Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-06-04
ECLI:NL:RBMNE:2025:3286
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
611 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2928
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 juni 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
(gemachtigde: N. Doran).
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt verzoekster niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekster heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die om een voorlopige voorziening vraagt moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekster niets aan kan doen.
4. De voorzieningenrechter heeft verzoekster op 13 mei 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekster het griffierecht binnen twee weken moeten betalen aan de rechtbank.
5. De voorzieningenrechter heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Verzoekster heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb).
7. Verzoekster krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van de proceskosten.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.