Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-27
ECLI:NL:RBMNE:2025:3456
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,698 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5939
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
(gemachtigde: W.J. de Bruin)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (het Uwv), verweerder,
(gemachtigde: mr. E.S. Träger).
Als derde-partij neemt aan het geding deel:
[ex-werkgever] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , (ex-werkgever)
(gemachtigde: H. Hullen)
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beslissing van het Uwv dat haar uitkering op grond van de Ziektewet (ZW-uitkering) niet wordt uitbetaald.
Totstandkoming van het besluit
Eiseres heeft gewerkt als teamleider voor 40 uur per week. Zij heeft zich na overleg met haar ex-werkgever laten opereren in Wit-Rusland en is per 20 december 2023 arbeidsongeschikt geregistreerd door haar ex-werkgever. Nadat eiseres terug in Nederland is gekomen, is tussen eiseres en haar ex-werkgever verschil van mening ontstaan over de re-integratie van eiseres. Dit heeft geresulteerd in het ontslag op staande voet van eiseres per 21 maart 2024.
Eiseres heeft op 12 mei 2024 een ZW-uitkering aangevraagd bij het Uwv. Met het besluit van 16 mei 2024 heeft het Uwv beslist dat eiseres vanaf 22 maart 2024 recht heeft op ZW-uitkering, maar de maatregel opgelegd dat de uitkering niet tot uitbetaling komt. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt. Met het besluit van 6 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en tweemaal aanvullende gronden overgelegd. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 25 april 2025 op zitting behandeld. Hier zijn verschenen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het Uwv en de gemachtigde van de ex-werkgever.
Beoordeling
De goede procesorde
Eiseres heeft binnen de termijn van 10 dagen voorafgaand aan de zitting nog aanvullende stukken ingediend. Het gaat in dit geval om stukken die onder meer WhatsApp correspondentie bevatten. De rechtbank heeft tijdens de zitting al beslist om deze stukken niet toe te laten bij de beoordeling van het beroep. De reden hiervoor is dat de andere partijen zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden op deze stukken en hiervan de juistheid en volledigheid niet hebben kunnen controleren. Bovendien is geen reden gegeven waarom de stukken pas zo laat zijn overgelegd. Daarom heeft de rechtbank de late indiening in strijd geacht met de goede procesorde.
Het bestreden besluit
7. Het Uwv heeft aan eiseres een maatregel opgelegd, omdat eiseres verwijtbaar heeft gehandeld en geen verweer heeft gevoerd tegen het ontslag op staande voet. De ex-werkgever heeft eiseres op staande voet ontslagen, omdat zij haar re-integratie verplichtingen onvoldoende is nagekomen. Het Uwv heeft op basis van twee deskundigenoordelen geconcludeerd dat de ex-werkgever zich wél heeft gehouden aan de re-integratie verplichtingen en eiseres niet. Volgens het Uwv is eiseres zelf verantwoordelijk voor haar ontslag. Zij heeft hiermee haar aanspraken op doorbetaling van het loon laten vallen waardoor eiseres onnodig een beroep doet op een ZW-uitkering.
Aan welke regels moet de rechtbank het besluit toetsen?
8. De rechtbank is voor de beoordeling van deze zaak gebonden aan het uit de wet volgende beoordelingskader. Volgens artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de Ziektewet (ZW), voor zover hier van belang, weigert het Uwv het ziekengeld geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend, indien de verzekerde door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het sectorfonds of Uitvoeringsfonds voor de overheid benadeelt of zou kunnen benadelen.
9. Volgens het tweede lid van artikel 45 ZW wordt een maatregel als bedoeld in het eerste lid afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de verzekerde de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Volgens artikel 45, vierde lid, van de ZW kan worden afgezien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Volgens artikel 7, aanhef en onder a, en artikel 2, eerste lid, aanhef onder d, van het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten wordt de uitkering blijvend geheel geweigerd in het geval van een benadelingshandeling als bedoeld in artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW, tenzij het niet nakomen van de verplichting de belanghebbende niet in overwegende mate kan worden verweten.
Beroepsgronden van eiseres
10. Eiseres is het niet eens met het besluit. Zij bestrijdt op zichzelf niet dat zij de re-integratieverplichtingen niet is nagekomen, maar stelt dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Zij heeft op advies van haar advocaat geen verweer gevoerd tegen het ontslag op staande voet. Eiseres verbleef in Wit-Rusland en de communicatiemogelijkheden waren daar lastig. Zij wilde graag een bedrijfsarts spreken in plaats van een consulent van de arbodienst. Eiseres heeft een uitnodiging om te verschijnen bij een consulent ervaren als een weigering om met een bedrijfsarts in gesprek te kunnen komen. Tijdens de zitting heeft eiseres benadrukt dat er daardoor sprake was van een geschil tussen haar en de ex-werkgever.
