Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-07-09
ECLI:NL:RBMNE:2025:3380
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Mondelinge uitspraak
2,094 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3992
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 juli 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. C. Bast),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht
(gemachtigde: mr. S. Ralovic).
Inleiding
1. Deze zaak gaat over het verzoek om voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend tegen de last onder dwangsom die het college op 25 juni 2025 aan verzoekster heeft opgelegd. De last onder dwangsom is opgelegd vanwege diverse overtredingen die zien op het leegstaande kantoorpand aan de [adres] in [plaats] in de gemeente Stichtse Vecht. Het college heeft verzoekster gelast om binnen één week na de verzenddatum van de last het handelen in strijd met diverse bepalingen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) gericht op het beperken van brandgevaarlijke situaties bij het bouwwerk, het realiseren van vluchtroutes bij het bouwwerk en de zorgplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk te beëindigen door diverse werkzaamheden bij het bouwwerk te laten uitvoeren.
2. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de opgelegde last onder dwangsom en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
3. Bij uitspraak van 2 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter een ordemaatregel getroffen die inhoudt dat de opgelegde last onder dwangsom wordt geschorst tot de behandeling van de zaak op de zitting van 9 juli 2025.
4. Het verzoek om voorlopige voorziening is op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [A] namens verzoekster, bijgestaan door de gemachtigde, de gemachtigde van het college, bijgestaan door [B] .
5. Met de behandeling van de zaak op zitting is de eerder opgelegde ordemaatregel geëindigd. Het college heeft op de zitting aangegeven niet bereid te zijn de begunstigingstermijn met een paar dagen te verlengen. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om de last onder dwangsom (nogmaals) te schorsen tot de inhoudelijke uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de werkzaamheden aan het pand op 3 en 4 juli 2025 zijn begonnen. Deze werkzaamheden zullen op 18 juli 2025 zijn afgerond. Het college heeft op de zitting bevestigd dat de werkzaamheden aan het pand waartoe verzoekster opdracht heeft gegeven tot nu toe in lijn zijn met de maatregelen die in de last onder dwangsom zijn opgenomen om de gestelde overtredingen te beëindigen. Het is de voorzieningenrechter verder niet gebleken dat de situatie op dit moment dusdanig zwaarwegend of acuut spoedeisend is, dat een (herhaalde) korte schorsing van de last onder dwangsom totdat op het verzoek om een voorlopige voorziening wordt beslist, onacceptabel zou zijn dan wel tot onomkeerbare gevolgen zou leiden. De voorzieningenrechter weegt daarbij mee dat het college kennelijk geen aanleiding heeft gezien om direct of op korte termijn bestuursdwang toe te passen. Alles afwegend is er daarom een spoedeisend belang om de last onder dwangsom als ordemaatregel te schorsen tot de voorzieningenrechter een inhoudelijke uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening heeft gedaan.
Dictum
De voorzieningenrechter schorst de opgelegde last onder dwangsom tot de inhoudelijke uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3992
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 juli 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. C. Bast),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht
(gemachtigde: mr. S. Ralovic).
Inleiding
1. Deze zaak gaat over het verzoek om voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend tegen de last onder dwangsom die het college op 25 juni 2025 aan verzoekster heeft opgelegd. De last onder dwangsom is opgelegd vanwege diverse overtredingen die zien op het leegstaande kantoorpand aan de [adres] in [plaats] in de gemeente Stichtse Vecht. Het college heeft verzoekster gelast om binnen één week na de verzenddatum van de last het handelen in strijd met diverse bepalingen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) gericht op het beperken van brandgevaarlijke situaties bij het bouwwerk, het realiseren van vluchtroutes bij het bouwwerk en de zorgplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk te beëindigen door diverse werkzaamheden bij het bouwwerk te laten uitvoeren.
2. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de opgelegde last onder dwangsom en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
3. Bij uitspraak van 2 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter een ordemaatregel getroffen die inhoudt dat de opgelegde last onder dwangsom wordt geschorst tot de behandeling van de zaak op de zitting van 9 juli 2025.
4. Het verzoek om voorlopige voorziening is op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [A] namens verzoekster, bijgestaan door de gemachtigde, de gemachtigde van het college, bijgestaan door [B] .
5. Met de behandeling van de zaak op zitting is de eerder opgelegde ordemaatregel geëindigd. Het college heeft op de zitting aangegeven niet bereid te zijn de begunstigingstermijn met een paar dagen te verlengen. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om de last onder dwangsom (nogmaals) te schorsen tot de inhoudelijke uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de werkzaamheden aan het pand op 3 en 4 juli 2025 zijn begonnen. Deze werkzaamheden zullen op 18 juli 2025 zijn afgerond. Het college heeft op de zitting bevestigd dat de werkzaamheden aan het pand waartoe verzoekster opdracht heeft gegeven tot nu toe in lijn zijn met de maatregelen die in de last onder dwangsom zijn opgenomen om de gestelde overtredingen te beëindigen. Het is de voorzieningenrechter verder niet gebleken dat de situatie op dit moment dusdanig zwaarwegend of acuut spoedeisend is, dat een (herhaalde) korte schorsing van de last onder dwangsom totdat op het verzoek om een voorlopige voorziening wordt beslist, onacceptabel zou zijn dan wel tot onomkeerbare gevolgen zou leiden. De voorzieningenrechter weegt daarbij mee dat het college kennelijk geen aanleiding heeft gezien om direct of op korte termijn bestuursdwang toe te passen. Alles afwegend is er daarom een spoedeisend belang om de last onder dwangsom als ordemaatregel te schorsen tot de voorzieningenrechter een inhoudelijke uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening heeft gedaan.
Dictum
De voorzieningenrechter schorst de opgelegde last onder dwangsom tot de inhoudelijke uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.