Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-03-20
ECLI:NL:RBMNE:2025:3237
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,718 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6573
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingediend op 21 oktober 2024 omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet Open Overheid (Woo).
Verweerder heeft op 26 november 2024 alsnog een besluit genomen op het verzoek van verzoeker. Verzoeker heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 2 januari 2025 gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verzoeker heeft verzocht om een vergoeding van € 45,- aan verschotten, bestaande uit printpapier, postzegels en inktpatronen. Verweerder heeft bij brief van 2 januari 2025 meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen een éénmalige vergoeding hiervan.
4. In artikel 1 van het Bpb is limitatief bepaald welke proceskosten voor vergoeding in aanmerking komen. De door verzoeker genoemde kosten vallen niet onder de kosten die op grond van artikel 1 van het Bpb voor vergoeding in aanmerking komen. Nu verweerder heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een veroordeling in deze kosten, zal de rechtbank het verzoek om vergoeding van de proceskosten toewijzen.
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt verder dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.
Dictum
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 45,- aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6573
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingediend op 21 oktober 2024 omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet Open Overheid (Woo).
Verweerder heeft op 26 november 2024 alsnog een besluit genomen op het verzoek van verzoeker. Verzoeker heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 2 januari 2025 gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verzoeker heeft verzocht om een vergoeding van € 45,- aan verschotten, bestaande uit printpapier, postzegels en inktpatronen. Verweerder heeft bij brief van 2 januari 2025 meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen een éénmalige vergoeding hiervan.
4. In artikel 1 van het Bpb is limitatief bepaald welke proceskosten voor vergoeding in aanmerking komen. De door verzoeker genoemde kosten vallen niet onder de kosten die op grond van artikel 1 van het Bpb voor vergoeding in aanmerking komen. Nu verweerder heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een veroordeling in deze kosten, zal de rechtbank het verzoek om vergoeding van de proceskosten toewijzen.
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt verder dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.
Dictum
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 45,- aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.