11. Volgens het Uwv blijkt uit het deskundigenoordeel van 8 februari 2024 dat eiseres herhaaldelijk niet heeft gereageerd op berichten van de ex-werkgever en niet is verschenen op afspraken met haar ex-werkgever. Zij is ook niet verschenen op het spreekuur bij de consulent van de arbodienst. Deze gedragingen van eiseres leveren volgens het Uwv een benadelingshandeling op.
12. De rechtbank stelt vast dat als er al sprake was van een geschil tussen eiseres en de ex-werkgever, dit juist gaat over het door eiseres niet reageren en niet verschijnen op afspraken. De rechtbank kan de conclusie uit het deskundigenoordeel van het Uwv over het niet nakomen van de re-integratie verplichtingen door eiseres volgen. Als eiseres niet op gesprek wilde komen bij de consulent van de arbodienst, maar bij de bedrijfsarts zelf had het op de weg van eiseres gelegen om dit aan te geven. Dit geeft eiseres geen vrijbrief om helemaal niet op afspraken te verschijnen. De rechtbank ziet hierin dan ook geen aanleiding voor een verminderde verwijtbaarheid voor het niet nakomen van haar re-integratie verplichtingen. Eiseres heeft ook het ontslag op staande voet niet aangevochten. Het feit dat eiseres in Wit-Rusland verbleef en minder goede mogelijkheden had om contacten te onderhouden, komt voor rekening van eiseres zelf en vormt geen reden om bij herhaling afspraken te negeren en helemaal geen contact op te nemen. Ook hierin ziet de rechtbank geen concrete feiten of omstandigheden die erop duiden dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid. De rechtbank oordeelt dan ook dat het Uwv een benadelingshandeling zoals bedoeld in artikel 45 van de ZW kon aannemen en de maatregel kon opleggen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
13. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het Uwv terecht aan eiseres een maatregel heeft opgelegd waardoor de ZW-uitkering vanaf 22 maart 2024 niet wordt uitbetaald, omdat eiseres verwijtbaar heeft gehandeld en geen verweer heeft gevoerd tegen het gegeven ontslag op staande voet. Er bestaat geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5939
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
(gemachtigde: W.J. de Bruin)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (het Uwv), verweerder,
(gemachtigde: mr. E.S. Träger).
Als derde-partij neemt aan het geding deel:
[ex-werkgever] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , (ex-werkgever)
(gemachtigde: H. Hullen)
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de beslissing van het Uwv dat haar uitkering op grond van de Ziektewet (ZW-uitkering) niet wordt uitbetaald.
Totstandkoming van het besluit
Eiseres heeft gewerkt als teamleider voor 40 uur per week. Zij heeft zich na overleg met haar ex-werkgever laten opereren in Wit-Rusland en is per 20 december 2023 arbeidsongeschikt geregistreerd door haar ex-werkgever. Nadat eiseres terug in Nederland is gekomen, is tussen eiseres en haar ex-werkgever verschil van mening ontstaan over de re-integratie van eiseres. Dit heeft geresulteerd in het ontslag op staande voet van eiseres per 21 maart 2024.
Eiseres heeft op 12 mei 2024 een ZW-uitkering aangevraagd bij het Uwv. Met het besluit van 16 mei 2024 heeft het Uwv beslist dat eiseres vanaf 22 maart 2024 recht heeft op ZW-uitkering, maar de maatregel opgelegd dat de uitkering niet tot uitbetaling komt. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt. Met het besluit van 6 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en tweemaal aanvullende gronden overgelegd. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 25 april 2025 op zitting behandeld. Hier zijn verschenen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het Uwv en de gemachtigde van de ex-werkgever.
Beoordeling
De goede procesorde
Eiseres heeft binnen de termijn van 10 dagen voorafgaand aan de zitting nog aanvullende stukken ingediend. Het gaat in dit geval om stukken die onder meer WhatsApp correspondentie bevatten. De rechtbank heeft tijdens de zitting al beslist om deze stukken niet toe te laten bij de beoordeling van het beroep. De reden hiervoor is dat de andere partijen zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden op deze stukken en hiervan de juistheid en volledigheid niet hebben kunnen controleren. Bovendien is geen reden gegeven waarom de stukken pas zo laat zijn overgelegd. Daarom heeft de rechtbank de late indiening in strijd geacht met de goede procesorde.
