeten betalen.
Dictum
De kantonrechter
in conventie
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten die worden begroot op nihil,
in reconventie
4.3.
veroordeelt [eiseres] om aan [verweerder] tegen bewijs van kwijting te betalen € 645,25 met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 15 maart 2024 tot de voldoening,
4.4.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten die tot op heden worden begroot op nihil, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.H. Charbon en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11243534 \ UC EXPL 24-5170 RvdH/1037
Vonnis van 5 februari 2025
in de zaak van
[eiseres]
,
te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Juristu Incasso Juristen B.V.,
tegen
[verweerder]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [verweerder] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 18, - de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 50,- de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie en akte vermindering van eis,- de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie met productie 51,
- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
2Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiseres] heeft vanaf 1 maart 2023 tot 28 februari 2024 aan [verweerder] een gemeubileerde woonruimte verhuurd. [verweerder] is een paar dagen eerder, op 26 februari 2023 ingetrokken. Het betrof de bovenverdieping van de woning aan de [adres] in [plaats] . [eiseres] woonde in hetzelfde pand. Partijen hebben een maandelijkse huurprijs van € 750,00 afgesproken. [verweerder] heeft bij aanvang van de huur een waarborgsom van € 750,00 betaald.
2.2.
[verweerder] is op 28 januari 2024 uit het gehuurde vertrokken. Volgens [eiseres] heeft [verweerder] het gehuurde op verschillende punten beschadigd achtergelaten. Zij heeft daarom de waarborgsom van € 750,00 niet terugbetaald en vordert in deze procedure (na wijziging van eis) betaling van € 158,69. [eiseres] stelt dat er sprake is van de volgende schadeposten:
Douchegordijnstang € 14,99
Herstel douche/weghalen schimmel € 459,80
Pan € 45,00
Matras € 249,00
Bijzettafeltjes Fien/Leen Bakker € 139,90 +
Subtotaal € 908,69
Minus waarborgsom € 750,00 -/-
Totaal € 158,69
2.3.
[verweerder] voert verweer. Hij stelt dat de schade niet is vastgelegd in een proces-verbaal en dat [eiseres] die pas enkele weken na het einde van de huurovereenkomst heeft gemeld. [verweerder] erkent een aantal schadeposten, maar stelt dat [eiseres] daar ten onrechte de nieuwwaarde voor rekent. Daarnaast is het bedrag van die schadeposten volgens [eiseres] een stuk lager dan de waarborgsom, namelijk in totaal € 104,76. De vordering van [eiseres] moet daarom worden afgewezen. [verweerder] vordert in reconventie betaling van de waarborgsom minus € 104,76 = € 645,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2024 tot de voldoening. [verweerder] wil ook dat [eiseres] zijn proceskosten betaalt.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
in conventie en in reconventie
3.1.
Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie inhoudelijk met elkaar samenhangen, worden die hierna samen behandeld.
3.2.
De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] af en die van [verweerder] toe. Dat betekent dat [eiseres] € 645,24 plus de wettelijke rente aan [verweerder] moet betalen. [eiseres] wordt ook veroordeeld in de proceskosten. Hierna legt de kantonrechter uit waarom.
Geen beschrijving van de staat van het gehuurde
3.3.
Vast staat dat partijen bij aanvang van de huur geen beschrijving van het gehuurde hebben gemaakt. Het fotoblad waarnaar [eiseres] verwijst als staat bij aanvang van de huurperiode heeft zij al op 17 januari 2023 aan [verweerder] verstuurd en de foto’s zijn niet gemaakt op een moment dat [verweerder] aanwezig was. Er zit dus tijd tussen het moment waarop de foto’s zijn gemaakt en het moment waarop het gehuurde aan [verweerder] ter beschikking is gesteld. Het fotoblad geldt daarom niet beschrijving van het gehuurde als bedoeld in artikel 7:224 BW. Dat betekent dat [verweerder] , behoudens tegenbewijs, verondersteld wordt het gehuurde te hebben ontvangen zoals het is bij het einde van de huurovereenkomst (artikel 7:224 BW). [eiseres] heeft evenmin een beschrijving gemaakt van de staat bij het einde van de huurperiode. Zij heeft pas later, enkele weken na het vertrek van [verweerder] , melding gemaakt van schade. Dit geldt niet als het hiervoor bedoelde tegenbewijs. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [verweerder] het gehuurde heeft ontvangen in de staat zoals die was bij het einde van de huurperiode, met uitzondering van het volgende.