Het bestreden besluit
7. Het Uwv heeft aan eiseres een maatregel opgelegd, omdat eiseres verwijtbaar heeft gehandeld en geen verweer heeft gevoerd tegen het ontslag op staande voet. De ex-werkgever heeft eiseres op staande voet ontslagen, omdat zij haar re-integratie verplichtingen onvoldoende is nagekomen. Het Uwv heeft op basis van twee deskundigenoordelen geconcludeerd dat de ex-werkgever zich wél heeft gehouden aan de re-integratie verplichtingen en eiseres niet. Volgens het Uwv is eiseres zelf verantwoordelijk voor haar ontslag. Zij heeft hiermee haar aanspraken op doorbetaling van het loon laten vallen waardoor eiseres onnodig een beroep doet op een ZW-uitkering.
Aan welke regels moet de rechtbank het besluit toetsen?
8. De rechtbank is voor de beoordeling van deze zaak gebonden aan het uit de wet volgende beoordelingskader. Volgens artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de Ziektewet (ZW), voor zover hier van belang, weigert het Uwv het ziekengeld geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend, indien de verzekerde door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het sectorfonds of Uitvoeringsfonds voor de overheid benadeelt of zou kunnen benadelen.
9. Volgens het tweede lid van artikel 45 ZW wordt een maatregel als bedoeld in het eerste lid afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de verzekerde de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Volgens artikel 45, vierde lid, van de ZW kan worden afgezien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Volgens artikel 7, aanhef en onder a, en artikel 2, eerste lid, aanhef onder d, van het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten wordt de uitkering blijvend geheel geweigerd in het geval van een benadelingshandeling als bedoeld in artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW, tenzij het niet nakomen van de verplichting de belanghebbende niet in overwegende mate kan worden verweten.
Beroepsgronden van eiseres
10. Eiseres is het niet eens met het besluit. Zij bestrijdt op zichzelf niet dat zij de re-integratieverplichtingen niet is nagekomen, maar stelt dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Zij heeft op advies van haar advocaat geen verweer gevoerd tegen het ontslag op staande voet. Eiseres verbleef in Wit-Rusland en de communicatiemogelijkheden waren daar lastig. Zij wilde graag een bedrijfsarts spreken in plaats van een consulent van de arbodienst. Eiseres heeft een uitnodiging om te verschijnen bij een consulent ervaren als een weigering om met een bedrijfsarts in gesprek te kunnen komen. Tijdens de zitting heeft eiseres benadrukt dat er daardoor sprake was van een geschil tussen haar en de ex-werkgever.
11. Volgens het Uwv blijkt uit het deskundigenoordeel van 8 februari 2024 dat eiseres herhaaldelijk niet heeft gereageerd op berichten van de ex-werkgever en niet is verschenen op afspraken met haar ex-werkgever. Zij is ook niet verschenen op het spreekuur bij de consulent van de arbodienst. Deze gedragingen van eiseres leveren volgens het Uwv een benadelingshandeling op.
12. De rechtbank stelt vast dat als er al sprake was van een geschil tussen eiseres en de ex-werkgever, dit juist gaat over het door eiseres niet reageren en niet verschijnen op afspraken. De rechtbank kan de conclusie uit het deskundigenoordeel van het Uwv over het niet nakomen van de re-integratie verplichtingen door eiseres volgen. Als eiseres niet op gesprek wilde komen bij de consulent van de arbodienst, maar bij de bedrijfsarts zelf had het op de weg van eiseres gelegen om dit aan te geven. Dit geeft eiseres geen vrijbrief om helemaal niet op afspraken te verschijnen. De rechtbank ziet hierin dan ook geen aanleiding voor een verminderde verwijtbaarheid voor het niet nakomen van haar re-integratie verplichtingen. Eiseres heeft ook het ontslag op staande voet niet aangevochten. Het feit dat eiseres in Wit-Rusland verbleef en minder goede mogelijkheden had om contacten te onderhouden, komt voor rekening van eiseres zelf en vormt geen reden om bij herhaling afspraken te negeren en helemaal geen contact op te nemen. Ook hierin ziet de rechtbank geen concrete feiten of omstandigheden die erop duiden dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid. De rechtbank oordeelt dan ook dat het Uwv een benadelingshandeling zoals bedoeld in artikel 45 van de ZW kon aannemen en de maatregel kon opleggen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
13. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het Uwv terecht aan eiseres een maatregel heeft opgelegd waardoor de ZW-uitkering vanaf 22 maart 2024 niet wordt uitbetaald, omdat eiseres verwijtbaar heeft gehandeld en geen verweer heeft gevoerd tegen het gegeven ontslag op staande voet. Er bestaat geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.