De door [verweerder] erkende schade
3.4.
[verweerder] erkent dat hij schade heeft veroorzaakt aan: de douchestang, de Fissler pannendeksel, drie drinkglazen en de bijzettafel. [verweerder] stelt daarnaast dat hij mondeling heeft ingestemd om de schade aan het matras te vergoeden.
3.5.
Voor wat betreft de douchegordijnstang geldt dat tussen partijen de omvang van de schade niet ter discussie staat. [verweerder] moet daarvoor € 14,99 vergoeden. [eiseres] heeft niet betwist dat de schade vanwege drie drinkglazen € 3,99 bedraagt. Ook dat bedrag moet [verweerder] vergoeden.
3.6.
Voor de Fissler pannendeksel vraagt [eiseres] een vergoeding van € 45,00 die is gebaseerd op een derde van de prijs van een set van drie nieuwe pannen van het merk Impact. De Fissler pan waarvan het deksel kapot is gegaan, was echter al een aantal jaren in gebruik. [eiseres] is bovendien niet consequent over de aankoopprijs van de pan: eerst stelt zij dat die ongeveer € 80,00 was, later € 129,00. Een aankoopbewijs ontbreekt. De kantonrechter volgt daarom [verweerder] , die gemotiveerd heeft uitgelegd dat de schade volgens hem € 12,00 bedraagt. Dat bedrag zal [verweerder] aan [eiseres] moeten vergoeden voor (het deksel van) de Fissler pan.
3.7.
Voor de schade aan de bijzettafel geldt dat de door [eiseres] berekende vergoeding is gebaseerd op een aankoopprijs van twee nieuwe bijzettafels, terwijl er maar één beschadigd is. Ook houdt [eiseres] er geen rekening mee dat de bijzettafel is gebruikt. Zij toont evenmin aan wanneer zij die heeft gekocht en voor welke prijs. Eerder heeft zij tegen [verweerder] gezegd dat de bijzettafel 51,55 USD kostte. Dat is volgens [verweerder] omgerekend € 47,55 per datum einde huurovereenkomst. Rekening houdend met afschrijving bedraagt de schade volgens [verweerder] € 23,78. [eiseres] heeft dat bedrag niet betwist. [verweerder] moet dat dan ook aan [eiseres] vergoeden.
3.8.
[eiseres] wil ook dat [verweerder] het volledige aankoopbedrag van een nieuw matras betaalt. Niet staat vast dat het matras bij aanvang van de huur onbeschadigd en vlekvrij was (zie 3.3). [verweerder] heeft desondanks in deze procedure gesteld bereid te zijn een vergoeding te betalen. De kantonrechter oordeelt dat [verweerder] niet de nieuwprijs aan [eiseres] hoeft te vergoeden, omdat het matras al enige tijd in gebruik was. De kantonrechter volgt de berekening van [verweerder] en stelt de vergoeding vast op € 50,00.
Conclusie
3.9.
[verweerder] is in totaal € 104,76 aan [eiseres] verschuldigd. Dat bedrag kan worden verrekend met de waarborgsom van € 750,00. Dat leidt ertoe dat de vordering in conventie van [eiseres] wordt afgewezen, omdat zij ervan uitging dat zij na verrekening van de waarborgsom nog een vordering op [verweerder] had. [eiseres] moet echter nog een deel van € 645,24 van de waarborgsom aan [verweerder] terugbetalen. Omdat [eiseres] niet op tijd heeft betaald, is zij over dat bedrag de wettelijke rente verschuldigd. Dat betekent dat de vorderingen van [verweerder] in reconventie worden toegewezen.
3.10.
[eiseres] is in conventie en in reconventie (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat de procedure schriftelijk is verlopen en [verweerder] in persoon procedeert, worden de proceskosten begroot op nihil. Als [eiseres] niet aan de veroordeling in reconventie voldoet en het vonnis moet worden betekend, zal zij de kosten van betekening moeten betalen.
Dictum
De kantonrechter
in conventie
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten die worden begroot op nihil,
in reconventie
4.3.
veroordeelt [eiseres] om aan [verweerder] tegen bewijs van kwijting te betalen € 645,25 met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 15 maart 2024 tot de voldoening,
4.4.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten die tot op heden worden begroot op nihil, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.H. Charbon en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.